Ds. A. A. Egas

God

25 september 2019 door Jeffrey Schipper

Ds. Egas begrijpt dat kanselruil met GerGem niet mogelijk is: "Toch wil ik graag in de GerGem preken"

De christelijke gereformeerde predikant ds. A. A. Egas pleitte eerder voor meer openheid binnen de Gereformeerde Gemeenten (GerGem). Op de generale synode van de GerGem besloot men onlangs dat kanselruil niet het juiste middel is om die eenheid gestalte te geven. Egas heeft daar begrip voor, maar spreekt tegelijkertijd de hoop uit ooit in de GerGem te kunnen preken. “Ik merk dat er ook bijvoorbeeld bij ouderlingen en leerkrachten die behoren tot de GerGem honger is naar kerkelijke eenheid in de vorm van kanselruil.”

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Jeffrey Schipper.

Word ook lid

Berichtgeving over kanselruil is door CIP-redacteuren Jeffrey Schipper en Patrick Simons besproken in bovenstaande CIP Podcast. Beluister het fragment vanaf minuut 2.

Ds. P. Mulder, synodepreses van de GerGem, benadrukte dat een dergelijke vorm van kanselruil kerkordelijk niet mogelijk is. Heeft u daar begrip voor?
“Feitelijk heeft hij gelijk”, maakt Egas duidelijk. “Om kanselruil kerkordelijk mogelijk te maken moeten er eerst synodale besluiten worden genomen, zoals onze Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) dat ook hebben gedaan met de Hersteld Hervormde Kerk (HHK). Daar gaat aan vooraf dat je elkaar geestelijk herkent, omdat beide kerken de gereformeerde belijdenis onderschrijven. Als de generale synodes (kerkvergaderingen, red.) van beide kerken een rapport van hun deputaten waarin die kanselruil wordt voorgesteld, goedkeuren, dan kan het kerkordelijk worden vastgelegd. Helaas zie ik dat er nog niet van komen, die stap is te groot."

"Het is duidelijk dat de geestelijke lijnen tussen beide kerken hiervoor nu te ver uit elkaar liggen, maar ik zie dat er op individueel niveau wel degelijk geestelijke herkenning is."

U begrijpt dat er op dit moment geen ruimte is voor deze vorm van kanselruil, omdat het draagvlak ontbreekt. Wat zou volgens u wél realistisch zijn om tot die verlangde kanselruil te komen?
“Stel je voor dat een plaatselijke gereformeerde gemeente een preek van mij als CGK-predikant heeft gehoord en daar geestelijke aansluiting bij voelt. Dan zou mijn voorstel zijn dat die kerkenraad dat meldt in hun classis (een regionale vergadering, red.). Die classis zou mij dan moeten uit nodigen om een ‘proefpreek’ voor hen te houden. Als wordt besloten dat die preek overeenkomt met het geestelijk leven en de prediking binnen de GerGem, kunnen ze mij toestemming geven om voor te gaan in hun kerkverband. Op deze manier hoef je niet te wachten totdat er ooit overeenstemming komt tussen de beide kerkverbanden, om over en weer al hun predikanten die toestemming te geven. Het is duidelijk dat de geestelijke lijnen tussen beide kerken hiervoor nu te ver uit elkaar liggen, maar ik zie dat er op individueel niveau wel degelijk geestelijke herkenning is. Ik hoop dat het in de toekomst ooit mogelijk zal zijn om op deze wijze in de GerGem te kunnen preken.”

Waarom is kanselruil voor u zo belangrijk?
“Omdat ik zie dat kerkelijke eenheid echt niet mogelijk is. En tegelijkertijd zie je bij heel veel kerkmensen wel een diep verlangen naar de beleving van de geestelijk eenheid, juist in deze tijd van toenemende secularisatie. Kanselruil is een heel mooi geestelijk middel om daartoe te komen. De kerkverbanden blijven dan gewoon zelfstandig, maar toch wordt het voor de gemeenteleden zichtbaar dat er een geestelijk eenheid is, die beleefd wordt onder de verkondiging van het Woord.”

Waarom ligt kanselruil tussen uw kerk en de Gereformeerde Gemeenten zo gevoelig?
“Het verschil komt op twee gebieden tot uiting. Allereerst heeft dat te maken een verschil in visie op het verbond, met daarbij de vraag met wie heeft God dat verbond opgericht. In de GerGem wordt sterk gedacht vanuit de uitverkiezing en dat heeft consequenties voor de prediking. Binnen onze kerken is er meer aandacht voor het aanbod van genade en wordt verkondigd dat iedereen die gedoopt is mag pleiten op Gods beloften. Dat woord ‘pleiten’ ligt binnen de GerGem gevoelig. De één zegt dat we op basis van de doop bij de Heere mogen ‘pleiten’ en een ander niet.

