Dr. Raymond R. Hausoul
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

14 januari 2020 door Raymond R. Hausoul

Waarom ik niet geloof dat ieder mens voor eeuwig naar de hemel gaat

Thijs Amersfoort beschreef op CIP.nl het pijnpunt van het eeuwige oordeel. Samen met Gods omgang met Adam en Eva, de Kanaänieten en het lijden, is dit een thema dat moeilijk in relatie is te brengen met Gods liefde. In de kerkgeschiedenis hoopten christenen dat de hel tijdelijk was. God zou in zijn liefde de straf beperken. Hij zou uiteindelijk alle mensen redden en in zijn eeuwige koninkrijk opnemen.

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Jeffrey Schipper.

Word ook lid

Zelf deel ik de emoties die Thijs Amersfoort bij dit thema aanvoelt. Bestaat er werkelijk geen redding uit de helse smart? Blijft de hel voor eeuwig een open wond in de nieuwe schepping? Is het niet mogelijk dat zelfs de hardnekkigste mens zich laat louteren? Het zijn indringende vragen, maar net als Thijs Amersfoort, plaats ik dat wat ‘God in Zijn woord ons hierover leert’ boven deze vragen. Dat nodigt uit tot een open gesprek.

Hoe lang is eeuwig?
De sleutel die een uitkomst biedt in het gesprek over de eeuwig- of tijdelijkheid van het oordeel ligt, volgens Thijs Amersfoort, in de vertaling van het Hebreeuwse עוֹלָם/‘ôlām en het Griekse αἰώνιος/aiōnios. Er zijn, volgens hem, ‘woordenboeken uit de tijd van Jezus waarin dit woord beschreven staat’. Daaruit zou blijken dat de termen op een beperking in de tijd wijzen. Zover mijn kennis reikt, bestaan die woordenboeken echter niet. Wel schreven latere wetenschappers woordenboeken die ons hielpen om de termen ‘uit de tijd van Jezus’ te verklaren. Los er van dat ik de voorbeelden voor de stelling eeuwig=tijdbeperkt in de bijdrage van Thijs Amersfoort discutabel vindt, zijn er inderdaad alternatieven die aantonen dat eeuwig de betekenis tijdbeperkt kan hebben (bijv. 1 Kor. 10:11: ‘voor wie de tijd [αἰών/aiōn] ten einde loopt’).

Wil Thijs Amersfoort werkelijk vanuit zijn (niet nader onderbouwde) opmerking over de invloed van de Griekse filosofie beweren dat we in deze teksten en in teksten over Gods eeuwige regering nergens de noodzaak vinden ‘om “eindeloos” als betekenis te nemen’?

Dat de Hebreeuwse en Griekse woorden, die wij traditioneel met ‘eeuwig’ vertalen, allemaal op ‘eindigheid’ wijzen, gaat echter een brug te ver. Als het werkelijk waar is dat het idee van oneindigheid in het christendom pas opkwam ‘onder invloed van de Griekse filosofie en heidense denkbeelden over het hiernamaals’, roept dat talrijke vragen op. Dan betekent dit dat we ook het eeuwige leven van de rechtvaardigen als een tijdelijk gebeuren moeten opvatten. In Daniël 12:2 staat het ‘eeuwige leven’ immers naast de ‘eeuwige verachting en verafschuwing’: ‘Velen van hen die slapen in de aarde, in het stof, zullen ontwaken, sommigen om eeuwig te leven, anderen om voor eeuwig te worden veracht en verafschuwd’. Ook Jezus gebruikt voor beiden dezelfde term: ‘Hun staat een eeuwige bestraffing te wachten, de rechtvaardigen daarentegen het eeuwige leven’ (Mt25:46). Wil Thijs Amersfoort werkelijk vanuit zijn (niet nader onderbouwde) opmerking over de invloed van de Griekse filosofie beweren dat we in deze teksten en in teksten over Gods eeuwige regering nergens de noodzaak vinden ‘om “eindeloos” als betekenis te nemen’?

Deze overwegingen vormen eveneens een uitdaging als we uitdrukkingen als ‘van eeuwigheid tot eeuwigheid’ (αἰῶνας αἰώνων/aiōnas aiōnōn of αἰῶνας τῶν αἰώνων/aiōnas tōn aiōnōn) zowel tegenkomen bij het oordeel (Op. 14:11; 19:3; 20:10) als bij de regering van de Messias (Op. 5:13; 11:15; 22:5). De vertaling ‘eeuwige eeuwen’ in de betekenis van ‘alle eeuwen’ of ‘alle tijdperken’ ligt hier voor de hand. Bij de regering van de Messias in zijn ‘eeuwige koninkrijk’ (2 Petr. 1:11) vervalt hopelijk de bewering eeuwig=tijdbeperkt.

Die rechtvaardiging is echter in Romeinen 1–5 talrijke keren met de voorwaarde van het geloof verbonden.

