Dirk van Genderen
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

17 mei 2022 door Dirk van Genderen

14 redenen waarom mensen hun kerk hebben verlaten

Omdat ik regelmatig hoorde dat sommige lezers van de Nieuwsbrief niet (meer) zijn aangesloten bij een kerkelijke gemeente, vroeg ik hun via een oproep alweer een tijd geleden met mij te delen waarom ze niet meer naar de kerk gaan. Er kwamen tientallen reacties binnen. Alsnog hartelijk dank daarvoor. Ik wil u laten delen in een aantal van deze verhalen, en plaats de reacties anoniem. Om de mensen die hebben gereageerd, te beschermen.

Deze reacties dateren nog van voor de coronatijd. Ook de afgelopen paar jaar zijn mensen de verbinding met de kerk kwijtgeraakt. Ik hoor soms van gemeenten waar nu meer mensen in de diensten komen dan voor corona, maar in veel kerken en gemeenten worden nog mensen gemist.

U leest hier 14 van de 30 reacties die ik ontving. Wellicht komt er binnenkort nog een vervolg op dit artikel. Met meer conclusies en ook adviezen.

1. ‘Zeven jaar zijn er gesprekken geweest met de leiding van de gemeente. De leiders gingen een eigen koers, volgens hen zoals God hun had duidelijk gemaakt. Maar die koers was niet overeenkomstig de Bijbel. Toen heb ik de gemeente verlaten.’

'We hadden het financieel niet breed en waren niet in staat onze tienden af te dragen. Een evangelist sprak een vloek over ons leven uit.'

2. ‘Ik was eerst lid van de PKN, maar ging daarna naar een Volle Evangelie gemeente. Er was echter een probleem. Ik had met zieken en met geestelijk gebonden mensen gebeden. Dat werd als zondig en on-Bijbels beoordeeld, omdat ik niet in ‘nieuwe tongen’ sprak. Toch verhoorde de Heere mijn gebeden, er volgde genezing en bevrijding.
Mijn vrouw ging mee naar de Volle Evangelie gemeente. Er werd gevraagd of ze wederom geboren was. Dat was ze. En of ze in tongen sprak. Nee, dat deed ze niet. De reactie was dat ze dan ook niet wederom geboren kon zijn.
Mijn echtgenote ging zwaar gedesillusioneerd weg en is nooit meer naar de kerk gegaan. We hadden het financieel niet breed en waren niet in staat onze tienden af te dragen. Een evangelist sprak een vloek over ons leven uit. Dat was voor ons de reden om de kerk te verlaten.’

3. ‘Als pastoraal medewerker zie ik bijvoorbeeld dat jonge gezinnen met multiproblematieken het moeilijk vinden om doordeweeks hun geloof te beleven en te belijden. Soms ligt de oorzaak in nare ervaringen uit het verleden. Sommigen hebben ook geen behoefte om deel uit te maken van een gemeente, maar ik wil ze op grond van Hebreeën 10:25 daar wel toe aansporen.’

4. ‘Wij zijn een ouder echtpaar van 80 jaar. Wij zijn onze gemeente uitgestuurd door een predikant die niet wilde dat wij elke week ons ongenoegen uitten over de vele anderstalige liederen in de dienst. Gelukkig zijn we een aantal maanden van het jaar in Spanje. In een kerk daar vinden we geestelijk voedsel.’

'Nu worden ook mensen met een homoseksuele relatie toegelaten in het ambt, wat haaks staat op wat de Bijbel zegt. In de kerk wordt ook te weinig over de eindtijd gesproken.'

5. ‘Ik voel me helaas een vreemde in de kerk. De vorige predikant is weggegaan/weggestuurd. Nu worden ook mensen met een homoseksuele relatie toegelaten in het ambt, wat haaks staat op wat de Bijbel zegt. Mijn kinderen gaan helaas ook niet meer naar de kerk. In de kerk wordt ook te weinig over de eindtijd gesproken. Ik ben best vaak depressief en ik hoop snel nog eens een fijne gemeente te vinden.’

