Arie van der Knijff
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

05 december 2019 door Jeffrey Schipper

Arie van der Knijff betreurt focus op de zonde in preken GerGem: "Die focus doet God tekort"

“In feite hebben veel dominees in de Gereformeerde Gemeenten een meekleurende zonnebril. Als er in de Bijbeltekst fel licht schijnt, wordt hun bril automatisch donker. En dat begrijp ik niet.” Arie van der Knijff deed onderzoek naar prediking binnen de GerGem. Het valt hem op dat er in preken in de uitleg van de tekst vaak “vreemde sprongen” worden gemaakt om uit te komen bij de zondeval. “Als Gods beloften meer centraal komen te staan, worden predikanten scheutiger in hun genadeaanbod.”

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Jeffrey Schipper.

Word ook lid

In zijn onderzoek merkte Van der Knijff op dat de focus op de zondeschuld er automatisch voor zorgt dat Gods genade grotendeels uit zicht blijft. “En bij veel Bijbelteksten is het wel degelijk legitiem om op de genade te focussen. Ik denk dat hun model en schematische manier van denken hen belemmert om daar oog voor te hebben.” Hij legt uit wat hij met dat model bedoelt. “Men gaat sterk uit van een min of meer vaste geloofsweg met allerlei stappen; het grootste deel van de gelovigen blijft aan het begin van die geloofsweg en maakt nooit mee wat er aan het einde komt. Door de focus op ellende, schuld en zonde, komen andere dingen uit de Bijbeltekst in de preek niet aan bod.

"Waarom moet de zonde aan iedere Bijbeltekst gekoppeld worden? Er worden rare sprongen gemaakt om toch weer bij de zondeval uit te komen."

Ik denk dat GerGem-predikanten het terecht belangrijk vinden om aan te geven dat mensen zondig zijn. Maar waarom moet dat per se aan iedere Bijbeltekst gekoppeld worden? Er zijn heel veel teksten waar dat niet in staat en in hun uitleg moeten dan rare sprongen worden gemaakt om toch weer bij de zondeval uit te komen. Ik zou zeggen: laat staan wat er staat. Als je het nodig vindt om de zondeval te benoemen, doe dat. Maar waarom zou je dat zo nadrukkelijk – en soms heel gewrongen – moeten verbinden aan een tekst waarin dat niet aan de orde is?”

Heb je daar een voorbeeld bij?
“Ik herinner mij een preek over de Ethiopische kamerling uit Handelingen 8. Die man was een eunuch en dus onvruchtbaar. Een eunuch mocht volgens de wet niet in de tempel komen. In de preek wordt aan de hand daarvan dan gesteld dat we door de zondeval allemaal onvruchtbaar zijn en geen gemeenschap kunnen hebben met God. Op die manier kom je dus van een ontmande man terecht bij de zondeval die we allemaal delen. Dat vind ik een onbestaanbare sprong die er niet toe doet. Die sprong is helemaal niet nodig. Wanneer je vindt dat de zondeval genoemd moet worden, kan dat prima zonder die op zo’n manier aan de tekst te koppelen.

Die kamerling is bij Jesaja 53 aangekomen, snapt er niets van en krijgt daar van Filippus uitleg over. Daarin hoort hij dat er wordt gedoeld op de Heere Jezus en dan erkent hij Hem als Verlosser. De man wordt met blijdschap gedoopt, leest vervolgens verder in Gods Woord en drie hoofdstukken later leest hij daar dat ook hij als eunuch voortaan bij Gods volk mag horen. Deze man zegt niets over zijn schuld of de zondeval. Hij belijdt dat Jezus de Zoon van God is. Dat is de meest fundamentelebelijdenis en de boodschap waar het in het evangelie om draait.”

"Hoe strakker dit model wordt gehanteerd, hoe minder genadeaanbod er in de preken is. Zo simpel is het."

Is die focus er de oorzaak van dat veel kerkgangers in zichzelf gekeerd raken en niet de genadeboodschap van het evangelie kunnen grijpen?
“De focus op jezelf en je eigen tekortkomingen is in ieder geval enorm. Als je alleen op deze manier naar jezelf kijkt zal dat, los van de theologische kant, pastoraal en mogelijk ook psychologisch tot behoorlijke problemen leiden.

Wat ik erin mis en wat een manco is van deze sterke focus, is dat men te veel voorbijgaat aan de verwondering dat God tot mensen komt. De focus naar binnen ontneemt in zekere zin het oog op wat God al gedaan heeft. Dat komt in preken dan nauwelijks aan de orde. Het gevolg is dat er weinig aanbod van genade is. Er is gelukkig variatie tussen de predikanten. De één legt in zijn preken meer nadruk op genade dan de ander. Maar hoe strakker dit model wordt gehanteerd, hoe minder genadeaanbod er in de preken is. Zo simpel is het. Dat kun je in die preken zo aanwijzen.”

Het valt mij op dat mensen die eenmaal dat wonder hebben ontdekt en tot Christus zijn gekomen niet aan geestelijke rijkdommen zoals de Geestesgaven toekomen. Heb je daar een verklaring voor?
“Dat is een kwestie van cultuur waarin je altijd weer focust op de zondeschuld en de beleving daarvan. Daardoor zullen deze mensen nauwelijks oog hebben voor de gaven die God ze schenkt. Als je iets te enthousiast vanuit de verwondering van je geloof spreekt, wordt dat in deze geloofscultuur al snel afgeremd.

 "Wie zekerheid zoekt in een model met beschrijfbare kenmerken, zal gemakkelijker in de GerGem blijven."

Als het zicht op Christus opengaat, is dat volgens velen niet genoeg om Hem te kennen als de Verlosser van je zonden. Er moet volgens heel (veel) meer met je gebeuren. Dat heeft te maken met dat denken van uit het model. Als je gefocust bent op je eigen geloofsweg, zul je niet zien dat er meer is dan die weg. Je kijkt teveel naar binnen en te weinig omhoog. Die focus doet God tekort en is sterk gericht op de zondeschuld van de mens.”

Evangelist Jan van Dooijeweert beweert dat er in de GerGem te vaak nadruk ligt op randzaken. “We zouden moeten stoppen met het eindeloze gejammer over leggings en tv-gebruik.” Is zijn punt herkenbaar?
“Op het moment dat geestelijk leven qua taalgebruik stolt en in een model wordt gegoten, worden uiterlijke kenmerken steeds belangrijker. Die focus is tot uiting gekomen in regels. Die sluipen er gewoon in. De versombering van kleren heb ik van dichtbij gezien. Ik weet nog dat er een tijd was waarin bevindelijk-gereformeerde dominees een lichtgrijze of beige regenjas droegen. Toen ik 20 jaar oud was, hadden ze allemaal een zwarte regenjas. In mijn beleving is dit uit de bocht gevlogen door het ontstaan van het reformatorisch onderwijs, waarin het noodzakelijk leek te worden om een aantal sociologische kenmerken te ontwikkelen en te benadrukken ter onderscheiding van andere groepen. Met name in de jaren zeventig en tachtig kwam dit steeds meer op de voorgrond te staan.

Mensen die gevoelig zijn voor een theologische, logische manier van denken zijn bovendien extra gevoelig voor uiterlijke kenmerken. Wie zekerheid zoekt in een model met beschrijfbare kenmerken, zal gemakkelijker in de GerGem blijven. Mensen die hun zekerheid meer buiten zichzelf zoeken, zullen meer moeite hebben met het model en geneigd zijn het los te laten; zij ergeren zich sneller als er regels om de hoek komen kijken. Maar dit verschijnsel zie ik ook in andere kringen, bijvoorbeeld binnen evangelische gemeenten. Ook daar kan een bepaalde regel tot standaard wordt verheven. Daar zie je bijvoorbeeld sneller dat rookgedrag bepalend is voor de echtheid van iemands geestelijk leven. Het uiterlijke kenmerk van het al of niet roken, wordt dan bepalend voor het hebben van het ware geloof.”

"In feite hebben veel dominees in de Gereformeerde Gemeenten een meekleurende zonnebril. Als er in de Bijbeltekst fel licht schijnt, wordt hun bril automatisch donker."

Wat zou je aan GerGem-predikanten mee willen geven?
“Het belangrijkste is dat omgaan met de Schrift minder beheerst zou moeten worden door het bevindelijk-gereformeerde model dat in de GerGem wordt gehanteerd.” Van der Knijff vindt het te gemakkelijk om te zeggen dat GerGem-predikanten hun ‘bril’ zouden moeten afdoen tijdens het Bijbellezen, omdat iedereen met een bepaalde bril de Schrift leest. Mijn verlangen is dat deze broeders zich meer bewust worden van het feit dat hun bril gekleurd is door hun visie op het geloofsleven. Ik hoop dat ze dan ook het licht uit de Bijbeltekt meer zullen opmerken en de Bijbel meer gaan lezen en uitleggen vanuit de verwondering over Gods vergevende en verlossende genade.

In de Heidelbergse Catechismus is een sterk evenwicht tussen zondekennis en verzekerd zijn van Gods vergeving. Het avondmaal is volgens deze catechismus bijvoorbeeld bedoeld voor mensen die zichzelf hebben leren kennen als zondaar, maar tegelijkertijd ook zeker zijn van Gods vergeving. Als over dit gedeelte een preek wordt gehouden ligt de nadruk echter sterk op schuldbeleving. De door de catechismus evenzeer genoemde zekerheid van vergeving komt in GerGem-preken dan nauwelijks of niet aan de orde. Dat vind ik onbestaanbaar. Daarmee doe je de Heidelbergse Catechismus tekort. Sterker nog, daarmee doe je de Bijbel en God tekort. Om gemeenschap met God te hebben zijn beide kanten (zonde en genade, red.) noodzakelijk. Onze zekerheid zou daarom niet gegrond moeten zijn op onze beleving, maar op Gods beloften. Niet op wat wij vanbinnen beleven, maar op wat buiten ons vastligt in God.”

De onderzoeker is ondanks alle punten die hij in zijn boek aandraagt, toch ook hoopvol. “Als GerGem-predikanten dit gaan doen kan er een geestelijke herleving in de GerGem ontstaan. Als er één kerk is waar een opwekking een groot effect kan hebben, is het in ons kerkverband. Leden van de GerGem hebben namelijk een enorme Schriftkennis. Op het moment dat als vrucht op de prediking van Gods beloften het kwartje valt, zien zij alles wat zij hebben geleerd op een andere wijze in hun puzzel liggen. Als Gods beloften meer centraal komen te staan dan het geestelijk leven van mensen zelf, kunnen er hele mooie dingen gebeuren! Dan worden predikanten automatisch scheutiger in hun genadeaanbod. En ook dan kun je mensen blijven aansporen om zichzelf te onderzoeken. Het is goed dat ons geloofsleven af en toe flink wordt opgeschud, zoals dat ook geldt in een huwelijk.

Over het huwelijk gesproken, probeer niet te lang na te denken over de vraag waarom je van je vrouw houdt. Dat moet je niet in jezelf zoeken. Daar word je zenuwachtig van. Liefhebben moet je gewoon doen! Luther zei ooit: je moet niet trouwen met de vrouw waar je van houdt, maar houden van de vrouw waar je mee getrouwd bent. Het geloof moet zich niet naar binnen richten, maar naar de Ander.”

Lees ook deel 1 van dit interview: "GerGem-predikanten voelen zich verantwoordelijk voor de eeuwige dood van kerkgangers".

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen

Reacties

K
De moordenaar aan het kruis wist alleen dat hij schuldig was en Jezus onschuldig. Hij had geen enkel kenmerk van een zaligmakend geloof, maar voor Jezus was het genoeg.
Uit het hart gegrepen deze omschrijving. Balans tussen zondebesef en genade, zonder dat de genade wordt gebruikt als een te gemakkelijke manier van je zonden wegredeneren. In de trant van, ik ben nu eenmaal zondig en het bloed van Jezus wast witter dan sneeuw. De andere kant is dat je nooit de verzoening ten volle tot je kunt nemen omdat je de zwarte plekken teveel bij jezelf blijft zien. Een herstelde balans tussen zondebesef en vergeving is goed voor je geloofsleven. Het maakt je blijer en vrijer.
H
Goed artikel en zo herkenbaar. Ik kom uit die hoek en nu hoor ik bij een pinkstergem.ik geniet van Gods genade en vanuit mijn liefde voor Jezus wil ik alleen maar leven naar Zijn Wil en vooral naar Zijn Welbehagen...wie Gods Waarheid zoekt...zal hem vinden...Henny Loppe....
Toon meer reacties (7)