Dr. Jaco van der Knijff
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

02 juni 2021 door Jeffrey Schipper

Waarom is het psalmboek voor veel christenen heilig? Dr. Jaco van der Knijff legt het uit

“Als er ruimte wordt gegeven aan liederen die niet rechtstreeks uit de Bijbel komen, kunnen er volgens sommige gelovigen dwalingen ontstaan”, maakt dr. Jaco van der Knijff duidelijk. Waarom hechten tienduizenden christenen in ons land zoveel waarde aan de psalmberijming van 1773? En waarom liggen gesprekken over een mogelijke nieuwe psalmberijming vaak gevoelig? CIP.nl sprak in aanloop naar het symposium ‘Passie voor psalmzang’ met dr. Jaco van der Knijff, docent liturgiek aan de Theologische Universiteit Apeldoorn (TUA).

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Documentatie Reformatorisch Dagblad.

Word ook lid

Het begon allemaal met de Reformatie die net na de uitvinding van de boekdrukkunst kwam. Naast preken en Bijbels werden ook liedbundels en psalmboeken verspreid. In Nederland zette Petrus Dathenus zich in voor een psalmboek waar alle psalmen in staan. Opeens beschikt het gewone volk over een eigen psalmboek. In 1773 verscheen een nieuwe psalmberijming. Van der Knijff: “De berijming van 1773 is in de gereformeerde traditie in ons land sindsdien lange tijd het toonaangevende en meest gebruikte psalmboek geweest. Een klein aantal gemeenten (een kleine dertig in totaal) zingt trouwens nog steeds uit het psalmboek van Datheen. De overgrote meerderheid van de reformatorische gezindte waagt zich nog altijd niet aan een nieuwe berijming.”

Waarom ligt het ter sprake brengen en uitgeven van een nieuwe psalmberijming zo gevoelig in reformatorisch Nederland?
“Naast de Statenvertaling is het psalmboek al lange tijd één van dé samenbindende identiteitsmarkers binnen de gezindte. Onder het mom van: ‘Zo zijn wij en dit zijn onze manieren.’ Het psalmboek van 1773 heeft naast de Bijbel voor velen het geloofsleven gevormd en komt daarmee dicht bij het hart van mensen. Voor velen is dit niet eens een issue, omdat ze aan de hand van die psalmwoorden geleerd hebben om te geloven. Let maar eens op hoe vaak psalmverzen worden geciteerd door predikanten om het geestelijk leven toe te lichten.”

"De mensen raakten er zelfs zo sterk aan gehecht dat het niet-ritmisch zingen geleidelijk aan een identiteitsmarker wordt: ‘Zo doen we het, want zo zijn we het gewend.’"

Wel of niet ritmisch zingen ligt in veel kerken gevoelig en kan zelfs leiden tot emotionele discussies in kerkenraden en aan de keukentafel. Hoe kan dat?
“In de zestiende eeuw was het duidelijk dat de psalmen ritmisch gezongen moeten worden”, legt de muziekredacteur van het Reformatorisch Dagblad uit. “Dat was destijds geen punt van discussie. Maar in de praktijk stuitte het zingen op allerlei problemen. Gemeentezang verliep moeizaam en traag. Er wordt in de 17e eeuw in ons land geklaagd over de vele, moeilijke melodieën. Om die reden wordt algauw op veel plaatsen niet-ritmisch gezongen. De mensen raakten er zelfs zo sterk aan gehecht dat het niet-ritmisch zingen geleidelijk aan een identiteitsmarker wordt: ‘Zo doen we het, want zo zijn we het gewend.’ Mensen die vanaf de 19e eeuw ervoor pleiten de psalmen weer ritmisch te gaan zingen, merken dat de berijming van 1773 daar eigenlijk niet op bedacht is en willen dan direct ook een andere berijming. Dat heeft ervoor gezorgd dat het ritmisch zingen in het verdachtenbankje terecht is gekomen.”

Hoe kan het dat sommige gelovigen onderscheid maken tussen zingen tijdens de zondagse kerkdienst en zingen in een andere context?
“Mensen die tegen ritmisch zingen in de zondagse kerkdienst zijn, zijn prima in staat om op zaterdagavond met hun koor in de kerk de psalmen ritmisch te zingen. En men vindt dat vaak ook prachtig. Maar op zondag in de kerk willen ze dat onder geen beding. Daar staat de prediking centraal en is zingen vaak een aanhangsel bij de woordverkondiging. Zingen in de kerk op andere dagen heeft een andere lading, doet meer aan een uitvoering of concert denken. En dan is er meer mogelijk.”