6. ‘Vanuit het buitenland zijn wij een jaar geleden naar Nederland gekomen vanwege mijn werk. We voelden ons bij de ene gemeente waar we eerst heen gingen, niet thuis, omdat die er geen moeite mee heeft als een gelovige met een ongelovige trouwt. Een andere gemeente vertoonde juist weer sektarische trekken. We mogen daar alleen mee het brood breken met andere gelovigen die op een bepaalde adressenlijst staan. Nu houden mijn vrouw en ik samen diensten, in ons huis, nadat we hier vrijmoedigheid in vonden.’

7. ‘Ik weet dat God wil dat we samenkomen, maar soms kunnen mensen je erg verwonden. Ik was 19 – 25 jaar terug – en kwam tot geloof in de Heere Jezus en liet mij dopen in een jongerenkerk. Zag toen enge dingen, mensen die een sissend geluid maakten en kronkelden over de grond. Iemand sneed voor mijn gezicht z’n pols door, mensen gingen overgeven, ‘vielen in de geest’, allemaal onder de naam van de zogenaamde Toronto Blessing. Er werd gevraagd of we bereid waren te sterven voor de leider. Toen ik vragen ging stellen, kreeg ik te horen dat ik naar de hel zou gaan. Het bleek een sekte te zijn.
Ik ben weggegaan na vijf jaar. Ik moest leren dat God niet het instituut kerk was, maar mijn hemelse Vader. Het kostte jaren tijd om dat weer te leren. Ik wilde wel naar een andere kerk, maar als ze hoorden dat ik uit die sekte kwam, werd ik weggestuurd.

Ik ben jaren niet meer naar de kerk geweest. Nadat ik was verhuisd, heb ik me aangesloten bij een kleine gemeente. Daar kreeg men onderling ruzie, men kreeg allerlei ‘beelden’. Uiteindelijk is die kerk opgeheven.
Daarna heb ik nog gezocht naar een andere kerk. De ene staat niet achter Israel, in een ander wordt niet over de eindtijd gesproken. Ik ben nu lid van een onlinekerk. Ik luister elke dag en leer er veel van.
De ‘kerk’ heeft mij en mijn gezin in de loop van de jaren enorm beschadigd. Mijn zoon wil niets meer met het geloof te maken hebben. Mijn man wil nooit meer naar de kerk. Alleen mijn dochter luistert nog met mij mee.’

'De ‘kerk’ heeft mij en mijn gezin in de loop van de jaren enorm beschadigd. Mijn zoon wil niets meer met het geloof te maken hebben.'

8. ‘Mijn voornaamste reden om niet meer naar de kerk te gaan, is: als kind en als volwassene stond ik buiten de groep, want ik was anders: bang, stil, introvert. Dat is nog steeds zo.
Ik ben wel jaren in een evangelische gemeente geweest. Maar toen de voorganger ging manipuleren en er liefdeloosheid in de gemeente kwam, ben ik vertrokken. Ik houd van de Heere en ben arbeidsongeschikt. Ik ben wel genezen van veel kwalen. Ik ben gelukkig getrouwd, met een ongelovige vrouw. Ik de kerk voel ik me kwetsbaar, verdrietig, alleen. Ik luister wel dagelijks preken en mag een kind van de Heere God zijn.’

9. ‘In mijn woonplaats is alleen een Rooms-Katholieke Kerk en een PKN-gemeente, die het Woord niet meer als onfeilbaar beschouwt. Enkele tientallen jaren ging ik naar een gemeente 20 kilometer verderop. Ik heb gedurende mijn 70 jaar veel scheuringen en ruzies in de kerk meegemaakt. Na de laatste keer heb ik besloten thuis te blijven.
Er zijn evenwel geweldige gelovigen in mijn woonplaats en één keer per maand komen we samen in een mooie dienst.’

