Gijsbert van den Brink
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

08 november 2021 door Redactie

Bijbelstudies over geloof en wetenschap: doorslaggevend bewijs?

De werelden van geloof en wetenschap liggen in de beleving van veel mensen ver uit elkaar. Wie met beide iets heeft, heeft het vandaag dan ook niet gemakkelijk. Want wat heeft een oud boek als de Bijbel in onze hypermoderne tijd nog te zeggen? In het boek Onderzoek alle dingen - Bijbelstudies over geloof en wetenschap, met name geschreven voor studerenden en studentenverenigingen, wordt door auteur Gijsbert van den Brink een poging gewaagd dit te verduidelijken. CIP.nl deelt de komende weken een aantal boekfragmenten. Onderstaand fragment is afkomstig uit het achtste hoofdstuk: Doorslaggevend bewijs?.

‘Not enough evidence, God!’ Dat zou de Britse atheïstische filosoof Bertrand Russell (1872-1970) volgens eigen zeggen God antwoorden wanneer die hem na zijn dood zou vragen waarom hij niet in Hem geloofd had. Niet genoeg bewijsmateriaal. Nog steeds is dat voor veel mensen een reden om afstand te bewaren ten opzichte van alles wat met God, geloof en kerk te maken heeft. Als God echt zou willen dat ik in Hem geloof, zo redeneren zij, dan moet Hij maar eens een onomstotelijk bewijs van zijn bestaan geven. Als God almachtig is, zou dat niet al te moeilijk voor Hem moeten zijn. Maar ook gelovigen kunnen lijden onder de verborgenheid van God en ernaar verlangen dat God zich op een meer overtuigende manier meldt in hun leven. Zo’n gelovige komen we tegen in het Johannesevangelie.

CIP+ logo

Wil je verder lezen?

Krijg onbeperkt toegang tot CIP.nl

Start je gratis maand Inloggen
Klik hier om het boek van Gijsbert van den Brink te bestellen

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen

Reacties

'Groot geloof' heeft alles te maken met geestelijk inzicht; als we niet wéten hoe de zaken in de geestelijke wereld ervoor staan, kunnen we ook niets geloven, dan hebben we immers geen kennis. In Mat. 8:10 zien we dat de (heidense!) Romeinse hoofdman wíst hoe Jezus' macht over de demonen werkte en in Mat. 15:28 wíst de moeder van de bezeten dochter, dat zij (als heiden!) ook bij het (geestelijke) volk Israël mocht horen. Jezus noemt dat beide keren een 'groot geloof', de enige keren dat Hij dit, voor zover bekend, meemaakt in zijn bediening.
‘Groot geloof’ is, dat je groot over Jezus denkt en veel van Hem verwacht. Zo was het bij die hoofdman: ‘HEER, spreek slechts een woord en mijn verlamde knecht zal herstellen.’ Deze man geloofde als een van de weinigen toen al, dat Jezus zijn meerdere was en dat Gods autoriteit achter Hem stond.

Hoe kwam die man daaraan? Dat was, omdat hij over Jezus had GEHOORD, omdat mensen hem over Hem hadden VERTELD.

Zo kan het ook bij ons groeien en worden tot een groot geloof in de HEER Jezus, wanneer we veel over Hem LEZEN.

Toon meer antwoorden (3)
Toon meer reacties (1)