peter oosterhuis
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

Levensverhaal

17 april 2020 door Patrick Simons

Peter werd ontvoerd in Afghanistan: "Ik dacht: schiet mij maar dood"

Het is 25 oktober 2010 als Peter Oosterhuis met zijn Afghaanse chauffeur en collega op weg is naar Kunduz. Het plan is om via Kabul naar Nederland te vliegen. Maar alles loopt anders. Totaal anders. “We waren halverwege toen we werden ingehaald door een andere auto”, vertelt Peter. “Voordat we het wisten, werden we afgesneden, stapten er vijf zwaarbewapende mannen uit de auto en werden we onder dwang meegenomen. Ik moest in de kofferbak van de auto. Daar begon deze nachtmerrie." Hij vertelt zijn indrukwekkende verhaal bij de Kom Ook Groep.

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Patrick Simons.

Word ook lid

"Ik weet nog dat ik een soort ongeloof in me had, zo van: wat gebeurt me nou? Ik werkte al jaren in Afghanistan en je houdt rekening met dingen die kunnen gebeuren, maar toch heb je altijd zoiets van: dit gaat mij niet gebeuren.”

Maar het gebeurt wel. Het gaat op de bewuste dag helemaal fout. Peter denkt eerst dat het de Taliban betreft. Ze zijn gekleed als de Taliban en spreken ook de taal van de Taliban. Het blijkt echter om een criminele organisatie te gaan die uit waren op losgeld. “Ik herinnerde me andere hulpverleners die op een soortgelijke manier waren klemgereden. Zij werden ter plekke doodgeschoten. Dat had ik ook in mijn hoofd zitten. Ik dacht dat het klaar was. Dat was heel heftig. We werden in die auto meegenomen tot we niet meer verder konden. Vanaf daar zijn we de bergen op gelopen. De eerste nacht overnachtten we in een klein dorpje. Wij werden met z’n tweeën opgesloten in een kippenhok. We pasten er net in.”

"De eerste week kregen we heel weinig eten en drinken. Ik had nog nooit zoveel dorst gehad."

Een nacht en een dag verblijven Peter en zijn Afghaanse vriend in het kippenhok. Met heel veel vragen. ’s Avonds wordt Peter opgehaald en moet hij naar Nederland bellen. Dat is ook het moment dat hij hoort dat het de ontvoerders om losgeld gaat. “Ze wilden twee miljoen dollar losgeld hebben. Als dat de dag erna niet geregeld zou worden, was het klaar.” Peter belt zijn ouders en krijgt zijn vader aan de telefoon. Zijn ouders zijn, net als zijn vrouw en de hulporganisatie waar hij voor werkt al op de hoogte gebracht omdat iemand de ontvoering had gezien. “Het was een heel kort telefoontje: 'Pap, ik leef nog en ik ben ontvoerd. Ze willen twee miljoen dollar losgeld en dat moet er morgen zijn.' Ik geloof dat ik ook nog zei dat ik van hem hield en hoopte hem weer te zien. Het was een heel kort emotioneel telefoontje.”

Vanuit Nederland wordt er meteen een crisisteam opgezet om te onderhandelen en de familie van Peter in Nederland te begeleiden. Van de onderhandelingen komt echter weinig terecht. “Ik wist naar aanleiding van veiligheidstrainingen dat er bij een ontvoering in principe geen losgeld wordt betaald”, vertelt Peter. “Dat is lastig want je weet dat dat je enige kans op vrijheid is en er levend uit te komen. Dat was heel dubbel. Je hoopt dat ze betalen maar je weet dat het niet gaat gebeuren. Onze ontvoerders kwamen er vrij snel achter dat ze het geld niet zouden krijgen. Dat werd ons niet in dank afgenomen. We werden met name in de eerste week hardhandig behandeld. Elke nacht werden we naar een andere plaats gebracht omdat ze bang waren ontdekt te worden. Iedere avond moesten we weer een paar uur lopen om ergens anders opgesloten te worden.”

Peter weet nog goed hoe zwaar de eerste week was, ook omdat ze bijna geen eten en drinken kregen. “Je kunt opzich wel een tijdje zonder eten, maar drinken heb je echt nodig. Die eerste week kregen we heel weinig eten en drinken. Ik had nog nooit zo ontzettend veel dorst gehad. 29 oktober, op de verjaardag van mijn vrouw, deden we 's nachts geen oog dicht. De volgende ochtend heb ik mijn eigen urine gedronken. Puur om maar iets van vocht in mijn mond te hebben. Ik kon er aan de ene kant nog de humor van inzien. Ik weet nog dat ik dacht: zul je zien dat ze bij Naomi (zijn vrouw red.) aan de koffie en het gebak zitten en hier zit ik.”

