Willem Ouweneel

God

15 februari 2019 door Willem J. Ouweneel

Wat vrome Joden en vrome christenen gemeen hebben

Dit is voor mij een mooie week! Afgelopen dinsdag verscheen officieel mijn boek Het Israël van God. Morgen wordt het in Nijkerk officieel gepresenteerd. Het spijt me dat het zo’n dikke pil is geworden (768 blz.), maar ja, er valt over Israël vanuit christelijk (én traditioneel-joods) standpunt ook zoveel te vertellen…

Uitgeverij Gideon is feitelijk ontstaan na het bezoek van de Amerikaanse evangelist T.L. Osborn aan ons land in 1958. Er ontstond een honger naar christelijke boeken over het werk van de Heilige Geest en verhalen over de praktijk van het leven met God. Die twee zuilen vormen nog altijd de kern van het soort boeken dat wij met onze uitgeverij willen uitgeven.
CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Willem J. Ouweneel.

Word ook lid

De voornaamste christelijke visies op Israël heb ik in mijn boek uitvoerig naast elkaar gelegd. Het gaat bijvoorbeeld over de goddelijke verbonden die Israël betreffen, over de verhouding tussen Mozes en Jezus, tussen Jezus en het Israël van zijn tijd, tussen Israël en de Gemeente (de Kerk) (zowel theologisch als historisch), tussen jodendom en christendom, en niet te vergeten tussen Israël en de Palestijnen. Het gaat over de wortels van Israël (het verleden), het lijden van Israël (tot op heden) en de beloften die over Israël zijn uitgesproken, met name de landbelofte (de toekomst).

Eigenlijk zou je even moeten ophouden met lezen en moeten proberen (zegt deze schoolmeester) eens voor jezelf te formuleren wat de diepe overeenkomsten zijn én blijven tussen Joden en christenen (ik noem ze voor het gemak even zo, al weet ik natuurlijk dat er ook joodse christenen c.q. Jezusbelijdende Joden zijn). Hoeveel animositeit er in de loop van de eeuwen tussen hen ook moge zijn gegroeid – en daar hadden beide kanten schuld aan – die overeenkomsten zijn heel belangrijk, en ook heel kostbaar. In het geestelijk gesprek met een Jood moet je niet meteen beginnen over de verschillen (bijv. over ‘Jezus de Messias’), want dan schep je al direct verwijdering. Nee, ga eens samen praten over de zeven overeenkomstige elementen die ik hier opsom:

Zeg nu niet meteen dat Joden toch een ander ‘Godsbeeld’ hebben dan de christenen, want als je op die toer gaat, hebben bijvoorbeeld evangelischen en bevindelijk-gereformeerden straks óók nog elk een andere God.

(1) Vrome Joden en vrome christenen geloven allebei in de ene God van de Bijbel. Zeg nu niet meteen dat Joden toch een ander ‘Godsbeeld’ hebben dan de christenen, want als je op die toer gaat, hebben bijvoorbeeld evangelischen en bevindelijk-gereformeerden straks óók nog elk een andere God (hoeveel Goden zijn er eigenlijk?). Joden en christenen erkennen beiden de God van de Bijbel; dat is trouwens (dat mogen christenen nooit vergeten) de God die zich niet schaamt de ‘God van Israël’ genoemd te worden (Ex. 5:1; 24:10; 32:27; 34:23 enz.).

(2) Het geloof van zowel de Jood als de christen wortelt in de aartsvaders, Abraham, Isaäk en Jakob, met name in de persoon en het geloof van Abraham: alle Joden zijn fysieke nazaten van Abraham, alle vrome Joden zijn fysieke én geestelijke nazaten van Abraham (Rom. 4:11), en alle vrome christenen zijn geestelijke nazaten van Abraham (vs. 12; Gal. 3:7,29). Hierin kun je nog weer twee kanten onderscheiden: ten eerste kan een mens sinds Abraham slechts goddelijke zegen ontvangen ‘in’ Abraham c.q. ‘in’ zijn nageslacht (Gen. 12:3; 22:18; 26:4; 28:14); dat hangt direct samen met Jezus’ uitspraak: ‘Het heil is uit de Joden’ (Joh. 4:22).

(3) Er is nog een tweede verband met Abraham: zowel de vrome Jood als de vrome christen wandelt in het geloof van Abraham, dat wil zeggen: in het volstrekte geloofsvertrouwen jegens God (zowel wat het heden als wat de toekomst betreft), en wordt daarom ‘rechtvaardig’ (tsaddiq) verklaard (Gen. 15:6; vgl. Rom. 4:3,9,18,22; Gal. 3:6; Jak. 2:23).

(4) De vrome Jood en de vrome christen hebben gemeenschappelijke eerbied voor de Tenach (wat christenen gewoonlijk het ‘Oude Testament’ noemen), dus voor dat wat ook voor Jezus en de apostelen ‘de’ Schrift was. De Tenach is het heilige boek van Joden én christenen (zie bijv. Rom. 1:2), en wordt (als het goed is) door beiden dan ook vlijtig bestudeerd.

Zowel de vrome Jood als de vrome christen gelooft in goddelijke vergeving en verzoening uitsluitend op basis van een plaatsvervangend zoenoffer.

(5) Zowel de vrome Jood als de vrome christen gelooft in goddelijke vergeving en verzoening uitsluitend op basis van een plaatsvervangend zoenoffer. Ik ben mij ervan bewust dat, sinds de val van de tempel bijna 2000 jaar geleden, Joden wel de neiging hebben te beweren dat de gebeden van Grote Verzoendag even toereikend zijn om verzoening te bewerkstelligen. Maar dat verandert niets aan wat ook in hún Bijbel staat: ‘Want de ziel van het vlees is in het bloed; daarom heb Ik het u op het altaar gegeven, om over uw zielen verzoening te doen; want het is het bloed dat voor de ziel verzoening zal doen’ (Lev. 17:11 St.vert.; vgl. Hebr. 9:22, ‘zonder bloedstorting geen vergeving’).

(6) De essentie van het leven onder Gods Torah – hetzij opgevat in de zin van de Wet van Mozes of van de Wet van Christus (Gal. 6:2), daar is geen essentieel verschil tussen – kan voor Joden én christenen op allerlei wijzen samengevat worden, maar heel mooi is de samenvatting van Micha 6:8 (NBV): ‘Er is jou, mens, gezegd wat goed is, je weet wat de HEER van je wil: niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten en nederig de weg te gaan van je God’. Lukas 1:6 zou evengoed een beschrijving van vrome christenen als van vrome Joden kunnen zijn: ‘Zij nu waren beiden rechtvaardig voor God, wandelend in alle geboden en inzettingen van de Heer, onberispelijk’.

(7) Zowel de vrome Jood als de vrome christen leeft in de verwachting van de komst van de Messias op de wolken van de hemel en de vestiging van het Messiaanse rijk van vrede en gerechtigheid (zie bijv. Dan. 7:13v.; Matt. 24:30), waarbij de Messias zal zitten op de troon van David in Jeruzalem (Jes. 9:6; vgl. Luk. 1:32). Daarmee zijn vervangingstheologen het niet eens (dat behandel ik in mijn boek uitvoerig), maar in ieder geval zijn vrome Joden en vrome chiliasten (of millennialisten) het daarover eens. Zij kijken in wezen uit naar dezelfde heerlijke toekomst. Dat christenen daarbij al zeker menen te weten wat de identiteit van die komende Messias zal zijn, verandert aan de essentie van deze verwachting als zodanig helemaal niets.

Klik hier om het boek Het Israel van God te bekijken of te bestellen.

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Reacties

Willem schrijft: "Lukas 1:6 ... een beschrijving van vrome christenen als van vrome Joden: ‘Zij nu waren beiden rechtvaardig voor God, wandelend in alle geboden en inzettingen ..., onberispelijk’".

Hiermee plaatst hij zowel de (vrome) christen, als de (vrome) Jood in een situatie buiten Christus. De wet wijst immers op Christus Die zegt: "wil je volmaakt zijn? Volg dan Mij!"

De paradox is nu: onberispelijk naar de Wet wandelen én Christus volgen: "Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn er door Jezus Christus gekomen"
Wie is de persoon die achter "Veritas Illustrat" schuil gaat?
Toon meer antwoorden (10)
Toon meer reacties (5)

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Vakanties
Hier adverteren?

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher Spotify