Willem Ouweneel
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

10 april 2020 door Willem J. Ouweneel

Pasen in coronatijd: leven in een tijd dat de dood rondwaart!

In deze coronatijd, waarin de dood zich zo massaal onder ons verbreidt, biedt Pasen een boodschap van leven. De historische, lichamelijke opstanding van Christus vormt het hart van het christelijk geloof. Geen wonder dat zovele aanvallen juist op de opstanding zijn gericht.

Er zijn wat de opstanding van Jezus Christus betreft maar drie mogelijkheden: óf zij is een illusie, een vorm van zelfbedrog waaraan een aantal goede mensen ten prooi gevallen is; óf zij is de geraffineerdste, verderfelijkste leugen in de geschiedenis, door kwade mensen verspreid, die miljarden laaghartig hebben misleid; óf het is het belangrijkste, indrukwekkendste en invloedrijkste feit in de wereldgeschiedenis. Eén ding is zeker: het geloof in de opstanding van Jezus vormt het hart van het christendom. Niet een zedenprediking van liefde en gerechtigheid vormde de boodschap van Jezus’ eerste getuigen, maar de verkondiging van het feit van de opstanding (Hand. 2-5). De opstanding is het noodzakelijke bewijs van de kracht en de goddelijkheid van Jezus van Nazareth, van het volbrachte verzoeningswerk en van de overwinning over de satan en zijn machten en de absolute voorwaarde voor de vergeving en verlossing van de gelovigen en voor een nieuwe levensweg. Sinds Jezus’ opstanding zal van hen die het evangelie gehoord en begrepen hebben, alleen degene die met het hart gelooft dat God Hem inderdaad uit de doden heeft opgewekt, behouden worden.

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Willem J. Ouweneel.

Word ook lid
In Jezus’ opstanding is de opstanding van de schepping begonnen. Hij belichaamt de opstanding en het leven in eigen persoon.

Jezus’ opstanding is de spil van de wereldgeschiedenis. Zij is niet te vergelijken met de opwekkingen uit vroeger tijd, zoals de opwekking van Lazarus; die keerde tot het natuurlijke leven terug en is later opnieuw gestorven. Maar Jezus is de ‘eersteling van hen die ontslapen zijn’ (1 Kor. 15:20), de eerste van een heel nieuwe bestaansorde, waarin zonde, dood en satan geen macht meer hebben, waarin ‘onvergankelijk leven’ heerst). Jezus kwam in zijn opstandinglichaam de hermetisch gesloten kamer van de discipelen binnen; toch was Hij geen geestverschijning, maar een levend, tastbaar mens van vlees en beenderen – maar wel een mens van een andere ‘orde’, een nieuwe ‘wereld’, de ‘opstandingswereld’. Zij die zich vanuit deze ‘wereld’ zichtbaar, hoorbaar én tastbaar maken binnen de empirische wereld, ‘verschijnen’ aan de mensen.

In de opstanding van Jezus Christus komt dé opstanding openbaar, zoals eenmaal alle gelovigen, ja, alle mensen die zullen ondergaan – zij het dat de ongelovigen na hun lichamelijke opstanding geestelijk nog even ‘dood’ zullen zijn. De opstanding van Jezus betekent de doorbraak van het nieuwe leven, dat eenmaal in de nieuwe schepping volledig tot openbaarheid zal komen. In Jezus’ opstanding is de opstanding van de schepping begonnen. Hij belichaamt de opstanding en het leven in eigen persoon (Joh. 11:25).

De historische bewijzen voor de opstanding van Jezus zijn in de loop der eeuwen onderzocht door theologen, maar ook door historici en juristen – mensen die gewend zijn getuigenverklaringen te beoordelen en de historiciteit van geclaimde gebeurtenissen vast te stellen. Velen hebben na uitvoerig onderzoek getuigd dat de historische en juridische bewijzen voor de opstanding omvangrijk en onweerlegbaar zijn, ja, dat geen feit in de geschiedenis beter en overtuigender gedocumenteerd en aangetoond is dan de opstanding van Jezus. Alleen vooropgezette meningen dat een opstanding als zodanig niet aanvaardbaar is, hebben de bewijzen ervoor in diskrediet gebracht. Zo hebben mensen die geen duidelijk idee hebben van de aard, de reikwijdte en de bevoegdheden van de natuurwetenschap, gemeend dat een opstanding uit de dood wetenschappelijk onaanvaardbaar zou zijn – zonder te beseffen dat de natuurwetenschap de normale gang van zaken in de natuur beschrijft, maar niets heeft te zeggen voor of tegen het unieke, het wonderbaarlijke, het bovennatuurlijke.

Als de evangeliën onware verhalen over de opstanding zouden bevatten, zou dit door vele tegenstanders zijn tegengesproken en zou het christendom nooit zo’n snelle en hoge vlucht hebben kunnen nemen.

Trouwens, er zijn altijd mensen geweest voor wie de opstanding van Jezus onaanvaardbaar is, echter niet vanwege intellectuele bezwaren, maar vanwege hun geweten. Voor de mens van nature is de opstanding onaanvaardbaar omdat hij een zondaar is – een zondaar die zich maar al te goed bewust is dat het de allergrootste consequenties heeft voor zijn eigen verantwoordelijkheden, voor zijn huidige leven en voor de eeuwige toekomst, als Jezus Christus werkelijk leeft. Als Jezus thans verheerlijkt zit aan Gods rechterhand, is Hij straks ook degene die wederkomt en de rechter over levenden en doden is. Het al of niet aanvaarden van de opstanding van Jezus is daarom niet primair een wetenschappelijk, maar een existentieel probleem. Dat wil overigens niet zeggen dat de opstanding niet ook voor het verstánd een overtuigend historisch feit is (vergelijk de manier waarop Paulus in 1 Kor. 15:1-9 rationele argumenten voor de opstanding geeft), want het hart gaat niet buiten het verstand om.

Natuurlijk is de historische betrouwbaarheid van het feit van de opstanding in de eerste plaats afhankelijk van de betrouwbaarheid van de getuigenverklaringen daarover, dus van de evangeliën in het Nieuwe Testament. Deze werden geschreven door directe ooggetuigen of door mannen die in nauw contact met de ooggetuigen stonden (Luk. 1:2), en dat binnen enkele decennia na de opstanding, dus in een tijd dat nog talloze (ook vijandige!) ooggetuigen van zijn bediening in leven waren. Als de evangeliën onware verhalen over de opstanding zouden bevatten, zou dit door vele tegenstanders zijn tegengesproken en zou het christendom nooit zo’n snelle en hoge vlucht hebben kunnen nemen. De christenen werden inderdaad met talloze tegenstanders geconfronteerd, óók met mensen die ten tijde van de kruisiging in Jeruzalem waren. Die laatsten bestreden de christenen fel – maar zij konden hen niet op leugens betrappen. Eerder verspreidden zij zélf leugens (Matt. 28:11-15).

Sterker nog: de evangelisten vertellen heel eerlijk dat zelfs Jezus’ volgelingen moeite met de opstanding hadden (Matt. 28:16v.; Luk. 24:37,41). Deze twijfel, angst en verwondering maakt de verhalen juist zo geloofwaardig: die vind je niet in vroom bedachte legenden, wel in authentieke getuigenverklaringen.

Schaam je dus niet in de opstanding van Christus te geloven!

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Krijg nu volledige toegang tot CIP.nl!