Willem Ouweneel
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

Dagelijks leven

03 januari 2020 door Willem J. Ouweneel

Wat we moeten weten over de twaalfde of dertiende nacht na Kerstmis

Zo rond 1600 schreef William Shakespeare het toneelstuk Twelfth Night, or What You Will (‘Twaalfde nacht, of wat je wilt’). Die nacht is de twaalfde nacht na Kerstmis; als je rekent vanaf 25 december, kom je precies bij Driekoningen uit (6 januari). En daar gaat dat toneelstuk over, dat hier verder niet ter zake doet.

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Willem J. Ouweneel.

Word ook lid

In het oude volksgeloof speelden die ‘twaalf nachten’ een aanzienlijke rol; soms werden ze ook wel eens de ‘dertien nachten’ genoemd – het hangt er maar net van af hoe je rekent. Het oude Germaanse winterzonnewendefeest (vanaf de kortste dag van het jaar; dat was lang geleden 24 december) tot op 6 januari zijn dertien nachten. In Scandinavië wordt dat het Joelfeest genoemd, waarbij de betekenis van dat woord ‘Joel’ onduidelijk is. Op de ‘heilige avond’ (Kerstavond) luiden de kerstklokken het feest van de ‘dertien nachten’ in. Vandaag, op 3 januari, liggen die dertien nachten alweer bijna achter ons.

Tegenwoordig wordt er wel eens een mooie christelijke draai aan die twaalf of dertien etmalen gegeven.

Tegenwoordig wordt er wel eens een mooie christelijke draai aan die twaalf of dertien etmalen gegeven: het zou precies de tijd zijn die de wijzen uit het Oosten nodig hadden om, na de geboorte van Jezus, vanuit dat Oosten naar Bethlehem te reizen. Wie het zo uitlegt, vergeet dan dat die twaalf/dertien nachten, gerekend vanaf de winterzonnewende, al lang vóór de komst van het christendom in het Germaanse volksleven een grote betekenis hadden. Zoals de week begint met de zondag, zo begon het nieuwe jaar (vanaf de winterzonnewende) met twaalf dagen van rust en bezinning. Verplichte rust! Als je die niet in acht nam, bracht dat ongeluk, net zoals men in sommige kringen de zondag viert als een dag waarop elke activiteit (behalve kerkgang, bidden en bijbellezen) uit den boze is. De Germanen deden in de twaalf dagen de was niet, bakten geen brood, dorsten geen graan, dronken niet uit open bronnen, het spinnenwiel lieten ze stilstaan en geen boer haalde het in zijn hoofd om de stal uit te mesten. Het onheil lag overal op de loer! Er werd zelfs geen strijd geleverd: vijandige stammen namen een verplichte wapenstilstand in acht.

Vandaag aan de dag weten antroposofen en andere mystici die inspiratie in de Germaanse mythologie vinden, daar nog steeds veel over te vertellen. Gedurende de twaalf/dertien etmalen is de ‘sluier’ tussen de zichtbare (stoffelijke) en de onzichtbare (geestelijke) wereld op z’n dunst, en dat betekent dat we in deze periode in het bijzonder openstaan (beweert men) voor impulsen uit de hogere wereld. De mystici geloven nog steeds – zoals onze zeer ‘christelijke’ vaderen in de negentiende eeuw ook nog geloofden – dat het een tijd is waarin goede en boze geesten de mensheid in het bijzonder met hun bezoeken vereren. Niet alleen op oudejaarsavond, maar in heel deze periode schoten onze voorouders in de lucht om die geesten zoveel mogelijk op een afstand te houden. Van al die verhalen is niet veel overgebleven – behalve dan dat ellendige, gevaarlijke vuurwerk dat we nog steeds afschieten, al weten we niet meer waarom… Ik heb liever helemaal geen schieten, of weten waarom je schiet (en daar ook in geloven!), dan dat domme geknal waarvan niemand meer de betekenis kent, maar dat elk jaar wel voor een hoop ellende zorgt.

Gedurende de twaalf/dertien etmalen is de ‘sluier’ tussen de zichtbare (stoffelijke) en de onzichtbare (geestelijke) wereld op z’n dunst.

Ik heb in Zuid-Afrika een Zoeloe-man gekend die ouderling in de gereformeerde kerk was, maar als hij belangrijke beslissingen moest nemen, nog steeds zich tussen zijn vee in de kraal begaf om te overleggen met de geesten van zijn voorouders. Die werden namelijk geacht zich in het bijzonder tussen het vee op te houden. Alle kerstening had hem niet van dat geloof kunnen afbrengen – en onze Germaanse ‘christelijke’ voorouders waren er tot in de verre negentiende (en misschien twintigste!?) eeuw ook nog mee behept. De ‘heilige’ haard was bij uitstek de plek waar de huisgeesten (geesten van de voorouders) geacht werden zich op te houden. Soms vertoonden die vooroudergeesten zich in de vorm van huiskrekels, zo dacht men. Je kunt dat bijgeloof noemen – maar oorspronkelijk vormde het een onderdeel van een universele Germaanse godsdienst.

Zelfs onder Terah’s nageslacht treffen we het geloof in zulke huisgeesten aan, en wel in de vorm van de terafim. Laban bezat ze, en zijn dochter Rachel stal ze van hem (Gen. 31:19); als hij ze terug wil hebben, noemt hij ze ‘mijn goden’ (vs. 30). In het boek Richteren horen we van een man die een ‘godshuis’ inrichtte en er terafim voor maakte (17:5; vgl. 18:14-20; 1 Sam. 19:13; Zach. 10:2); en koning Nebukadnezar raadpleegde de terafim (Ezech. 21:21). Terafim waren huisgoden of familiegoden, net zoals de Lares en de Penaten dat bij de oude Romeinen waren; ze werden beschouwd als de vergoddelijkte geesten van de voorouders. Blijkbaar was het een prettige en geruststellende gedachte dat de geesten van de voorvaderen niet verdwenen waren, maar nog altijd dicht bij hun nakomelingen verkeerden, hen beschermden en hun geluk brachten. En onder talloze niet- en half-gekerstende volkeren leeft dit geloof nog onverminderd voort.

Het geloof in huisgeesten, die ook nog eens voorouderlijke geesten zouden zijn, is buitengewoon hardnekkig.

Vandaag kennen we kabouters nog slechts als sprookjesfiguren. Maar vroeger waren het ook huisgeesten; ‘kabouter’ is verwant met ‘kobold’, dat geacht wordt iets te betekenen als ‘vriendelijke stalgeest’ (wat men niet erg meende, want kobolden werden in het algemeen eerder als bedreigend dan als vriendelijk beschouwd).

Hoe dan ook: het geloof in huisgeesten, die ook nog eens voorouderlijke geesten zouden zijn, is buitengewoon hardnekkig. En hoed je in deze twaalf dagen en nachten heel in het bijzonder, want als je ooit last van ze hebt, dan juist in deze periode! Maar als je dat allemaal niet meer gelooft – prachtig! Houd dan alsjeblieft ook onmiddellijk op met dat domme geknal rond Oud en Nieuw! Je staat lawaai te maken om geesten te verdrijven waar je niet eens meer in gelooft…

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Krijg nu volledige toegang tot CIP.nl!