10. ‘Ik ga niet meer naar de kerk vanwege een gerechtelijk verleden. Ik zat enkele jaren in de gevangenis en heb daar mezelf teruggevonden dankzij Jezus en hulp van begeleiders. Ik ging naar een gemeente, totdat ze te weten kwamen wat ik had gedaan. Ik speelde in het muziekteam, maar dat mocht niet meer. God vergeeft, maar sommige christenen kunnen dat niet. Al een aantal jaar ga ik niet meer naar de kerk. Ik riskeer dat niet meer. Mijn vrouw is niet gelovig. Dat is jammer. Het is moeilijk zonder medegelovigen.’

'Ik heb gedurende mijn 70 jaar veel scheuringen en ruzies in de kerk meegemaakt. Na de laatste keer heb ik besloten thuis te blijven.'

11. ‘Met veel verdriet heb ik tien jaar geleden de kerk verlaten. Ik heb het nog zo lang mogelijk volgehouden, want de Bijbel spreekt toch over ‘Zijn bruid als de gemeente van Christus’. Ook moeten we onze onderlinge bijeenkomsten niet laten, maar ik had geen andere keus meer. Vanwege manipulatie in de kerk, liefdeloosheid, geroddel, mensen die overspel plegen, keiharde praisemuziek. En ik miste de vaste spijze in de prediking.

De druppel was mijn echtscheiding. Elke week zat ik te huilen in de kerk, maar niemand zei iets, deed iets. Een jaar ben ik ook niet aan het avondmaal geweest. Toen, na veel strijd, weer wel. Maar toen er na afloop hand in hand een lied werd gezongen, knapte er iets in mij. Uit zelfbescherming ben ik toen niet meer gegaan. Behoefte om naar een andere kerk te gaan, had ik niet.

In mijn hart heb ik de weg van vergeving gekozen, anders was ik verbitterd geraakt. Ik ben mijn geloof blijven delen met anderen, binnen en buiten de kerken. Mijn persoonlijke geloof is verdiept. Geestelijk voedsel haal ik uit de Bijbel, door veel te bidden en bij Family7. Met een andere zuster ben ik een bidstond begonnen. Zij ontvangt ook niet de vaste spijze in haar kerk. We veroordelen niemand, we brengen beide kerken voor Gods genadetroon en vragen om een uitstorting van de Heilige Geest.’

12. ‘Toen ik verhuisd was, sloot ik me aan bij de kerk waar ik als kind was gedoopt. Ik werd gevraagd voor ouderling, wat ik met enige aarzeling heb gedaan. Op de kerkenraadsvergaderingen was de sfeer vaak gespannen, de dominee deed alsof alleen hij alles wist. Toen hij in een preek zei dat er aan Jezus geen Goddelijke eigenschappen konden worden toegedicht, heb ik hem na de dienst geen hand gegeven. De meeste andere ouderlingen maakten er geen groot punt van.

'Vanwege manipulatie in de kerk, liefdeloosheid, geroddel, mensen die overspel plegen, keiharde praisemuziek.'

Ook de houding ten aanzien van Israël veranderde. Er werd niet meer voor Israël gebeden. Ik heb mijn tijd als ouderling volgemaakt, maar heb me toen laten uitschrijven. Ik wil me ook niet bij een andere gemeente meer aansluiten en ben nu lid van de ‘Gemeente van Jezus Christus’. Ik mag door genade een kind van God zijn. Ik neem wel zoveel mogelijk geestelijk voedsel tot me in Bijbelstudiegroepen en door christelijke bladen. Mijn geloof en vertrouwen in God steek ik niet onder stoelen en banken.’

13. ‘Spijtig genoeg heb ik me uit de samenkomsten moeten terugtrekken vanwege hoe men met elkaar omging. Zaken werden ‘afgehandeld’, mensen werden uitgesloten, geweigerd als zuurdesem dat moest worden uitgezuiverd. Er was een rangorde van belangrijkheid binnen de gemeente. Meningen werden corrupt doorgevoerd als zijnde de waarheid. Dat waren voor mij allemaal redenen om niet meer vrijmoedig naar de diensten te kunnen gaan en de dood van de Heere te gedenken. Aan de buitenkant leek het mooi, maar ondertussen was er sprake van elkaar onderhuids bijten en vereten.’