"In de GerGem wordt sterk gedacht vanuit de uitverkiezing en dat heeft consequenties voor de prediking. Binnen onze kerken is er meer aandacht voor het aanbod van genade."

Ten tweede komt het verschil tot uiting in de prediking van de bevinding. Zo wordt in de GerGem gesteld dat men bij de bekering ‘Kerst, Pasen, Hemelvaart en Pinksteren in deze volgorde beleefd’. GerGem-predikant ds. C. G. Vreugdenhil verwoordde dat op Refoweb.nl eerder als volgt: ‘Kerst betekent dat je ziet hoe diep Christus Zich vernederde door ons aan de zondeval onderworpen vlees aan te nemen en hoe groot daarin de liefde van God is. Goede Vrijdag betekent dat je door het geloof mag zien op de gekruisigde Zaligmaker en dat Hij voor jou gestorven is aan het kruis om jouw zonden te dragen. Pasen betekent dan dat Christus is opgewekt tot onze rechtvaardiging en dat de verhouding met God weer goed is omdat Hij genoegen genomen heeft met het volbrachte werk van Zijn Zoon.

Hemelvaart betekent dan dat Christus de hemel geopend heeft voor mensen, die de hemel en het contact met God gesloten en verbroken hebben door de zonde. Jezus is de biddende Hogepriester en voorspaak bij de Vader. Pinksteren heeft als vrucht in de levens van Gods kinderen dat er vrijmoedigheid komt om God als Vader aan te spreken dat er gedrevenheid en zekerheid is in het geloof door de vervulling met de Geest.’ Egas: “Met andere woorden, men bepreekt vaak een bepaalde chronologie in de bekeringsweg aan de hand van de heilsfeiten. Zo wordt dat in de CGK niet voorgestaan. Wij zien het meer in het licht zoals de Heidelbergse Catechismus spreekt over het nut en de troost van de heilsfeiten.”

En toch merkt u dat leden van de GerGem zich ook met uw preken verbonden voelen. Hoe komt die geestelijke herkenning tot uiting?
“Veel gemeenteleden uit de GerGem en de CGK herkennen zich in de gereformeerde belijdenis, waarin beklemtoond wordt de doodstaat van de mens, het werk Geest in de wedergeboorte en de bevindelijke aspecten daarvan, zoals onder meer in onze Dordtse Leerregels wordt verwoord. En uiteindelijk geloven we in Christus als enige Weg tot behoud. Daar herkennen de meesten zich in. De één beleeft de weg van het komen tot Christus anders dan de ander, maar deze overeenkomst –dat we alleen uit genade zalig worden op grond van het offer van Christus– stijgt daar bovenuit. Daarom vind ik het belangrijk dat er kanselruil mag komen als uiting van die geestelijke eenheid."

"Door de toenemende secularisatie, toenemende druk op artikel 23 van de Grondwet en de heftige reacties op de Nashvilleverklaring, ervaart de reformatorische gezindte meer druk, die tot meer onderlinge verbinding leidt."

Niet iedereen vindt dat de GerGem laten zien werk te willen maken van kerkelijke eenheid. Hoe ziet u dat?
“Ik snap dat ze al zoveel zorgen hebben om het bewaren van de eigen eenheid. Soms kost het al heel veel moeite om de eenheid in de eigen kerkverband in stand te houden. Kanselruil met de CGK zou intern de spanningen alleen maar verhogen. En dat begrijp ik. Tegelijkertijd merk ik, bijvoorbeeld door mijn contacten op reformatorische scholen, dat er ook bij docenten en ouderlingen die aan de GerGem verbonden zijn dat er een duidelijke honger is naar geestelijke herkenning.”

De GerGem gaat gesprekken over eenheid voortzetten met de GGiN, HHK en CGK. In hoeverre is dit nuttig en welke daden zijn nodig om eenheid zichtbaar te maken?
“Die gesprekken worden één keer per jaar gevoerd”, relativeert Egas. “Uit ervaring weet ik dat betrokkenen van deze gesprekken niet veel verwachten. Het belang van eenheid wordt uitgewisseld, zonder intentie om verder te komen. Deze gesprekken zijn vooral een aanzet om elkaar niet los te laten; een bevestiging van de status-quo. Daar kan niemand tegen zijn, maar tegelijkertijd brengt dat weinig hoop en verwachting met zich mee.

