Willem Ouweneel

Dagelijks leven

22 november 2019 door Willem J. Ouweneel

Wat is het nu: de wederkomst of het sterven?

Als predikanten het over ‘de toekomst’ hebben, moeten zij naar mijn mening een beetje duidelijker zijn. Hebben ze het over ‘de hemel’, waar de gelovige naartoe gaat als hij sterft, of over de hemelse toestand die aanbreekt als Christus terugkomt? Twee weken geleden las ik op CIP een prachtige preek van collega Arie de Reuver over de heerlijke toekomst van de gelovige. Als je die preek nauwkeurig leest, valt er weinig op aan te merken, want bijna steeds heeft De Reuver het over de wederkomst van Christus en over wat er daarna komt. Toch vrees ik dat veel van zijn toehoorders gedacht hebben dat hij het meestal had over wat er op het gelovig sterven volgt. Dat doet hij bijvoorbeeld door te wijzen op de kerkvaders, de hervormers en de mannen van de Nadere Reformatie; mannen die volgens mij juist helemaal niet zo met de wederkomst bezig waren, maar veeleer met het naar-de-hemel-gaan-als-je-sterft.

Als je het hebt over de 'hunkering naar de hemel' dan denkt toch 99% van de toehoorders aan het sterven. 

De Reuver: ‘Neem nu Paulus; met zijn begeerte om ontbonden te worden en met Christus te zijn. Of Petrus met zijn verwachting van die nieuwe hemel en die nieuwe aarde. En hier (1 Joh. 3:1v.) Johannes met zijn verlangen naar de dag van Christus’ verschijning.’ Prachtig. Maar is het niet verwarrend om Paulus’ uitzien naar het sterven (Fil. 1:23) op één lijn te stellen met Petrus’ verwachting van de nieuwe hemel (2 Petr. 3:13) en Johannes’ verlangen naar de verschijning? En wat betekent dit woord van De Reuver: ‘Johannes (…) verlangt naar huis. En hij is niet de enige. Want het moet je toch wel eens zijn opgevallen in de apostolische brieven hoe die hoop op de heerlijkheid en die hunkering naar huis, naar de hemel, naar de wederkomst van Christus, de jonge gemeente typeerde’ Maar weer weet ik niet goed wat de bedoeling is. Als je hebt over de ‘hunkering naar de hemel’, dan denkt toch 99% van de toehoorders aan het sterven, ook al heb je het direct daarna over de wederkomst?

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Willem J. Ouweneel.

Word ook lid

De Reuver: ‘Je kunt over de hemel fantaseren. Dat deed ik in mijn kinderjaren al. Hoe zou het er daar uitzien?’ Maar opnieuw denkt 99% van de toehoorders daarbij aan de hemel-van-na-het-ontslapen. Als De Reuver het dan ook over onze heerlijke toekomst heeft, zegt hij afsluitend: ‘Met dit vooruitzicht kun je sterven, gemeente. Geloof maar dat niemand zich daar [in de hemel] ooit vervelen zal.’

De Reuver zou gewoon wat duidelijker moeten zijn. Zijn preek is al een enorme sprong vooruit door te focussen op de wederkomst van Christus en wat daarop volgt. Neem enkele van de allerbekendste schrijvers uit de kerkgeschiedenis: Dante Alighieri, Thomas à Kempis en John Bunyan, die alle drie geschreven hebben over de toekomst van de christen, maar dan wel zonder enig oog voor de wederkomst, en met alle nadruk op wat er gebeurt bij het sterven. Vandaag is dat onder zowel gereformeerden als evangelischen een stuk beter; er is veel meer nadruk op de wederkomst. En dat is des te meer omdat we toch al zo weinig weten over wat er na het sterven gebeurt: we zullen bij Jezus zijn (Luk. 23:43) en we zullen bij Christus zijn; dat is geweldig. Maar die toestand wordt niet eens ergens ‘de hemel’ genoemd. Iedereen die schrijft over ‘hoe heerlijk het in de hemel is’ (ik heb het nu niet over De Reuver), doet dat altijd met beelden die óf ontleend zijn aan het Messiaanse vrederijk dat met Christus’ komst aanbreekt, óf aan de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Laten we eens ophouden met die bijbelvervalsing.

In het Nieuwe Testament leidt het sterven nergens tot de hoogste en uiteindelijke christelijke bestemming

Voor sommigen is het een verrassing te ontdekken hoe weinig het Nieuwe Testament expliciet spreekt over de ‘tussentoestand’ (tussen sterven en opstanding). Paulus’ verlangen om ‘heen te gaan en met Christus te zijn, want dit is verreweg het beste’ (Fil. 1:23) kan onmogelijk slechts een beschrijving van de ‘tussentoestand’ zijn, maar moet zich uitstrekken tot de eeuwigheid, met de nadruk op Christus’ wederkomst, want dit is wat hij volgens deze zelfde brief feitelijk verwachtte: ‘(…) de hemelen, waaruit wij ook de Heer Jezus Christus als Heiland verwachten, die het lichaam van onze vernedering zal veranderen tot gelijkvormigheid aan het lichaam van zijn heerlijkheid’ (3:20v.).

Wanneer Jezus zegt: ‘In het huis van mijn Vader zijn vele woningen… Ik ga heen om u plaats te bereiden. En als Ik ben heengegaan en u plaats heb bereid, kom Ik weer en zal u tot Mij nemen, opdat ook u zult zijn waar Ik ben’ (Joh. 14:2v.), heeft Hij het helemaal niet over de ‘tussentoestand’ – zoals veel christenen denken – maar over zijn wederkomst. En wanneer Paulus zegt: ‘Wij weten, dat als onze aardse tent waarin wij wonen, afgebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, een eeuwig huis, in de hemelen’ (2 Kor. 5:1), dan doelt hij duidelijk op het opstandingslichaam.

Zelfs als je naar Luk. 23:43 kijkt (‘vandaag zult u met Mij in het paradijs zijn’) moet je je toch afvragen hoe de ontlichaamde toestand van een gelovige ooit de ‘eeuwige gelukzaligheid’ zou kunnen uitmaken. In het Nieuwe Testament leidt het sterven nergens tot de hoogste en uiteindelijke christelijke bestemming. Paulus sprak dan ook niet van een verlossing uit het lichaam, maar van de uiteindelijke verlossing van het lichaam zelf, nl. in de opstanding (Rom. 8:23).

Waar christenen naar uitkijken is niet een ‘hemels hiernamaals’, waarin zij ontdaan zullen zijn van het lichaam, maar zij ‘verwachten en verhaasten’ ‘de komst van de dag van God, ter wille waarvan de hemelen in vuur gezet zullen vergaan en de elementen brandend zullen wegsmelten.’ Ja, wij ‘verwachten naar zijn belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde waar gerechtigheid woont’ (2 Petr. 3:12-14).

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Willem Ouweneel
- Waarom Sinterklaas op Jezus Christus lijkt
Meer over Willem Ouweneel »

Reacties

Ja, wij ‘verwachten naar zijn belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde waar gerechtigheid woont’ (2 Petr. 3:12-14).
REAGEER
Heeft het niet allemaal te maken met het feit dat we praten over een "dimensie", waar tijd niet of anders bestaat? Vroeger dacht ik "niet". Sterven was onmiddellijk opstaan. Nu denk ik "anders". Mozes en Elia waren bij Jezus op de berg der verheerlijking. Onze doden bestaan anders, lopen vooruit op de opstanding? Wij lopen gewoon een eindje achter? Vermoedelijk is het de mens niet geoorloofd (is het niet mogelijk) deze dingen uit te spreken. Daar zijn geen woorden voor.
REAGEER
A
Jezus, het levende woord, de bijbel, schets ons via Paulus, Johannes, en Petrus een gezegend totaal toekomstbeeld, en daar "smullen" we van, alleen..hoe zit het de omstandigheden en de tijd, de volgorde?

Persoonlijk laat ik het los als kind van abba vader God, lekker toch die overgave in vertrouwen, halleluja.

Shalom
REAGEER
Toon meer reacties (7)

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Vakanties
Hier adverteren?
New Faith Network
NFN Originals Films
bekijk alle originals

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher Spotify
Krijg volledige toegang tot CIP.nl. Start je gratis maand!