Willem Ouweneel
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

Dagelijks leven

27 maart 2020 door Willem J. Ouweneel

Het mooiste boerenboek is opnieuw uit, mooier dan ooit!

In 1927 verscheen postuum het mooiste boek over het Nederlandse boerenleven van vóór 1880 dat ooit geschreven is. Het heette Oud-Achterhoeksch boerenleven het geheele jaar rond; de schrijver was ‘meester’ (onderwijzer, streekhistoricus en volkskundige) Hendrik Willem Heuvel (1864-1926). Het boek bleek een meesterwerk te zijn, dat tot in de twintigste eeuw maar liefst elf drukken beleefde. Heuvel beschrijft het Achterhoekse, Sallandse en Twentse plattelandsleven van zijn jeugd, bezien door de ogen van hemzelf als ongeveer twaalfjarige jongen, van januari tot december, in wat je een autobiografische semi-roman zou kunnen noemen.

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Willem J. Ouweneel.

Word ook lid

Het boek is zo geliefd, niet alleen omdat het dat vroegere idyllische boerenleven zo romantisch beschrijft, maar ook vanwege alle familiale, streekhistorische en kerkhistorische beschouwingen, de prachtige natuurbeschrijvingen, de vele poëtische aanhalingen, en de blikken die de schrijver ons gunt in zijn eigen zielenroerselen. Heuvels boek beschrijft een wereld (van vóór de kunstmest en de gemotoriseerde landbouwwerktuigen) die zó niet meer bestaat. Plattelanders bestaan nog wél – en net als toen verschillen Achterhoekers, Friezen, Zeeuwen en Limburgers niet zo erg veel van elkaar. Ook zij zullen veel in dit boek herkennen.

Nu is er dan een herziene en geannoteerde twaalfde uitgave van dit grootse werk tot stand gekomen onder de titel Oolde, mijn Oolde (deze bijna extatische uitroep was van Heuvel zelf en had betrekking op de geliefde buurtschap Oolde bij Laren [Gld.] waarin hij opgroeide). Deze uitgave biedt de lezer een beknopte biografie van Heuvel, een literair-psychologische analyse van de schrijver, genealogische, topografische en kerkhistorische bijzonderheden, deels verwerkt in de duizenden voetnoten. Ze is verzorgd door (in alfabetische volgorde en sine titulis) Leo van Dijk, Arend Heideman, René Nijhof, Tonny Roeterdink, Gerda Stokreef-Braakman en Ben Wagenvoort, terwijl ikzelf mocht optreden als hoofdredacteur.

Op zaterdag 18 april zou het boek worden aangeboden aan minister Arie Slob, die in 2016-2017 directeur was van het Historisch Centrum Overijssel te Zwolle. De presentatie zou plaatsvinden op het landgoed Oolde, dat ook in het boek van Heuvel een belangrijke rol speelt. De bewoners, mr. R.S. Croll, en zijn echtgenote, drs. C.M.R. barones van Verschuer, zouden optreden als gastheer en -vrouw. Helaas kan dat niet doorgaan door de coronaperikelen. Maar gelukkig hebben we het boek toch aan de barones kunnen aanbieden, op het bordes van Huis Oolde. Zie ons YouTube-filmpje.

Hendrik Willem Heuvel was een boerenzoon, opgegroeid in de buurtschap Oolde. Hij had wel predikant willen worden, maar werd uiteindelijk onderwijzer in Laren, schoolhoofd in Gelselaar en later in het stadje Borculo, alles in de Achterhoek. Naast onderwijzer was hij leraar in landbouwvakken, voorzanger, voorlezer, ouderling en president-kerkvoogd in de Nederlandse Hervormde Kerk, een zeer ijverig publicist in diverse bladen en schrijver van een hele reeks boeken en boekjes. Ook was hij streekhistoricus en pionier op het gebied van de ‘volkskunde’ (folklore, vgl. heemkunde); zie de Literatuurlijst in het boek.

Van jongs af aan had ik mij zeer geïnteresseerd voor het Achterhoekse voorgeslacht van mijn moeder; op 14-jarige leeftijd bezocht ik voor het eerst het – toen zo geheten – Rijksarchief te Arnhem. Eén overgrootmoeder kwam uit Eibergen, een tweede uit Winterswijk, en één overgrootvader uit Breedenbroek bij Dinxperlo; de andere was een Arnhemmer. Vanwege deze fascinatie met het voorouderlijk boerenleven in de Achterhoek kreeg ik al heel vroeg het boek Oud-Achterhoeksch boerenleven in handen.

Ik verslond het met rode oortjes en heb het sedertdien vele malen herlezen; soms zelfs als een soort dagboek, van januari tot december. Toen al bedacht ik hoe mooi het zou zijn om een uitgave met kanttekeningen van dat boek te maken, waarin allerlei biografische en genealogische, volks- en heemkundige, kerk- en streekhistorische, dialectische en lexicografische, theologische en filosofische toelichtingen zouden kunnen worden gegeven. Het zou nog tientallen jaren duren voordat ik de juiste mensen vond die èn vakkundig bleken te zijn – op vele punten veel vakkundiger dan ik – èn even enthousiast voor een dergelijk project als ik: leden van de Studiegroep Hendrik Willem Heuvel en de Studiekring Meester Heuvel, die druk waren en zijn met Heuvels nalatenschap. Het resultaat van onze intensieve samenwerking is dan nu in de openbaarheid gebracht.

Ik geloof dat het boek van grote literaire betekenis is vanwege de bloemrijke beschrijvingen van de natuur (de vogels en andere wilde dieren, tot das en hermelijn aan toe), de idyllisch-romantische sfeer die Heuvel weet op te roepen, de diepgaande, soms humoristische tekeningen van allerlei personen, de prachtige taal (vaak doorspekt met Nedersaksisch in diverse regionale varianten). Treffend is ook de wijze waarop Heuvel zijn innerlijke gevoelens weet bloot te leggen, inclusief zijn angsten en zwakheden, waardoor hij ons heel nabij komt.

Wat de protestantse kerkgeschiedenis betreft: ter rechterzijde waren daar sinds 1834 de ‘afgescheidenen’, de streng-gereformeerden van de ‘klömpkeskarke’ (klompjeskerk), die het in de landskerk niet hadden kunnen uithouden, plus degenen die in de ‘grote kerk’ gebleven waren maar wel sterk met de ‘afgescheidenen’ (de fienen) sympathiseerden. Ter linkerzijde waren daar de modernen, vooral in de geest van de ‘evangelisch’-liberale ‘Groninger richting’. In het midden waren daar veel doorsnee kerkmensen, die noch fien noch modern waren, maar gewoon gematigd orthodox.

Het is boeiend te zien hoe al die richtingen in Heuvels omgeving voorkwamen, en hoezeer hij zich nu eens tot de ene, dan weer tot de andere richting aangetrokken voelde. De vergaderingen van de ‘jongelingsvereniging’, de godsdienstige gesprekken tussen zijn ouders en buren of familieleden, de contacten van predikanten van zeer verschillende pluimage, de bezoekende arme handelaartjes, die vaak ‘fijn’ of ‘aan de fijne kant’ waren – zij allemaal geven een prachtig beeld van het geestelijk leven in die dagen.

'Oolde, mijn Oolde' is verschenen bij Uitgeverij Aspekt in Soesterberg.

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Krijg nu volledige toegang tot CIP.nl!