Wel ben ik hoopvol als ik kijk wat er plaatselijk tot stand kan komen. Daar zie ik namelijk wél eenheid ontstaan. Als kerkenraden van vijf reformatorische kerken in Friesland hebben wij vorig jaar bijvoorbeeld gezamenlijke diensten op zaterdagavond georganiseerd, mediterend naar de zondag. Op die avonden behandelden we een aantal gelijkenissen van de Heere Jezus. Op plaatselijk niveau zie ik dus wél dat er eenheid wordt gezocht met broeders en zusters uit andere kerken.”

Ook als Egas kijkt naar de jongere generatie en maatschappelijke ontwikkelingen is hij hoopvol gestemd. “Door de toenemende secularisatie, toenemende druk op artikel 23 van de Grondwet (vrijheid van onderwijs, red.) en de heftige reacties op de Nashvilleverklaring, ervaart de reformatorische gezindte meer druk, die tot meer onderlinge verbinding leidt. Een gereformeerde gemeente-predikant, wijlen ds. A. Vergunst, heeft wel eens gezegd: ‘Moet het prikkeldraad ons aan elkaar verbinden?’ We hebben de luxe niet meer om gescheiden op te trekken.”

Reactie vanuit GerGem
Ds. P. Mulder laat als synodepreses van de GerGem tegenover CIP.nl weten dat hij zich “geestelijk herkend in een predikant als ds. Egas”. “Maar er zijn anderen binnen de CGK bij wie we die verbondenheid nadrukkelijk niet ervaren. Dat maakt het voor ons moeilijk om kanselruil te overwegen.” Het voorstel van ds. Egas om dit op classicaal niveau op te lossen, zodat er alsnog CGK-predikanten op GerGem-kansels kunnen verschijnen, “begrijpt hij als idee wel”. “Maar dit is kerkordelijk niet zo gemakkelijk vorm te geven, dunkt mij. De behoefte aan eenheid is er in algemene zin, maar in concrete zin is het best moeilijk. De praktijk is weerbarstig.”

Kerkelijke eenheid praktiseren brengt volgens Mulder “het risico met zich mee dat problemen juist worden vergroot en er in gemeenten meer moeilijkheden ontstaan. Het belangrijkste is dat we fatsoenlijk en liefdevol met elkaar omgaan. Eerder ben ik predikant geweest in Dordrecht. Met de CGK in Dordrecht-centrum had ik vele, goede contacten. Zo hebben we ook samen hervormingsavonden gehouden. In onze onderlinge gesprekken voelden we ons geestelijk met elkaar verbonden. Zo mag eenheid zichtbaar worden. Daar ervaren we ook wat van met de OGG en GGiN in Geldermalsen. Laten we nuchter blijven en ons niet blindstaren op ideeën maar vooral elkaar goed en met respect bejegenen en op onze plaats doen wat goed is voor Gods kerk in brede zin.”

Kerkelijke eenheid en kanselruil werden onlangs door CIP-redacteuren Patrick Simons en Jeffrey Schipper besproken in onderstaande podcast:

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Reacties

M
Mensen bouwen kerken, God bouwt Zijn gemeente. Dat bouwen gaat door alle kerkmuren heen.
T
Jammer dat dit niet kan. Maar omgekeerd: is de linkerflank van de Christelijke Gereformeerde Kerk bereid om een bevindelijk gereformeerden predikant van de Gereformeerde Gemeenten tot hun kansels toe te laten? Het is maar een vraag mijnerzijds.
S
We zijn één lichaam met Christus als Hoofd. Deze handelwijze laat zien dat het gebed van Jezus uit Johannes 17 nog niet verhoord is. Bid mee voor de eenheid, zoals Jezus dit bidt. Op de Nieuwe Aarde zijn er geen afdelingen. Alleen kinderen van God. Stop met hulp aan de duivel door zijn tactiek van verdeel en heers. Pak elkaars handen en bid voor de mensen uit je straat, je collega's en andere ongelovigen, dat ze Jezus leren kennen en een kerk zoeken. Laat God ze leiden in welke kerk ze thuishoren.
Toon meer reacties (15)

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
CIP.nl crowdfundt voor De Hoop. Draag jij bij aan het meubilair, dat nodig aan vervanging toe is?