Dr. Arie van der Knijff
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

15 februari 2021 door Jeffrey Schipper

Waarom een open gesprek over prediking in de GerGem hard nodig is

“In de Gereformeerde Gemeenten (GerGem) is een cultuur waarin feitelijk niet open over de prediking kan worden gesproken. Daardoor krijgt de preek een (te) heilig karakter; daar mag je dan geen vragen bij stellen”, merkt dr. Arie van der Knijff op. Twee jaar geleden liet de gepromoveerde onderzoeker en theoloog zien hoe predikanten binnen dit kerkgenootschap preken, welke rol bevinding speelt en hoe de predikanten bevinding verbinden aan Bijbelteksten. In interviews hierover hield hij broeders uit de GerGem een spiegel voor. Is er sinds het onderzoek inmiddels meer ruimte voor een open gesprek over de prediking? CIP.nl stelt Van der Knijff opnieuw een aantal vragen.

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Jeffrey Schipper.

Word ook lid

U deed onderzoek naar bevindelijke prediking in de GerGem. Om even het geheugen op te frissen: wat was de kern van uw conclusie?
“De verklaring van de Bijbeltekst is in de preek gericht op de betekenis van de tekst voor het persoonlijk geloofsleven. Daarbij ligt een sterk accent op de gevallen staat van de mens; de voorgangers gaan er van uit dat de hoorders schuldige onbekeerden zijn. Daarom beklemtonen ze de noodzaak van wedergeboorte. Ten aanzien van de gelovigen gaan de predikanten er van uit dat die hun geloofservaringen in een min of meer vaste volgorde ervaren; er lijkt sprake te zijn van een gecanoniseerd geloofsverhaal. Personen of gebeurtenissen uit de Bijbel krijgen in de prediking een identificatiefunctie voor dat geloofsverhaal. Daarmee blijven geloofservaringen die eventueel buiten het gestandaardiseerde geloofsverhaal vallen, in de prediking buiten beeld. De Bijbeltekst wordt daarmee benaderd als aanknopingspunt voor het belichten en bespreken van geloofsgestalten die kenmerkend worden geacht voor die geloofsweg. Deze wijze van omgaan met de Schrift doet tekort aan de historiciteit van de besproken personen en omstandigheden; die betreffen zo geen historische realiteit, maar worden gebruikt als voorbeelden om het geloofsleven in de preek naar voren te kunnen brengen.

"In de praktijk van de prediking blijken de voorgangers vooral aandacht te geven aan wat zij als het begin van de geloofsweg zien."

In de praktijk van de prediking blijken de voorgangers vooral aandacht te geven aan wat zij als het begin van de geloofsweg zien. Ze gaan uitgebreid in op de vruchten van de wedergeboorte, met name op de noodzakelijke ellendekennis. Dat maakt dat het geloofsleven van veel hoorders vooral gekenmerkt wordt door onzekerheid. Deze punten hebben een directe relatie met wat ik de ‘gemeentetheologie’ binnen de GerGem noem. Die leidt ertoe dat het geloofsinhoudelijke en/of theologische spreken over de verkiezing het kader wordt voor de prediking. In de prediking is ook een sterke nadruk te vinden op de noodzaak van het persoonlijk doorleven van de verzoening in het werk van Christus. Die nadruk leidt in de preken tot een ‘vervluchtiging’ van de heilsfeiten (Kerst, Goede Vrijdag, etc.). Niet de historiciteit daarvan (en daarmee het vastliggen ervan buiten onszelf) staat centraal, maar de persoonlijke doorleving ervan.”

Opbouwende kritiek op prediking ligt gevoelig. Waarom vindt u die opbouwende kritiek belangrijk en hoe werd er vanuit de GerGem op gereageerd?
“Ja, kritiek – ook als die opbouwend bedoeld is – wordt onder de predikanten binnen de GerGem meestal niet positief opgepakt. Het gevolg daarvan is dat er een cultuur ontstaat waarin niet op een open manier over de prediking kan worden gesproken. Kritiek ontvangen is altijd moeilijk en binnen de GerGem hebben ze in de achterliggende jaren natuurlijk al veel kritische geluiden gehoord. Op de één of andere manier lukt het niet om daar een echt en open gesprek over te voeren. Daar hoopte ik met mijn onderzoek een verandering in te kunnen brengen.

"Een open gesprek gaat niet lukken wanneer gesuggereerd wordt dat het boek een aanleiding is voor weggroeien van de GerGem en ‘verhuizing’ naar een ander kerkverband."

Ik wilde vooral een beschrijving geven van welke bevinding er in de prediking binnen de GerGem te vinden is. Daarbij moest in beeld komen hoe in dat verband in de preken werd omgegaan met de Bijbeltekst. Er wordt immers gesproken van Schriftuurlijk-bevindelijke prediking. Door zo goed mogelijk te beschrijven, zou het mijns inziens mogelijk worden om in broederlijke openheid een bezinning rondom deze prediking mogelijk te maken. Die bezinning is nodig voor zowel voor- als tegenstanders van deze prediking. Het gaat in de prediking immers om het heil van de hoorders. Jammer genoeg is er in feite niet inhoudelijk op de twee kernhoofdstukken (5 en 6) gereageerd. In de Saambinder kwam dat helemaal niet aan de orde en in de bespreking in het Reformatorisch Dagblad eigenlijk ook niet. Juist de kernpunten van de omgang met de Schrift en het voorhouden van een min of meer standaard script voor het geloofsleven, waren volgens mij een open bespreking meer dan waard. Hier worstelen veel mensen mee; voor veel mensen die de GerGem verlaten zijn dit de punten waar ze het moeilijk mee hadden.

Tegelijk wil ik wel benadrukken dat ik in het boek ook wijs op de bewogenheid van de predikanten met hun hoorders. Ze ervaren een zware verantwoordelijkheid en spreken over ‘het bloed van de hoorders dat van hun hand geëist zal worden’. Ook in hun oproepen tot zelfonderzoek bij hun hoorders (die bespreek ik in hoofdstuk 7) zijn ze naar mijn overtuiging heel oprecht. In mijn beschrijving van de praktijk van zelfonderzoek die ze daarvoor bij de hoorders veronderstellen, geef ik ook aandacht aan de ernst waarmee ze die oproep doen.”

Wat vindt u van de suggestie dat uw bevindingen bij de lezer leiden tot kritische distantie ten opzichte van wat die in de prediking hoort en tot ‘weggroeien’ van zijn gemeente?
“Die suggestie werd concreet naar mij uitgesproken vanuit de GerGem. Mijn boek zou mensen aanleiding geven om over te gaan naar de PKN. Persoonlijk kan ik met zo’n reactie niet zoveel wanneer er geen argumenten bij worden gegeven. Ik denk eerlijk gezegd dat het boek hooguit mensen bevestigd in hun visie op de prediking binnen de GerGem. Het is dan geen aanleiding voor hun vertrek, maar geeft de vertrekkers misschien achteraf een bevestiging. Ook predikanten uit de GerGem hebben trouwens bevestigd dat mijn boek een hoge mate van objectiviteit kent; ik doe recht aan wat in de prediking gebeurt en laat zien hoe de predikanten tot deze wijze van preken komen. Daarom zou ik graag zien dat er een open gesprek op gang kan komen over de prediking. Maar dat gaat natuurlijk niet lukken wanneer gesuggereerd wordt dat het boek een aanleiding is voor weggroeien van de GerGem en ‘verhuizing’ naar een ander kerkverband.”

"Het lijkt soms wel of de predikanten bang zijn dat ze de hoorders teveel geven, maar God gaf Zijn Alles, dan kun je toch in de prediking niet zwijgen over deze geschonken Verlosser en over het leven met Hem?"

Wat is eigenlijk concreet uw verlangen? Zou u willen dat er in de GerGem een ander type prediking klinkt?
“Mijn diepste verlangen is dat God – ook in de prediking en in het horen ervan – geëerd wordt. Dat zal gebeuren wanneer binnen de GerGem echt Schriftuurlijk-bevindelijk gepreekt wordt. In die volgorde. De praktijk laat zien dat de volgorde vaak Bevindelijk-Schriftuurlijk is (en in een enkel geval vooral bevindelijk). De HEERE is het waard dat Zijn boodschap van genade ook werkelijk verkondigd wordt! Dat betekent dat de genade ook in de prediking mag en moet worden aangeboden aan de hoorders.

Wanneer de Schrift opengaat, spreekt God tot de gemeente Zijn Evangelieboodschap. In de prediking mag die opzoekende en nodigende liefde van God naar mijn overtuiging het uitgangspunt zijn. Het lijkt soms wel of de predikanten bang zijn dat ze de hoorders teveel geven, maar God gaf Zijn Alles, dan kun je toch in de prediking niet zwijgen over deze geschonken Verlosser en over het leven met Hem? Ellendekennis is noodzakelijk, maar kennis van de Verlosser en leven vanuit Zijn werk zijn even noodzakelijk. Niemand heeft het recht om onbekeerd te zijn! Dat doet tekort aan Gods eer en Zijn liefde.”

