Willem Ouweneel

God

18 oktober 2019 door Willem J. Ouweneel

Christenen en humor: een slechte combinatie?

De prediker Charles Spurgeon moet ooit gezegd hebben dat je de mensen tijdens de preek twee keer moet laten lachen. Niet vaker, want dan wordt het een al te dolle boel. Maar ook niet te weinig; af en toe moet het gehoor even stoom kunnen afblazen.

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Willem J. Ouweneel.

Word ook lid

Sommige mensen vinden zulk lachen in de kerk vreselijk; misschien zullen ze wel onmiddellijk tegenwerpen dat de Bijbel nergens vertelt dat Jezus op aarde ooit gelachen heeft. Daar hebben de theologen inderdaad al heel wat over gediscussieerd. Door Umberto Eco’s roman De naam van de roos loopt als een rode draad de theologische strijdvraag of Jezus op aarde ooit heeft gelachen. De Duitse Benedictijner monnik Anselm Grün zei daarvan: ‘Dat is vandaag in onze pretmaatschappij geen vraag meer. Wij hebben veeleer moeite met het feit dat Jezus heeft gehuild.’ Als ik trouwens lees, dat Jezus op een bepaald moment, vervuld van de Heilige Geest, begon te juichen (Luk. 10:21 NBV), kan ik me geen Jezus voorstellen die nooit gelachen heeft. Juichen en lachen horen bij elkaar.

Als ik trouwens lees, dat Jezus op een bepaald moment, vervuld van de Heilige Geest, begon te juichen, kan ik me geen Jezus voorstellen die nooit gelachen heeft.

Als men het woord humoristisch zou willen vermijden, zal men toch moeten erkennen dat Jezus zeer ‘geestig’ kon zijn. Een prachtig voorbeeld is dit woord tegen de godsdienstige huichelaars: ‘Blinde leiders zijn jullie, die uit hun drank de muggen ziften, maar een kameel wegslikken’ (Matt. 23:24 NBV). Deze lieden waren zo wettisch precies, dat als er maar het kleinste muggetje in hun beker wijn dreef, deze eruit gezeefd moest worden – maar als er een kameel in hun beker dreef, slobberden ze die zó naar binnen. Reken maar dat de mensen gelachen hebben als Jezus zoiets zei! (vgl. ook Luk. 18:25 NBV).

Een fraai voorbeeld zien we in het verhaal van de moeders die hun kinderen bij Jezus brachten, iets wat de discipelen probeerden tegen te houden (Matt. 19:13-15 par.). De al genoemde Anselm Grün schrijft: ‘De leerlingen blijven gebonden aan het farizeïsche denken. De Farizeeën hebben door hun totale gebrek aan humor geen gevoel voor kinderen. Ze denken dat spelen met kinderen voor orthodoxe mensen tijdverspilling is en hen belet om de wereld te bereiken die zal komen.’ Wat scherp gezegd! Let maar op: mensen die op godsdienstig terrein fanatiek zijn, hebben altijd weinig of geen gevoel voor humor (en ook weinig gevoel voor kinderen). Humor betekent onder andere het vermogen te relativeren, en vooral zichzelf niet al te ernstig te nemen; dat vermogen hebben godsdienstige fanatiekelingen niet. Het is trouwens moeilijk deze boodschap uit te dragen, want ik ben nog nooit een mens tegengekomen die van zichzelf erkende geen gevoel voor humor te hebben. Zulke mensen bestaan gewoon niet! Net als mensen die van zichzelf toegeven dat zij godsdienstig fanatiek zijn; die bestaan ook niet.

Let maar op: mensen die op godsdienstig terrein fanatiek zijn, hebben altijd weinig of geen gevoel voor humor.

Laten we de woorden van Grün eens omdraaien: door zijn gevoel voor humor begreep Jezus nu juist wèl het belang van de kinderen en van hun spel. Hij citeerde hun spelletjes zelfs in Mattheüs 11:16 en was er dus mee vertrouwd. Kinderen moeten niet opgroeien tot volwassenen om deel te kunnen hebben aan het koninkrijk der hemelen, zoals de Farizeeën meenden. Nee, de volwassenen moeten juist worden als de kinderen om het koninkrijk der hemelen te kunnen binnengaan (18:3). Ik bedoel niet kinderachtig (infantiel), maar wel kinderlijk (eenvoudig, ongekunsteld, pretentieloos).

Misschien is dit ook de betekenis van Gods lachen, zoals we dat bijvoorbeeld vinden in Psalm 2:4; 37:13; 59:9. Dit hoeft niet altijd een spottend, sarcastisch lachen te zijn (dat niets met humor te maken heeft). Met name in Psalm 2:4 kan er ook het element in zitten dat God lacht om de dwaasheden van de mensen, zoals volwassenen minzaam lachen om de dwaasheden van kinderen. Daar heb je ze weer: de kinderen, om wie wij ons nooit moeten ergeren (erger je liever om ouders die hun kinderen slecht opvoeden), maar die ons laten lachen. En vooral: laat hen lachen!

Ieder mens kent vele andere mensen bij wie hij/zij zich slecht op zijn/haar gemak voelt. Ik heb geprobeerd vast te stellen wat zulke mensen in mijn geval gemeen hebben. Ik heb het gevonden: ze hebben geen gevoel voor humor; ze nemen de dingen te ernstig, en vooral zichzelf te ernstig; ze kunnen niet relativeren. Ze kunnen niet om zichzelf lachen. Ik kan ze dat nooit uitleggen, want nogmaals: ze zullen nooit toegeven dat ze weinig of geen gevoel voor humor hebben. Als ze lachen, dan is dat gewoonlijk een neerbuigend lachen om anderen. Ik heb bij zulke mensen soms de neiging extra lollig te zijn – als een soort onbewust tegenwicht – en dat maakt de zaak natuurlijk alleen maar erger.

Als duivelse leiders lachen, is dat als het lachen van koning Herodes, dat ingegeven werd door drank en erotiek.

Nu even bloedserieus: de duivel lijkt me iemand zonder gevoel voor humor. En de Turkse president Erdogan eveneens. En als de Antichrist verschijnt, zal deze vast ook geen gevoel voor humor blijken te bezitten. Elke fanatieke, humorloze kerkleider en elke fanatieke, humorloze politicus is een soort voorafschaduwing van de Antichrist, de ‘man met het haar op de tanden’ (zoals Godfried Bomans hem omschreef).

Als duivelse leiders lachen, is dat als het lachen van koning Herodes, dat ingegeven werd door drank en erotiek. De Prediker zegt ervan: ‘Als het knetteren van de dorens onder de kookpot, zo is het lachen van de dwaas’ (Pred. 7:6). Heel anders is het lachen van de getrouwen: ‘Toen werd onze mond vervuld met lachen en onze tong met gejuich. Toen zei men onder de heidenvolken: “De HEERE heeft grote dingen bij hen gedaan!” De HEERE heeft grote dingen bij ons gedaan, daarom zijn wij verblijd” (Ps. 126:2v.).

Inderdaad: lachen is een goddelijke opdracht; driemaal beveelt God zijn volk zich tijdens de zeven dagen van het Loofhuttenfeest (en dat is nu) te ‘verblijden’ (Lev. 24:40; Deut. 16:14-15) – en dus te lachen.

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Reacties

Er staan m.i. enkele komische verhalen en scenes in de Bijbel, het leukste verhaal, dat ik mij door de computer liet voorlezen toen ik in het ziekenhuis lag, vind ik de gebeurtenissen rond de Ark van het Verbond toen deze in handen van de Filistijnen was gevallen (1 samuel 5:1-6:12) vooral de vertaling met "aambeien" werkt op mijn lachspieren, tot slot dat kostelijke verhaal van de manier waarop ze van het terugsturen van de ark een empirisch godsbewijs maken. God laat zich hier van zijn humoristische kant zien.
REAGEER
F
Ik kan hier niet om lachen...
Sorry Fred, ik lach om verkeerde dingen.

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Vakanties
Hier adverteren?
New Faith Network
NFN Originals Films
bekijk alle originals

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher Spotify
Jeffrey vond Ds. De Heer een ketter...