God

08 oktober 2018 door Dirk van Genderen

Deze brief uit Openbaring is bemoedigend én schokkend

Wanneer je de brief aan de gemeente te Efeze in Openbaring 2 leest en nogmaals leest, dringt de vraag zich op: ‘Wat zou de boodschap van de Heere Jezus zijn wanneer Hij een brief aan onze gemeente zou schrijven?’ Het is wel zeker dat de gemeente van Efeze geschokt moet zijn geweest door de inhoud van de brief.

De komende weken wil ik alle brieven aan de zeven gemeenten in Openbaring 2 en 3 behandelen. Misschien is het een idee om ook in uw gemeente deze brieven eens als bijbelstudieserie te behandelen. Omdat ze brandend actueel zijn en buitengewoon leerzaam voor ons persoonlijke leven, maar ook voor ons als gemeenten.
Als er actuele ontwikkelingen zijn, die snel aandacht vragen, zal ik deze serie tijdelijk onderbreken.

Efeze was een centrum van cultuur en bedrijvigheid. Ook een centrum van onzedelijkheid, prostitutie, zwarte magie en occultisme. Er was in Efeze een grote tempel, die gewijd was aan de moedergodin, Artemis, ook wel Diana genoemd.

Deze gemeente wordt geroemd om haar werken, haar inspanning, haar volharding.

De gemeente van Efeze speelde een belangrijke rol in de vroege kerkgeschiedenis. De gemeente was gesticht door Aquila en Priscilla, die met Paulus van Korinthe naar Efeze waren gekomen.
Als er mensen tot geloof kwamen, verbrandden ze hun toverboeken (Handelingen 19:19). Paulus werkte er twee jaar en waarschuwde al dat ‘uit uw eigen midden mannen zullen opstaan die de waarheid verdraaien om de discipelen weg te trekken achter zich aan’ (Handelingen 20:30).

Deze brief is een boodschap van de Heere Jezus Christus. Van Hem, Die de zeven sterren – de voorgangers van de gemeenten – in Zijn rechterhand houdt. Van Hem, Die wandelt te midden van de zeven gouden kandelaren, waar de gemeenten mee worden bedoeld. Hij wandelt tussen de gouden kandelaren, toetsend, keurend.

Alle brieven zetten in met de woorden ‘Ik ken uw werken’. De Heere kent de gemeenten door en door, ook onze gemeente. Hij ziet niet alleen de buitenkant, maar ook de binnenkant. Hij weet precies hoe het ervoor staat met het geestelijk leven in onze gemeenten.

De brief aan Efeze zet in met een bemoediging. Deze gemeente wordt geroemd om haar werken, haar inspanning, haar volharding. Ze kunnen de kwaden niet verdragen en hebben hen, die zeggen apostelen te zijn, maar het niet zijn, ontmaskerd als leugenaars. In die begintijd van de gemeente waren er veel rondreizende predikers, van wie sommigen dwaalleringen verkondigden. Zij werden getoetst, beproefd en ontmaskerd als leugenaars.
Dit staat wel in schril contrast tot de hedendaagse verdraagzaamheid, die ook door veel christenen wordt gepresenteerd als de opperste vorm van liefde. ‘Want’, wordt dan gezegd, ‘laten we maar niet denken dat wij alleen de waarheid in pacht hebben’.

Kennelijk hebben ze zo gestreden voor de zuiverheid en de waarheid, dat dat ten koste ging van hun eerste liefde.

Efeze lijkt een gemeente waarop niets valt aan te merken. In een zondige en occulte omgeving strijdt men voor de waarheid. Er is echter één maar: ‘Maar Ik heb tegen u dat u uw eerste liefde hebt verlaten.’ Let op dit woord ‘verlaten’. Daar zit iets in van een bewuste keuze. Dat maakt deze constatering zo aangrijpend.
Kennelijk hebben ze zo gestreden voor de zuiverheid en de waarheid, dat dat ten koste ging van hun eerste liefde. De liefde, die zo kenmerkend was in het begin van deze gemeente, was er niet meer, waardoor er scheuringen plaatsvonden (Handelingen 20:29 en 30). Ooit hadden ze liefde tot al de heiligen (Efeze 1:15). En Paulus bad dat ze de liefde van Christus zouden kennen (Efeze 3:19).

Er volgt een ernstige oproep om te gedenken van welke hoogte ze gevallen zijn. Bekeer, bedenk en doe, dat zijn de drie kernwoorden in vers 5. Bedenk de ‘hoogte’ van jullie eerste liefde voor de Heere Jezus en voor elkaar. Bekeer je en doe weer de eerste werken. Als ze zich niet bekeren, zal de Heere spoedig komen om de kandelaar van zijn plaats weg te nemen. Kom in actie, nu!

Het kan zijn dat ook wij ons geestelijke vuur zijn kwijtgeraakt. Misschien kijkt iedereen tegen ons op, terwijl we weten dat die eerste, hoogste liefde uit ons leven verdwenen is. Mogelijk moeten we – met pijn in ons hart – zeggen dat dit voor onze gemeente geldt, dat Gods tegenwoordigheid is verdwenen. Het is geestelijk dor en droog geworden. Bekeer je, klinkt het dan ook tot ons!

Zoveel kerken doen in de Naam van Christus veel goede dingen en hun leden zijn toegewijd aan de kerkorganisatie. Maar het kan zijn dat onze goede werken en onze inzet voor de kerk ons beroven van onze persoonlijke tijd met de Heere Jezus. Hebben we nog zo’n honger naar Hem als we ooit hadden?
Hij is echter zeer genadig en roept op tot bekering en terugkeer naar Hem. Als dit niet gebeurt, kan er een moment komen dat de kandelaar daadwerkelijk van zijn plaats wordt weggenomen. De geschiedenis heeft dat wel duidelijk gemaakt en op grote schaal zien we gebeuren dat gemeenten verdwijnen.
Of, dat kan ook, de gemeente gaat wel door, maar de Heere Jezus is er niet meer. Zijn Naam wordt niet meer verkondigd, Zijn getuigenis wordt niet meer gehoord, Hij is de grote Afwezige. De kandelaar is verdwenen. Wat een drama als dit gebeurt.

Het kan zijn dat onze goede werken en onze inzet voor de kerk ons beroven van onze persoonlijke tijd met de Heere Jezus. Hebben we nog zo’n honger naar Hem als we ooit hadden?

In vers 6 wordt de gemeente van Efeze weer geprezen, omdat zij de werken van de Nicolaïeten haat. Het is niet helemaal duidelijk wie deze Nicolaïeten waren. Hoogstwaarschijnlijk leerden ze dat wanneer je maar gelooft, je kunt doen wat je wilt. Immoreel gedrag viel voor hen onder de ‘christelijke vrijheid’. Hun zonden waren immers al vergeven, zo dachten ze. Gods zegen zal echter nooit op zo’n leven rusten.

Alle brieven bevatten de oproep om te luisteren naar wat de Geest tot de gemeenten zegt. Zijn ook onze oren open voor Zijn stem? De brief sluit af met de geweldige belofte: ‘Wie overwint, hem zal Ik te eten geven van de Boom des levens, die midden in het paradijs van God is’ (Efeze 2:7). ‘Overwinnen’ betekent hier gelovend volharden tot het einde en behouden worden, ook al is het als martelaar.

In 2 Korinthe 12 lezen we dat het paradijs een beschrijving is van de woonplaats van God. In Openbaring 21 en 22 is het paradijs het hemels Jeruzalem, waar in het midden de boom van het leven staat, dat zal afdalen van de hemel naar de aarde, wanneer God Zelf bij de voltooiing van het Koninkrijk onder de mensen komt wonen.

De Boom van het leven wijst ten diepste op de Heere Jezus Zelf. Hij is de Bron van het leven. Nadat gelovigen ontslapen zijn en ook na de opstanding zullen de gelovigen tot in alle eeuwigheid delen in Zijn heerlijkheid, ‘eten van Hem’, zich verlustigen in Hem! Wat een toekomst wacht ons!

Foto: Christengemeente Zeewolde

Reacties

A
Openbaring 1:1 zegt dat het gaat over dingen die binnenkort moeten gebeuren. Vlak daarna, in 1:3, staat dat de tijd nabij is. In Openbaring 22 worden beide formuleringen herhaald, plus driemaal “Ik kom spoedig”. Blijkbaar slaat die nabijheid dus op het geheel van Openbaring. Daaruit kunnen we rustig vaststellen dat het toen (in de tijd van de zeven gemeenten) de nabije toekomst was en dus voor ons niet meer van toepassing. Jezus heeft alles al overwonnen en het koninkrijk waarvan Jezus zei dat het nabij was gekomen, is in alle volheid aanwezig.
REAGEER
@ Anne Salomons.

Daar heb ik zondag over gelezen. Dat zegt de meneer Sorenson. Als ik het me goed herinner. Vindt het wel een moeilijk iets.
REAGEER

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Vakanties
Hier adverteren?
New Faith Network
NFN Originals Films
bekijk alle originals

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher