Israël geweld
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

Nieuws

21 mei 2021 door Hans Frinsel

Het Israëlisch-Palestijnse conflict: tot het einde toe zal er strijd zijn

De strijd tussen Gaza en Israël houdt de wereldgemeenschap bezig. De Veiligheidsraad heeft erover vergaderd. De té eenzijdige VN-verklaring werd door Amerika tegengehouden. Terecht benadrukte president Biden dat Israël het recht heeft zichzelf te verdedigen.

‘Disproportioneel’ zo worden de raketaanvallen van Israël op Gaza genoemd. Niet alles wat Israël doet, is automatisch goed of ‘proportioneel’ en kritische vragen mogen gesteld worden. Maar deze simplistische reactie verdoezelt wat er werkelijk speelt.

De openlijke agressor is Hamas, die de Gazastrook regeert. Dat is geen noodweer, maar haat tegen Israël. Als Hamas geen raketten had, zou er ook geen Israëlische reactie zijn. Gaza kreeg zelfbestuur nadat Israël zich in 2005 volledig terugtrok. Het lukte terreurorganisatie Hamas de macht te grijpen met een extremistische agenda en vernietiging van Israël als doel. Vanaf die tijd tot nu toe heeft Hamas enkele tienduizenden raketten op Israël afgevuurd.

Het is begrijpelijk dat Joodse gemeenschappen, die in 1948 met geweld uit hun huizen verdreven waren, hun eigendommen wilden claimen.

Hamas rechtvaardigt hun aanval als antwoord op de onlusten in Jeruzalem. Daar was het onrustig vanwege coronabeperkingen rond het einde van de ramadan. Maar de vlam sloeg in de pan toen een rechtbank enkele Palestijnse gezinnen in Oost-Jeruzalem uit huis liet zetten. Getuigt dit niet van een arbitrair verjagen van de oorspronkelijke bevolking? Dat is de simplistische reactie van velen op de berichtgeving. Maar klopt dat beeld?

Eind negentiende eeuw was Jeruzalem een stoffig provinciestadje van zo’n 50.000 inwoners in het Ottomaanse rijk. De bevolking bestond ongeveer uit veertig procent joden, dertig procent moslims en dertig procent christenen. Joden vormden allang een kleine religieuze meerderheid en degenen die grond of een huis bezaten, hadden deze rechtmatig gekocht of gebouwd.

In 1947 nam de VN de verdelingsresolutie voor Palestina aan. De Joodse bevolking ging er mee akkoord, de Arabische volken niet en besloten tot oorlog. Jordanië viel het Britse mandaatgebied binnen en bezette (illegaal!) de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem.

Jordanië verdreef de Joden uit Oost-Jeruzalem, vernielde hun synagogen, confisqueerde hun bezittingen. Het werd de Joden verboden bij de Klaagmuur, hun heiligste plaats, te bidden.

“… tot het einde toe zal er strijd zijn,” voorzegde de profeet Daniël (9:26). Maar hij geeft ook hoop: de komst van de Messias zal dit doorbreken.

In de Zesdaagse oorlog van 1967 veroverde Israël Oost-Jeruzalem op de Jordaniërs. In tegenstelling tot Jordanië verdreef Israël geen Arabieren uit dat stadsdeel, respecteerde hun heilige plaatsen die zij zelf mochten blijven beheren en vrij konden bezoeken.

Het is begrijpelijk dat Joodse gemeenschappen, die in 1948 met geweld uit hun huizen verdreven waren, hun eigendommen wilden claimen. Vergelijk het met Joden die na de oorlog terugkeerden in Amsterdam en zagen dat hun huizen en bezittingen tijdens de Duitse bezetting door anderen in beslag genomen of gekocht waren.

De strijd rond het eigendomsrecht in bepaalde delen van Oost-Jeruzalem lag gecompliceerd. Er werden deals gesloten, waarbij Palestijnse bewoners huur betaalden aan de oorspronkelijke eigenaar. Sinds de negentiger jaren weigeren sommige bewoners die huur te betalen; zij betwisten het eigendomsrecht. Waar moest de rechtbank haar uitspraak op baseren? Op de huurafspraken die eenzijdig door de Palestijnen bewoners zijn opgezegd, of op het illegale confisqueren Joodse bezittingen in 1948, of op het veel oudere eigendomsrecht?

Emoties spelen een grote rol in deze kwesties. Ook Arabieren hebben veel verloren in deze strijd. Arabische Israëliërs en Palestijnen voelen zich vaak tweederangsburgers in hun eigen land, terwijl Joodse Israëliërs zich terecht bedreigd voelen vanwege de oorlogen en terreur die ze hebben ondergaan.

Hamas en andere extreme groeperingen gebruiken die emoties om de situatie te destabiliseren en het geweld op te doen laaien. Israël kan dan niet anders dan zichzelf verdedigen. Het gaat om haar voortbestaan. Felle anti-Israël protesten in Europa gaan hier en daar gepaard met antisemitische uitingen. Haat tegen Israël staat niet los van Jodenhaat.

“… tot het einde toe zal er strijd zijn,” voorzegde de profeet Daniël (9:26). Maar hij geeft ook hoop: de komst van de Messias zal dit doorbreken.

Bovenstaand artikel verscheen eerder op Zaut.org, een initiatief om een christelijk, actueel, profetisch en nuchter geluid te laten horen in Nederland. Klik hier om de website te bezoeken.


Conflict Israel-Palestijnen
- Van der Staaij en Segers over Israëlisch-Palestijns conflict: "Partijen moeten met elkaar om tafel"
- Palestijnse voorganger Munir Kakish roept christenen op om voor vrede te bidden
- Een wapenstilstand is geen haatstilstand
- Wat de oorlog tussen Israël en Hamas tot christenen te zeggen heeft
- Israëli’s versus Palestijnen: staat God aan de kant van Israël?
Meer over Conflict Israel-Palestijnen »

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen