Prof. dr. Arnold Huijgen
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

04 november 2021 door Prof. dr. Arnold Huijgen

Gebruiken refojongeren alleen de Statenvertaling? Dat betwijfel ik ten zeerste

Leest de overgrote meerderheid van de jongeren uit de gereformeerde gezindte uitsluitend de Statenvertaling – of is dit een hardnekkig frame dat door een lezersonderzoek van het Reformatorisch Dagblad in stand wordt gehouden? Deze vraag houdt prof. dr. Arnold Huijgen deze week bezig. De christelijke gereformeerde hoogleraar las met stijgende verbazing in het lezersonderzoek van de krant van reformatorisch Nederland dat jongere lezers van het RD nadrukkelijker aan die vertaling willen vasthouden dan ouderen.

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Jeffrey Schipper.

Word ook lid

Op Twitter liet ik me kritisch uit over een enquête die het Reformatorisch Dagblad heeft uitgevoerd onder lezers, en over de interpretatie die de krant daarvan bood. CIP.nl vroeg mij op te schrijven wat mijn punt eigenlijk is. Dat doe ik graag, maar vooral om daarna een positieve stap verder te komen.

RD-enquête
Er zijn drie problemen met de RD-enquête en de artikelen naar aanleiding daarvan.

1. De insteek van de enquête
De lezersenquête steekt de thermometer in de achterban, maar de selectie van thema's is veelzeggend: Bijbelvertalingen, schepping en evolutie, de positie van vrouwen, gezinsgrootte en voorbehoedsmiddelen, de gebruikelijke sjibbolets in reformatorische kring dus. Het effect van deze selectie is dat opnieuw bevestigd wordt dat de reformatorische wereld langs deze lijnen wordt gedefinieerd. Het valt te verwachten dat vooral mensen die deze insteek bij identity markers relevant vinden, de enquête invullen. Daarmee krijg je een scheef beeld.

Het ligt meer voor de hand dat veel jongeren uit de gereformeerde gezindte helemaal geen RD lezen en al helemaal geen enquête invullen.

2. De weg naar conclusies
Op de voorpagina van 30 oktober sprak het RD van een onderzoek 'over ontwikkelingen in de gereformeerde gezindte' (voorpagina RD, 30 okt.). Het is echter nog maar de vraag of de achterban van het RD (en daarvan degenen die enquêtes invullen) wel spoort met wat 'gereformeerde gezindte' heet. Die vraag wordt niet eens onder ogen gezien, maar is wel belangrijk. Uit de enquête komt bijvoorbeeld naar voren dat juist jongeren meer de Statenvertaling dan de Herziene Statenvertaling gebruiken. Je kunt dan concluderen dat jongeren in de gereformeerde gezindte gemiddeld conservatiever zijn dan een generatie geleden. Maar het ligt meer voor de hand dat veel jongeren uit de gereformeerde gezindte helemaal geen RD lezen en al helemaal geen enquête invullen. Dan zou een conclusie kunnen zijn, pijnlijk voor het RD, dat de krant in toenemende mate vooral het allerconservatiefste deel van de reformatorische wereld bereikt. Daarbij blijft de vraag, hoeveel jongeren er onder de bijna 3000 respondenten waren en wat je daar statistisch mee kunt.

3. De bespreking van de 'conclusies'
Het artikel over gebruik van Bijbelvertalingen is opvallend eenzijdig. De twee geïnterviewden zijn allebei ambtsdrager in de Gereformeerde Gemeenten, al werd dat van de een niet vermeld (hij is docent godsdienst). Beiden zeggen inhoudelijk hetzelfde: lees de Statenvertaling! Ze zijn huiverig voor veranderingen, spreken wel over 'worsteling met de SV', maar verbinden daaraan geen consequenties: wie de SV niet begrijpt, heeft een geestelijk probleem en moet veel bidden. Het meest royale dat over de HSV gezegd kan worden is: 'de HSV is niet altijd verkeerd.' Intussen betreuren ze het wel dat de HSV ingang vindt, 'ook onder ambtsdragers'. De oplossing voor het verstaansprobleem zoeken ze in de zeventiende-eeuwse kanttekeningen en de 'Bijbel met uitleg'.

Opvallend genoeg stelt de interviewer geen enkele kritische vraag bij het mantra 'Lees de Statenvertaling en bid'. Wil God dat we door bidden zeventiende-eeuws Nederlands gaan leren, of kan dat anders? Bovendien zijn er genoeg andere stemmen te vinden, die royaler spreker over de HSV (de NBV21 werd al helemaal niet genoemd). Intussen vinden jongeren hun eigen weg.

Het is een profetie die zichzelf vervult: wie discussies over SV of HSV een achterhoedegevecht vindt, zal zich niet herkennen in de 'Statenvertaling only'-benadering van het RD.

