Willem Ouweneel

Dagelijks leven

10 januari 2020 door Willem J. Ouweneel

Wat moeten we als christenen met Driekoningen?

Vier dagen geleden, op 6 januari, was het Driekoningen. Ik heb daaraan drie herinneringen. Ten eerste: met Driekoningen ging in mijn ouderlijk huis de kerstboom weer de deur uit (dat hing oorspronkelijk ongetwijfeld samen met de twaalf- of dertiennachtentijd, waarover ik de vorige keer schreef, ook al dachten mijn ouders daar natuurlijk niet aan). Ten tweede: als wij in mijn vroege jeugd op zondag mijn maternale grootouders in Arnhem bezochten, dan gingen wij met hen naar de ‘Vergadering’ in de Driekoningenstraat (waardoor ik al vroeg over deze naam begon te piekeren). En ten derde: als we met het USKO (Utrechts StudentenKoor en -Orkest) in de Kerstvakantie ergens een week repeteerden (bijv. de Mattheüs-Passion), dan zongen we op 6 januari steevast de zesde cantate uit Bachs Weihnachtsoratorium.

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Willem J. Ouweneel.

Word ook lid
Toen de westerse Kerk steeds meer de geboorte van Jezus op 25 december ging vieren, bleef voor 6 januari alleen het bezoek van de wijzen over.

Als degelijke protestant wist ik natuurlijk allang dat de wijzen uit het Oosten helemaal niet per se koningen waren, en ook dat het er niet per se drie waren. En voor de rest hadden we toch met Kerst al aan de wijzen uit het Oosten gedacht? 6 Januari ging dus geruisloos voorbij – totdat ik ontdekte dat die dag nog een ándere naam heeft: Epifanie, oftewel Openbaring (in kerktaal: Solemnitas Epiphaniae Domini, ‘Plechtig [feest] van de Openbaring [of Verschijning] van de Heer’). Dat klinkt wel even anders dan Driekoningen!

Bij Epifanie (de Oosters-orthodoxen spreken van Theofanie, ‘Verschijning van God’) gaat het om de eerste van drie feesttijden, die alle drie te maken hebben met Jezus’ jonge jaren:
(a) Bij Epifanie (6 januari) gaat het om de openbaring of verschijning van Christus in deze wereld, en wel als het vleesgeworden Woord (Joh. 1:14). Daarbij denkt men aan Jezus’ geboorte uit Maria en aan het bezoek van de wijzen uit het Oosten. Toen de westerse Kerk steeds meer de geboorte van Jezus op 25 december ging vieren, bleef voor 6 januari alleen het bezoek van de wijzen over.
(b) Op de zondag na Driekoningen, dat is dit jaar overmorgen, gedenken de Katholieke en de Anglicaanse Kerk de doop van Jezus in de Jordaan door Johannes de Doper (dat was natuurlijk niet een paar weken na Jezus geboorte – Hij ontving geen kinderdoop… – maar zo’n dertig jaar later). Vroeger vond de herdenking op een vaste datum plaats, namelijk op 13 januari.
(c) Met Maria-Lichtmis (altijd op 2 februari, d.i. precies op de veertigste dag na Kerst) herdenken traditionele kerken hoe Jezus werd opgedragen in de tempel, zoals dat met elk eerstgeboren joods jongetje gebeurde (Lev. 12; Luk. 2:22-38). De Joden spreken van pidjon habbèn, het ‘vrijkopen van de [eerstgeboren] zoon’, en wel door middel van een offer. In het Latijnse jargon spreekt men van de Purificatio Mariae, de ‘Reiniging van Maria’, dat wil zeggen de reiniging van de kraamvrouw door middel van een offer. (Er waren dus twéé offers, voor kind én moeder.) Het feest heet ‘lichtmis’ vanwege het gebruik om op deze dag de kaarsen die voor het hele jaar nodig zijn, te wijden en het Maria-altaar met veel kaarsen te verlichten. Ook dit gebruik lijkt een heidense oorsprong te hebben, net als zoveel andere christelijke feesten: rond 2 februari zijn we precies op de helft tussen de kortste dag en de lente-evening. Anders gezegd: vanaf Kerst beginnen de dagen weer te lengen en rond 21 maart zijn ze weer even lang als de nachten.

In die zin zou ik Epifanie zelfs een nog groter feest willen noemen dan Pasen; want was is een groter wonder: een dode die weer levend wordt, óf God die Mens wordt?

Halverwege mag dit toenemen van het daglicht wel gevierd worden met een lichtfeestje.
Terugkomend op Epifanie: het is een mooie gedachte om jaarlijks de ‘verschijning’ van de Zoon van God in menselijk vlees te herdenken. Bij het Kerstfeest bestaat het grote gevaar dat het te veel om het kindje in de kribbe, de herders en de schaapjes, de os en de ezel gaat (áls het daar om gaat, en niet om lekker eten en drinken). Dat zijn ook allemaal heel concrete zaken – veel concreter dan de ‘verschijning’ van het Woord in de wereld, gehuld in menselijk vlees. In die zin zou ik Epifanie zelfs een nog groter feest willen noemen dan Pasen; want was is een groter wonder: een dode die weer levend wordt, óf God die Mens wordt?

Het woord ‘Epifanie’ (openbaring, verschijning) heeft trouwens nog heel wat meer betekenissen dan de incarnatie (vleeswording) van het Woord. Zo leggen sommige tradities een verband met het bezoek van de wijzen uit het Oosten en verklaren dat als Christus’ ‘verschijning’ aan de heidenwereld. De herders die op bezoek kwamen, vertegenwoordigden het joodse volk, de wijzen vertegenwoordigden de heidenvolken. Oosters-orthodoxen leggen een verband tussen de term ‘Epifanie’ en Jezus’ doop in de Jordaan: bij die gelegenheid werd Jezus voor het eerst ‘openbaar’ aan de hele wereld. Hij trad voor het eerst in de publiciteit. Die Oosters-orthodoxen maken het sowieso ingewikkeld voor zover ze in de kerk nog steeds de Juliaanse kalender volgen: ze vieren op 6 januari pas Kerstfeest en op 19 januari pas Epifanie…

De vorige keer vertelde ik dat al vanuit de Keltische en Germaanse oudheid de gewoonte ontstond om tijdens de twaalf-/dertiennachtentijd zo min mogelijk werk te verrichten. Daardoor kreeg de eerste maandag na Epifanie (dit jaar dus 13 januari) de schone naam Plough Monday, ‘Ploegmaandag’, want met die dag begon het landbouwjaar. Soms werd (wordt?) daarbij zelfs van huis tot huis een ploeg rondgesleept met een hele optocht erachter: ‘Het werk gaat weer beginnen; we mogen weer!’ In sommige Belgische streken noemt men die maandag juist ‘Verloren (of Verzworen) Maandag’ (lundi perdu of lundi parjuré), omdat het de laatste dag is waarop er geen werk wordt verricht en er dus ook (nog steeds) geen loon is. Maar ja, die Vlamingen doen moeilijk, want in Aalst is ‘Verloren Maandag’ begin oktober, en in Sint-Truiden is ‘Verloren Maandag’ de maandag vóór Aswoensdag…. Ach, nou ja…

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Reacties

C
Een prachtige overdenking, hartelijk dank!
T
Een heel mooie overdenking! Wel zeer diepgaand. Ik zal hem nog eens voor een tweede keer goed doorlezen.

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Krijg volledige toegang tot CIP.nl. Start je gratis maand!