Sjirk Kuijper
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

Nieuws

26 november 2021 door Sjirk Kuijper

Over de vieze mondsmaak van Bart Jan Spruyt: een slokje spoelwater van ND-hoofdredacteur Sjirk Kuijper

Dominee Paul Visser heeft excuses aangeboden voor een preek, en Bart Jan Spruyt houdt daar een vieze mond aan over. Dat is logisch. In zijn maandelijkse column in het Nederlands Dagblad presenteerde Spruyt sneller dan wie dan ook een zeer welwillende uitleg van Vissers nadien veel beluisterde en besproken ‘Great Reset-preek’. Ook op de preekstoel moet je de feiten op orde hebben, erkent Spruyt, en ‘het is goed mogelijk om relativerend, zo niet wat lacherig, over die Great Reset te schrijven’. Maar luisteraars zitten in de kerk voor de geestelijke boodschap van een preek, en die was ‘behartigenswaardig’.

Spruyt heeft dus eerst zijn waardevolle, jarenlang gekoesterde vaste stek in het ND gebruikt om lezers van deze krant een preek aan te bevelen. Als de predikant zelf dan een tijdje later publiek excuses aanbiedt voor ‘pijn, verwarring of anderszins schade’ die zijn woorden hebben toegebracht - dan moet je als columnist je houding natuurlijk even herpakken. Spruyt doet dat door zich nogal slordig en onbesuisd te keren tegen degenen die hij ziet als aanzeggers van al dit pijnlijk ongemak: ‘journalisten van het Nederlands Dagblad’, die zich volgens hem ‘op Paul Visser hebben gestort’. Net als veel andere journalisten zijn we helaas vertrouwd met deze reflex, die internationaal bekend staat als ‘Shooting the Messenger’ (schieten op de boodschapper).

Ik heb meer dan eens abonnees moeten uitzwaaien omdat zij hondse, blaffende of bijterige zinnen uit Bart Jans column niet langer wensten te trotseren.

Als hoofdredacteur van de gewraakte ND-journalisten (én van onze columnist Spruyt) heb ik inmiddels uitvoerig met Bart Jan gesproken (‘Kun je met Sjirk ook kort telefoneren?’, vroeg hij daarna aan een collega): waar heb je het over, ontdek ons aan onze schuld?! En wat blijkt: Spruyt doelt op welgeteld twee interviews. Een gesprek van Daniël Gillissen met dominee Visser zelf, en een interview van Dick Schinkelshoek met directeur Sjaak van den Berg van de IZB, die ons de excuses namens Paul Visser bezorgde. Op een uitvoerige verantwoording die ik zelf heb geschreven over de vraag of het wel passend was, een preek te behandelen in de media, had Spruyt niks aan te merken.

In die verantwoording heb ik al uitgelegd dat het gesprek van Paul Visser met Daniël Gillissen juist door z’n scherpte zeer verhelderend was. Nog voordat de preek op YouTube zijn honderdduizenden had verslagen, bleek dat de bekende prediker bevangen was door aarzeling over dingen die hij nonchalant geformuleerd maar stellig geponeerd had. Hij nam al wat woorden terug, en distantieerde zich op voorhand van alle complotdenkers die zijn preek in de daaropvolgende dagen zouden verspreiden en bewieroken.

Na zijn ND-interview met Gillissen heeft ds. Visser nergens meer iets willen zeggen over zijn virale preek: niet in andere kranten of op een platform als CIP.nl, niet bij de televisie- en radioprogramma’s die hem uitnodigden, zelfs niet tijdens een studium generale aan Driestar Educatief waar hij onlangs sprak. Dus toen hij na vijf weken radiostilte via zijn IZB-collega’s een ootmoedige verklaring naar buiten bracht, was het gerechtvaardigd om aan IZB-directeur Sjaak van den Berg te vragen of deze aangeslagen prediker nog wel kan en wil doorgaan als trainer van zijn ambtgenoten. Zo’n vraag stel je niet als beschuldiging of als trap achterna, maar heel eenvoudig: namens het publiek, en met geen ander doel dan een antwoord te noteren. En het antwoord dat Sjaak van den Berg gaf, was inzichtgevend en leerzaam bovendien.

Het Reformatorisch Dagblad is de krant die tevens één van zijn vroegere werkgevers is, maar die hem nooit verrast en niks ‘spannends’ meer te bieden heeft.

Twee interviews dus, met Paul Visser zelf en met Sjaak van den Berg, diens vriend en werkgever tevens. Twee gesprekken waarin de vragen van onze kant bijdroegen aan de helderheid van de geïnterviewden - want dat is de opgave van een journalist. In de tussenliggende weken heeft CIP.nl zijn platform geopend voor ieder die een plasje wilde doen over Paul Visser en zijn preek. Als iets viral gaat, pikt een website die het moet hebben van religieuze clickbait daar graag zoveel mogelijk graantjes van mee. Dus over ds. Paul Visser en de Great Reset kan dit platform inmiddels een dossier vullen met preekbesprekingen in alle smaken, van afkeurend tot likkebaardend. Want een platform als CIP.nl ondervraagt en analyseert niet, maar ontvangt en geeft door.

Lang nadat bijvoorbeeld de gratis, snoeiharde kritiek van filosoof Cees Zweistra uit een KRO-NCRV-programma op CIP.nl werd doorgeplaatst (preek Paul Visser voorbeeld van modern complotdenken), liet ds. Paul Visser via de IZB zijn excuses distribueren. En omdat er al weken een beleefd interviewverzoek van het ND lag bij ds. Visser zelf én bij de IZB (journalistiek is namelijk ook: het onderhouden van relaties), werd dit communiqué en een verhelderend vraaggesprek met voorsprong aan het ND ‘gegund’.

Wat daarna gebeurde, was eerder naargeestig dan onsmakelijk. Een half-herkenbare CIP-medewerker (@petjuh88) schreef op zijn Twitter-account: ‘Het ND zou Paul Visser het liefst op het marktplein van Middelburg op het schavot zien staan.’ Zinspelen op publieke berechting, tribunalen, galgen: het is een huiveringwekkend populair gebruik, heden ten dage. Maar een journalistiek vraaggesprek heeft met dat alles niks te maken. Desalniettemin ontmoette @Petjuh88 op de twitters instemmend gemompel van @BartJanSpruyt, en zo was een nieuwe relatie geboren: CIP.nl nodigde Spruyt uit om iets te schrijven over ‘al het gedoe rond ds. Paul Visser’. En zijn stukje werd … een slordige recensie over de journalistiek van het Nederlands Dagblad. Bart Jan kan ‘niet in de ziel van ND-journalisten kijken’, schrijft hij (heb je het ons weleens gevraagd?). Maar naar zijn smaak ‘ontpopt de krant zich steeds meer als de grote criticaster van alles wat ‘refo’ is of daarnaar riekt’.

Redacteuren van het Nederlands Dagblad bedrijven christelijk betrokken, professionele journalistiek - met vallen en opstaan; alleen dat al verbindt ons met ds. Paul Visser!

Zoals ik al schreef: wij hebben over deze en andere indrukken inmiddels uitvoerig met elkaar gesproken, want ik laat me graag en onbevangen in de ziel kijken. Bart Jan is iemand die zelf geregeld zeer scherp waarneemt wat er scheef gaat in reformatorische (en andere) kerken. Dat kan hij in zijn ND-column onbevangen opschrijven, want onze krant is onbeschaamd christelijk en neemt geen blad voor de mond. Ik heb meer dan eens abonnees moeten uitzwaaien omdat zij hondse, blaffende of bijterige zinnen uit Bart Jans column niet langer wensten te trotseren.

