Willem Ouweneel
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

23 oktober 2020 door Willem J. Ouweneel

Het paradijs komt eraan!

Sinds wij in Houten wonen, en wel in het wijkje dat ze hier ‘de Tuinen’ noemen, ben ik me nóg meer voor de Tuin van Eden gaan interesseren, vooral omdat wij vanuit ons appartement zo’n ‘paradijselijk’ uitzicht op de heerlijke Rietplas hebben. Mijn boek Het paradijs van zijn val tot zijn herrijzenis: Het verhaal van Eden is dan ook erg toepasselijk.

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Willem J. Ouweneel.

Word ook lid

Volgens archeologische opgravingen hebben hier, in het oude stroomgebied van de Rijn, al minstens sinds de vijfde eeuw mensen gewoond (als ik de prehistorie buiten beschouwing laat). Ik kijk uit op een archeologisch park waar rond de tiende eeuw al een grote herenboerderij moet hebben gestaan, die bekend was onder de naam Loericker Hofstede. De archeologen beweren dat de mensen hier destijds onder andere eland, karper en meerval gegeten hebben; dat verhoogt voor mij nog het Edense karakter van de plek.

Het Edenverhaal is een drama, maar geen tragedie, want tragedies eindigen altijd op tragische wijze.

Tegelijk moet het hier gegaan zijn zoals met zoveel Edens, te beginnen met het allereerst Eden in de Bijbel: er is niet veel van overgebleven. De Loericker Hofstede is met aarde bedekt. Eden is om zo te zeggen heel dichtbij, maar je kunt er niet bij. De archeologen laten de oude boerderij (voorlopig) lekker liggen. Wel hebben ze hier in een greppel het skelet van een man gevonden die een onnatuurlijke dood gestorven moet zijn. Ook hebben ze in een waterput voetboeien gevonden, wat erop wijst dat er op de boerderij slaven gehouden werden. Ook in dit Eden is dus niet alles gegaan zoals het hoort. Als een soort ‘oordeel’ klinkt het hier: zand erover!

De heilsgeschiedenis heeft vele echte Edens gekend, die allemaal ondervonden hebben wat voor kwaadaardige vuren en legers (in de figuurlijke, en soms in de letterlijke zin) er in de wereld bestaan en wat die kunnen uitrichten met de schitterende dingen die uit Gods hand zijn voortgekomen (zoals beschreven in Joël 2:1-3). Al die Edens zijn beschadigd, en soms zwaar verwond door de machten der duisternis, en vooral door menselijk falen. In mijn boek heb ik maar liefst zeven van zulke Edens beschreven, vanaf het hemelse Eden in Ezechiël 28 tot het laatste Eden in Openbaring 22.

Hoeveel vorige Edens er ook teloorgegaan mogen zijn, Gods volk geeft nooit de hoop op. Hoe bedreigend de donkere machten ook mogen zijn, hoe vaak de mensheid ook gefaald moge hebben, God zal uiteindelijk zijn doel bereiken: zijn laatste Eden, zoals beschreven in het boek Openbaring: ‘Wie een oor heeft, laat hij horen wat de Geest tot de gemeenten zegt. Wie overwint, die zal Ik te eten geven van de boom van het leven die in het paradijs van God is’ (2:7; vgl. 22:1-5).

In mijn boek heb ik maar liefst zeven van zulke Edens beschreven, vanaf het hemelse Eden in Ezechiël 28 tot het laatste Eden in Openbaring 22.

In mijn nieuwe boek begint elk hoofdstuk met een citaat van ‘meester’ (onderwijzer, streekhistoricus en volkskundige) Hendrik Willem Heuvel (1864-1926). De meeste van die citaten komen uit het boek Oolde, mijn Oolde, dat op 18 april a.s. verschijnt en dat een heruitgave is van het al in 1927 postuum verschenen boek Oud-Achterhoeksch boerenleven het geheele jaar rond. Dit boek, volgens mij het mooiste boek over het Nederlandse platteland dat ooit verschenen is, was en is zo geliefd omdat het dat vroegere idyllisch-romantische boerenleven zo ‘paradijselijk’ beschrijft. Heuvel ervoer zijn jeugd in de buurtschap Oolde als een ‘Eden’ dat hij bij het ouder worden moest leren verlaten, zoals elk mens die een gelukkige jeugd heeft gehad, maar vroeg of laat op eigen benen moet leren staan, en in het zweet zijns aanschijns de aardbodem moet leren bewerken. Over vijf weken zal ik je meer over deze belangwekkende heruitgave vertellen.