Redt God alle mensen?
Een ander argument dat Thijs Amersfoort gebruikt, gaat over de toepassing van ‘allen’. Ondanks zijn pogingen om te stellen dat dit ‘allen’ aantoont dat God alle mensen zal redden, ben ik niet overtuigd van zijn gelijk. Paulus verduidelijkt in zijn Romeinenbrief dat alle mensen schuldig staan voor God. Dat geldt niet alleen voor de volken (Rom. 1:18–2:16), maar ook voor de Israëlieten (2:17–3:8). De apostel toont dat vanuit het Oude Testament (4:1–25) en concludeert vanuit het beeld van de eerste en laatste Adam dat Jezus Christus de Redder van alle mensen is (5:1–21). ‘Zoals door de ongehoorzaamheid van één mens alle mensen zondaars werden, zo zullen door de gehoorzaamheid van één mens alle mensen rechtvaardigen worden’ (Rom. 5:19). Zoals Adam als stamhoofd de weg opent voor de veroordeling, opent Christus als laatste Adam de weg voor de rechtvaardiging. In beide gevallen strekken de gevolgen van wat er gebeurd is zich uit tot alle mensen; er is niemand uitgesloten (Rom. 5:18). Die rechtvaardiging is echter in Romeinen 1–5 talrijke keren met de voorwaarde van het geloof verbonden. Het gaat dus niet om een ‘allen zonder voorwaarde’, maar om een ‘allen zonder onderscheid’. De morele positie van de Jood voor God is gelijk aan die van de heiden.

Diezelfde aandacht voor de context geldt ook voor andere teksten die Thijs Amersfoort noemt. Laat ik Kolosse 1:20 nog als voorbeeld nemen: ‘en door hem en voor hem alles met zich willen verzoenen, alles op aarde en alles in de hemel, door vrede te brengen met zijn bloed aan het kruis’. Door Christus is alles geschapen (Kol. 1:15) en door Christus zal God alles verzoenen (1:20). De schepping en verzoening is er slechts door één Persoon. Die verhevenheid van Christus plaatst de apostel centraal in zijn schrijven aan Kolosse.

Er is hoop en toekomst voor de schepping als geheel. Tegelijk betekent dat niet dat iedereen deze redding accepteert.

God biedt alle mensen een Persoon aan tot redding. Door het werk van Christus is er verlossing mogelijk voor iedereen. Er is hoop en toekomst voor de schepping als geheel. Tegelijk betekent dat niet dat iedereen deze redding accepteert. Een mens kan het aanbod van God afwijzen. Over die verantwoordelijkheid van de mens spreekt de apostel meteen in het volgende gedeelte (vgl. Kol. 1:23). Het is slordig als we die context negeren. Een gezonde thematische benadering van bijbelse onderwerpen houdt rekening met de hele context. Bijbeluitleg en theologische doordenking zijn geen plak-en-knip-werk. Je loopt anders gevaar Bijbelteksten te laten buikspreken. Discussies over bijbelteksten zijn mogelijk, maar die dienen vanuit een zorgvuldige uitleg te gebeuren. Ook vanuit deze benadering kan ik afsluiten met de woorden: ‘zo doen we recht aan Gods liefde én Zijn rechtvaardigheid, wat een heerlijk evangelie!’

Dr. Raymond R. Hausoul is als wetenschappelijk onderzoeker in de systematische en bijbelse theologie verbonden met de Evangelische Theologische Faculteit te Leuven, België. Correspondentie via: raymond.hausoul@etf.edu

Thijs Amersfoort legde gisteren op CIP.nl uit waarom hij niet gelooft dat mensen zonder Jezus voor eeuwig verloren gaan. Lees: Waarom ik niet geloof dat ongelovigen voor eeuwig verloren gaan.

Bestaat de hel? Wat leert de Bijbel over de hel? Is de hel wel te rijmen met hoe God zich in Jezus aan ons openbaart als een God van liefde, barmhartigheid en verzoening? Is een eeuwige straf voor tijdelijk kwaad begaan door beperkte mensen wel proportioneel? Deze vragen komen binnenkort aan de orde op een studiedag over de hel aan de Theologische Universiteit in Kampen.

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Hel
- Zes redenen waarom de hel niet echt kan zijn
- Waarom ik niet geloof dat ongelovigen voor eeuwig verloren gaan
- Zes redenen waarom de hel echt is
- Waarom dominee Den Butter niet zwijgt over hemel én hel
- Een betere manier om te praten over de hel
Meer over Hel »

Reacties

Het essentiële punt is dat God de mens een vrije wil heeft gegeven, waarmee hij of zij kan kiezen voor of tegen God, voor het goede of het kwade, voor het leven of de dood. God heeft de mens geschapen om in eeuwigheid met die mens een liefdesrelatie te hebben. Daarvoor is vrijwilligheid nodig. God laat aan de mens de keuze. God wil Zich niet opdringen. Hij wil alleen die mensen die Hem van ganser hart liefhebben. Het is daarom heel opmerkelijk dat de alverzoeningsleeraanhangers zich in allerlei bochten wringen om de vrije wil te ontkennen.
L
Nergens leert de Bijbel dat de mens zoiets als een vrije wil heeft. Inderdaad, mensen maken keuzes, maar dat doen ze op basis van omstandigheden en hun omgeving, verleden etc. Wie stuurt die omstandigheden, wie stuurt de geschiedenis? God heeft een plan met de wereld en stuurt haar op de weg overeenkomstig dat plan.
Toon meer antwoorden (15)
Toon meer reacties (20)

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen