Leonard de Ruijter
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

08 juli 2021 door Leonard de Ruijter

Wat mij aansprak toen ik het boek van prof. dr. Huijgen over Maria las

Ik heb echt een beetje te doen met prof. dr. Arnold Huijgen. Je grijpt de coronatijd aan om een lijvig boekwerk te schrijven over Maria in de hoop dat je daarmee een bijdrage kunt leveren aan de bezinning over schoonheid, gender en oecumene, om na een week te moeten constateren dat je boek een nieuwe hype heeft ontketend in reformatorisch Nederland: het recenseren van ongelezen boeken.

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Leonard Ruijter.

Word ook lid

Die strategie kan werken, zoals ik kan bewijzen met de negen die ik ooit voor mijn mondeling tentamen Engels kreeg. In het geval van het boek Maria: Icoon van genade prik je er echter vrij snel doorheen, omdat je de intenties van de auteur pas echt goed kunt proeven als je het hele boek gelezen hebt. Als je dat niet doet en je je mening baseert op dit interview in het Reformatorisch Dagblad, snap ik dat Huijgen wat eenzijdig lijkt. De titel van het artikel schopt op z’n minst tegen twee heilige huisjes aan. Echter, wanneer je iemand interviewt over een boek dat hij net geschreven heeft, mag je toch wel verwachten dat de auteur een beetje prikkelt, juist om aan te zetten tot een bezoekje aan de boekhandel?

Dit boek voorzag in mijn behoefte aan een eerlijk verhaal over man-vrouwverhouding en gender zonder het proeven van die ondertoon die de ander de maat neemt.

Om gelijk maar even wat recht te zetten, ik heb dit boek dus wél gelezen. Of ik daarmee alles begrepen heb wat de auteur probeerde over te brengen durf ik eerlijk gezegd te betwijfelen, want voor een niet-theoloog gingen sommige stukken mijn bevattingsvermogen te boven. Tussen de regels door vond ik het echter een verademing om zoveel herkenning te ervaren bij het lezen van een boek. Om te beginnen raak ik met Huijgen iedere keer weer onder de indruk van de zeggingskracht van de lofzang van Maria, of ik hem nu meezing met de berijming van 1773 of lees in de Statenvertaling of Bijbel in gewone taal. Daarbij is het iedere keer weer een spiegel voor me om Maria te horen zeggen: “Zie, de dienares van de Heere, laat met mij geschieden overeenkomstig uw woord.” (Luk 1:38). In de tweede plaats voorzag dit boek in mijn behoefte aan een eerlijk verhaal over man-vrouwverhouding en gender zonder het proeven van die ondertoon die de ander de maat neemt, of het nu is vanwege vermeende bekrompenheid of ondermijning van het Schriftgezag.

Verlangen naar schoonheid
De grootste herkenning vond ik echter bij het verlangen naar schoonheid. Huijgen merkt terecht op dat steeds meer christenen een gebrek aan schoonheid ervaren in de gereformeerde traditie, en breekt een lans voor meer inbreng van theologisch en muzikaal geschoolden in de liturgie. Dit zou bijvoorbeeld een plekje kunnen krijgen binnen muzikale vieringen op 25 maart, de dag waarop in de katholieke traditie de geboorteaankondiging van Christus gevierd wordt. Ik hoor hierin een echo van het verlangen van dr. G. J. Baan naar meer Bach in de liturgie. Ook zie ik het verlangen terug in de keuze voor ambachtelijke orgels in gereformeerde gemeenten als Dordrecht en Moerkapelle, die uitnodigen tot breder gebruik dan enkel voor gemeentezang op hele noten.

Vreemd genoeg wordt dit verlangen door velen verdacht gemaakt. Mogelijk speelt de angst daarbij een rol dat meer aandacht voor muziek automatisch leidt tot minder aandacht voor het Woord. Dat lijkt me onjuist. Wil de muziek van een Bach niet juist woordverkondiging zijn? Is muziek niet een prachtig vervoersmiddel om het Woord dicht aan ons hart te leggen? Ervoeren we het gemis in beleving van schoonheid in het afgelopen jaar niet bij uitstek in de onmogelijkheid om te kunnen zingen en het Magnificat in praktijk te brengen?

Huijgen merkt terecht op dat steeds meer christenen een gebrek aan schoonheid ervaren in de gereformeerde traditie.

