Willem Ouweneel

Dagelijks leven

24 mei 2019 door Willem J. Ouweneel

Een groot profeet stierf

Afgelopen zaterdag was het 108 geleden dat Gustav Mahler overleed, nog geen 51 jaar oud. Voor mij een van de grootste componisten die ook geleefd hebben, een man die een grote invloed op mijn leven heeft uitgeoefend. Als student in Utrecht ging ik eens met een aardig meisje naar een concert in Tivoli, het destijdse houten noodconcertgebouw in Utrecht. Op het programma stond het Tweede Pianoconcert van Brahms, en dat interesseerde me zeer. Als je tot acht uur wachtte en je durfde erop te gokken dat er nog lege plaatsen over waren, kreeg je als student op vertoon van je collegekaart een toegangskaartje voor slechts vijf gulden (€ 2,27). Zo kwamen we binnen, in afwachting van Brahms.

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Willem J. Ouweneel.

Word ook lid

Voor het gedeelte na de pauze vermeldde het programma de Vierde Symfonie van Gustav Mahler, maar dat zei me toen nog bitter weinig. Toch bleven we uiteraard luisteren. Bij de eerste klanken van die symfonie veerde ik op en bleef het hele werk door op het puntje van mijn stoel zitten (figuurlijk gesproken). Ik ken geen componist die mij nog altijd het hart zoveel sneller doet kloppen als ik een symfonie of orkestlied van hem hoor, ook al ken ik al zijn werken intussen van buiten. Hoe het kan weet ik ook niet; zijn muziek laat heel diepe snaren bij me trillen. Ik weet wel dat ik mij die avond in Tivoli voornam meer over deze componist te weten te komen en zijn muziek te leren kennen. Veel later vertelde de schrijver Maarten ’t Hart mij dat in een van Simon Vestdijks Anton-Wachterromans, De beker van de min (1982), de hoofdpersoon als student tijdens een concert exact dezelfde ervaring met Mahlers Vierde beleefde! Dat heeft me wel getroffen; misschien had Vestdijk, de grote Mahlerliefhebber, zelf ooit een dergelijke ervaring gehad.

Het heeft jaren geduurd, maar het is me inderdaad gelukt al Mahlers nog beschikbare muziek te verzamelen. Mahler, deze joodse man, naderhand katholiek gedoopt, die er zijn eigen mystieke variant van het christendom op nahield, heeft meer dan wie ook tot het uiterste – tot op de eerste valse tonen van die andere geniale Jood, Arnold Schönberg – de schittering van de Romantiek vastgehouden, zij het in een geheel eigen en eigentijdse vorm, grenzend aan de moderniteit. Ooit hoorde ik de Hattemse dominee en cultuurfilosoof dr. Frank de Graaff zeggen: sedert de Verlichting werd het christendom weggedrongen naar de rand van onze cultuur, maar de glans van de oude, christelijke tijd bleef via de muziek van de Romantiek nog meer dan honderd jaar langer over onze westerse wereld hangen; de laatste van de eenzaam roepende profeten was Gustav Mahler. Op die visie valt wel wat af te dingen, maar het verklaart in elk geval waarom De Graaff net zo veel van Mahler hield als ik, vooral als diens muziek gedirigeerd werd door alweer een Jood: Otto Klemperer (ikzelf zou er de joodse dirigent Leonard Bernstein aan toevoegen).

Net als bijvoorbeeld bij Mozart en Mendelssohn, die maar 35 resp. 38 zijn geworden, vraag je ja af hoe zij verder gecomponeerd zouden hebben als zij (veel) ouder hadden mogen worden. Dat geldt het sterkst voor Mahler omdat hij schreef op een breuklijn in de tijd: het einde van de Romantiek, het begin van een nieuwe tijd. In 1906-1907 schreef hij een van de meest overweldigende composities van alle tijden: zijn Achtste Symfonie, bijgenaamd ‘Symfonie van de Duizend’ (hoewel je het werk met 500 zangers en musici ook heel behoorlijk kunt uitvoeren). Ik heb het driemaal in de concertzaal gehoord (Amsterdam en Rotterdam), alle keren overmand door emoties. Bij mijn afscheid als hoogleraar aan de ETF te Leuven heb ik zelfs het slotkoor van deze symfonie afgespeeld met de schitterende woorden van Goethe: ‘Al het vergankelijke is slechts een gelijkenis’ (nl. van het hogere, het eeuwige, het goddelijke).

