Willem Ouweneel
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

21 februari 2020 door Willem J. Ouweneel

Hoe je échte calvinistische christenen kunt herkennen

Pas kwam ik een theoloog uit de Gereformeerde Bond binnen de PKN tegen die tot de ontdekking was gekomen dat ‘het verbond’ helemaal niet zo centraal ‘koepelbegrip’ in de Bijbel was als hij in zijn opvoeding had meegekregen. Ik vroeg hem – een beetje plagerig – of hij zichzelf dan nog wel ‘gereformeerd’ c.q. een calvinist kon noemen. Immers, ooit las ik bij een gereformeerde auteur (ik geloof dat het Dirk H. Th. Vollenhoven was) dat gereformeerden vele opvattingen gemeen hebben met andere christenen, en dat deze opvattingen dus niet typisch gereformeerd genoemd konden worden. Denk maar aan alles wat er in de Geloofsbelijdenis van Nicea staat. Maar er zijn twee zaken – die niet in ‘Nicea’ staan – die iemand tot een echte gereformeerde maken, omdat hij of zij daarin verschilt van alle andere orthodoxe christenen:

(a) De opvatting dat de relatie tussen God en de mens altijd per definitie verbondsmatig is. Alleen gereformeerden zouden dat zo zeggen; katholieken, lutheranen, anglicanen en evangelischen niet; zelf zou ik bijvoorbeeld tegenwerpen dat de Vader–kindrelatie beslist niet ‘verbondsmatig’ is, en zelfs boven alle verbonden uitgaat.

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Willem J. Ouweneel.

Word ook lid
De opvatting dat de relatie tussen God en de mens altijd per definitie verbondsmatig is. Alleen gereformeerden zouden dat zo zeggen.

(b) De opvatting van de dubbele predestinatie, dat wil zeggen: God heeft van eeuwigheid elk mens ‘voorbestemd’, en wel óf tot het eeuwig heil, óf tot het eeuwig verderf, oftewel: er is eeuwige verkiezing en eeuwige verwerping. Ook dat zouden katholieken, lutheranen, anglicanen en evangelischen nooit zo zeggen. De Schrift kent een dergelijk eeuwig besluit van verwerping helemaal niet; het is een menselijk bedenksel.

Als dit bij uitstek de twee kenmerken van de echte calvinisten zijn, zou ik wel eens willen weten hoeveel (gepromoveerde) echte calvinistische theologen er nog in Nederland over zijn. Misschien nog ergens aan de uiterste rechterflank van de ‘gereformeerde gezindte’?

Angelsaksische theologen zouden iemands zuivere calvinisme gewoonlijk liever aan vijf andere kenmerken afmeten, en wel de vijf kenmerken die met de letters T, U, L, I en P beginnen, en daarom bekendstaan als TULIP (‘tulp’). Hier komen ze:

(1) Total Depravity, zeg maar: totale verdorvenheid. De natuurlijke mens is totaal verloren; hij/zij kan niets goeds doen in Gods ogen. Hij/zij kan nog wel dingen doen die ook in Gods ogen tijdelijke waarde hebben, maar ze hebben geen enkele betekenis als het om het eeuwig heil gaat.

(2) Unconditional Election, dat is: onvoorwaardelijke uitverkiezing. God heeft sommige mensen uitverkoren van vóór de grondlegging der wereld, en wel geheel op basis van zijn eigen soevereine keuze.

De Schrift kent een dergelijk eeuwig besluit van verwerping helemaal niet; het is een menselijk bedenksel.

(3) Limited Atonement, letterlijk: ‘beperkte verzoening’; dat is: Jezus heeft alleen de zonden van de gelovigen uitgeboet (waarbij er nog wel verschil van mening kan bestaan over de vraag of God het heil welmenend aanbiedt aan alle mensen of alleen aan de uitverkorenen).

(4) Irresistible Grace, dat is: onweerstaanbare genade. De mens heeft sinds de zondeval in moreel opzicht geen echte vrije wil meer, en kan zich dus alleen bekeren dankzij de onweerstaanbare genade van God.

(5) Perseverance of the Saints, dat is: de ‘volharding van de heiligen’, oftewel: eens gered, altijd gered (je kunt het heil, als je het eenmaal ontvangen hebt, niet meer verliezen).

