Steef de Bruijn en John Lapré
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

Nieuws

02 januari 2020 door Jeffrey Schipper

Vorig jaar ontplofte Nederland vanwege de Nashvilleverklaring - dit ging eraan vooraf

Een jaar geleden vuurde seculier Nederland massaal pijlen af op meer dan 200 christenen. Deze ‘Nashvillechristenen’ ondertekenden een verklaring om duidelijk te maken wat de Bijbel in hun ogen zegt over huwelijk en seksualiteit. Met name de passages over homoseksualiteit zorgden voor ophef in ons land. De Nashvilleverklaring is onder miljoenen Nederlanders een begrip geworden. CIP.nl schrijft een reconstructie over het ontstaan en de nasleep van de Nashvilleverklaring. In deel 1 van de reconstructie maken we duidelijk wat hieraan voorafging.

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid John Lapré.

Word ook lid

Het ‘Nashvilleballetje’ werd aan het rollen gebracht door een ‘anti-homoflyer’ die als een zogenaamde bijsluiter in maart 2018 in het Reformatorisch Dagblad verscheen. De flyer was afkomstig van de stichting Civitas Christiana en de campagnegroep Gezin in Gevaar, onderdeel van Civitas Christiana. Op die flyer waren twee zoenende mannen te zien met een groot, rood kruis eroverheen. Deze advertentiecampagne was een reactie op de Suitsupply-campagne met zoenende mannen. Op vijfduizend plaatsen in Nederland werden posters met zoenende mannen opgehangen. Dit stuitte Civitas Christiana tegen de borst, waarna de anti-homoflyer werd ontworpen.

"Kritiekpunt was vooral dat De Bruijn het woord ‘echtgenoot’ gebruikte in zijn briefwisseling en Lapré niet opriep met zijn relatie te breken."

De flyer werd in een oplage van 40.000 exemplaren met het Reformatorisch Dagblad mee verstuurd en bleef ook buiten de BibleBelt niet onopgemerkt. Seculier Nederland sprak schande van de ‘homofobe’ actie. Later betreurde het RD dat de omstreden advertentie zoveel ophef veroorzaakte. Het dagblad had naar eigen zeggen om een andere foto moeten vragen, omdat het nu leek alsof homo's als mens worden afgewezen. "Het rode kruis op de poster is bedoeld om te ageren tegen tongzoenende mannen, niet vanwege de mannen zelf maar vanwege hun gedrag”, lichtte hoofdredacteur Steef de Bruijn (links op de foto boven het artikel) destijds toe in zijn eigen krant. “Als daar verwarring over kan ontstaan, moet je je afvragen of je die boodschap in de goede vorm hebt gebracht."

Een ander geluid in het RD
In reactie op de 'anti-homo'-advertentie bij het RD wilde Jasper Klapwijk een tegenadvertentie in het RD plaatsen, met daarop twee kussende mannen of, als mildere variant, een homostel. Hij haalde met een crowdfundactie duizenden euro's op om dit mogelijk te maken. Uiteindelijk werd deze advertentie afgewezen door de advertentieafdeling van het RD, omdat men homorelaties als zonde beschouwt. Toch was het gesprek tussen de RD-hoofdredactie en Jasper Klapwijk niet zonder resultaat. Naar aanleiding van dat gesprek besloot de krant om op de opiniepagina ruimte te geven aan christenen die homoseksualiteit niet zien als zondig.

In het RD verscheen uiteindelijk een opiniestuk van Elze Reinders, een lesbische dochter van een christelijke gereformeerde predikant. Ook verscheen in het dagblad een briefwisseling tussen John Lapré (rechts op de foto boven het artikel) en hoofdredacteur Steef de Bruijn. Een dappere keuze van de hoofdredactie, omdat Lapré (getrouwd met een man) sinds zijn coming-out door een deel van de reformatorische gezindte wordt beschouwd als “bedreiging voor het koninkrijk van God”. Lapré is inmiddels een mediafiguur geworden omdat hij de heftige gevolgen van zijn coming-out en reacties van behoudende christenen in tientallen interviews heeft toegelicht. Christelijke media die hem interviewen zouden volgens critici impliciet zijn ‘zondige gedrag’ goedkeuren.

“Naar aanleiding van de publicaties in het RD stroomde mijn mailbox vol en daaruit kon ik opmaken dat de brieven in de reformatorische gezindte veel losmaakten.”

In de briefwisseling maakte Lapré duidelijk dat veel LHBT’ers zich depressief voelen en soms gedreven worden tot suïcide. "Vergeet niet dat homo’s eenzelfde liefde tot God en het Woord kunnen hebben, maar soms tot een andere interpretatie van Bijbelteksten komen (...) Gaan dan de wegen uiteen? Of verkiezen we een hogere weg: in de Zoon van God verbonden, door verschillen die niet de kern van het Evangelie raken heen?"

De RD-hoofdredacteur uitte in de briefwisseling begrip voor Laprés situatie. De Bruijn gaf aan dat hij wel degelijk bereid is om John de hand te reiken en zo over de brug te stappen, maar voegde daar iets aan toe. "Stel je voor dat je bij die ontmoeting in mij een ernstige karakterzonde ziet, hoogmoed bijvoorbeeld. (...) Het zou dan toch uiterst liefdeloos van jou zijn als je me wel de hand reikt, maar me niet bestraft, me niet oproept tot bekering en me niet aanspoort om verzoening te zoeken in het bloed van de Zaligmaker?” Zo maakte hij duidelijk dat homoseksueel gedrag in zijn ogen een zonde blijft.

Kritiek op briefwisseling
De briefwisseling leverde het RD complimenten en kritiek op. Critici vonden dat de hoofdredactie onvoldoende afstand nam van homorelaties en expliciet had moeten verwijzen naar 1 Korinthe 6. Daarin staat de volgende veelgeciteerde passage: ‘Dwaalt niet; noch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch ontuchtigen, noch die bij mannen liggen, noch dieven, noch gierigaards, noch dronkaards, geen lasteraars, geen rovers zullen het koninkrijk van God beërven.’ Naar aanleiding van dit bijbelvers had De Bruijn duidelijk moeten maken dat Lapré in zonde leeft en voor eeuwig verloren gaat, als hij deze relatie niet verbreekt. In de briefwisseling is wel duidelijk gemaakt dat de Bijbel in de ogen van de RD-hoofdredacteur homorelaties afkeurt. De Bruijn kijkt tot op de dag van vandaag tevreden op de briefwisseling terug.

Dr. De Vries bevestigt dat deze briefwisseling in het RD ondanks de gezamenlijke verklaring "een katalysator is geweest om een oproep te doen uitgaan naar christenen en kerken in Nederland."

Naar aanleiding van de briefwisseling in het RD trokken critici trokken de conclusie dat het dagblad haar visie op homoseksualiteit aan het verruimen is. Die kritiek werd bijvoorbeeld aangevoerd door één van de initiatiefnemers van de Nashvilleverklaring, dr. P de Vries. “Kritiekpunt was vooral dat De Bruijn het woord ‘echtgenoot’ gebruikte in zijn briefwisseling en Lapré niet opriep met zijn relatie te breken. In de gereformeerde gezindte zijn meerdere predikanten die een homoseksuele relatie wel als zondig zien en toch bereid zijn een homostel tot het avondmaal toe te laten. De Bruijn grensde zich niet van deze zienswijze af ”, laat hij weten tegenover CIP.nl. “Tekenend vond ik dat het RD geen homoseksueel gericht persoon die naar Gods gebod leeft (een homoseksueel met een celibataire levensstijl, red.) uitgebreid het woord gaf.” De Vries onderstreept dat het verbreken van een homoseksuele relatie in zijn ogen noodzakelijk is “om de hemel binnen te gaan”.

De kritische houding van de ‘Nashvilledominee’ is ook John Lapré niet ontgaan. “Ik weet dat naar aanleiding van mijn briefwisseling met Steef de Bruijn binnen de achterban van het RD ophef is ontstaan.” De kritische blogs van De Vries kan Lapré zich nog herinneren. “De strekking van zijn kritiek was de vraag waarom het RD een platform geeft aan iemand als ik, vanwege mijn homoseksuele relatie. Daardoor zou aan de liberale tijdsgeest ruimte worden gegeven. De Vries nam met name aanstoot aan het feit dat ik naar aanleiding van mijn homorelatie in het RD werd beschreven als ‘echtgenoot’.”

Lapré is ervan overtuigd dat de briefwisseling één van de druppels is geweest die de emmer van De Vries heeft doen overlopen. “Naar aanleiding van de publicaties in het RD stroomde mijn mailbox vol en daaruit kon ik opmaken dat de brieven in de reformatorische gezindte veel losmaakten.”

"Ik heb inderdaad niet expliciet geschreven dat homo’s eeuwig verloren gaan als ze een relatie hebben, dat klopt. Maar dat staat zelfs niet met die woorden in de Nashvilleverklaring."

Dr. De Vries haalde in een lokaal kerkblad, in toespraken en op zijn blog een paar keer uit naar het RD, verreweg hét meest toonaangevende medium van de reformatorische gezindte. Zijn kritiek heeft geleid tot een gesprek tussen hoofdredacteur De Bruijn en De Vries. Bij dat gesprek waren ook SGP-senator Diederik van Dijk, dr. Wim de Vries (de broer van P. de Vries) en dr. Bart-Jan Spruyt aanwezig. Door dat gesprek ontstond er begrip voor elkaars standpunten en vanuit die gedachte besloot dr. De Vries om één van zijn blogs aan te passen.

Naar aanleiding van het gesprek tussen onder andere De Bruijn en De Vries is deze gemeenschappelijke verklaring in het RD verschenen. In die verklaring wordt door de ondertekenaars – de vijf aanwezigen die het gesprek voerden – kort ingegaan op de briefwisseling met John Lapré. Te lezen is dat door de briefwisseling mogelijk ‘ongewild en onbedoeld de indruk kan zijn ontstaan dat het RD tegenwoordig een meer tolerante positie inneemt ten opzichte van homoseksualiteit dan in het verleden.’ De gezamenlijke verklaring was bedoeld om te laten zien dat de ondertekenaars ‘schouder aan schouder’ staan in het lhbt-debat en het RD niet van mening is veranderd: homoseksuele relaties blijven onaanvaardbaar, zo stellen De Bruijn en de vier andere ondertekenaars.

Briefwisseling als katalysator
Dr. De Vries bevestigt dat deze briefwisseling in het RD ondanks de gezamenlijke verklaring “een katalysator is geweest om een oproep te doen uitgaan naar christenen en kerken in Nederland trouw te blijven aan het Bijbelse getuigenis over huwelijk en seksualiteit. Ik heb het als uitermate teleurstellend ervaren dat de briefwisseling tussen De Bruijn en Lapré niet is verwijderd van de website van het RD en alleen via het archief te raadplegen zou zijn. Dat ervoer ik als zeer strijdig met de gezamenlijk opgestelde verklaring.”

De Bruijn wil liever niet inhoudelijk reageren op de nieuwe beschuldigingen van De Vries. “Ik was blij met het verzoenende gesprek, waarbij bleek dat we het principieel gezien helemaal eens waren in onze opvattingen over homoseksualiteit. Dat is ook duidelijk geworden in onze gezamenlijke publicatie en daar sta ik nog steeds achter. Het verwijderen van de briefwisseling van onze website is helemaal niet ter sprake geweest. We verwijderen nooit artikelen en ik zie ook niet in waarom dat nodig zou zijn. In de latere verklaring zijn wel andere accenten gelegd, maar daarom is het nog niet strijdig met wat ik aan John Lapré geschreven heb. Zeker niet met de slotbeschouwing daarvan waarin ik homorelaties nadrukkelijk zondig heb genoemd, ook als het om duurzame relaties gaat. Ik heb inderdaad niet expliciet geschreven dat homo’s eeuwig verloren gaan als ze een relatie hebben, dat klopt. Maar dat staat zelfs niet met die woorden in de Nashvilleverklaring.”

"Halverwege het jaar is de niet-gecorrigeerde verklaring tijdelijk op de plank terechtgekomen, niet wetend wat we er mee zouden doen."

Verder wijst De Bruijn erop dat er in het RD wel degelijk met enige regelmaat homoseksuelen aan het woord komen die celibatair willen leven. “In de week na de Suitsupply-flyer plaatsten we een groot interview met een lesbienne die samen met een andere vrouw een kind kreeg maar later met die leefwijze brak.”