14. ‘Er was veel roddel in de gemeente, mensverering, een nare sfeer. Ik moest er wel eens om huilen. Ik miste warmte, bewogenheid, saamhorigheid. Nadat ik het geloof een poos had losgelaten, kwam ik tot geloof in een bruisende gemeente, waar mijn man en ik beide werden gedoopt. Helaas was er in die gemeente sprake van manipulatie en onderdrukking. De Heere God maakte me duidelijk dat ik die gemeente moest verlaten.
Ik had veel respect voor de voorganger, maar de oudsten stelden hem onder gezag van een derde, waarna hij eruit werd gegooid. We zijn toen weggegaan. Gelukkig heb ik gehoord dat er verzoening heeft plaatsgevonden tussen die oudsten en de voorganger. Als de Heere mij de weg wijst naar een andere gemeente, is het goed, maar het hoeft voor mij niet zo nodig meer.’

Tot zover deze reacties.

'Er was veel roddel in de gemeente, mensverering, een nare sfeer. Ik miste warmte, bewogenheid, saamhorigheid.'

Velen blijken ooit geestelijk verwond geraakt te zijn in hun kerk of gemeente. Anderen voelden zich niet meer thuis in de koers die hun gemeente ging. Bij anderen waren persoonlijke problemen de oorzaak. De meesten van hen hebben hun geloof gelukkig behouden. Sommigen geven aan de gemeente te missen, anderen hebben een andere weg gevonden om geestelijk gevoed te worden.

Al deze persoonlijke verhalen geven aan dat kerken en gemeenten verre van volmaakt zijn, evenmin als de gemeenteleden zelf. En toch mogen we onze weg gaan, met de Heere. Laten we oog hebben voor elkaar, hart hebben voor elkaar, begrip hebben voor elkaars zwakheden, ook geestelijke zwakheden. Laten we struikelende medechristenen bij de hand nemen, hen meenemen, voor hen bidden.

Het is altijd verdrietig als mensen de kerk verlaten. Maar als mensen vertrekken uit een gemeente, ligt de oorzaak zeker niet altijd bij de gemeente, maar soms ook bij mensen zelf. Er is altijd een groep mensen die van de ene naar de andere gemeente gaat en nergens een langdurig geestelijk onderdak vindt, omdat geen enkele gemeente aan hun eisen voldoet.
En zeker, als de waarheid van het Evangelie in het geding is, als mensen worden gemanipuleerd en niet geaccepteerd, kan er een moment komen dat je, na gesprekken als je dat aankunt, het beste biddend op zoek kunt gaan naar een andere gemeente. En dat doet pijn.

En toch: In veel gemeenten gaat het ook goed, laten we dat niet vergeten. Daar mogen we dankbaar voor zijn. Voor mensen die zich in zetten voor de gemeente, voor de leden van de gemeente. Gemeenten die trouw willen zijn in de dienst aan de Heere en aan elkaar. Om samen gemeente van de Heere Jezus Christus te zijn. We hebben elkaar zo nodig.

Dirk van Genderen is Bijbelleraar. Klik hier om zijn website te bezoeken.

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen

Reacties

J
Onenigheid over het 'spreken in tongen' was de reden dat ik de gemeente ben gestapt. Er werd daar weliswaar niet geleerd dat, als je niet in tongen spreekt, je dan ook niet wedergeboren kon zijn (zie reactie 2). Maar er werd geleerd dat je door het spreken in tongen wijsheid en inzicht kon verwerven. Ik vind dat niet terug in de bijbel, en op mijn (schriftelijke) bezwaren werd niet gereageerd. Pinksterchristenen zouden eens een open en eerlijke bijbelstudie moeten volgen over de rol van het spreken in tongen in de Bijbel.