Als je deze vijf punten niet aanvaardt, ben je niet gereformeerd. Maar als je ze wél aanvaardt, ben je dan automatisch gereformeerd? Dan heb ik een probleem, want in principe aanvaard ik ze ook alle vijf, terwijl ik mezelf toch niet gereformeerd noem vanwege mijn afwijzing van de eerdergenoemde twee punten. Ik ben een TULIP-christen met twee kanttekeningen:

(a) Gods soevereine verkiezing mag nooit uitgespeeld worden tegen de eigen verantwoordelijkheid van de mens, zodat de bekering inderdaad honderd procent het werk van Gods genade is, maar ook honderd procent een zaak van eigen menselijke verantwoordelijkheid.

Wat wij een gereformeerde of een calvinist noemen, zou nog net zo ‘lekker ruiken’ als wij hem of haar een heel andere naam zouden geven…

(b) Christus heeft op het kruis inderdaad alleen de zonden uitgeboet van allen die in Hem geloven of nog zúllen geloven, maar de Schrift zegt tegelijk dat Hij ‘voor allen’ gestorven is. Dat wil zeggen: Christus’ werk is zo groot dat het heil welmenend aan alle mensen kan worden aangeboden; in principe mogen alle mensen tot Christus komen. Maar je mag niet zeggen dat Christus de zonden van alle mensen heeft uitgeboet; dat mag je alleen zeggen van de gelovigen (of zo je wilt: alleen van de uitverkorenen).

Overigens denk ik dat vele TULIP-calvinisten het wel met deze twee kanttekeningen van mij eens zouden zijn, zonder dat daarmee iets wordt afgedaan van hun calvinisme. Maar dat betekent dan wel dat de Vijf Punten blijkbaar toch niet onderscheidend genoeg zijn. Wie een of meer van die Vijf Punten afwijst, is geen calvinist; maar wie alle Vijf Punten aanvaardt, is daarmee nog niet een calvinist; ik ten minste niet, want (a) ik geloof niet in die genoemde universaliteit van het verbondsbegrip (met zulke onbijbelse onderscheidingen als tussen ‘werkverbond’ en ‘genadeverbond’), en (b) ik geloof niet in de ‘dubbele predestinatie’. Met andere woorden: de calvinist moest naast de Vijf Punten er nóg twee aanhangen, en wel:

(6) General Covenantalism: een universele verbondsleer;

(7) Double Predestination, dubbele predestinatie.

Ik weet niet hoe je van die T, U, L, I, P, G en D een mooi nieuw woord kunt maken. Maar ach, wat doet dat ertoe. Sterker nog: wat kan het in onze tegenwoordige tijd nog schelen of je een echte, een halve of helemaal géén calvinist bent. What is in a name? horen we in Shakespeares Romeo en Julia. Het hele citaat is dit: What’s in a name? That which we call a rose by any other name would smell as sweet (‘Wat maakt de naam uit? Wat wij een roos noemen, zou, als hij anders zou heten, nog net zo lekker ruiken’). Wat wij een gereformeerde of een calvinist noemen, zou nog net zo ‘lekker ruiken’ als wij hem of haar een heel andere naam zouden geven…

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Reacties

L
Goed stuk. Verdient nadere studie. Ik bewonder het talent van br. Ouweneel om iets moeilijks toch eenvoudig uit te leggen. Meer van dit! Voor allen een gezegende zondag.
A
Grootste vraag is natuurlijk of God de vrije wil buitenspel zet, op het moment dat dat het geval zou zijn wordt het evangelie als 'goede boodschap' totaal irrelevant, dit is de stellige indruk die ik van veel Calvinisten krijg. - PS
M
Oké, dhr Ouweneel weer hartelijk bedankt voor deze bijdrage. Hopelijk zet het lezers aan het denken over de ‘waarheden’ die men hoort en gaan zij deze toetsen aan de Schriften.

Schrap ‘Tulip’ als (zinvol) theologisch leerstuk uit het christelijke denken. Het is weinig anders dan misleiding. Een mistgordijn wordt ermee opgetrokken, zodat niet-theologen Gods Woord nauwelijks meer kúnnen verstaan. Vooral het leerstuk van ‘beperkte verzoening’ is godslasterlijk. Om vervolgens maar helemaal te zwijgen over de leer van de ‘dubbele predestinatie’.

Toon meer reacties (4)

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Krijg nu volledige toegang tot CIP.nl!