Naast zijn column in het ND schrijft Spruyt nog maandelijks in het Reformatorisch Dagblad; daar verruilt hij zijn kritische pen voor een soepel en stichtelijk stijlregister. En als je met Spruyt over beide kranten spreekt, is hij even royaal met zijn lof voor het ND als met zijn kritiek op het RD. Dat is de krant die tevens één van zijn vroegere werkgevers is, maar die hem nooit verrast en niks ‘spannends’ meer te bieden heeft. Ook dat is begrijpelijk: omdat het RD vooral de saambinder wil zijn van een omlijnd volksdeel (de ‘gereformeerde gezindte’); het cement van een reformatorische zuil waar Spruyt enerzijds met huid en haar aan verbonden is, maar zich anderzijds voortdurend uit wil bevrijden. Die spanning - behoren tot een nauw begrensd volksdeel, en daar tegelijk vrij van willen zijn - projecteert Spruyt op zijn collega’s bij het ND - een krant waar veel reformatorisch gewortelde en nochtans vrije geesten het vak beoefenen. De journalistiek: een mooi beroep dat Spruyt zelf ooit heeft moeten prijsgeven nadat hij zijn onafhankelijkheid opgaf voor compromitterende betrokkenheid bij seculiere, rechts-politieke initiatieven.

Redacteuren van het Nederlands Dagblad bedrijven christelijk betrokken, professionele journalistiek - met vallen en opstaan; alleen dat al verbindt ons met ds. Paul Visser! En die betrokkenheid is breed: van evangelische gemeenten tot de rooms-katholieke kerk, van bevindelijke gezelschappen tot steile neo-calvinisten herkennen wij onze broeders en zusters in Christus. Dagelijks berichten we over het mooie, opbouwende, verbindende en liefdevolle wat de Geest van Christus in al die kerken en kringen teweegbrengt. Maar omdat journalistiek ons vak is - een ambt dat ons verplicht - stellen we ook vragen en analyseren we wat we waarnemen. Soms zijn die vragen en analyses ongemakkelijk of zelfs pijnlijk voor degenen die het betreft. Spitten is bukwerk, je wordt er vuil en bezweet van, en het is niet altijd dankbare arbeid. Maar we doen het niet uit een geest van zelfverheffing. Dus ook als we ruimhartig berichten over de excuses van een predikant die zich van zijn eerder gesignaleerde feilen bewust geworden is, zit daar geen geur van triomfantelijkheid aan - behalve misschien blijdschap over een herder en leraar die de kudde voorgaat in het belijden van onzorgvuldig gekozen woorden. Daar nemen we graag een voorbeeld aan, zo vaak als het onszelf in spreken en schrijven overkomt. De krant heeft voor correcties en rechtzettingen zelfs een vast format - terwijl de rectificatie van een preek vooralsnog een opmerkelijk nieuwsfeit is. Gek eigenlijk: worden er zo zelden fouten gemaakt op de preekstoel?

Sjirk Kuijper is hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad. Bovenstaande column is een reactie op de column Excuses Paul Visser na eindtijdpreek zorgen voor vieze smaak in mijn mond van Bart Jan Spruyt.

Lees ook:

Foto: Ruben Timman

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen

Reacties

K
Nou, het zit allemaal nogal hoog, bij iedereen inmiddels. Wil ik de hoofdredacteur toch nog één tip meegeven: wees als krant scherp op de feiten, maar wat milder op de inhoud als het gaat op een preek welke op een zondag in een eredienst is gehouden. Predikanten moeten vrijuit kun preken en niet zich voortdurend belaagd voelen door journalisten die iets van hun preek gaan vinden.
D
Bij „voortdurend” ga je nu flink mist in, broeder. Zo zelden als een predikant zich verexcuseert voor zijn misslagen, zo zelden verschijnen kritische interviews over preken in een krant, en net zo zelden als preken dermate viraal gaan. En wat je laatste zin betreft: wij moeten allemaal bereid zijn verantwoordelijkheid af te leggen van onze woorden. Zéker als daar aanleiding toe is.
Het zou de redacteur sieren om het boetekleed aan te trekken!

Het ND was op voorhand al ingelicht over een preek die nog moest komen!

Journalisten mogen wat mij betreft wel een keer tape op hun sensatie tong plakken!

De zgn christelijke journalisten dienen een voorbeeld voor de ongelovigen te zijn.

Maar ook zij lijken op honden die overal hun poot op moeten lichten om hun territorium af te bakenen.
Toon meer reacties (4)