Willem Ouweneel

God

05 juli 2019 door Willem J. Ouweneel

De Dordtse Synode: waarom ging het mis?

Morgen is het vierhonderd jaar geleden dat veertien remonstrantse predikanten op boerenwagens uit Dordrecht werden weggevoerd om in ballingschap te trekken, nadat zij op de Nationale Synode oftewel de Synode van Dordrecht (nov. 1618 tot mei 1619) het onderspit hadden gedolven.

Er is veel aandacht voor de vierhonderdjarige herdenking van de Synode geweest; ik mocht bij zowel de opening als de sluiting van deze herdenking in Dordrecht aanwezig zijn. Sindsdien heb ik er ademloos over gelezen in het boek van Fred van Lieburg: Synodestad Dordrecht 1618-1619. Wat een schitterende, uiterst gedetailleerde kerkhistorische beschrijving van de Synode! Wat een boeiend verhaal rond die eerste topconferentie die Europa ooit gekend heeft! Want naast Nederlandse theologen en politici waren er ook vele buitenlanders aanwezig, meer dan honderd bij elkaar. Bijna zeven maanden lang was Dordrecht (de oudste stad van Holland) het middelpunt van (protestants) Europa.

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Willem J. Ouweneel.

Word ook lid
Bijna zeven maanden lang was Dordrecht (de oudste stad van Holland) het middelpunt van (protestants) Europa.

We bekijken zo’n Synode vandaag de dag met gemengde gevoelens. Wat ons het meeste stoort, ja, af en toe met afschuw vervult, is de vermenging van politiek en godsdienst. Dat kun je de mensen moeilijk kwalijk nemen, want zo was het al vanaf het begin van christelijke Europa gegaan. In de Middeleeuwen was de (Rooms-Katholieke) kerk vaak de baas over de staat (zeker in de 13e eeuw), en vanaf de Reformatie was de staat de baas over de kerk. Reeds Maarten Luther had zich bewust onder de bescherming van de (protestantse) vorsten geplaatst, en toen de uitgemergelde boeren tegen de vorsten in opstand kwamen, koos Luther vóór de vorsten en tégen de arme boeren (‘je moet aan de overheid gehoorzaam zijn’). Ook in Genève waren stadsbestuur en kerkbestuur met elkaar nauw verweven. En na de Opstand in de Nederlanden (vanaf 1572) gingen de stads- en provinciebestuurders ook over het kerkelijk leven heersen. Zó gek was dat niet: ten eerste zaten al die politici zondags als brave christenen keurig in de kerk en ten tweede zei Romeinen 13 toch dat je de overheid moest gehoorzamen – dus ook als kerk, toch?

De twist tussen de arminianen (of remonstranten) en de gomaristen (of contraremonstranten) leek op het oog – nog niet eens een godsdienstige maar – een puur theologische kwestie van vakgeleerden onder elkaar. Maar vanwege de al gauw wel degelijk ontstane burgerlijke onrust werd het ook een politieke kwestie. Daarbij kwam prins Maurits (die aanvankelijk remonstrantse sympathieën had, maar puur om politieke redenen de zijde van de contraremonstranten koos) tegenover Johan van Oldenbarnevelt te staan (die aanvankelijk contraremonstrantse sympathieën schijnt gehad te hebben, maar door de politieke verwikkelingen uiteindelijk aan de kant van de remonstranten kwam te staan). Deze politieke kwestie werd niet, naar goed Nederlandse gewoonte, al ‘polderend’ opgelost. Nee, ze werd ‘opgelost’ doordat prins Maurits een pure staatsgreep pleegde en Johan van Oldenbarnevelt liet arresteren en door een partijdige rechtbank zelfs ter dood liet veroordelen. Dat had met ‘de waarheid’ allemaal niets te maken, alleen maar met macht en eigenbelang. Dat was niet de Geest, maar het vlees.

In werkelijkheid diende de Synode er van meet af aan toe om de arminianen ongelijk te geven en te veroordelen, en dat vooral om politieke redenen.