De hele dag denkt Peter na over Psalm 42, waar geschreven wordt over een hert dat verlangt naar water. “Ik kwam tot de conclusie dat dit is wat God van ons vraagt. Als we Hem kennen en Hem willen volgen, vraagt Hij dat we naar Hem verlangen zoals een hert verlangt naar water. Ik kwam daar tot de conclusie dat het al heel lang geleden was dat ik echt had verlangd naar God. Mijn geloof was eigenlijk op de automatische piloot terechtgekomen. Het was lauw geworden, koud misschien wel. Die vrijdag was voor mij een hele bijzondere dag. Stilletjes ben ik gaan bidden en ik heb gezegd: 'God, dit wil ik. Of ik hier nu levend uitkom of niet, ik wil verlangen naar u zoals dat door David beschreven wordt'.”

"Mijn geloof was eigenlijk op de automatische piloot terecht gekomen. Het was lauw geworden, koud misschien wel."

Dezelfde dag worden ze naar een dorpje gebracht, waar ze worden opgesloten in een badkamer. Daar krijgen ze eten. Vlak daarna worden ze weer naar een ander dorpje gebracht, waar ze een week lang opgesloten worden in een schuurtje van drie bij vier meter. Die tweede week wordt Peter ziek. “Ik kon mijn eten en drinken niet meer binnen houden. Ik maakte me echt zorgen op dat moment. Je moet je voorstellen dat je met een ketting aan elkaar vastzit en om de tien minuten naar de wc moet. We hadden een gat in de grond gemaakt in een hoekje. Dat was ons toiletje. We moesten samen naar de wc. Elke keer moest ik hem wakker maken dat ik naar de wc moest.”

Het vertrouwen in God neemt af. “Tijdens mijn ontvoering kon ik God niet in vertrouwen nemen”, vertelt Peter eerlijk. “Dat gebed van Jezus, vlak voor zijn sterven: ‘Uw wil geschiedde’, dat kon ik niet. Ik had heel sterk mijn eigen voorkeur hoe het moest gaan. Ik moest vrijkomen, dat was de enige juiste uitkomst in mijn hoofd. Een ander scenario paste daar niet in. Wat als God mij thuis zou halen? Wat als ik het niet zou overleven? Ik heb daar enorm mee geworsteld. Daardoor kon ik ook niet bidden. Ik voelde me dan hypocriet. Ik durfde God niet te vertrouwen. Uiteindelijk heb ik tegen God gezegd: 'Met mijn hart kan ik het niet, met mijn gevoel ook niet, maar dan maar met mijn verstand: ik wil U vertrouwen.' Het was echt een moment van overgave. God ik leg het in Uw handen of ik het overleef of niet. Het was één van de aller moeilijkste dingen die ik in mijn leven heb moeten doen.”

"Tijdens mijn ontvoering durfde ik God niet te vertrouwen."

Na vier weken merkt Peter dat zijn ontvoerders steeds banger worden om ontdekt te worden. “In een laatste poging om nog wat geld aan ons te verdienen, hebben ze geprobeerd om ons door te verkopen aan de Taliban. Dat werd ook tegen ons gezegd. Het riep een hele diepe angst in mij op. Als je in de handen van de Taliban bent, is het klaar. Dat was een hele moeilijke week. Tot driemaal toe deden ze een poging om ons aan de Taliban door te sluizen. De contactpersoon kwam echter driemaal niet opdagen. Ik was daar zo ontzettend dankbaar voor. Ik vertelde net dat we vastgeketend zaten aan elkaar. Ze wilden mij alleen doorverkopen aan de Taliban en daarom werden we losgemaakt en heb ik een aantal uren alleen gezeten. Dat waren, in mijn totaal zes weken gevangenschap, de moeilijkste uren.”