Wat zou u naar aanleiding van uw onderzoek en reacties die u hebt gekregen mee willen geven aan GerGem-predikanten én kerkgangers die binnen dit kerkverband wekelijks onder het Woord komen?
“Wees bereid om een echte bezinning op de prediking en op het horen ervan op gang te brengen. Zowel in de verkondiging als in het horen ervan spelen binnen de GerGem heel veel zaken die om overdenking vragen. Predikanten en gemeenteleden zitten nu in een soort kramp. Een cultuur waarin er feitelijk niet open over de prediking kan worden gesproken. Daardoor krijgt de preek een (te) heilig karakter; daar mag je dan geen vragen bij stellen. Tegelijk blijft de nood van de hoorders die worstelen met hun bevindelijke onzekerheid onopgelost.

"De bezwaren van Van der Knijff horen niet thuis op CIP.nl maar in het pastoraat van de eigen gemeente of in de ambtelijke vergaderingen van de kerk."

Beide kanten zijn volgens mij in een open gesprek goed aan de orde te stellen. Als dat gesprek rondom de geopende Bijbel plaatsvindt, is er volgens mij veel zegen te verwachten voor de prediking en voor de hoorders. De predikant kan dan vanuit de gunning van zijn hart Christus en Zijn werk uitstallen in de prediking en de hoorders mogen – in het samenwerken van Woord en Geest – leren om zich dat werk van Christus ook persoonlijk toe te eigenen. Dan krijgt God de eer en worden mensen gered van de zonde!”

CIP.nl vroeg ds. G. Clements, predikant van de gereformeerde gemeente in Gouda, om een reactie. “Er is rond het proefschrift van dr. Arie van der Knijff al een open conferentie geweest waarbij de docent homiletiek van onze Theologische School hem van repliek diende”, meldt de predikant desgevraagd. “De bezwaren van Van der Knijff horen niet thuis op CIP.nl maar in het pastoraat van de eigen gemeente of in de ambtelijke vergaderingen van de kerk. Dr. Van der Knijff heeft eerder dezelfde kritiek geuit op CIP.nl. Eigenlijk wordt er niets nieuws gezegd. De kritiek van dr. Van der Knijff gaat uit van zijn eigen opvatting over de prediking. Ik mis elke verwijzing naar Calvijn en de prediking van de Nadere Reformatie, die voor onze gemeenten van grote waarde is.”

In Bevindelijk Preken wordt door Arie van der Knijff de bevindelijke prediking beschreven binnen de Gereformeerde Gemeenten. De dissertatie van Arie van der Knijff is volledig uitverkocht. Een gratis versie is hier online te downloaden.

CIP.nl sprak eerder met Arie van der Knijff:
"GerGem-predikanten voelen zich verantwoordelijk voor de eeuwige dood van kerkgangers"
Arie van der Knijff betreurt focus op de zonde in preken GerGem: "Die focus doet God tekort"

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen

Reacties

Wat een bijzonder genuanceerd verhaal en vooral liefdevol. Zelf kom ik uit de Ger.Gem. En ondanks dat mijn vertrek al 40 jaar terug was blijf ik warme gevoelens houden.

Tekenend is de reactie van ds. Clements die zegt dat de bezwaren van Van der Knijff niet thuishoren op CIP.nl maar in het pastoraat van de eigen gemeente of in de ambtelijke vergaderingen van de kerk.

Zo sla je elk gesprek dood.

Het commentaar van Van der Knijff komt uit liefde voort: DOE er iets mee!
Schriftuurlijke bevinding is wat we meemaken, wanneer Christus door Zijn Heilige Geest in ons leven gaat werken met het Woord: de blijde ontdekking door het lezen van de Schrift, dat Christus ook voor jou gekomen is, geleden heeft, gestorven is en opgewekt. Bevinding is óók het steeds meer bevinden van ons zondig zijn (voordat je Christus leerde kennen, had je daarvan nauwelijks benul). Tot de bevinding behoort ook de vervulling met Gods Geest, de heiliging van ons leven, het groeien in de genade en het dragen van vrucht.
F
Ik ben blij met je onderzoek Arie en met je eens wat je schrijft. Ik ga hier verder niet op Cip inhoudelijk op in. Sterkte en bedankt voor het open leggen.
Toon meer reacties (17)