Dit verklaart dan ook dat het zingen van gezangen en opwekkingsliederen in de eredienst vaak onbespreekbaar is.
“Op de kerkelijke wereldkaart is het redelijk uniek dat we in Nederland veel kerken kennen die alleen psalmen zingen; in het buitenland zingen gereformeerde kerken vaak ook gezangen. Dat wij een psalmzangtraditie hebben vindt z’n oorsprong bij Calvijn, die veel waarde aan de psalmen hechtte, omdat ‘de Heilige Geest ze ons aanreikt’. Door het zingen van psalmen blijven we daarom het dichtst bij de Bijbel, zo is de gedachte. Daarbij komt dat gereformeerden de eeuwen door veelal beducht zijn voor gezangen. Als er ruimte wordt gegeven aan liederen die niet rechtstreeks uit de Bijbel komen, kunnen er gemakkelijk dwalingen ontstaan, is dan de redenering.”

"Nogal wat berijmde teksten zijn een wel heel vrije weergave van de onberijmde psalm. Het verschil met een gezang is dan soms niet groot meer."

Is het dan te simpel om te denken dat de Heilige Geest niet alleen David, maar ook Bach, Martin Mans en Kees Kraayenoord kan inspireren met nieuwe liederen?
“De psalmen behoren tot de canon van de Bijbel. Sindsdien zijn er veel mooie liederen geschreven, onder anderen door Ambrosius en Luther. Maar hun teksten zullen in de reformatorische traditie nooit op één lijn worden gezet met die van de Bijbelschrijvers. Wat in de eredienst klinkt, moeten bijbelwoorden zijn, is het uitgangspunt. Vaak wordt overigens vergeten dat je soms met het berijmde psalmboek van 1773 ook wegraakt bij de oorspronkelijke, onberijmde psalmtekst. Nogal wat berijmde teksten zijn een wel heel vrije weergave van de onberijmde psalm. Het verschil met een gezang is dan soms niet groot meer.”

John Piper vindt de liedcultuur in reformatorische kerken beperkt. "In de psalmen staat geen letter over Jezus", stelde hij twee jaar geleden. Klinkt zijn kritiek bekend in de oren?
“Jazeker”, maakt Van der Knijff duidelijk. “Belangrijk om hierbij te vermelden is dat Piper een baptist is. Baptisten kennen een andere soort liturgie dan de gereformeerden, waarbij lofprijzing en aanbidding een belangrijke plek innemen. Ook prof. dr. Willem Ouweneel wees daar onlangs in deze column op: ‘Waar is de aanbidding in de gereformeerde kerkdienst? Er worden een paar psalmen gezongen, die vaak niet eens lofpsalmen zijn.’ In de traditie van Piper en Ouweneel ligt een sterkere nadruk op rechtstreeks zingen over de redding in Christus. In de loop der eeuwen is door gereformeerden vaak tegen het zingen van gezangen ingebracht dat die vaak menselijke bedenksels zijn, hoe goed de bedoelingen ook zijn. Daarbij wordt vaak genoemd dat de Heere Jezus Zelf de psalmen heeft gezongen. We zingen ze met Hem mee, in de wetenschap dat ze in Hem tot vervulling zijn gekomen.

Daarnaast worden de psalmen de eeuwen door vaak christologisch uitgelegd. De focus op psalmen heeft overigens heel oude papieren. In de Middeleeuwse kloostertraditie zong men in een week tijd alle psalmen. Reformator Maarten Luther, afkomstig uit een klooster, maakte andere keuzes. Hij wilde ook rechtstreeks over Pasen en Pinksteren zingen. En van psalmen maakte hij nieuwtestamentische liederen, zoals de klassieker ‘Een vaste burcht’ naar aanleiding van Psalm 46 - een luthers lied waar men in de reformatorische gezindte, buiten de zondagse eredienst, dol op is.”

"In de loop der eeuwen is door gereformeerden vaak tegen het zingen van gezangen ingebracht dat die vaak menselijke bedenksels zijn, hoe goed de bedoelingen ook zijn."

Welke veelvoorkomende misverstanden over het psalmboek kom je binnen de reformatorische gezindte tegen?
“Ik hoor nog wel eens dat de psalmmelodieën oorspronkelijk straatdeuntjes waren. Maar dat is echt een fabel. De psalmen kregen nieuwe melodieën die in traditie van het gregoriaans zijn gemaakt. Verder denken veel mensen dat de Dordtse Leerregels vanaf het begin onderdeel uitmaken van het psalmboek. Maar dit belijdenisgeschrift is er pas sinds het einde van de negentiende eeuw in gekomen. Pas toen werden de Drie Formulieren van Enigheid als een eenheid in de psalmboeken opgenomen.

Ook kun je tegenkomen dat mensen eigenlijk de link niet leggen tussen het psalmboek en het Bijbelboek Psalmen. Ze zijn bijvoorbeeld vertrouwd met Psalm 81 vers 12: ‘Opent Uwe mond’. Maar als je ze erop wijst dat dit geliefde versje teruggaat op slechts één korte regel in de onberijmde psalm, zijn ze verbaasd.”

Gelovigen hebben met het psalmboek een compleet dienstboek in handen met belijdenisgeschriften en formulieren: hoe is het zover gekomen?
“Datheen vertaalde het Franse psalmboek van Calvijn één op één. Maar hij vond dat de gebruiker meer in handen moest hebben en om die reden voegde hij de Heidelbergse Catechismus, formulieren voor doop, avondmaal en huwelijksbevestiging en verschillende gebeden aan het psalmboek toe. In onze tijd worden liedboeken vaak afzonderlijk uitgegeven, en heeft een predikant een dienstboek voor alle liturgische momenten. In de 16e eeuw vond men het belangrijk dat iedereen die teksten in zijn psalmboek had. De nieuwe leer over bijvoorbeeld het avondmaal of de doop kon daardoor beter beklijven, zal de gedachte geweest zijn.”

Dat verklaart dan ook dat sommige kerkgangers zoveel waarde hechten aan het psalmboek en kritisch zijn over het gebruik van een beamer…
“Het voordeel van een fysiek boek is dat je ziet wat er voor en achter een psalm staat en dat je nog wat na kunt lezen. Een kale tekst op een muur die na het zingen weer verdwijnt, vind ik dan ook heel vluchtig. Met een psalmboek heb je een hele collectie aan liederen en teksten in handen. Natuurlijk, een aantal teksten achter in het psalmboek wordt niet veel gebruikt, zoals de Ziekentroost. Maar als je zo’n stuk nog eens gaat lezen, biedt het eigenlijk best mooie handvatten voor wat je nu bij een ziek- of sterfbed kunt zeggen. Daarom pleit ik ervoor dat gebruikers nog eens goed kijken wat ze met hun psalmboek eigenlijk voor schatboek in handen hebben.”

Dr. Jaco van der Knijff schreef Ons psalmboek - Achtergronden en gebruik van het kerkboek van 1773. Tijdens het symposium ‘Passie voor psalmzang’ komt dit uitgebreid aan de orde. Het symposium vindt plaats op woensdag 16 juni aan de TUA. Klik hier voor meer informatie.

Beeld: Reformatorisch Dagblad, Anton Dommerholt

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen

Reacties

Het komt mij voor dat voor br vd Knijff en vele anderen met hem Calvijn en Luther bijna op één lijn stellen met bijbelheiligen als bv de psalmdichter David.

Maar toedoen aan de Canon mag echter niet....

Hoe waardevol de argumenten op zichzelf zijn, ik vind ze niet doorslaggevend.

De preek is ook niet geïnspireerd en dus een eigen verwoording van bv een psalm.

Daar moet een kerkenraad ook toezicht op houden, net als ook op de te zingen liederen.

Hoe vaak wordt in de preek niet een lied aangehaald van bv Mc Cheyne?



P
Het psalmboek heilig? Ja, het boek Psalmen in de Bijbel. Maar 'ons' Psalmboek, zeker in de berijming van 1773, kan onmogelijk heilig genoemd worden. Het staat qua taal al zo ver af van de Hebreeuwse Psalmen, is veelal gestempeld door het Verlichtingsdenken, waarbij de deugd een grote rol speelt terwijl die in de Bijbel niet op die manier voorkomt. De eerlijkheid gebiedt om te constateren dat in de Gereformeerde Gezindte traditie en gewoonte een veel belangrijker rol spelen dan de zuiverheid van de tekst.
P
Wij hebben de Psalmen berijmd om te zingen. Onberijmd zoals de Joden het zingen is door de vertaling onmogelijk. De manier van zingen bestaat uit traditie. Vaak zingen we de Psalmen nog vanuit de vervangingsleer op ons eigen toepasbaar is en daarbij vergeten we het profetisch aspect waar de Joden verlangend naar uitzien het Messiaans het duizend jarig vrederijk waar God hen zal ze bevestigen en schragen.
Toon meer reacties (9)