Peter vertelt dat hij tijdens zijn gevangenschap ook veel heeft geklaagd tegen God. “In die vierde week was er een aantal nachten dat we weer moesten lopen. Ik bad dan heel eenvoudig om een warme slaapplek. We hadden al een aantal nachten in de koude bergen geslapen. Maar vervolgens sliepen we weer in de bergen. Weer koud. Weer niet kunnen slapen. Ik ben toen boos geweest op God. Ik riep het uit: was het nu teveel gevraagd? Een warm plekje om te slapen? Ik denk dat dit op bepaalde momenten mag. Dat je twijfels mag hebben en dat uit mag roepen. God snapt dat, God weet dat. Ik was er in die week klaar mee. Ik heb momenten gehad dat ik dacht: schiet mij maar dood. Ik was lichamelijk op en er geestelijk klaar mee. Maar als ik terugkijk op die vierde week, is het God geweest die ervoor heeft gezorgd dat we niet in de handen van de Taliban kwamen. Daar zijn we Hem dankbaar voor. Ik kan niets anders concluderen dan dat God nog steeds de touwtjes in handen had. Er is in die zes weken geen enkel moment geweest dat God de controle verloor.”

"Met het mes op de keel zei ik dat ik moslim was."

Er gebeurden mooie dingen in de zes weken dat Peter opgesloten zat. Maar ook vreselijke dingen. Sommige dingen durfde hij zijn vrouw zelfs in eerste instantie niet eens te vertellen. “We zijn er als christenen heel goed in om alleen de mooie kanten te laten zien. In de kerk hoor je vaak alleen de succesverhalen en de mooie dingen die gaande zijn in ons leven. Maar ik denk dat we juist door fouten maken heen kunnen groeien.” Peter geeft meteen het goede voorbeeld door te vertellen dat ze tijdens zijn gevangenschap voor het maken van een video een mes op zijn keel zetten en vroegen of hij christen of moslim was. “Via Open Doors had ik weleens verhalen gelezen waarbij mensen in landen als China gevraagd werd of ze christen werden. Ze kwamen er openlijk voor uit en bekenden kleur. Ik had me voorgenomen: als ik ooit in zo’n situatie terecht kom, ga ik kleur bekennen. Maar met het mes op mijn keel was mijn antwoord compleet verkeerd. Ik heb gezegd dat ik moslim was.”

“Ken je dat verhaal van Petrus dat hij drie keer zei dat Hij Jezus niet kende? Ik voelde me net als Petrus zo’n loser. Wat ben je nu voor een christen? Je zegt Jezus te volgen, God te kennen, maar als het puntje bij het paaltje komt, durf je geen kleur te bekennen. Ik heb er na die tijd zo mee geworsteld. Ik voelde mezelf een minderwaardige christen. Het heeft na mijn vrijlating twee jaar geduurd voordat ik dit een plekje kon geven. Ik kwam erachter dat wat er ook gebeurt en welk keuzes je ook maakt, Gods genade altijd groter is.”

2 december 2010 zal een dag zijn die Peter nooit meer vergeet. Die dag kwam hij samen met zijn Afghaanse vriend vrij. “Ik kan daar eigenlijk niet heel veel over vertellen. Dat heeft te maken met hoe de onderhandelingen gingen en hoe ze met toekomstige ontvoeringen omgaan. Onze ontvoerders waren heel bang om ontdekt te worden. De Afghaanse veiligheidsdiensten waren naar ons op zoek. Er waren ook 90 soldaten uit Nederland gekomen die naar ons op zoek waren. Het werd ook steeds kouder, waardoor het moeilijker werd om een plek te vinden om ons te verschuilen. Op 2 december is er besloten om ons vrij te laten.”

Nadat hij is vrijgekomen, volgen er uitgebreide evaluaties met onder meer het crisisteam. Daar hoort Peter iets heel bijzonders. “Er was een man uit Engeland van 70 jaar die tijdens mijn ontvoering naar het crisisteam kwam en vroeg of het niet mogelijk was om mijn plaats in te nemen. Hij vroeg of een gevangenenruil plaats te laten vinden. Deze man had dat overlegd met zijn vrouw, zijn kinderen en zijn kleinkinderen. Hij was bereid zijn leven te geven voor mijn vrijheid. Toen ze me dat vertelden, begon ik spontaan te huilen. Iemand wilde zijn leven geven voor mij zodat ik weer terug kon naar mijn gezin. Het crisisteam heeft dat overwogen en gezegd dat het risico te groot is.

Voor mij is dat zoiets moois en in feite ook de kern van ons geloof. Het is wat Jezus voor mij en voor jullie allemaal gedaan heeft. Jezus heeft gezegd: 'Ik neem die plek in van Peter. Ik neem die plek in van...' en vul je eigen naam maar in. Zodat wij vrij kunnen zijn en mogen leven.”

