Willem Ouweneel

God

20 september 2019 door Willem J. Ouweneel

Was de verloren zoon een boef!?

Hoed je voor meneer X die beweert dat we de Bijbel op een bepaald punt 2000 jaar lang verkeerd gelezen hebben, en dat hij, meneer X, het goed ziet. De kans dat meneer X gelijk heeft, lijkt me 1 op de miljoen. Zo was er onlangs een dominee op CIP.nl die, in tegenstelling tot ‘heel veel dominees’ (zei hij), de gelijkenis van de verloren zoon correct uitlegde. Hij beweerde dat de verloren zoon helemaal geen spijt had, en dat hij alleen maar terugging naar zijn vader omdat hij een lege maag had. De man was gewoon een boef, en hij blééf een boef, zelfs in de armen van de vader. En dát is dan volgens die dominee genade – dat die vader zo’n jongen tóch aanneemt.

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Willem J. Ouweneel.

Word ook lid

Nu heeft de dominee het desbetreffende stukje niet zelf geschreven; als ik het goed zie, gaat het om een interview. Maar hij zal het stukje toch wel hebben mogen nalezen, dus ik houd hem wel verantwoordelijk voor wat er staat.

U hebt helemaal vergeten dat de Vader in de hemel wel ‘boeven’ aanneemt, maar alleen berouwvolle boeven.

Welnu dan, sorry, dominee, maar dan hebben de kerkvaders, de reformatoren en de klassieke bijbeluitleggers de gelijkenis mijns inziens heel wat beter begrepen; maar volgens u zijn wij zelfs ‘slachtoffers’ van al deze uitleggers. U hebt helemaal vergeten dat de Vader in de hemel wel ‘boeven’ aanneemt, maar alleen berouwvolle boeven. Het eerste wat Jezus predikte, was: ‘Bekeert u’, oftewel: ‘Hebt berouw’ (Matt. 4:17). En steeds klinkt de boodschap: Als jullie je niet bekeren (of: geen berouw hebben), gaan jullie verloren (om bij Lukas te blijven: zie 3:3,8; 5:32; 10:13; 11:32; 13:3,5 enz.). De verloren zoon moest zich eerst bekeren voordat hij door de Vader kon worden aangenomen. En dat dat inderdaad gebeurde, zien we in de woorden: ‘Toen kwam hij tot zichzelf’ (Luk. 15:17), dat wil zeggen hij zag zijn zondige toestand in, en nam zich voor dit aan zijn vader te belijden (vs18), en deed dat ook (vs21). Hij deed dat niet omdat hij honger had, zoals de dominee beweert, maar omdat hij tot zichzelf gekomen was (al had zijn honger daarin ongetwijfeld een rol gespeeld).

De gelijkenis van de verloren zoon is de derde in een rijtje van drie; de eerste twee eindigen allebei met de woorden: ‘Er is blijdschap in de hemel over één zondaar die zich bekeert’ (vs7 en 10). Dat is ook het punt van de derde gelijkenis: de jongste zoon bekeerde zich wel, en de oudste zoon bekeerde zich niet (ondanks alle begrip van de dominee voor deze huichelachtige, eigengerechtige oudste zoon).

Het hele verschil is dat de farizeeër zich laat voorstaan op zijn goede werken (net als de oudste zoon in de gelijkenis), terwijl de tollenaar in wezen hetzelfde zegt als de verloren zoon: ‘O God, wees mij, zondaar, genadig.’

We moeten ook goed bedenken tot welk publiek de Here Jezus Zich hier richt. Volgens vers 1 en 2 staan daar vóór Hem enerzijds de ‘tollenaars en zondaars’ en anderzijds de ‘farizeeën en schriftgeleerden’. Vele uitleggers hebben erop gewezen dat de tollenaars en zondaars duidelijk voorgesteld worden in de jongste zoon, en de farizeeën en schriftgeleerden in de oudste zoon. Waarom worden de tollenaars en zondaars door God aangenomen en de farizeeën en schriftgeleerden niet? Dat is niet omdat God ‘zo genadig’ is, want waarom zou Hij anders niet ook de farizeeën en schriftgeleerden hebben aangenomen? Die hadden het heil toch net zo goed nodig? Het is ook niet omdat God een voorkeur zou hebben voor ‘boeven’. Nee, het hele verschil zit ’m in één ding: sommige tollenaars en zondaars hadden berouw over hun zonden, en de meeste farizeeën en schriftgeleerden niet.