De Nationale Synode werd (met veel moeite) in het leven geroepen, schijnbaar om de gerezen theologische geschillen ook theologisch op te lossen. In werkelijkheid diende de Synode er van meet af aan toe om de arminianen ongelijk te geven en te veroordelen, en dat vooral om politieke redenen. Tijdens de slotbijeenkomst op 29 mei 2019 beweerde prof. Bram van de Beek dat tijdens de Synode het Nederlandse ‘polderen’ is uitgevonden. Niets is mijns inziens minder waar. De burgerlijke onrust in de Nederlanden werd niet opgelost door onderling overleg, maar door een machtsgreep: de arminianen moesten worden uitgeschakeld. Ze waren ook helemaal geen gelijkwaardige partij: ze werden ‘gedagvaard’ en door de overige synodeleden als ‘beklaagden’ behandeld.

Nu is mij door het lezen van Synodestad duidelijk geworden dat de remonstranten zich tijdens de Synode ook wel als echte lastpakken hebben gedragen, Simon Episcopius voorop. En nadat ze op 14 januari 2019 definitief de Synode uitgegooid waren, hebben de synodeleden wel degelijk veel tijd genomen om de opvattingen van de remonstranten theologisch uit te rafelen en te weerleggen. Maar de uitkomst van al die arbeid stond bij voorbaat vast. Het debat is niet beslist door ‘de waarheid’ (hoewel ik persoonlijk meer contraremonstrant dan remonstrant ben), maar door machtsvertoon. Daardoor houd je aan die Synode toch een nare smaak over.

Het debat is niet beslist door ‘de waarheid’ (hoewel ik persoonlijk meer contraremonstrant dan remonstrant ben), maar door machtsvertoon.

In Nederland kennen we pas sinds 1798 de scheiding van kerk en staat, en pas in de Grondwet van 1848 is dat definitief geregeld. Die scheiding houdt in dat de kerk zich niet bemoeit met de staat, en de staat niet met wat er in de kerk gebeurt (tenzij de openbare orde in het geding is). Vandaag is het (gelukkig) ondenkbaar dat de Staten-Generaal een kerkelijke synode bijeenroepen of opdracht geven tot een nieuwe bijbelvertaling (de Staten(!)vertaling). Dat betekent trouwens niet dat de overheid religieus neutraal zou zijn. Dat misverstand is vaak verkondigd (vooral door D66’ers). Geen enkel terrein des levens en geen enkele instantie is religieus neutraal. Daarom mogen kerkleiders en christenpolitici de overheid zeer wel aanspreken op hun (im)morele daden. Maar Goddank (dat bedoel ik letterlijk) is de tijd voorbij dat kerkvorsten wereldlijke vorsten aanstelden, of politieke overheden kerkleiders aanstelden. Nog tot 1922 (!!) bestond in Nederland het zogenaamde collatierecht, dat wil zeggen het recht van bijvoorbeeld een ambachtsheer om de plaatselijke predikant aan te stellen. De laatste particulier die dit recht had, was prinses Wilhelmina, die tot haar dood in 1962 de dominees in Apeldoorn mocht uitkiezen… Ongelooflijk, maar waar.

Er is veel dat in onze tijd niet zo goed gaat, ook kerkelijk en theologisch niet. Maar in ieder geval wordt wat waarheid is, niet langer bepaald door de macht. (Of zou het in sommige denominaties misschien toch nog steeds zo gaan…?).

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Reacties

Helaas heeft het denken van de mensheid in de afgelopen eeuw een ziekte opgelopen die men 'post-modernisme' noemt, waarin het axioma wordt gehanteerd dat elke als 'waar' aangemerkte stelling in werkelijkheid zo wordt aangemerkt door 'macht' van een dominante groep. We lijden nu onder activisten voor wie waarheid niet ter zake doet want argumenten slaan ze dood met gelegenheidsrelativisme, ook op academisch niveau doen men dit. Het thema waarheid versus macht speelt tegenwoordig nog erger en nog oneerlijker.
Zo is sinds "den beginne" het denken van de mensheid van de ene besmettelijke ziekte in de andere gerold. En steeds weer raakte het denken (kennis) strak verweven met macht. En steeds weer heerste de overtuiging dat de waarheid een eindproduct van het "zuivere" denken (superieure kennis) is. Ook nu en vooral op academisch niveau.
Toon meer antwoorden (2)
Toon meer reacties (4)

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
New Faith Network
NFN Originals Films
bekijk alle originals
Vakanties
Hier adverteren?

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher Spotify