Matthijs
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

05 februari 2020 door Matthijs Vlaardingerbroek

Het vraagstuk over homoseksualiteit creëert een grote kloof in de kerk

Mijn vorige twee artikelen, waarin ik de conclusie trok dat wij als kerkelijk Nederland onze homoseksuele broeders en zusters tot zondebokken hebben gemaakt, hebben om het zachtjes uit te drukken heel wat losgemaakt. Een vraag, die geregeld terugkwam, was: “Mag je niet meer zeggen wat zonde is? Moet je alles dan maar goed praten?” Dit is een hele goede en belangrijke vraag. “Wat blijft er dan nog over van de heiligheid van God als we alle zonden gaan accepteren als normaal en erkend gedrag?” Sommige lezers trokken de conclusie dat we volgens Matthijs Vlaardingerbroek niet meer moeilijk mogen doen over zonden.

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Jeffrey Schipper.

Word ook lid

Dit laatste is wat mij betreft zeker niet het geval. Ik pleit er juist voor dat we onze zonden en de heiligheid van God heel serieus gaan nemen. Zo serieus dat we ons niet alleen druk maken om de zonden van de ander, maar dat Gods heiligheid er toe leidt dat we ons zelfs druk gaan maken om onze eigen zonden. Jezus zegt: “Oordeelt niet, omdat je niet geoordeeld zult worden, want met het oordeel waarmee je oordeelt, zul je zelf geoordeeld worden. De maat waarmee je meet, zal je zelf mee gemeten worden. Kijk niet naar de splinter in het oog van je broeder of zuster, maar verwijder eerst de balk uit je eigen oog.”

Met welke maat meet jij jezelf? Welk oordeel vel je over je eigen leven? Als jij je gedrag, je woorden en je gedachten naast de Bergrede van Jezus legt, tot welke conclusie kom je dan? Wat is jouw heiligheidsscore als je naar deze woorden van Jezus kijkt?

Ja, we moeten de woorden van Jezus juist heel serieus gaan nemen. Maar…

Zodra wij dit doen en deze woorden op ons eigen leven gaan toepassen, levert ons dit een geweldig groot probleem op: wij falen hier namelijk allemaal in!

Niemand van ons kan in enige mate voldoen aan de eisen van Gods koninkrijk, zoals Jezus die neerzet in de Bergrede. Dit betekent dat wij allen zondigen en niet voldoen aan de opdracht van onze Heer.

Gelukkig is daar dan genade. De genade van God die ons vergeeft en ons voortdurend toegang geeft tot de aanwezigheid van God, de gemeenschap met elkaar en zelfs tot het Avondmaal. Wat zijn wij rijk, dat wij zondaars, die dagelijks keer op keer zo falen in de opdracht van onze Heer, mogen leven vanuit Zijn genade.

En dan… trekken wij een lijn.
Ja, wij zijn allen zondaars.
Ja, er zijn dingen in de Bergrede waar wij bewust geen gehoor aan geven.
Ja, wij blijven dagelijks volharden in een levensstijl die recht tegenover de Bergrede staat.
Ja, wij leven gelukkig uit genade.
Ja, wij zijn gelukkig welkom in Gods aanwezigheid.
Ja, wij zijn gelukkig welkom in de gemeenschap van de heiligen.
Ja, wij zijn gelukkig welkom aan het Avondmaal.
Ja, wij zijn gelukkig welkom in het leiderschap van de gemeente.

Maar zij niet…

Want zij zijn ergere zondaars.

Misschien dat zij mogen leven uit genade.
Misschien dat zij zelfs welkom zijn in Gods aanwezigheid.

Maar je moet wel ergens een lijn trekken…

Ze zijn niet welkom in de gemeenschap van de heiligen.
Ze zijn niet welkom aan het Avondmaal.
Ze zijn niet welkom in het leiderschap.

Wat dat betreft, lijken wij soms op de gelijkenis van de onbarmhartige schuldenaar. Alles was hem vergeven. Zijn grote schuld was volledig weg gescholden. Toch kon hij het niet in zijn hart vinden om net zo met de schuld van de ander om te gaan, zoals de Koning met hem was omgegaan. “Ach, wat ben jij schuldig!”, riep degene bij wie net alle schuld was kwijtgescholden.

“Maar!”, roepen sommige CIP reageerders dan: “Er is bij God een gradatie van zonden. De Bijbel is er duidelijk over. Voor God is een homoseksuele levensstijl een gruwel. Als je volhardt in deze zonde, kan je niet uit de genade leven.”

Goed punt, geliefde lezer! Wist je dat de Bijbel een top 7 bevat van de dingen waar God van gruwelt? In Spreuken vinden we een samenvatting van de dingen, die de Heer haat en die Hem een gruwel zijn.

Hier komen ze vanuit Spreuken 6: 16-19:

“Zes dingen haat de Heer.
Zeven dingen zijn Hem een gruwel:

1. Ogen die hooghartig kijken.
2. Een tong die liegt.
3. Handen die onschuldig bloed vergieten.
4. Een hart dat op het kwade zint.
5. Voeten die zich naar de misdaad reppen.
6. Getuigen die bedriegen, altijd liegen.
7. Zij die stoken tussen broers.”

Wat valt je op?

Mij valt allereerst op dat een homoseksuele levensstijl hier niet genoemd wordt.

Ten tweede valt mij op dat dit zonden zijn, waar wij allemaal in min of meerdere mate in ons leven mee te maken krijgen. Hoe vaak kijken wij niet hooghartig? Hoe vaak liegen wij niet? Zinnen we op het kwaad in plaats van op het goede?

Hoe erg zijn deze zonden? Als God dit allemaal als een gruwel ervaart, hoe kan dan ook maar één christen zich welkom voelen in een kerk, deelnemen aan het Avondmaal, een taak hebben in de gemeente of zelfs op het podium staan of een leidinggevende taak hebben?

Je zou uit deze Bijbeltekst zelfs de conclusie kunnen trekken dat God van ons allemaal gruwelt, omdat iedere christen met regelmaat dingen doet die tegen deze woorden ingaan.

En toch lijkt de gemiddelde christen hier niet te diep onder gebukt te gaan.

Integendeel, de gemiddelde christen heeft ergens in zijn of haar hoofd een theologische klik weten te maken. Een theologische klik, waardoor hij of zij vrijmoedig en blij met God om kan gaan en er tegelijkertijd een levensstijl op na kan houden, die vaak tegen Jezus woorden in de Bergrede ingaat en die soms zelfs in de categorie van ‘gruwelzondes’ uit Spreuken 6 valt. En hier ogenschijnlijk toch geen last van te hebben

Hoe doet de ‘gemiddelde christen’ dit?

Nou, dat zou een interessante vraag voor een vervolgartikel zijn! 

En waarom gunnen wij de gemiddelde christen deze theologische klik wel en de homoseksuele broeder of zuster, die ervoor kiest om een monogame relatie met iemand van hetzelfde geslacht aan te gaan, deze theologische klik niet.

Denk je dat de gemiddelde homoseksuele broeder of zuster, die ervoor heeft gekozen om een monogame relatie met iemand van hetzelfde geslacht aan te gaan, minder vrede met God ervaart dan de gemiddelde heteroseksuele broeder of zuster met zijn of haar worstelingen en zoektocht?

Ik denk dat de grote vraag, die we onszelf in dit alles moeten stellen, de volgende is:
“Wie bepaalt binnen kerkelijk Nederland wat in onze cultuur en in onze tijd datgene is, waar God wel of niet van gruwelt en wat wel of niet een grote zonde is?”

Is schatten verzamelen op aarde in 2019 een grote zonde binnen de kerk? Nee!
Is hooghartig kijken een grote zonde? Nee!
Is je zorgen maken over morgen een grote zonde? Nee!
Is de ander in je gedachten begeren een grote zonde? Nee!
Is liegen een grote zonde? Nee!
Is macht uitoefenen een grote zonde? Nee!
Is niet barmhartig zijn, niet gastvrij zijn of niet liefdevol zijn een grote zonde? Nee!
Is niet willen vergeven een grote zonde? Nee!
En ga zo maar door…

Waarom bepalen we anno 2020 dat ‘een monogame, homoseksuele relatie’ zo’n grote zonde is, dat je niet meer welkom bent in een gemeente, niet meer mag deelnemen aan het Avondmaal, geen taak meer mag uitvoeren of geen leidinggevende taak meer mag hebben binnen de gemeente?

En waarom bepalen we dat alle andere zondes minder grote zondes zijn en dat je daardoor wel voor al deze dingen in aanmerking komt?

Ik denk dat het antwoord op deze vraag zowel met liefde, als met angst te maken heeft.

Het antwoord heeft alles te maken met liefde; een grote liefde voor God en Zijn Woord en boven alles trouw willen blijven aan hetgeen wat wij hierin lezen.
Het antwoord heeft ook alles te maken met angst; een grote angst voor alle veranderingen, die zich over de afgelopen vier of vijf decennia in onze Westerse cultuur voltrokken hebben en diens invloed op de kerk.

In hoeverre kan of mag een kerk zich door de cultuur laten bepalen? In hoeverre zijn wij een tegencultuur? Wat kunnen wij wel of niet omarmen? Eigenlijk zijn dit de vragen waarmee de christelijke kerk tijdens grote cultuurveranderingen in de kerkgeschiedenis geworsteld heeft: ”Welk standpunt moeten wij gaan innemen? Gaan wij hierdoor Gods zegen kwijtraken? Zijn wij niet teveel water bij de wijn aan het doen? Je moet toch ergens een lijn trekken? Wie bepaalt nu uiteindelijk de agenda van de Kerk? Toch niet de cultuur om ons heen, maar het eeuwige, onveranderlijke Woord van God? Of moeten we juist mee veranderen? Mogen en kunnen wij als kerk ook van onze cultuur leren? Werkt Gods hand wellicht ook door onze post-postmoderne cultuur heen en wil Hij ons als kerk misschien wel door deze cultuur heen een bepaalde kant opsturen?

Lastige vragen om hier een wijs antwoord op te geven!

Terwijl ik dit schrijf, hoor ik het op het nieuws dat de United Methodist Church, de tweede grootste Protestantse denominatie in de Verenigde Staten op het punt staat om zich in tweeën te gaan splitsen over de vraag: “Bieden we binnen onze kerk ruimte aan het inzegenen van predikanten met een homoseksuele levensstijl en aan het inzegenen van het homohuwelijk?”

En de kloof wordt breder en dieper.

Een kloof met aan de ene kant geliefde broeders en zusters, die vanuit hun liefde voor God, diens mensen en Zijn Woord tot het inzicht zijn gekomen, dat God hier absoluut niet Zijn zegen aan kan geven.

Een kloof met aan de andere kant geliefde broeders en zusters, die vanuit hun liefde voor God, diens mensen en Zijn Woord tot het inzicht zijn gekomen, dat God hier zeker wel Zijn zegen aan wil geven.

Een kloof die gevormd wordt door een intense liefde voor God, diens mensen en Zijn Woord en van beide kanten beïnvloedt wordt door hele sterke emoties.

Aan de ene kant de frustratie, verontwaardiging en boosheid over het ‘gelobby’ van de ‘homobeweging’. En misschien ook wel de angst: “Gaat het dan toch veranderen?”

Aan de andere kant de pijn, eenzaamheid en verdriet over de ‘afwijzing’ vanuit de ‘kerk’. En misschien ook wel de angst: “Gaat het dan nooit veranderen?”

En de kloof wordt dieper…

En we veroordelen elkaar op ons gedrag en we erkennen niet dat het juist dezelfde grote liefde voor God, Zijn mensen en Zijn woord is, die ervoor zorgt dat we aan de andere kant van deze kloof tegenover elkaar staan.

En we kijken naar elkaars gedrag en mening en niet naar dezelfde grote liefde voor Hem en Zijn Woord.

En de kloof wordt dieper. En de kloof wordt breder. En er lijken geen antwoorden te zijn. Misschien zijn wij wel de generatie in de woestijn. Misschien kunnen wij niet samen het beloofde land gaan innemen. Moeten wij wellicht wachten op een nieuwe generatie die deze kloof wel weet te overbruggen.

Wie zal het zeggen?

Heer, ontferm U over ons….

------------------------------------------------------------------------------------

Voor nu is dit mijn laatste artikel voor CIP. De afgelopen jaren heb ik met liefde en hoop vele artikelen hier geschreven. Geschreven vanuit liefde voor de kerk in ons land, waar ik van houd en geschreven vanuit hoop, omdat ik ten diepste geloof dat we met elkaar gezamenlijk een hogere weg kunnen bewandelen. Een hogere weg waarin wij samen meer op Christus kunnen gaan lijken, elkaar en de ander meer tot zegen kunnen zijn en hopelijk minder broeders of zusters in dit proces bewust of onbewust zullen beschadigen.

Teruglezend in mijn artikelen zie ik dat de bewuste of onbewuste beschadiging van broeders en zusters door ons ‘christelijk’ gedrag een grote rol in mijn artikelen heeft gespeeld. Ik heb hierin heel bewust tegen de nodige heilige huisjes getrapt. Dit is mij niet altijd in dank afgenomen. Dit begrijp ik. Misschien is dit ook wel het lot van de profeet. Een vinger leggen op een zere plek doet altijd pijn…

Ben ik nu uitgeschreven? Nee! Moet ik stoppen van CIP? Zeker niet! Waarom dan toch stoppen?

Ik wil me in de komende tijd meer gaan richten op een andere passie van mij, namelijk de vraag: ‘Hoe kunnen wij een nieuwe generatie kinderen, die in deze tijd opgroeien, meenemen in het geloofsavontuur en de verhalen van God?’

Om hier voldoende aandacht aan te kunnen geven, moet je andere dingen (tijdelijk) stopzetten. Vandaar!

Het ga jullie goed!

Matthijs

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Homoseksualiteit
- 5 redenen waarom christenen homoseksualiteit zouden moeten accepteren
- Voormalig homo Keesjan is nu gelukkig getrouwd met een vrouw: “God heeft mijn identiteit vernieuwd”
- John was een gewilde spreker in christelijk Nederland; totdat hij homo bleek te zijn
- 7 redenen waarom christenen homoseksualiteit zouden moeten afwijzen
- Christen en homo: het leidde bij Johan tot een posttraumatische stressstoornis
Meer over Homoseksualiteit »

Reacties

K
Beste Matthijs, bedankt voor je columns. Ik ga ze missen. Gods zegen toegewenst met je verdere werk in Zijn koninkrijk.
J
Mooi artikel Matthijs! Ik heb genoten van al je artikelen en je hebt veel te denken gegeven. Bedankt!
J
Matthijs, dank je wel voor de artikelen die je geschreven hebt. Altijd een originele, authentieke invalshoek. Inspirerend en verrijkend. Kritisch en eerlijk. Je legt de diepere beweegredenen bloot. Zegen toegewenst op je bediening!
Toon meer reacties (20)

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Krijg volledige toegang tot CIP.nl. Start je gratis maand.