Het is wel interessant wat hier gebeurt: de bedoeling van het RD lijkt niet zozeer journalistiek als wel sociologisch te zijn: een bepaalde achterban moet worden bediend. Als ik me niet vergis, definieert het RD die steeds beperkter. Voorheen hoorden 'gewone' hervormden of christelijk-gereformeerden daar nog bij. Het is een profetie die zichzelf vervult: wie discussies over SV of HSV een achterhoedegevecht vindt, zal zich niet herkennen in de 'Statenvertaling only'-benadering van het RD. En wie bij de reformatorische sjibbolets op het puntje van zijn stoel gaat zitten, wordt royaal bediend.

Voorbij het sjibbolet
Nu ben ik ook alweer over die sjibbolets aan het schrijven. Gelukkig zijn er manieren om eraan voorbij te komen. Punt één lijkt me dat het erom gaat dát mensen de Bijbel ter hand nemen, in welke vertaling dan ook. Vervolgens: dat ze zo veel mogelijk kunnen begrijpen wat ze lezen. Daar zijn experts en hulpmiddelen nuttig bij, maar het naast elkaar leggen van vertalingen is al een mooi begin. De diversiteit aan vertalingen hoeft helemaal geen strijd op te leveren: die is mooi en goed. Want geen vertaling is onfeilbaar of door God geïnspireerd, zelfs de Statenvertaling niet, hoezeer ik er ook van houd.

Wat de term 'gereformeerde gezindte' betreft: die kan het RD niet exclusief voor de nauwe achterban claimen. Groen van Prinsterer heeft deze term gemunt (preciezer: hij sprak van 'gereformeerde gezindheid'). Hij bedoelde ermee dat ook de afgescheidenen feitelijk bij de gereformeerde kerk in Nederland hoorden, omdat er een eenheid was in de gereformeerde belijdenis. Niet het subculturele sjibbolet, maar het gereformeerd belijden bepaalt wie tot de gereformeerde gezindte behoort. Die gedachte kan mooi verbonden worden met een andere discussie in de kolommen van het RD. Naar aanleiding van de herdenking van de synode van Emden (1571) deed laatst de gedachte van een 'convent' van kerken opgeld. Toegang zou bepaald moeten worden door standpunten over homoseksualiteit, vrouwelijke ambtsdragers en evolutie. Terecht stelde mijn collega Herman Selderhuis daar tegenover dat het in Emden begon bij de gereformeerde belijdenis en dat op basis daarvan het gesprek tussen diverse kerken en mogelijk is.

Ik zou de gereformeerde wereld een wat meer 'katholieke' houding gunnen: oog voor de veelkleurigheid en breedte van Gods werk.

Ik zou de gereformeerde wereld een wat meer 'katholieke' houding gunnen: oog voor de veelkleurigheid en breedte van Gods werk. Dan gaan de luiken niet dicht, maar open. Er is meer dan zwart en wit. Volgens mij is die houding ook aan het groeien: ik zie meer mensen waardering opbrengen voor andere tradities, eigenheden van kerkelijke denominaties worden minder benadrukt en ik zie vooral bij jongeren de behoefte om te leren van de ander - ook buiten de gereformeerde traditie. Dat kan de vorm aannemen van relativisme, maar volgens mij is het allereerst christelijke nederigheid. In Bijbels in de Statenvertaling staat immers ook vaak de berijming van 1773: 'Ik ben een vriend, ik ben een metgezel van allen die Uw naam ootmoedig vrezen' (Ps. 119:32).

Prof. dr. Arnold Huijgen is hoogleraar systematische theologie aan de Theologische Universiteit Apeldoorn.

Lees ook: GerGem-ouderling tegen ouders: waarschuw uw kinderen tegen Herziene Statenvertaling.

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen

Reacties

Dank je wel prof. Huijgen, uit het hart gegrepen . Eensgezindheid moet kerkbreed leven gaan leven.
D
Ik vraag me inderdaad, met dr. Huijgen, af of deze enquete representatief is voor de reformatorische jongeren. Afgezien daarvan heb ik me aan 2 zinnen erg gestoord. 1. "Waar subtiel van een andere geloofsbeleving sprake is." Deze bewering wordt gedaan, zonder enig bewijs aan te voeren. En 2: "niet alles van de HSV is verkeerd." Alsof er toch wel veel verkeerd is. Deze uitspraak komt mij hoogmoedig over en ik zou graag willen dat Klaasse hierop terugkomt.
C
We lezen al jaren met veel plezier het RD. Jammer als het RD de indruk van conservatieve eenzijdigheid over zich heen roept. Iets waar het RD zichzelf tekort mee zou doen. Maar los daarvan, als ik in mijn eigen omgeving kijk... dan kan ik mij helemaal er niets bij voorstellen dat jongeren zouden hangen aan de oude SV. Juist zij staan er voor open dat het zo mooi is om diverse vertalingen (incl. die van de SV) te vergelijken om de oorspronkelijke rijkdom te ontdekken of verkeerde interpretaties te voorkomen! Maar dat is iets anders...
Toon meer antwoorden (1)
Toon meer reacties (5)