reuver

God

08 november 2019 door Patrick Simons

Prof. dr. A. de Reuver geeft een voorproefje van de hemel: "Met dit vooruitzicht kun je sterven"

Hoe de hemel eruit ziet? Dat weet prof. dr. A. de Reuver niet exact. "Maar we zullen Hem gelijk zijn en Hem zien zoals Hij is. Dat is voor mij de climax van het vergezicht dat Johannes voor ons ontvouwt." Dat zei hij in preek over de eerste twee verzen van 1 Johannes 3. 

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Patrick Simons.

Word ook lid

"Toen ik nog een schooljongen was in Zeeuws-Vlaanderen", begint De Reuver zijn preek, "mocht ik wel eens met een oudere vriend mee naar het land. Die jongen was boerenknecht. Dan moest hij de ploeg door de zware Zeeuwse klei heen trekken. Dat ging in die tijd natuurlijk nog niet automatisch, maar letterlijk met paardenkracht. Dan zat ik op de rug van zo'n Zeeuws-Vlaams paard en als het werk gedaan was, gingen we weer naar huis. En daar gaat het me om; die terugtocht. Van het land naar de schuur. Aanvankelijke sjokten die paarden met een gering gangetje naar de stal na zo'n zware dag. Moe natuurlijk. Maar hoe dichter ze bij de stal kwamen, hoe harder ze gingen lopen. Op den duur ging het bijna in galop. Ze roken de stal. Ze verlangden naar de rust."

"Hunkering naar de hemel gaat vergezeld met de heiliging van het concrete bestaan. Die twee zijn niet los verkrijgbaar."

Dat is volgens de predikant het beeld van een christen. "Dat verlangen naar de rust in toenemende mate. Uitzien naar de schuur daarboven. Het is een beeld van een christenmens onderweg. Hoe dichter ik nader tot het huis van mijn Vader, hoe sterker ik hijg naar de eeuwige woning. Waar het heil van mijn Koning mij wacht. Ik ben ervan overtuigd dat Johannes er zo één is. Hij is oud geworden en schrijft zijn brieven. Hij verlangt naar huis. En hij is niet de enige. Want het moet je toch wel eens zijn opgevallen in de apostolische brieven hoe die hoop op de heerlijkheid en die hunkering naar huis, naar de hemel, naar de wederkomst van Christus, de jonge gemeente typeerde."

Daarna noemt De Reuver verschillende voorbeelden hiervan. "Neem nu Paulus; met zijn begeerte om ontbonden te worden en met Christus te zijn. Of Petrus met zijn verwachting van die nieuwe hemel en die nieuwe aarde. En hier Johannes met zijn verlangen naar de dag van Christus' verschijning. Ze doen gewoon niet voor elkaar onder. Dat geldt trouwens ook voor de vromen en de vaderen uit de vroege kerk, de Middeleeuwen, de Reformatie en de Nadere Reformatie. En denk maar niet dat die mensen het niet zo nauw genomen hebben met de dagelijkse praktijk van het leven en de taken die ze daarin hadden. Bij geen van allen deed die eeuwigheidshonger iets af aan het verantwoordelijkheidsbesef voor het aardse leven in gezin, gemeente en samenleving. Stuk voor stuk beseften ze dat de gerichtheid op de toekomst en die trekkracht van de hemel niets afdoen aan de betrokkenheid op het leven hier en nu, aan God gewijd. De hunkering naar de hemel gaat vergezeld met de heiliging van het concrete bestaan. Die twee zijn niet los verkrijgbaar."

Liefdeslied van Johannes
De predikant maakt duidelijk dat hij in zijn preek vooral ingaat op de hoop en het verlangen. "Ik zou kunnen beginnen met een klaagzang over de mateloze en bijna schaamteloze aardsgerichtheid van de doorsnee christen van vandaag de dag. We zijn zo bezet met de dingen van alledag dat we aan de jongste dag niet meer denken. Dat is schokkend en beschamend. Zo bij de tijd te zijn dat je niet meer bij de eeuwigheid leeft. Beklagenswaardig."

"Deze klaagzang zal ik niet vervolgen", gaat De Reuver verder. "Ik wil met u luisteren naar een liefdeslied, gezongen door Johannes. Waarom wordt Johannes eigenlijk de apostel van de liefde genoemd? Als je het hem zelf gevraagd had, zou hij nooit gezegd hebben: omdat ik zoveel van Jezus houd. Dan zou hij gezegd hebben: omdat Hij zoveel van mij hield. Dat is het geheim. De apostel van Gods liefde in Christus. Hij had zijn Heiland lief omdat Hij hem eerst heeft liefgehad. Ik zeg het nu in enkelvoud maar Johannes drukt dat in onze tekst in het meervoud uit: 'Zie hoe grote liefde ons de Vader heeft gegeven, dat wij kinderen Gods genoemd zouden zijn.' Belangrijke handschriften voegen daaraan toe: 'En wij zijn het ook.' Dat is mooi, hè? Dat wij kinderen Gods genoemd zouden worden en wij zijn het ook! Hoedanige liefde, staat er eigenlijk. Van welke kwaliteit... Dat is een uitroep van verbazing. Een liefde van een unieke kwaliteit, zo grenzeloos en zo onwaarschijnlijk van aard dat wij er de naam kinderen van God aan te danken hebben."

Sta eens stil op Golgotha
"Hoe kan een kind van Adam nu een kind van God worden? Een van God vervreemd mensenkind, hoe kan die nu ooit tot kind van God worden uitgeroepen? Dat is toch verbazingwekkend? Dat krijg je toch nooit klein? Daar kun je toch niet bij? Om van een Adamitische zondaar tot een kind van God te worden herschapen. Het is precies dit geheim dat wij aan Gods liefde hebben te danken. Omdat God Zijn liefde heeft gegeven. Dat is wat. Dat Hij die verloren wereld zo heeft liefgehad, dat Hij uit het binnenste van Zijn liefdeshart vandaan Zijn eigen eniggeboren Zoon, het kind van Zijn liefde, gegeven heeft. Hij heeft ons zó liefgehad, dat Hij zijn Alles, Zijn andere Ik, Zijn eniggeboren en eniggeliefde Zoon ervoor over had en gezonden heeft tot een verzoening voor onze zonden. Dat is weergaloze liefde. Dat ene kind dat als het Lam van God de loden last van onze schuld en zonden op Zich nam en gezegd heeft: 'Kom, Ik ruil met jou. Geef al je lasten maar aan Mij en Ik draag ze weg.'

'Ik voor u, een kind des doods. Opdat jij een kind van de Vader zou zijn. Een kind door God bemind. Op Mijn kosten.'

"En daar ging Hij naar de heuvel Golgotha. Meegedragen heeft Hij het naar het oord waar Hij op koste van Zijn eigen leven verzoening bracht. Daar verwierf Hij ons die kindernaam. Voor mij. Niet waard om een kind van de Vader genoemd te worden. Sta hier nu eens bij stil. Sta nu eens even stil op de kruisheuvel. Sta je er? Staat u er? Je staat daar als een terdoodveroordeelde. Als een kind van Adam. Niet waard om een kind van God genoemd te worden. En daar staat ook Jezus. Nog even en Hij wordt aan het kruis geklonken en Hij staat niet meer maar Hij hangt. Staat u er? Zie dan dat Kind van God in de plaats van u, van mij, Adamskinderen. Ik hoor Hem roepen: 'Ik voor u, een kind des doods. Opdat jij een kind van de Vader zou zijn. Een kind door God bemind. Op Mijn kosten.' Daar aan het kruis hing Gods Kind. En in Hem als onze Borg en Broeder hing daar mijn Adamsnaam en Adamszonde. En op het moment dat Jezus in mijn plaats de dood inging, stierf mijn Adamsschuld de dood."

Maar daar houdt het volgens De Reuver niet op. "Op het moment dat Jezus op de derde dag verrees, bracht Hij een nieuwe naam voor mij mee: kind van God mag je zijn. Niet van huis uit. Maar van Golgotha uit. En vanuit het open graf. De wereld heeft dat niet door, want de wereld kent hem niet. De wereld begrijpt er niets van en vindt het dwaasheid. Maar al weet de wereld niet dat wij kinderen Gods zijn, dat doet niets af aan de werkelijkheid dat wij kinderen van God mogen zijn. Geliefden, zegt hij dan. Dit betekent niet zoiets als 'lieverdjes'. Nee, het betekent gewoon 'kinderen door God geliefd, door God gekend, door God verkoren, door God bemind'."

Voorproefje van de hemel
De predikant begint vervolgens over het woordje 'nu' dat aan het begin van de vers twee te lezen is. "Op dat woordje moet je altijd letten. Het is een luttel woordje, ook in het Grieks. Het is echter een veelbetekenend woord. Daar moet je nooit overheen lezen. Niet alleen omdat het nadruk heeft, maar ook omdat het geladen is met contrast. Ook hier. Het staat tegenover het 'nog niet'. Dat blijkt wel uit het vervolg. 'Maar het is nog niet geopenbaard wat we zijn zullen'. We zijn nu al kinderen van God met een genadig recht op de erfenis. Dat kan ons niet ontgaan. En wat zullen we zijn? Nou, zegt de twijfelaar, dat valt nog te bezien. Nee, zegt Johannes, dat zullen wij zien! Het is nóg niet te zien, maar het komt! We zijn het wel maar het is nog niet onthuld. Het ligt nog gehuld in het gewaad van de hoop. De erfenis ligt nog in de kluis. Straks wordt het uitbetaald."

"Ik moet jullie waarschuwen: de houdbaarheidsdatum van alle genot buiten Jezus is uiterst beperkt. Uiterst beperkt. Vluchtig als de lucht."

"Dat betekent niet dat we straks iets anders zullen zijn dan kinderen van God. Wie dat nu is, is het straks ook. Maar het betekent wel dat we straks als kinderen anders zullen zijn. Niet iets anders, maar anders van kwaliteit. Geen andere persoonlijkheid maar een andere hoedanigheid. Daar ben ik wel blij mee. Want je moet er toch niet aan denken dat er aan de onvolkomenheid en de gebrokenheid van dit aardse bestaan geen eind zal komen. Natuurlijk is het een geweldige genade om nu al kind van God te zijn, maar het allerbeste staat ons nog te wachten. Kan het dan nog beter worden? Reken maar! Hoe rijk het ook is om hier op aarde al een kind van God te zijn, toch leven we als beminde kinderen nog in het ondermaanse, in die wereld van beneden die voorbijgaat. We leven in de wereld met de verleiding van de tijdsgeest, de impact van de seculiere cultuur, de verlokkingen van de wereld, de stress van de agenda, de pijn in je lichaam, de gebreken van de ouderdom, de wankelmoedigheid van je geest, alle inzinkingen en aanvechtingen van het geloof, de rouw om de verliezen die je leed, de zorg om je kind en de huiver voor het lijden en de dood."

De Reuver doelt daarmee op de hele zuchtende schepping. Verlangen we dan eigenlijk vooral naar de hemel omdat we zoveel missen? "De voornaamste reden van dat uitzien naar de toekomstige heerlijkheid is dat we hier al de garantie hebben en de voorsmaak hebben van wat het eenmaal zijn zal. Dat is het geschenk van de Heilige Geest als de waarborg en het onderpand van de verlossing. Die getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn. Hoe getuigt Hij dat? In het Heilige Evangelie? De Heere geeft ons hier een voorsmaak. Aan zijn tafel, in een lied door alle zegeningen. En die voorsmaak smaakt naar meer."

We zullen Hem zien!
We kunnen volgens de predikant alleen de vreugde bereiken door eerst door de droefenis te gaan, waarbij hij een verhaal van Kohlbrugge aanhaalt. "Door veel verdrukkingen moeten wij ingaan in het Koninkrijk Gods. Maar uiteindelijk gaat het naar het oord waar we ons hart mogen ophalen aan Uw vreugde en Uw sabbatsrust. Waar ik U ongestoord kan lieven en eindeloos kan loven. Daar gaat mijn hart naar uit! 'Het mijne ook', zegt Jezus. 'Daar verlang Ik naar. Ik verlang nog meer dan jij! En weet je, Mijn bruid en kind van Mijn Vader, wat Ik daar voor je gereed houd? De heerlijkheid van Mijn verschijning. Ik kom! Met een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waarbij de hele aarde hemel zal zijn. Dan zul je Mij gelijk zijn en Mij zien zoals ik ben. Dat mag je nu al weten!' Wat er ook tot dat 'nog niet' behoort, dat weten over het straks is al iets voor nu. We mogen nu al over de hemel weten dat we Hem gelijk zullen zijn. Dat is de hemel van de hemel."

"Voorbij aan alle gebrek. Voorbij aan alle wonden. Alle tranen en trauma's tot het verleden. Helemaal goed en gaaf zoals God ons heeft bedoeld."

"Je kunt over de hemel fantaseren. Dat deed ik in mijn kinderjaren al. Hoe zou het er daar uitzien? Dat weet ik niet precies. Niet exact. Je kunt er alleen maar in beeldtaal over spreken. De Bijbel spreekt er ook in beelden over. Voor het allesovertreffende moet je bij Johannes zijn. 'Wij zullen hem gelijk zijn!' Niet identiek, maar toch gelijkvormig. Dit lichaam der vernedering zal veranderd zijn in een lichaam dat vervuld is van Zijn liefde en Zijn Geest. We zullen Hem gelijk zijn die eerst en ooit ons gelijk wilde zijn! Die in de gedaante van een mens op aarde was, in alle dingen ons gelijk. Voorlopig zijn we Hem nog gelijkvormig in het dragen van het kruis, gelijkvormig in Zijn kruisgestalte. Maar daar zullen we de kroon der glorie dragen en Hem gelijkvormig zijn in de koningstooi van Zijn heerlijkheid en onvergankelijkheid. Voorbij aan alle gebrek. Voorbij aan alle wonden. Alle tranen en alle trauma's tot het verleden. Helemaal goed en gaaf tot lof en liefde verheerlijkt zoals God ons heeft bedoeld."

"Met een mond die zingen kan. Met een oor dat horen kan. Met een ziel die minnen kan en een oog dat schouwen kan. Het oog wil ook wat, zeggen wij. Nou, het krijgt ook wat. Die ogen zullen de Koning zien in Zijn schoonheid. We zullen aan Hem gelijk zijn en Hem zien zoals Hij is. Voor mij is dit de climax van het vergezicht dat Johannes ontvouwt: Hem zien."

Signalement van Jezus
"Je zult er toch wel bij zijn?", besluit De Reuver zijn preek. "Er is ruimte genoeg. Voeg je bij de schare. Al was het helemaal achteraan, dat doet niet ter zake. Als we maar bij Hem zullen zijn en Hem zullen zien. Ons lijfelijk oog zal Hem aanschouwen zoals Hij is. We zullen Hem zien met Zijn zijde die voor ons doorboord is. Met Zijn handen en Zijn voeten waarin de sporen van de spijkers staan. Dat is Zijn signalement. Met één oogopslag zullen we Hem herkennen. Daaraan herkennen we Hem meteen en onweersprekelijk. Want zo is er maar Eén! Dan zal ik ten volle de liefdestaal van Hooglied verstaan: 'Al wat aan Hem is, is gans begeerlijk'. Is daar dan nog begeren? Ja, maar dan zo dat alle begeren tot vervulling komt, telkens weer. Dat alle honger wordt gestild."

"Met dit vooruitzicht kun je sterven, gemeente. Geloof maar dat niemand zich daar ooit vervelen zal. Want genieting van de liefde verveelt nooit. Ik moet jullie waarschuwen: de houdbaarheidsdatum van alle genot buiten Jezus is uiterst beperkt. Uiterst beperkt. Vluchtig als de lucht. Maar de houdbaarheid van dit genot is onbegrensd", aldus de predikant die afsluit met een vrije vertaling van het vierde couplet van Amazing grace:

Al zing ik daar Gods lof tienduizend jaar
in het licht van deze zon.
Dan nog is het even nieuw
als toen het pas begon.

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Preken
- Ds. Zondag vraagt zich af of God in tijden van nood te vertrouwen is: "Gods kinderen vallen van de ene verbazing in de andere"
- Henk Binnendijk wijst op één van de allergrootste denkfouten die christenen maken: "Ik sprak eenzijdig over de hemel"
- Volgens dominee Paul Visser kun je als volwassene niet geloven als een kind: "Dat is flauwekul en dan maak je er een heel raar naïef verhaaltje van"
- Dominee Breugem tijdens nieuwjaarspreek: "Psalm 91 kan een duivelse kwelling zijn en je geloof doen wankelen"
- Ds. Simons preekt over Gods Koninkrijk: "We zullen de handen klappen naar omhoog en huppelen als een hert"
Meer over preken »

Beluister de hele preek

Reacties

W
Zeer leerzaam voor ons allen! Denk aan de dingen die boven zijn!

'Waakt dan en bidt, opdat u bereid zult zijn, als de Zoon des Mensen komt'.
H
Amen, zegt mijn ziel daarop.
Een beschouwing die doordringt tot de kern van de zaak. Nog een Amazing Grace tip in een heel andere context: https://www.youtube.com/watch?v=gkKOIQwTiKE door Aretha Franklin. De film is ook de moeite waard.
Toon meer reacties (3)

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
New Faith Network
NFN Originals Films
bekijk alle originals
Krijg volledige toegang tot CIP.nl. Start je gratis maand!