Mijn Edenverhaal is een droevig verhaal doordat Eden vanaf Genesis 2 voortdurend bedreigd is geweest, hetzij van binnenuit, door het falen van zijn bewoners, of van buitenaf (te beginnen met de slang), of allebei (de machten van buitenaf kunnen niet veel doen zonder het falen van binnenuit). Maar het is een verhaal met een gelukkige afloop – en trouwens ook met schitterende momenten onderweg, vooral in de tabernakel en de tempel, maar ook in het ‘paradijselijke’ Beloofde Land en de Tuin van Jozef. Het Edenverhaal is een drama, maar geen tragedie, want tragedies eindigen altijd op tragische wijze. Het is ook geen komedie, omdat er onderweg weinig te lachten valt, behalve in tweeërlei zin. Ten eerste: op de schitterende hoogtepunten is er wél reden tot uitgelatenheid, ook al is het heerlijke einde nog lang niet bereikt. Ten tweede: er wordt in elk geval wel gelachen in déze zin (Ps. 2:4-6, vertaald uit The Message): ‘De in de hemel tronende God breekt uit in gelach. Eerst is hij geamuseerd over hun aanmatiging [nl. van degenen die God en de Messias tarten]; dan wordt hij goed boos: ‘Woedend legt Hij hun het zwijgen op: “Weten jullie niet dat Sion een Koning heeft? Dat er een koninklijk feestmaal voor Hem is bereid op de heilige top?

Eigenlijk wordt dit ‘feestmaal’ in de grondtekst helemaal niet letterlijk genoemd – maar wat een prachtige manier om het ultieme Eden te beschrijven! Geen beschrijving van Eden, letterlijk en figuurlijk, kan zonder eten en drinken, of de huwelijkse vreugden, of de lofprijzing en aanbidding.

‘Eet’, zei de slang in het eerste aardse Eden tegen Eva, en Eva zei het tegen Adam (Gen. 3:1-6). ‘Neem, eet!’ zei Jezus in de laatste nacht van zijn aardse leven, in een totaal andere zin (Matt. 26:26). ‘Kom, koop en eet’, zal de Heer aan het eind zeggen; zie Jes. 55:1 (vgl. vs12v.). ‘De HEERE zal Sion troosten, Hij zal al haar puinhopen troosten. Hij zal haar woestijn maken als Eden, haar wildernis als de hof van de HEERE. Vreugde en blijdschap zal daarin gevonden worden, dankzegging en luid psalmgezang’ (Jes. 51:3).

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Willem Ouweneel
- Coronavirus: storm in een glas water of teken van de eindtijd?
- Waarom de coronapaniek mij beangstigt: met een kanon wordt op een mug geschoten
- De 'eindtijdkrant' van Jaap Dieleman: een klap voor fatsoenlijke bijbeluitleg
- De zondagsheiliging: wat moeten we ermee?
- De Nashvilleverklaring: wel of niet ondertekenen?
Meer over Willem Ouweneel »

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen

Reacties

Anne Salomons. Wat ben je hardnekkig en voor jezelf zonder uitzicht door je verkeerde inzichten mbt uitspraken als: nog een korte tijd, of niet ver van verdwijning. Je geloof toch ook dat 1 dag is als 1000 jaar. Dus die korte tijd is nog maar 2 dagen geleden. Geen activisme onzerzijds zal het paradijs brengen, ook al kan woestijn gebied dmv moderne technologie gecultiveerd worden. Op de sabbatdag, in het 1000 jr. vrederijk (Op.20), wanneer het oorlogstuig omgesmeed is tot ploeg en snoeimachines, zal jouw idee mogelijk zijn doel bereiken. Maar
A
Volgens Openb 2:7 wordt het paradijs vergeleken met de boom des levens, ofwel het in Christus zijn, Gods aanwezigheid in je hart… Het is het leven onder het nieuwe verbond, dat eeuwig is: het betrouwbare heilige (ofwel koningschap) van David (Jes 55:3; Hand 13:34). En dat NV werd gesloten met de beide huizen van Israël (Hebr 8:10), toen het OV niet ver van verdwijning was (vs 13), namelijk 70 NC met de verwoesting van Jeruzalem en de tempel…de woestijn veranderd als Eden, en de wildernis als het hof des Heren...paradijselijke toestand hersteld.