ouweneel

Dagelijks leven

15 november 2019 door Willem J. Ouweneel

Toen was geluk heel gewoon

In deze 150e CIP-column probeer ik me in te denken hoe het Nederlandse platteland er 150 jaar geleden uitzag – dat is slechts twee keer mijn eigen leeftijd. Dat is niet zo willekeurig gekozen, want ik ben de afgelopen tijd veel bezig geweest met de heruitgave van het schitterende boek van schoolmeester en streekschrijver Hendrik Willem Heuvel (1864-1926), Oud-Achterhoeksch boerenleven. Ik heb dat gedaan als hoofdredacteur samen met zes andere redactieleden.

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Willem J. Ouweneel.

Word ook lid

Het wordt een zogenaamde geannoteerde editie met een kleine 2500 voetnoten, een inleiding, een Heuvelbiografie, een literair-psychologische analyse, een verklarende woordenlijst, een uitgebreide literatuurlijst, en nog meer. En nu komt het grote nieuws: vorige week is het manuscript naar de drukker gegaan. Als het een beetje meezit, kun je het boek over een paar maanden al in je bezit hebben! Ook van jóúw voorouders was waarschijnlijk zo’n 95% agrariërs en/of veeboeren – en waar die ook geleefd mogen hebben, zo veel anders was het leven van Achterhoekse, Friese, Zeeuwse, Limburgse en Vlaamse boeren zo’n 150 jaar geleden niet. Ze mogen een andere taal gesproken hebben, de balans landbouw–veeteelt mag anders geweest zijn, de balans katholiek–protestant mag anders geweest zijn, maar voor de rest…

Er is geen woeste grond meer. Daardoor is veel van de afwisseling èn van de rijkdom aan planten- en diersoorten verloren gegaan.
New Faith Network
NFN Originals Films
bekijk alle originals

In genoemd boek beschrijft Heuvel op ongeveer 60-jarige leeftijd (rond 1924) hoe zijn ‘wereld’ er uitzag toen hij ongeveer 12 was (rond 1876). Dat is op zichzelf al een leuk probleem: kun je als 60-jarige nog weer het beeld oproepen dat je van de wereld had toen je 12 was? Kun je je die ervaringen en belevingen in pure vorm voor de geest halen? Of worden die belevenissen gefilterd en vervormd door de zintuigen en de hersenen van de 60-jarige?

Kijk je niet naar belevingen, maar naar de harde ‘feiten’, dan is de zaak veel eenvoudiger. Ik bedoel: toen Heuvel 60 was, was er van die wereld van 48 jaar eerder nauwelijks nog iets over – en vandaag bestaat die wereld nog minder. Eén belangrijke oorzaak was dat in zijn jeugd zowel de kunstmest als de mechanisering (gemotoriseerde werktuigen), die beide het boerenleven zo enorm veranderd hebben, nog niet waren doorgedrongen. Dat maakte het boerenleven veel zwaarder, maar ook – zeggen wij vanuit de luie leunstoel – veel idyllischer. In elk geval heeft Heuvel het zo ervaren – misschien soms wel met net iets te weinig oog voor de donkere kant van dat idyllische leven, die vooral de onnoemelijk vele armen in die tijd ervaren zullen hebben.

Een tweede belangrijke oorzaak van de teloorgang van de toenmalige wereld was dat er in Heuvels jeugd nog zeer veel ‘onland’ (onontgonnen, woeste grond) bestond, dat het landschap zijn kenmerkende aanblik gaf: weide, akkers en heidevelden, afgewisseld met bossen, heggen en houtwallen (het zg. coulisselandschap). Van die woeste gronden is praktisch niets meer over; bijna alles is weide of akker geworden, bebost of veranderd in nieuwe woonwijken. Daardoor is veel van de afwisseling èn van de rijkdom aan planten- en diersoorten verloren gegaan. Wel is er gelukkig nog zoveel overgebleven dat de Achterhoek volgens mij nog steeds tot de mooiste gebieden van ons land behoort.

Elk kind dat een mooie, veilige jeugd gehad heeft, moet eens dat paradijs verlaten om de wereld van de volwassen verantwoordelijkheden binnen te gaan.

In de jaren zeventig had ik het voorrecht met het oog op een ander boek (Gij zijt allen broeders, over het ontstaan van de Vergaderingen van Gelovigen in Nederland) een uitvoerig onderhoud te hebben met een hoogbejaarde Achterhoekse boer: Bernard H. Westerveld (1891-1985) in Westendorp (gemeente Wisch), ruim een halve eeuw ouder dan ikzelf. Hij vertelde me hoe hij, als jongere zoon van een groot gezin, zijn eigen ‘onland’ met de eigen hand moest ontginnen om zich een bestaan te veroveren. Even voelde ik me heel dicht bij die oude tijd…

Er is nog een derde boek dat ik wil noemen, en dat eveneens gereed voor de drukker is, maar waar ik nog steeds aan schaaf. Het heet Het paradijs van zijn val tot zijn herrijzenis. In dat boek begin ik met een citaat van Hendrik Willem Heuvel, die zijn leven lang is blijven terugverlangen naar het idyllische paradijs van zijn jeugd. De wereld van zijn jeugd was als de ‘hof van Eden’, de paradijselijke tuin aan het begin van Genesis, waaruit de mens gedwongen is te vertrekken. Elk kind dat een mooie, veilige jeugd gehad heeft, moet eens dat paradijs verlaten om de wereld van de volwassen verantwoordelijkheden binnen te gaan. Voor Heuvel, die een echt ‘moederskind’ was, is dat extra zwaar geweest (pas in 1890, 26 jaar oud, scheurde hij zich definitief van het ouderlijk huis los, toen hij in Gelselaar schoolhoofd werd).

Laat me twee citaten uit Heuvels Oud-Achterhoeksch boerenleven geven, om alvast je interesse te wekken:

‘Eenmaal woont ieder mens in Edens hof, maar hij moet daaruit weg, om de akker te bebouwen, die dorens en distelen draagt. Maar in uren van stille mijmering duikt het voor ons op als een groen eiland, diep in het onderbewuste. Daar ruist nog de levensboom aan den oever der Godsrivier, daar geurt nog de dauwrijke morgen der zonnige jeugd.’

‘… Daar [in de Hooiweide] ligt de smaragdgroene beemd in de glans der morgenzon. De dauw glinstert op gras en struiken. Het uchtendneveltje zweeft als een fijn waas over het ontwakende landschap. ’t Is nog zo stil, zoo heerlijk stil. Een enkel vogeltje zingt zacht. Uit wijde verte klinkt het kraaien van een haan of het loeien van een koe. Door openingen in de bosschages zie je ver weg in andere weiden, waar de witte nevels al dunner worden. En ik voelde mij als Adam in Edens jeugd. O, kon ik nog eens voor een uur al de zoetigheid genieten dier gouden uren in ’s levens morgenstond, toen alles nog zoo nieuw, zoo maagdelijk frisch was als die bedauwde beemden!’

‘Toen was geluk heel gewoon’, zong Gerard Cox ooit…

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Opinie
- Worshipheld Marty Sampson valt van geloof, wat doet dat met mij als kerklid?
- Ik vond dominee De Heer een oubollige, vervelende refopredikant (en nu heb ik spijt)
- Reformatorische christenen beweren dat wij mensen vanuit onszelf niets zijn: is dat zo?
- Wie zeurt over het zwarte pak van refodominees verdient een donderpreek
- Een manifest: dit zou de kerk moeten zeggen tegen iedereen die worstelt met zijn of haar seksualiteit
Meer over Opinie »

Reacties

M
Er zijn nog maar schilfertjes natuur over en het weinige dat er is is in slechte staat. Door de verzuurde grond breken de pootjes van mezen en kunnen hun eierschalen en de skeletten van jonge vogels niet meer goed worden gevormd. De biodiversiteit is achteruit gehold en doet dat nog steeds. We leven op een soort kruising van gifbelt en industrieterrein. De geschapen eco- systemen breken af. De aarde kreunt. Ik wilde dat ik de natuur van toen had kunnen zien, met name de vrije, niet- gecultiveerde natuur, zonder al dit lijden.
M
Beslissingen die slecht waren voor de natuur werden en worden mede genomen door partijen met een 'c' in hun naam. Iets dat ik totaal niet kan begrijpen.
Toon meer antwoorden (1)

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Vakanties
Hier adverteren?

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher Spotify
Krijg volledige toegang tot CIP.nl. Start je gratis maand!