Nashvilleverklaring lag al op de plank
In die periode was er nog geen contact tussen Arjan Baan, de initiatiefnemer van de Nashvilleverklaring, en dr. De Vries. Al in januari 2018 gaf Baan namens Stichting Heart Cry een vertaalster de opdracht om de Amerikaanse Nashvilleverklaring te vertalen. Om te onderzoeken of er draagvlak was voor deze verklaring, stuurde Baan de Engelse versie naar 25 invloedrijke mensen uit orthodox-christelijk Nederland toe met de vraag of ze er inhoudelijk achterstaan. “De meeste reacties waren positief”, licht Baan toe. “Het document vanuit Stichting Heart Cry lanceren vonden we niet verstandig. Daarom is halverwege het jaar de niet-gecorrigeerde versie tijdelijk op de plank terechtgekomen, niet wetend wat we er mee zouden doen.”

De evangelist voegt eraan toe dat deze studiedag in Nijkerk over homoseksualiteit een nog grotere katalysator en feitelijk de directe aanleiding was van het naar buiten brengen van de Nashvilleverklaring.

Volgende week is in deel 2 van deze reconstructie te lezen hoe een studiedag in Nijkerk tot onrust leidde onder de ‘Nashvillechristenen’ en waarom die studiedag een grote rol speelde in de totstandkoming van de Nashvilleverklaring. Later wordt ingegaan op hoe de publicatie van de Nashvilleverklaring in een stroomversnelling terechtkwam en blikken de hoofdrolspelers terug op de ophef die naar aanleiding daarvan ontstond.

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Reconstructie Nashvilleverklaring
- Hoofdrolspelers Nashvilleverklaring blikken terug: "In christelijk Nederland mag de waarheid niet meer duidelijk gezegd worden"
- Legden twee CGK-hoogleraren een bom onder de Nashvilleverklaring? Een reconstructie met de hoofdrolspelers
- Waarom bezorgde christenen de noodklok luidden met de Nashvilleverklaring
- Dit ging er mis bij de chaotische en overhaaste publicatie van de Nashvilleverklaring
- Vorig jaar brak een mediastorm los vanwege de Nashvilleverklaring: dit waren de hoofdrolspelers
Meer over Reconstructie Nashvilleverklaring »

Reacties

A
Wanneer homo oriëntatie zonde wordt genoemd zit de Christen fout. Wanneer seksueel contact ontstaat tussen mensen/ Christenen van hetzelfde geslacht al of niet in een relatie van liefde en trouw, dan noemt de Bijbel dat dit zonde; het gaat om de praktijk.

Als getrouwde stellen vreemd gaan is dit een zonde in Gods ogen. Als er seksueel contact is, wanneer seksueel contact is buiten het raamwerk van het huwelijk noemt de Bijbel dit zonde. Een homohuwelijk is op geen enkele wijze een afspiegeling van een Bijbels huwelijk. Li
R
Uw mening is niet gebaseerd op de Bijbel maar op een eigen cultuur die op de Bijbel wordt geprojecteerd. Omdat u het altijd zo gehoord heeft lijkt het vanzelfsprekend.

In de Bijbel wordt de samenstelling nèrgens genormeerd (dwz, er staat nergens: een huwelijk moet altijd bestaan uit... Of mag nooit bestaan uit.



De enige norm is de norm van de huwelijkse trouw. Want die weerspiegelt Gods trouw. Al het andere leidt de aandacht van Gods trouw af, en houdt mensen weg bij Gods trouw. Dat is menselijke religie.
Wereldwijd gaat het bij het LHBTenz-activisme om een 'moderne' rebellie tegen God, welke al bezig was in mijn jeugd, toen men met de Kinsey-rapporten (die vlak na WO II werden uitgebracht) bezig was. Gezien de opmerkingen van Paulus speelde dezelfde rebellie al in zijn tijd in het Romeinse Rijk. Aangezien we ergens moeten beginnen met geschiedschrijving, is een nabeschouwing van de recente ophef in ons land wenselijk en illustratief voor hoe die dingen gaan. Dit belooft een interessante serie artikelen te worden.
Toon meer antwoorden (3)
Toon meer reacties (5)

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen