Willem Ouweneel

God

21 december 2018 door Willem J. Ouweneel

Kun je zonder goede werken behouden worden?

Een van de redactieleden van CIP reikte dit idee aan voor een column: ‘De meeste christenen die ik spreek zien het zo: het geloof bepaalt of je de eeuwigheid in de hemel doorbrengt, en je daden hoe je de eeuwigheid daar doorbrengt. (En hoe maakt dan niet zoveel uit, want de hemel is de hemel, het zal ongetwijfeld wel goed zijn daar – dus je hoeft niet zo radicaal te leven). Maar ik begin daaraan te twijfelen, omdat Jezus best wel duidelijk is over “lauwheid” of “het niet doen van de wil van de Vader”. Vandaar dat een column hierover mooi zou zijn.’

De vraagsteller heeft gelijk! Door de Reformatie is de nadruk eenzijdig op een bepaalde vorm van geloof komen te liggen: ‘Als je gelooft dat de Here Jezus voor de zonden gestorven is, dan ben je voor eeuwig behouden’; denk bijvoorbeeld maar aan Johannes 3:16; Handelingen 16:31; Romeinen 3:22-26. Dat is waar. Maar met losse bijbelteksten kun je gemakkelijk eenzijdig worden; je moet het hele bijbelse getuigenis in aanmerking nemen. Het is waar dat een mens gerechtvaardigd wordt door geloof alleen – maar dan moet dat wel een echt (levend, vruchtdragend) geloof zijn. Oftewel: geloof zonder werken is een dood geloof, en dus nutteloos (Jak. 2:14-26). Ik heb dit in mijn boek Het heil van God uitvoerig uitgewerkt; ik kan in dit kort bestek slechts wijzen op enkele opvallende punten:

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Willem J. Ouweneel.

Word ook lid
Echte ‘godsdienst’ is: ‘wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking’ en ‘jezelf onbesmet van de wereld bewaren’

(1) Bijbelpassages over ware godsdienst hebben het niet over het geloof, maar over de werken: je ‘redelijke godsdienst’ is je lichaam (alles wat je hebt en bent) stellen tot een levende offerande aan God (Rom. 12:1). Echte ‘godsdienst’ is: ‘wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking’ en ‘jezelf onbesmet van de wereld bewaren’ (Jak. 1:27). Natuurlijk kan dit niet zonder wedergeboorte en de kracht van de Heilige Geest; maar de nadruk ligt hier op de eigen verantwoordelijkheid van de gelovige.

(2) Het ‘ingaan’ in het koninkrijk der hemelen wordt niet (primair) verbonden met een simpele daad van geloof, maar met werken: (a) je (praktische!) ‘gerechtigheid’ moet groter zijn dan die van de huichelaars (Matt. 5:20), (b) het moet in jouw leven om de wil van je hemelse Vader gaan (7:21), (c) je moet worden als een kind (eenvoudig, nederig; 18:3), (d) wat je hebt en bent, moet je ter beschikking stellen van het koninkrijk Gods (19:23-24), (e) je moet de geestelijke strijd voeren om in te gaan (Luk. 13:24; vgl. 16:16), (f) je moet standhouden in de verdrukkingen (Hand. 14:22). Ook dit kan allemaal niet zonder wedergeboorte en de Heilige Geest; maar de nadruk ligt opnieuw op de eigen verantwoordelijkheid van de gelovige.

(3) In beschrijvingen van het oordeel voor de rechterstoel van God c.q. van Christus gaat het nooit puur om (on)geloof, maar om de werken: (a) het oordeel over de volken (Matt. 25:31-46), (b) specifiek de beoordeling van de (echte en schijn-)gelovigen voor de rechterstoel: ‘hoe ieders werk is, zal het vuur beproeven’ (1 Kor. 3:13-15); (c) het oordeel over alle mensen: ‘wij allen moeten geopenbaard worden voor de rechterstoel van Christus, opdat ieder ontvangt wat in het lichaam is gedaan, naar dat hij heeft bedreven, hetzij goed hetzij kwaad’ (2 Kor. 5:10); (d) het oordeel voor de grote, witte troon: ‘de doden werden geoordeeld (…) naar hun werken’ (Openb. 20:12; vgl. 2:23).

(4) Te vaak is eenzijdig benadrukt dat ware wedergeborenen niet verloren kunnen gaan (wat ik trouwens ook geloof). De andere kant is te weinig benadrukt: (naam-)christenen met een onvruchtbaar (dus onecht) geloof gaan verloren:

Er is toch geen afval der heiligen? dan antwoorden we: Nee, maar er is wel een afval der ónheiligen.

(a) ‘Velen zullen in die dag tot Mij zeggen: “Heer, Heer, hebben wij niet door uw naam geprofeteerd en door uw naam demonen uitgedreven en door uw naam vele krachten gedaan?” En dan zal Ik openlijk tot hen zeggen: “Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, werkers van de wetteloosheid!”’ (Matt. 7:22-23). ‘Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de landman. Elke rank in Mij die geen vrucht draagt, neemt Hij weg; en elke rank die vrucht draagt, die reinigt Hij, opdat zij meer vrucht draagt. (…) Als iemand niet in Mij blijft, wordt hij buitengeworpen als de rank en verdort; en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur en zij verbranden’ (Joh. 15:1,2,6).

(b) ‘… als u blijft in het geloof, gegrond en vast, en zich niet laat afbrengen van de hoop van het evangelie dat u gehoord hebt, dat gepredikt is in de hele schepping die onder de hemel is’ (Kol. 1:23). ‘Kijkt u uit, broeders, dat niet misschien in iemand van u een boos, ongelovig hart is, om af te vallen van de levende God’ (Hebr. 3:12); ‘alle gemeenten zullen weten dat Ik het ben die nieren en harten doorzoek, en Ik zal u geven ieder naar uw werken’ (Openb. 2:23); ‘omdat u lauw bent en niet heet of koud, zal Ik u uit mijn mond spuwen’ (3:16).

Ik denk aan het voorbeeld van Zacharias en Elizabeth: ‘Zij waren beiden rechtvaardig voor God, wandelend in alle geboden en inzettingen van de Heer, onberispelijk’ (Luk. 1:6). Nogmaals, dit kan niet zonder wedergeboorte en de kracht van de Heilige Geest (óók bij deze gelovigen van vóór Pasen en Pinksteren); maar de nadruk ligt ook hier op de eigen verantwoordelijkheid.

De wankelmoedigen in het geloof bemoedigen wij bijvoorbeeld met Johannes 10:28, ‘niemand zal [mijn schapen] rukken uit mijn hand’ (Joh. 10:28). Maar tegen hen die belijden christenen te zijn maar de weg van de zonde bewandelen, zeggen we: Pas op, de weg waarop je je bevindt, eindigt in het eeuwig verderf. Zegt die ander dan: Er is toch geen afval der heiligen? dan antwoorden we: Nee, maar er is wel een afval der ónheiligen.

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Reacties

Het valt moeilijk om de door mij zeer gerespecteerde heer Ouweneel op een onzorgvuldigheid te moeten wijzen. Ik neem daarbij het hele Bijbelse getuigenis in aanmerking. Onder punt 2 spreekt hij over het 'ingaan' in het "koninkrijk der hemelen" die niet mag worden gezien als de plaats van eeuwig verblijf in de hemel. Mattheus toont in zijn evangelie, dit een koninkrijk is op

de aarde met andere principes dan het koninkrijk in de hemel. Het gaat over het Messiaanse vrederijk, wat in Daniel 7:13/18 wordt aangekondigd als een eeuwigheid,
der eeuwigheden waar men een periode uit mag verstaan van 10 eeuwen, zoals ons openbaringen verteld. Uit dit koninkrijk kan men worden uitgeworpen. zie: Mattheus 8:12 + 22:13 + 25:30 terwijl de Here Jezus met het oog op de behoudenis ons laat weten in Joh. 6:37 "Wie tot Mij komt, zal Ik geenzins uitwerpen" Zo zijn er vele verschillende principes te ontdekken die voorzich spreken.
Toon meer antwoorden (3)
Toon meer reacties (3)

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Vakanties
Hier adverteren?
New Faith Network
NFN Originals Films
bekijk alle originals

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher Spotify