Wat een tijd was dat! Het kolkte in Wenen, misschien wel dé culture hoofdstad van Europa in die tijd. Mahler werkte er, maar ook Schönberg en Zemlinsky (alle drie joods, alle drie officieel christen geworden, maar Schönberg keerde terug tot het jodendom). De grote grondlegger van de dieptepsychologie, Sigmund Freud, werkte er (eveneens joods, maar atheïst geworden). Ook buiten Wenen speelden Joden een bijzondere rol in precies diezelfde tijd (1900-1910). Onder de filosofen waren Henri Bergson en Edmund Husserl Joden, en ook Leo Sjestov en Martin Buber waren dat. Onder de psychologen naast Freud ook Alfred Adler. Verder de fysicus Albert Einstein, de Duitstalige schrijvers Franz Kafka, Jacob Wasserman, Arnold Zweig en Franz Werfel, de Franse auteurs Marcel Proust en Max Jacob, de schilder Marc Chagall.

Het was een tijd die op de onze leek: politiek zeer verwarrend en dreigend. In 1905 vond de eerste (mislukte) Russische revolutie plaats (ook weer met joodse hoofdpersonen: Lev Trotzky, Rosa Luxemburg; Lenin was een kwart joods). In Europa namen de spanningen enorm toe; in 1914 leidden ze tot de Eerste Wereldoorlog. Einstein veranderde fundamenteel onze kijk op de materie, Freud onze kijk op het menselijk innerlijk, Schönberg onze kijk op tonaliteit in de muziek. En in die wereld experimenteerde Mahler met de harmonie in de muziek, en zocht de uiterste grenzen daarvan op. In 1900-1910 was een wereld bezig te gronde te gaan, en niemand heeft dat verhaal op muzikale wijze aangrijpender verteld dan Mahler – als een soort stervende zwaan. Dáárom zei ik dat we zo graag hadden willen weten hoe hij gecomponeerd zou hebben als hij 85 had mogen worden, net als die grote tijdgenoot: de componist Richard Strauss. Maar eigenlijk is dat de foute vraag: net als Mozart stierf Mahler toen hij klaar was. Wat had Mozart na zijn Requiem nog moeten zeggen? En wat had Mahler na zijn laatste symfonieën nog moeten zeggen?

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Reacties

Een zeer aangenaam stukje muziekcultuurgeschiedenis met prachtige verbindingen die goed tot de verbeelding spreken. De interesse van W.J. Ouweneel in Brahms Tweede piano concert die aanleiding was om met het aardige meisje Tivoli te bezoeken, heeft later tot gevolg gehad, de werken van Gustav Mahler te omarmen. Brahms en Mahler waren geen tijdgenoten en toch zag ik reden de geciteerde Goethe een verbindende rol toe te delen.
'Al het vergankelijke is slechts een gelijkenis' (nl. van het hogere, het eeuwige, het goddelijke). In 1769 vestigde Goethe zich in Straatsburg om zijn juridische studie te voltooien. Daar ontmoette hij en 5 jaar oudere man met de naam Herder. Deze had grootte invloed op de ontwikkeling van Johan Wolfgang Goethe. Herder wees hem op de Bijbelse oer- poëzie en de bron van alle poëtisch scheppingsvermogen was het hart en niet het hooft.
Toon meer antwoorden (1)
Toon meer reacties (1)

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Vakanties
Hier adverteren?
New Faith Network
NFN Originals Films
bekijk alle originals

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher Spotify