Dit wordt nog duidelijker in de gelijkenis van de farizeeër en de tollenaar in Lukas 18, die dezelfde boodschap verkondigt. De farizeeër wordt niet afgewezen omdat hij een farizeeër is, en de tollenaar wordt niet aangenomen omdat hij een tollenaar is. Het hele verschil is dat de farizeeër zich laat voorstaan op zijn goede werken (net als de oudste zoon in de gelijkenis), terwijl de tollenaar in wezen hetzelfde zegt als de verloren zoon: ‘O God, wees mij, zondaar, genadig.’ Christus zegt samenvattend al in Lukas 5:32: ‘Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars tot bekering.’ Die (zogenaamde) rechtvaardigen zijn het gros van de farizeeën en schriftgeleerden, die zondaars die zich bekeren zijn (het berouwvolle deel van) de tollenaars en zondaars. Niet je voorgaande leven is bepalend – of je braaf of een boef geweest bent – maar of je berouw hebt.

Het is een valse voorstelling van zaken die de dominee geeft dat de Vader zondaars zou aannemen van wie Hij weet dat zij helemaal geen berouw hebben.

God neemt zondaars aan omdat Hij rijk aan genade is. Zeker. Maar Hij neemt niet alle zondaars aan; Hij neemt slechts berouwvolle zondaars aan. Daarom riep Petrus de mensen op: ‘Hebt dan berouw en bekeert u’ (Hand. 3:19). Paulus verkondigde hetzelfde (26:20). Het is een valse voorstelling van zaken die de dominee geeft dat de Vader zondaars zou aannemen van wie Hij weet dat zij helemaal geen berouw hebben en alleen maar huichelen (zoals in het geval van de verloren zoon).

Sommigen werpen tegen: Maar een mens kán zichzelf helemaal niet bekeren! In zekere zin is dat waar; bekering gaat niet buiten het werk van de Heilige Geest om. Maar dat is hier het punt niet. De zaak wordt hier bezien vanuit de verantwoordelijkheid van de zondaar. Het punt is dat God alleen berouwvolle zondaars aanneemt, en geen huichelachtige zondaars, of mensen die zichzelf zo goed vinden, of wat dan ook. Daarom moet ik zeggen dat de dominee een heel vals beeld van Gods genade geeft. Gods genade is beschikbaar voor iedereen: maar zonder berouw (als is het maar nóg zo’n klein beetje) kan die genade niemands deel worden.

‘Je hoeft alleen maar in Jezus te geloven,’ roepen sommigen. Maar welke Jezus? De Wijsheidsleraar? Of de Verlosser? En als je in Jezus de Verlosser gelooft, zul je toch eerst moeten beseffen waarvan je verlost moet worden? En als je zo graag ervan verlost wilt worden, zul je toch eerst berouw over die zonden moeten hebben?

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Reacties

B
Wat fijn Willem dat je zo,n heldere uitleg geeft.

Ga zo door
REAGEER
Mooie uitleg, maar jammer dat Willem er een goed/vals tegenstelling van maakt. Had Zacheüs nou berouw toen ie in de boom zat of toen de Heer in zijn huis kwam? In het gewraakte stuk ging het er niet om of er al dan niet berouw bij bekering hoort, maar om het moment van berouw. Voor mezelf sprekend had ik pas echt berouw toen de Heer mij Genade bewees, m.a.w. toen Hij mij omhelsde. Maar bij Willem zal dat moment vóór die "omhelzing" geweest zijn. Is het dan een kwestie van goed of vals?
A
Willem heeft helemaal gelijk, Marijn. De dominee gaf inderdaad een vals beeld van God. Lees jij ook Lucas 15 nog maar eens en maak niet je eigen ervaring tot Gods openbaring!
Toon meer antwoorden (1)
Toon meer reacties (5)

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Vakanties
Hier adverteren?
New Faith Network
NFN Originals Films
bekijk alle originals

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher Spotify