Tot slot vertelt Peter dat het na zes weken ontvoering niet ophield. “Dat is heftig en was echt een nachtmerrie. Maar de jaren erna zijn bijna net zo heftig geweest op bepaalde momenten. Je hebt heftige dingen meegemaakt en dat zul je een plekje moeten geven. Toen ik net terug was in Nederland, was ik vooral ontzettend dankbaar dat ik mijn kinderen weer in mijn armen kon nemen en weer bij mijn gezin was. Het eerste jaar stond in het teken van dankbaarheid. Ik was God ontzettend dankbaar dat ik vrij was, een vader kon zijn voor mijn kinderen en een echtgenoot voor mijn vrouw. Dat was een topjaar. Lichamelijk ging het minder, maar dat was voor mij bijzaak.

"Ik heb hem kunnen vergeven. Ik ben ook voor hem gaan bidden, kort na mijn vrijlating al."

Daarna kwam ik terecht in een proces waarin ik dingen een plekje moest geven. Dat waren tijden van diepe dalen, maar tegelijk ook mooie bergtoppen. Ik heb professionele hulp gehad. Het is ontzettend moeilijk om je verhaal, je gevoelens en wat je hebt meegemaakt aan een ander over te brengen. Er was voor mijn gevoel niemand die dat begreep en met wie ik erover kon praten. In 2016, zes jaar later, merkte ik dat ik in de drek zat en er niet meer uit kon. Ik kon mijn werk niet meer volhouden en mijn lichaam gaf het op. Toen ben ik de ziektewet ingegaan en heb ik opnieuw hulp gezocht. Dat was een lang traject waarin ik onder andere de diagnose PTSS en een burn-out kreeg. We hebben daar een jaar hard aan gewerkt.”

“Na dat jaar heb ik langzaam maar zeker het werk weer opgepakt en dat gaat beter en beter. Daar ben ik dankbaar voor. Een vraag die mij veel gesteld wordt, is of ik mijn ontvoerders heb kunnen vergeven. Dat is een hele lastige. Ik heb daar mee geworsteld. Zo’n twee jaar nadat ik vrij was gekomen, nam het ministerie van Buitenlandse Zaken contact met mij op. Ze vertelden mij dat de man die verantwoordelijk was voor mijn ontvoering was opgepakt in Afghanistan. Ik kreeg een foto toegestuurd om te vertellen dat dit inderdaad die man was. Ik had hem in die zes weken een keer gezien. Die man is toen in Afghanistan berecht en heeft 22 jaar cel gekregen. In Kunduz is hij gevangengezet en niet veel later hoorde ik dat hij in de gevangenis was vermoord.

Toen ik die foto van hem onder ogen kreeg, had ik gemengde gevoelens. Aan de ene kant diep medelijden maar aan de anderen kant is hij ook de man die ons in die zes weken toch in leven heeft gehouden. Uiteindelijk heeft hij ervoor gekozen om ons niet te vermoorden maar ons vrij te laten. Heb ik die man kunnen vergeven? Ja. Ik ben ook voor hem gaan bidden, kort na mijn vrijlating al. Ik kan zeggen dat ik die man vergeven heb. Ik las een tijdje terug een hele mooie uitspraak van Nelson Mandela: ‘Wanneer je niet kunt vergeven, zit je eigenlijk nog gevangen.’ Vergeving in de Bijbel is niet zomaar iets wat we moeten doen omdat we christen zijn. God geeft die opdracht niet omdat het zo mooi is naar anderen toe, maar omdat het beter is voor jezelf. Zodat het niet gaat knagen. Uiteindelijk word je er bitter of beter van. Ik ben er beter van geworden.”

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Levensverhalen
- Jan-Kees organiseerde een dankdienst voor de genezing van zijn dochter: "Een week later kregen we dramatisch nieuws"
- De vrouw van Jan-Kees pleegde zelfmoord: "Haar uitvaart was op de geboortedag van onze overleden dochter"
- Paul Blokhuis verloor zijn dochter: "Hoe kan het dat een kind van 18 ermee stopt en iemand van 93 moet wachten op de dood?"
- Kira maakte een afspraak bij abortuskliniek: "Ik schreeuwde het uit naar God: haal het bij me weg. Ik wil het niet. Ik kan het niet"
- Dennis was satanist: "Heel mijn leven vocht ik tegen de Schepper van hemel en aarde"
Meer over Levensverhalen »

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen