Dr. Raymond R. Hausoul
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

06 februari 2020 door Raymond R. Hausoul

Is er na de dood tóch hoop voor wie Jezus in dit leven verwerpt? In reactie op Thijs Amersfoort

Thijs Amersfoort gelooft in tegenstelling tot ikzelf dat mensen die Jezus verwerpen toch voor eeuwig zijn gered. In dit vervolgartikel gaat hij uitgebreid op mijn reactie in. Dat is fijn en kan in de verduidelijking van elkaars standpunten helpen. Graag reageer ik in een laatste reactie.

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Thijs In Delft.

Word ook lid

Heleen M. Keizer biedt een overzicht in het gebruik van de term in buitenbijbelse bronnen van Homerus tot de vroege tijd van het Hellenisme. In haar proefschrift geeft ze aan dat haar onderzoek een aanzet kan geven om na te gaan hoe het Nieuwe Testament en de kerkvaders αἰώνιος/aiōnios gebruiken (p.251). Beiden krijgen in haar verdiepingen namelijk weinig tot geen aandacht. In haar artikel vermeldt ze dat aan het begin, om duidelijkheid te scheppen in haar opzet (p.53-54). Heleen Keizer concentreert zich dus op het gebruik van αἰών/aiōn in andere contexten (o.a. Aristoteles, Plato, Philo, Septuaginta). Qua lexica is het goed te vermelden dat Apollonius Sophista geen algemeen Grieks woordenboek schreef, maar zich op het taalgebruik van Homerus richtte. Hesychius hield zich in latere tijden eveneens bezig met het gebruik van αἰών/aiōn in dezelfde tijdsperiode die Heleen Keizer onderzoekt.

Het onderzoek over het gebruik van αἰών/aiōn is dus nog niet afgerond. Het is daarom nog te vroeg als Thijs Amersfoort wil stellen wat de term αἰών/aiōn ‘oorspronkelijk betekende’.

Vanuit deze bronnen kun je dus, zoals Heleen Keizer terecht opmerkt, niet rechtstreeks tot een ‘standaard-betekenis’ van αἰών/aiōn komen die voor alle Griekse teksten geldt. Voor de studie van het Nieuwe Testament moedigt ze haar lezers ertoe aan om vanuit het denken over ‘deze eeuw’ en ‘de komende eeuw’ contextueel na te denken over de betekenis van αἰών/aiōn en de interpretaties daarvan in de vroege kerk na te gaan. Dat is een goed voorstel.

Het onderzoek over het gebruik van αἰών/aiōn is dus nog niet afgerond. Het is daarom nog te vroeg als Thijs Amersfoort wil stellen wat de term αἰών/aiōn ‘oorspronkelijk betekende’. Wel is het mogelijk om op basis van het proefschrift van Heleen Keizer voorlopig te concluderen dat de term in de bronnen die zij onderzocht niet de betekenis ‘eeuwig’ ontving. In Aristoteles’ Rhetorica betekent het bijvoorbeeld ‘een mensenleven’ of in zijn Eudemus betekent het ‘een lange tijd’. Elders draagt het de betekenis ‘complete tijd’ of ‘volledig tijd’, wat zij in haar artikel omschrijft als ‘time made into a meaningful whole’ (p.71).

In zijn reactie op mijn schrijven, kiest Thijs Amersfoort voor een andere vertaalredenatie. De grammaticale genitief ‘het lied van de maand’ dient om het ‘eeuwig leven’ in Mattheüs 25:46 te verduidelijken. Dat is lastig, omdat die term in de accusatief staat. Er staat niet ‘maandelijks lied’ (genitief), maar ‘mooiste lied’ (accusatief met adjectief). De adjectief kwalificeert het naamwoord.

De uitdrukking ‘eeuwige God’ staat tevens in de grammaticale genitief (αἰωνίου θεοῦ/aiōniou theou). Als Thijs Amersfoort dat vanuit zijn betekeniskeuze van αἰώνιος/aiōnios met ‘God van het tijdperk’ wil vertalen, is dat onjuist. Het woord αἰώνιος is een adjectief dat hij dan met ‘eeuwige’, ‘levenstijdige’ of ‘tijdige’ moet vertalen. Hij mag er ook niet plotseling een meervoud van maken, zoals hij doet: ‘God van de tijdperken. Hij die de tijdperken maakt en in de tijdperken zijn plan uitvoert’. Naast het feit dat Thijs Amersfoort het dan niet als adjectief vertaalt, zou voor zijn vertaling in Romeinen 16:26 het meervoud van αἰών moeten staan. Er zou dan in de genitief αἰωνων θεοῦ/aiōnōn theou staan. Dat is niet het geval.

Spreken over de ‘God van een tijdperk’ blijft dus taalkundig onhoudbaar. Spreken over de ‘levenstijdige God’ is wel mogelijk – al heb ik daar theologisch vragen bij. Daarmee vervalt de redenering van Thijs Amersfoort over het ‘lied van de maand’ om het tijdperk op te vatten als de tijd tot aan het moment dat de dood is overwonnen. Het gaat niet om het tijdperk, anders zou er αἰών staan. Het gaat om een kwalificatie van wie God is. God wordt omgeschreven als αἰώνιος. Volgens mij is Hij daarmee een ‘eeuwige God’, volgens Thijs een soort ‘tijdperkige God’. Ook voor de betekenis ‘tijdbeperkt leven’, waartoe de uitleg van Thijs Amersfoort leidt, blijft dit een uitdaging. Wat is een ‘tijdbeperkt leven’, ‘levensleven’ of ‘lange tijdsleven’?

Wie stelt dat dit ‘tijdbeperkt leven’ ook buiten het tijdperk voortduurt, moet aangeven waarom dit bij de bestraffing dan niet zo is. Die draagt hetzelfde adjectief. De vertaling van de termen ‘eeuwig leven’ en ‘eeuwige straf’ blijft zo een uitdaging voor wie de betekenis van Thijs Amersfoort consequent uitwerkt bij termen als ‘eeuwig leven’ en ‘eeuwige straf’.

God wordt omgeschreven als αἰώνιος. Volgens mij is Hij daarmee een ‘eeuwige God’, volgens Thijs een soort ‘tijdperkige God’.

Verder vormen de overwegingen van Thijs Amersfoort een uitdaging voor de in mijn eerste bijdrage genoemde uitdrukkingen voor ‘eeuwen der eeuwen’ (αἰῶνας αἰώνων/aiōnas aiōnōn of αἰῶνας τῶν αἰώνων/aiōnas tōn aiōnōn in teksten over het oordeel (Op. 14:11; 19:3; 20:10) of bij de regering van de Messias (Op. 5:13; 11:15; 22:5). Het oordeel is dan ‘van tijdperken tot tijdperken’. Een oordeel dat alle tijdperken doorloopt, klinkt mij dan toch weer in de richting van een altijddurend oordeel.

Als het om de Bijbelteksten gaat die ik in mijn eerste bijdrage aanhaal, mis ik bij Thijs Amersfoort de uitweiding die hij ons belooft. Het blijft bij het stramien: Jezus stierf voor iedereen, iedereen is gered en gelooft dat. Vanuit Romeinen 1–4 concludeerde ik al dat Paulus in lijn met Jezus erop wijst dat ‘geloof in Christus’ noodzakelijk is om niet in het oordeel te komen. Zoals ik in mijn eerste bijdrage schreef: ‘Die rechtvaardiging is echter in Romeinen 1–5 talrijke keren met de voorwaarde van het geloof verbonden. Het gaat dus niet om een “allen zonder voorwaarde”, maar om een “allen zonder onderscheid” in Romeinen 5:19.’

Vanuit de leer van een alverzoening, zoals Thijs Amersfoort die aanhangt, zal men daarop reageren met de stelling dat Paulus in lijn met Christus verkondigt dat iedereen gelooft of zal gaan geloven. Niemand komt dan in het eeuwigdurend oordeel, zelfs de grootste misdadigers die Christus blijven verloochenen en hun slachtoffers blijven mishandelen komen daar niet. Iedereen krijgt het eeuwig gelukzalige leven. Het allen in Romeinen 5:19 is dan “allen zonder onderscheid”.

Ik blijf echter kritisch op de stelling dat Christus en de apostelen in die richting dachten. Hun nadruk ligt telkens op een oproep tot omkeer en een vandaag ‘in Jezus geloven’. Van een na de dood ‘in Jezus gaan geloven’ of ‘onbewust geloven’ is geen sprake. De oproep aan de mens om zich in gehoorzaamheid aan Christus te geven blijft de voorwaarde voor de gelukzaligheid. Als ik de Romeinenbrief lees, hoor ik de dringende oproep aan de mens om zich tot Christus te bekeren en verlost te worden van het eeuwigdurende oordeel.

Ik blijf er dus bij dat wat Thijs Amersfoort doet, uitlegkundig een negeren van de context en ‘knip-en-plak-werk’ is.

Bij het lezen van de reacties van Thijs Amersfoort op de Bijbelteksten stelt zich de vraag wat het ‘in Jezus geloven’ dan nog betekent. Kolosse 1:21-22 vermeldt dat de lezers met Christus zijn verzoend. Daaraan voegt de schrijver toe: ‘Maar dan moet u blijven geloven, onwrikbaar gegrondvest zijn in de hoop die het evangelie brengt’ (vs23). Het blijft mij vanuit dit vers een raadsel hoe Thijs Amersfoort kan schrijven dat het ‘“allen” in vers 15 echt iedereen betekent, gelovig of ongelovig’. Is het ‘dan moet u blijven geloven’ van de schrijver dan in tegenspraak met wat er eerder staat? In de opvatting van Thijs Amersfoort is namelijk gelovig én ongelovig verzoend. In de opvatting van de schrijver van Kolosse 1:23 is er de voorwaarde van geloof voor de verzoening.

Ik blijf er dus bij dat wat Thijs Amersfoort doet, uitlegkundig een negeren van de context en ‘knip-en-plak-werk’ is. Je kunt Romeinen 5 niet losmaken van wat ervoor staat (context!), je kunt Filippenzen 2:10-11 er dan niet zomaar zonder verdere onderbouwing bij sleuren (‘knip-plak’) en de oproep in Kolosse 1:23 laat zich niet lukraak negeren door het ‘blijven geloven’ zonder onderbouwing om te buigen. Dat vraagt om de nodige uitlegkundige onderbouwing. Het gesprek hierover zou zich nog lang kunnen voortzetten. Maar dat zou te veel van het goede zijn. De geïnteresseerde lezer verwijs ik vandaar graag naar de talrijke publicaties die er in de christelijke literatuur over dit thema zijn verschenen.

Dr. Raymond R. Hausoul is als wetenschappelijk onderzoeker in de systematische en bijbelse theologie verbonden met de Evangelische Theologische Faculteit te Leuven, België. Correspondentie via: raymond.hausoul@etf.edu

Thijs Amersfoort is naar aanleiding van bovenstaand artikel van mening dat Raymond R. Hausoul niet uit zijn argumenten haalt wat hij ermee bedoelde. Zo is 'God van de tijdperken' volgens hem geen vertaalvoorstel, maar een uitleg en ontkent hij niet de sterke nadruk op het geloven nu. In een extern artikel legt Thijs dit verder uit.

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Hel
- Zes redenen waarom de hel niet echt kan zijn
- Waarom ik niet geloof dat ongelovigen voor eeuwig verloren gaan
- Zes redenen waarom de hel echt is
- Waarom dominee Den Butter niet zwijgt over hemel én hel
- Waarom ik niet geloof dat ieder mens voor eeuwig naar de hemel gaat
Meer over Hel »

Reacties

Een uitstekende weerlegging van wat Thijs Amersfoort gisteren heeft geschreven. Wat waar LIJKT te zijn (als je Amersfoort moet geloven), blijkt helemaal niet waar te zijn.

Laat je niet bedriegen door zgn. redeneringen van aanhangers van de zeer geraffineerde alverzoeningsleer. Ze zijn zelf helaas ernstig misleid. Zie o.a. https://stichting-promise.nl/schriftgezag/alverzoeningsleer-een-zeer-geraffineerde-misleiding.htm

R
Handelingen 17:30 God dan verkondigt, met voorbijzien van de tijden der onwetendheid, heden aan de mensen, dat zij allen overal tot bekering moeten komen.

Tijden van onwetendheid = de tijd dat je het niet wist of niet kon weten.

Maar als je het wel had kunnen weten ...

Ze moeten allen overal tot bekering komen; niet wachten tot het vanzelf gebeurt, maar bewust jezelf omkeren naar God toe.

Lijkt me duidelijk genoeg.
E
Knip en plakwerk is wat de meeste christenen aangeleerd wordt door de kerken zelf. Zo bewijs je alles natuurlijk.

Toon meer reacties (1)

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Krijg nu volledige toegang tot CIP.nl!