Teus Dorrepaal

Levensverhaal

11 maart 2019 door Jeffrey Schipper

Teus liep jarenlang rond met een geheim: "Mijn moeder dacht dat ik voor eeuwig verloren was"

Jarenlang liep Teus Dorrepaal rond met een geheim. Binnen de reformatorische gezindte leidde hij een dubbelleven. “Huilend riep mijn moeder dat ik verloren ben, nadat ik het geheim openbaarde. Haar huilen was hartverscheurend!,” vertelt de auteur van het boek ‘Praat er maar niet over’. Zijn verhaal neemt ons mee in een eenzame strijd. Is er voor Teus (in het boek heet hij Mart van Buren, red.) als gelovig mens een begaanbare weg te vinden?

Voor iedereen die van onze boeken houdt: blijf hier op de hoogte van onze nieuwste theologische uitgaven, denk mee en deel je boekenliefde met anderen.
CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Jeffrey Schipper.

Word ook lid

Als kind ontdekte je dat je gevoelens hebt voor mannen. Hoe reageerden je ouders en je dominee hierop?
“Als klein kind heb ik gedroomd dat een knecht van de bakker die ik kende mij in de hals kuste. Dat ervoer ik als een prettige koestering. Toen ik die droom de volgende morgen aan mijn moeder vertelde leek zij te schrikken en vroeg mij om daarover verder te zijgen. Ook tegenover vader. Je wilt de Heere toch niet verdrietig maken, voegde ze nog toe.

Zo'n tien jaar later (1962, red.) ging een aangrijpend gerucht rond. De voorzitter van de jeugdvereniging zou zich laten bekoren door jonge jongetjes. Nu zouden we zeggen dat hij pedofiele neigingen had." Voor Teus, die van homofilie en pedofilie niet eerder had gehoord en ook het verschil niet kende, was die openbare discussie een keelsnoerende confrontatie. Hij had immers ook gevoelens voor jongens. Hij kon niet langer zwijgen tegenover zijn ouders en besloot open kaart te spelen en zei hen: ‘Ik ben net als die jeugdleider’. “Ze moeten gedacht hebben dat ook hun kind een paria zou gaan worden. Huilend riep mijn moeder dat ik voor eeuwig verloren ben. Haar huilen was hartverscheurend! De volgende dag is afgesproken dat we het tegen niemand zouden zeggen. Nadat mijn moeder mij opriep om over mijn droom te zwijgen, werd tien jaar later opnieuw gevraagd om geheim te houden wat zo diep van binnen woelde en ondermijnde.

Niet alleen mijn moeder maar ook ikzelf was radeloos. De pijn die ik mijn ouders aandeed ging door merg en been. Een moment heb ik gedacht om een einde aan mijn leven te maken, zodat ik de Heere Jezus zou ontmoeten. Alles beter dat te leven met de vreselijke angst naar de hel te moeten. Ik rende de schuur uit, beklom de trap van de stalzolder en liep naar loszittende planken die, weggeschoven, toegang gaven tot een diep gat naar beneden, uitmondend op een stenenvloer. Ik schoof de planken uit elkaar en bond twee koptouwen aan elkaar en nam maatregelen om de Here Jezus te gaan ontmoeten.”

“Huilend riep mijn moeder dat ik verloren ben, nadat ik het geheim openbaarde. Haar huilen was hartverscheurend!”

In zijn verbeelding kwamen er spetterende en knetterende vlammen uit de diepte en dwars daar doorheen welde een houten kruis met de here Jezus eraan omhoog. Teus: “Ik hoorde een stem: ‘Ik ben ook voor jou in het vuur geweest. Komt niet’. Voor mij was Hij realiteit. Ik ben uiteindelijk niet gesprongen. In Zijn kracht heb ik voor het leven gekozen!”

Op dezelfde dag is je vader met dit verhaal naar de dominee gegaan. Wat was zijn reactie?
“Het was een één-op-één-gesprek tussen de dominee en mijn vader. De dominee las Bijbelteksten waaruit volgens hem blijkt dat er in het koninkrijk der hemelen volgens geen plaats voor mij is. In dat gesprek heeft mijn vader het nog voor mij opgenomen door te veronderstellen dat het zo erg niet kan zijn. Maar de dominee maakte duidelijk dat het zo in de Bijbel staat, dus zo is het.”

Dat is niet bepaald een pastorale reactie. Hoe kijk je met de kennis van nu naar zijn reactie?
“Ik waardeerde de dominee en vond dat hij mooi kon preken. Zijn reactie heb ik hem nooit kwalijk genomen. Waarom? Hij stelde zich ondanks zijn ontredderde boodschap authentiek en liefdevol op. Vergeet niet dat mijn vader en de dominee in die tijd ook niet wisten wat homoseksualiteit anders was dan ziekelijke vunzigheid.”

Teus staat op en pakt een boek van professor Piet Kuiper (overleden in 2002, red.). De voormalig hoogleraar psychiatrie aan de Universiteit van Amsterdam heeft in zijn loopbaan veel invloedrijke boeken geschreven. “Op vele universitaire opleidingen op het gebied van onder meer gedragswetenschappen en theologie werden zijn standaarduitgaven gebruikt. Tot het eind van de vorige eeuw heeft hij volgehouden dat homoseksualiteit in zijn ogen een perversiteit is, gelijk aan necrofilie, sadisme etc. Hij beschouwde het als een weinig voorkomend ziekteverschijnselen waarvan homo’s mogelijkerwijs genezen kunnen worden. Als je met die overtuiging bent opgegroeid, reageer je heel anders op mijn verhaal dan vanuit de kennis die we vandaag de dag bezitten. Dat gold ook voor mijn dominee. Predikanten gingen uit van een heel ander medisch model: ‘Homoseksualiteit is een ziekte en in orthodox denken van een bijzondere bezoeking van en door de Kwade.’ Die verzachtende omstandigheden helpen mij om afwijzende reacties te begrijpen.”

Predikanten gingen uit van een heel ander medisch model: ‘Homoseksualiteit is een ziekte en in orthodox denken van een bijzondere bezoeking van en door de Kwade.’

In je boek spreek je over ‘Kolk’ en ‘Rein’. Twee tegenpolen waarmee je voortdurend werd geconfronteerd. Wie zijn Kolk en Rein?
“In gesprekken met mijn grootvader heeft hij vaak gewezen op het moment dat de Heere Jezus zal terugkeren. Dan verwees hij naar de twee rijen die voor Gods aangezicht zullen staan. Aan de rechterkant de rechtvaardigen en aan de andere kant de goddelozen. De laatste groep zijn de onbekeerden, die in dienst staan van de duivel. ‘En oh jongen als je in die macht ben dat voert je dat, net als een kolk in de rivier dat doet, je al verder naar beneden. Die kolk voert je mee naar de eeuwige verlorenheid.’ En vanuit dat verhaal is de gedachte ontstaan dat al mijn verlangens behoren bij ‘generaal Kolk’ die mij de diepte introk.

De momenten dat Kolk zich manifesteerde waren vreselijk. Zo heb ik gedroomd over de ark van Noach. De deur ging dicht en ik bleef bij die grote schare achter. Ik riep: ‘Help, neem me mee.’ Ik werd door de kolk van de zee meegesleurd. Maar aan de andere kant stonden de soldaten van ‘generaal Rein’ die altijd wees op het verlossingswerk van de Heere Jezus. Rein won het van Kolk als ik tot God met overgave bad en door een preek werd geraakt. De legers van Kolk en Rein hebben in mijn hoofd vreselijke hoofdpijnen veroorzaakt als autonome krachten die in mij werkten en in mij oorlog voerden.”

In de loop der jaren ben je uit je schulp gekropen. Langzaam maar zeker zag je je gevoelens niet meer als ‘de vijand’. Hoe heeft dat proces zich ontwikkeld?
“Ik hoorde over een Amerikaanse gebedsgenezer in Israël. Ik ben naar het ‘Beloofde land’ gegaan, in de hoop dat hij mij van mijn homogevoelens zou genezen. Op een gegeven moment vroeg ik hem naar de liefde voor zijn vrouw. ‘Ik houd ook van iemand. In mijn opvatting is mijn liefde voor een man net zo krachtig en zuiver als uw liefde voor uw vrouw. Durft u te zeggen dat uw liefde een geschenk van de Heere is en mijn liefde van de duivel?’ De evangelist keurde die kritische vraag af. Ik ben bij hem weggegaan en zocht de Israëlische kust op om tot rust te komen. Die nacht heb ik op het strand doorgebracht. Opnieuw heb ik een boodschap van God gehad. Ik ervoer dat God het op mijn hart drukte dat hij mij met deze gevoelens heeft geschapen. Die ervaring heeft mij enorm geholpen.”

"Binnen de rechterflank van de reformatorische gezindte zijn er nog altijd te weinig dominees die dit onderwerp bespreekbaar kunnen of willen maken."

Is er binnen de reformatorische gezindte inmiddels wel ruimte om homoseksualiteit bespreekbaar te maken?
“In de jaren ’50 en ’60 waren mensen er helemaal niet mee bekend. Inmiddels is er meer kennis beschikbaar en dat leidt tot verschuivingen. Langzaam maar zeker ontstaan er perforaties in de harde dogmatische grenzen en is er bereidheid tot gesprek. Soms ervaar ik kerkleden als heel accepterend, terwijl de formele lijn van hun kerkgenootschap het strak en onverbitterlijk afwijst. Wat kan in deze de ouders en de omgeving van een anders geaarde in een moeilijk dilemma van loyaliteit terecht komen. Hun loyaliteit naar hun lieve kind en anderzijds die van de officiële lijn van de reformatorische kerken waarvan ze lid en/of kerkganger zijn.

Binnen de rechterflank van de reformatorische gezindte zijn er nog altijd te weinig dominees die dit onderwerp bespreekbaar kunnen of willen maken. Een deel van deze dominees heeft de Nashvilleverklaring ondertekend. Vorig jaar sprak ik iemand die in januari dit jaar de Verklaring ondertekende. Deze broeder zei me: ‘Ik wil jou wel accepteren, maar ik accepteer niet je gevoelens op het gebied van het anders geaard zijn.’ Teus antwoordde: ‘Dan hoef je mij niet te accepteren. Je kunt niet één onderdeel van mij accepteren, ik ben een ondeelbare eenheid.’”

Nu je het toch over de Nashvilleverklaring hebt, hoe kwam deze verklaring bij jou binnen?
“Ik heb het wel eens een verlate kerstkaart genoemd waarvan ik nog altijd van moet herstellen. Die ‘kaart’ heeft mij diep geraakt.” Met name artikel 10 heeft Teus veel pijn gedaan. “Daar zegt men dat de omgeving van homoseksuelen er anders over mogen denken en homoseksualiteit moeten afkeuren. Met andere woorden: ‘Laat homo’s in de kou staan.’ Zo’n verklaring leidt tot scheuren in familierelaties. Ook maken de ondertekenaars met artikel 10 duidelijk dat alle christenen op dezelfde manier moeten denken. Maar de veelkleurigheid van de kerk houdt in dat er ook ruimte mag zijn voor predikers die op basis van de Bijbel andere keuzes maken. En ook zij zijn bevestigd in het ambt. Als die ruimte tot veelkleurigheid er niet mag zijn, ligt menselijke wettelijkheid op de loer.”

"Wat een wonder dat ik ondanks alle afwijzingen die ik heb moeten doorstaan mag weten dat de Heere mij steeds heeft willen vastgehouden!"

In je boek staat ook een ingrijpende passage. Je stond bij het graf van een jongen die je intens hebt liefgehad. Je hebt nooit aan die gevoelens uiting gegeven. Hoe staat het er anno 2019 voor?
“Dat verlangen is niet verdwenen en zal ook nooit verdwijnen. Ik geloof namelijk niet in genezing. De liefde is een geschenk. Tegelijkertijd vind ik dat de vraag die je stelt niet gesteld mag worden. Niemand hoeft zich naar elkaar te verantwoorden. Alleen richting de Schepper. Als je een relatie met de Heere Jezus hebt, is het niet aan anderen om een oordeel over je manier van leven uit te spreken. Ik zal ook nooit aan een ander vragen: ‘Hoe handel jij in de diep persoonlijke leefsfeer?’ Vraag het dan ook niet aan mij.

Laten we in ons denken en handelen steeds starten met de eerste twee geboden: de Heere God liefhebben met alles wat in ons is en de ander als onszelf. Als de Heere Jezus zo de wet samenvat, zegt Hij ook dat je jezelf mag liefhebben als gewenst schepsel uit en naar Zijn beeld. Ik ken ook zeer goed, en daarmee ook mezelf etiketterend dat we ons zelf moeten haten, dat er niemand is die goed doet. Het zijn allemaal diepe Bijbelse noties.’ En toch zegt de Heere Jezus: ‘Je mag jezelf liefhebben.’ Waarom? Omdat Hij ons liefheeft. Laten we dat als uitgangspunt nemen, zou ik zeggen. Ook als maatstaf voor de liefde tot anderen. Ik mag mijn zuivere gevoel tot liefhebben ook als een geschenk ervaren.

Ik mag naast broeders en zusters staan die net als ik van Zijn genade moeten leven. Wat een wonder dat ik ondanks alle afwijzingen die ik heb moeten doorstaan mag weten dat de Heere mij steeds heeft willen vastgehouden!”

Foto: Ruben van Vliet

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand
Benieuwd naar het boek van Teus Dorrepaal? Bestel het boek hier!

Reacties

Wat een verhaal en wat een verdriet en toch ook gezegend. Genezen nee, het is geen griep. We waren goed geschapen naar Gods evenbeeld. Maar door den zonde is er veel ellende gekomen er zijn veel ziektes die niet genezen worden. Denk maar aan handicap of autisme of syndroom van down, dat zijn ook ziektes die niet genezen kunnen. God kan ons genezen en dat zal

Hij doen als we gestorven zijn. Nu mogen we geduldig wachten op Jezus die onze zonde en ziektes droeg, zodat wij genezen worden als we gelovig sterven. Ik wens uw sterkte Gods zegen.

A
Eveline, en anderen, geloof je dat Jezus/God nog steeds alle ziekten, ontstaan door de zondeval, kan en wil genezen? De bijbel is er duidelijk over, toch?



Shalom
Toon meer antwoorden (1)
Toon meer reacties (10)

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Vakanties
Hier adverteren?
New Faith Network
NFN Originals Films
bekijk alle originals

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher Spotify