Tegelijkertijd zorgde corona ook voor een hoop creativiteit en schoonheid, die ik bijvoorbeeld terugzag in de liturgie van de Goudse Sint-Jansgemeente. De gemeentezang werd daar niet zomaar vervangen door een zanggroep, de psalmen en liederen werden zelfs vierstemmig gezongen. Op die manier werd de gemeentezang vervangen door muziek die harten sneller deed kloppen en functioneerde als een icoon: het hielp de blik op God te richten. Het was daarbij liturgisch gezien een heel eenvoudige ingreep, die niets afdeed aan de inhoud en de positie van het Woord in het geheel. Oké, Gouda mag zich in Gerben Budding dan gezegend weten met een zeer begaafd en gedreven stadsorganist en cantor, creativiteit en professionaliteit zijn ook los van elkaar verkrijgbaar.

Eenvoud
De manier waarop het betoog van Huijgen tot nu toe door sommigen verguisd wordt, zou er ook mee te maken kunnen hebben dat men hem wat al te enthousiast vindt. Ik denk dat de liturgische creativiteit die ik hierboven beschreef laat zien dat je vervulling van het verlangen naar schoonheid als eerste moet zoeken in het eenvoudige en kleine. Dat sluit aan bij Huijgens typering van Maria als voorbeeldige gelovige vanwege haar niet-voorbeeldigheid. Ze is een voorbeeld van eenvoudig vertrouwen. Anders gezegd: Maria schittert in haar eenvoud. Het inbedden van evensongs in de gereformeerde traditie klinkt mij als muziek in de oren, maar voor velen is zelfs de switch van isoritmische naar ritmische gemeentezang al een brug te ver.

Hoewel ik dus het enthousiasme van Huijgen volledig deel, lijkt fantaseren in het groot een gevoel van vervreemding op te roepen. Dat is een gemiste kans. Waarom niet juist beginnen in het klein, aansluitend bij de Bijbel, bijvoorbeeld met beurtzang tussen mannen en vrouwen? Psalm 147 roept ons ertoe op, psalmen als psalm 15 met een vraag-antwoordstructuur geven er een mooie gelegenheid toe.

Laat predikanten zich bezinnen op hoe ze ons verlangen naar schoonheid kunnen voeden.

In de tweede plaats zou ik graag nog dichter bij huis willen blijven. De gereformeerde traditie stelt de woordverkondiging centraal. Die verkondiging moet dan wel écht verkondiging zijn. Als we in onze diensten schoonheid missen, hoe functioneert dan de verkondiging van Christus in al Zijn schoonheid? Hij is tenslotte veel mooier dan alle andere mensenkinderen (Ps. 45:3), Maria incluis. Veelal wordt er in preken zoveel tijd besteed aan het schilderen van de zondigheid van de mens, de toe-eigening van het heil of de toepassing voor de praktijk, dat voor onze HEERE JEZUS slechts een paar minuutjes overblijven.

Laat predikanten zich bezinnen op hoe ze ons verlangen naar schoonheid kunnen voeden. De traditie gaat ons ook daarin voor. De kunstige manier waarop het tweede deel van het klassieke Avondmaalsformulier het contrast schildert tussen het lijden van Jezus en wat wij dankzij Zijn lijden ontvangen, doet aan als een hymne en is voor mij echt voedsel voor een ziel die hunkert naar zicht op de schoonheid van de Zaligmaker. Het brengt mij op een toonhoogte waarop ik Hem, samen met Maria in haar lofzang, ook mijn Zaligmaker mag noemen!

Leonard de Ruijter is lid van de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) en schreef bovenstaande blog op verzoek van CIP.nl.

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen

Reacties

N
Ik deel helemaal het verhaal van Leonard de Ruijter. Zelf al 42 jaar uit de CGK en nu lid van een open G.B gemeente ala de Sint Jan in Gouda. Hoog gekwalificeerde zangers klopt. Huijgen is vóór mij volstrekt goede theoloog wiens preken ik graag mag horen. Met geen enkele zweem van Maria Aanbidding. Inderdaad eerst het boek zelf oordelen. Maar zonder het boek gelezen kom ik toch wel tot andere conclusie dan negatieve beoordelingen. Het zijn mensen als Baan, Huijgen, die tenminste bovsn het maaiveld uitsteken.