Willem Ouweneel

God

18 januari 2019 door Willem J. Ouweneel

Kun je zonder goede werken behouden worden? (II)

Er was eens een eenvoudige maar beroemde maggid, een rondreizende joodse prediker, die ergens in Oost-Europa een serie toespraken zou houden. Een vermaarde joodse geleerde kwam van verre aangereisd om deze maggid te horen preken. Toen men de geleerde vroeg wat hij van de maggid dacht te kunnen leren, antwoordde de man: ‘Ik wil graag zien hoe hij de bandjes van zijn sandalen vastmaakt’. De bedoeling van dit diepzinnige antwoord was dit: deze maggid preekt niet slechts de Torah, hij is de Torah; hij leeft die uit in alle facetten van zijn leven, en dat zie je zelfs in de manier waarop hij zijn sandalen vastbindt. Vervang het woord ‘Torah’ hier door ‘Jezus’, en je hebt hier een beschrijving van een echte christen.

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Willem J. Ouweneel.

Word ook lid

Waarom vertel ik dat? Een paar weken geleden stelde ik in een CIP-column de vraag of een mens ook zónder goede werken behouden kan worden. Daar kwamen natuurlijk allerlei reacties op: was mijn uiteenzetting niet in strijd met de Heidelbergse Catechismus? Vraag 60: ‘Hoe bent u rechtvaardig voor God?’ Antwoord: ‘Alleen door een oprecht geloof in Jezus Christus.’ Dat is precies wat ik ook betoogd heb. En als vraag 63 zegt: ‘Hoe kan het dat onze goede werken geen enkele verdienste opleveren, terwijl God ze toch in dit en in het toekomstige leven wil belonen?’ en het antwoord luidt: ‘Deze beloning komt niet voort uit verdienste, maar uit genade’, dan ben ik het daar helemaal mee eens (al zou ik naast de genade toch ook onze menselijke verantwoordelijkheid nog eens flink benadrukken).

Op degelijke kinderen van de Reformatie lijken de woorden ‘goede werken’ wel te werken als een rode lap op een stier: niemand komt in de hemel om zijn goede werken!

Tijdens bijeenkomsten heb ik wel eens deze stelling aan de aanwezigen voorgelegd: ‘Er zal in de hemel niemand zijn die hier op aarde geen goede werken gedaan heeft’. Het was opvallend hoeveel mensen elke keer te kennen gaven dat zij het met deze stelling niet eens waren. Op degelijke kinderen van de Reformatie lijken de woorden ‘goede werken’ wel te werken als een rode lap op een stier: niemand komt in de hemel om zijn goede werken! Dat klopt ook, maar dat beweert de stelling ook niet. Je kunt de stelling als volgt omschrijven: Je kunt alleen in de hemel komen door waarachtig geloof, maar dat moet dan wel een écht (dus vruchtdragend) geloof zijn. Vergelijk antwoord 64 in de Catechismus: ‘… het is onmogelijk dat iemand die door een oprecht geloof in Christus is ingeplant, geen vruchten van dankbaarheid zou voortbrengen’. Echt geloof brengt vruchten (goede werken) voort, en dus zal er niemand in de hemel zijn die hier op aarde geen goede werken heeft gedaan heeft.

Er is dan altijd wel een slimmerik in de zaal aanwezig die tegenwerpt: ‘Maar de boosdoener aan het kruis dan!? Die had toch helemaal geen tijd en gelegenheid meer om goede werken te doen?’ Zo lijkt het inderdaad te zijn. En toch zie ik minstens vier vruchten van de Geest in deze net bekeerde man, die duidelijk aantonen wat er met hem gebeurd was. Ten eerste erkende hij dat hij de straf voor zijn zonden verdiend had (Luk. 23:41). Ten tweede gaf hij een mooi publiek getuigenis van Jezus: ‘Deze heeft niets onbehoorlijks gedaan” (zelfde vers). Ten derde wijst hij de boosdoener aan het andere kruis op de heiligheid en gerechtigheid van God (vs. 40). En ten vierde legt hij zich wat de toekomst betreft – ook de toekomst ná zijn sterven en opstanding – in de handen van Jezus (vs. 42).

Echt geloof brengt vruchten (goede werken) voort, en dus zal er niemand in de hemel zijn die hier op aarde geen goede werken heeft gedaan heeft.

Sommige lezers vonden dat ik in die vorige column wel erg veel nadruk had gelegd op de daden van de gelovige. Het woord vrucht heeft wel te maken met daden, maar legt toch een ander accent. Het is opmerkelijk dat Paulus tegenover de werken van het (zondige) ‘vlees’ niet de werken (daden), maar de vrucht van de Geest plaatst (Gal. 5:19-22). Het gaat minder om wat je als christen allemaal doet dan om wat je als christen bent: liefdevol, blij, vreedzaam, lankmoedig (geduldig), goedertieren (vriendelijk), goed, trouw, zachtmoedig, beheerst, in elke situatie en onder alle omstandigheden (iets wat alleen de Heilige Geest kan bewerkstelligen).

Een tijdlang droegen veel (vooral jonge) christenen een polsbandje met de letters WWJD: What would Jesus do? (‘Wat zou Jezus [in deze situatie] doen?’). Maar misschien had er beter kunnen staan: HWJB: How would Jesus be? (‘Hoe zou Jezus [in deze situatie] zijn?’). Het gaat niet slechts om de werken, maar om de gezindheid waaruit die werken voortkomen: ‘Laat die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was’ (Fil. 2:5). Zeker kunnen gelovigen (sommige van) de werken van Jezus doen: ‘Wie ik Mij gelooft, de werken die ik doe zal hij ook doen’ (Joh. 14:12). Maar op Jezus gaan ‘lijken’ betekent toch vooral dat door de Heilige Geest dezelfde gezindheid (houding, instelling, mentaliteit) ontwikkeld wordt die ook in Jezus was. Dat moeten we in gedachten houden bij diverse uitspraken van Paulus: ‘Doet de Heer Jezus Christus aan’ (Rom. 13:14); dat wil zeggen: Ga zijn beeld vertonen; ‘…u, van wie blijkt dat u een brief van Christus bent, … geschreven… met de Geest van de levende God… op vlezen tafelen van de harten’ (2 Kor. 3:3); ‘… mijn kinderen, van wie ik opnieuw in barensweeën ben, totdat Christus gestalte in u krijgt’ (Gal. 4:19). Dit is de ‘nieuwe mens’: ‘Christus is alles en in allen’ (Kol. 3:11).

Zo zijn we dan eindelijk terug bij de maggid over wie ik het in het begin van deze column had. Ik trok deze conclusie: een echte christen preekt niet slechts Jezus, hij is als het ware (het sprekend evenbeeld van) Jezus; hij leeft Jezus uit in alle facetten van zijn leven, en dat zie je zelfs in de manier waarop hij zijn schoenen vastmaakt….

Lees ook: Kun je zonder goede werken behouden worden? (I)

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Reacties

A
Na de dood van de boosdoener (moordenaar) aan het kruis hebben talloos velen in de loop van de eeuwen gepleit bij God of zij evenals de moordenaar genade mochten ontvangen.

Veel geestelijke vruchten zijn er gevolgd op de belijdenis van deze kruiseling. Ik denk hierbij aan Openbaring 14:13.

U bedoeld dat de boosdoener zondermeer ook een joodse man was, gelijk de 144.000 en niet de nep joden uit Openbaringen 3:9? (zie Matth. 15:24) op grond van (Matth.1:21) Dan weet u direct wie die (ONS) zijn genoemd in vers (23) in Matth.1. Zie i.d.v. (Hebreeën 13:8,9) met het oog op wij koosjer zouden moeten eten van sommigen predikkers met joodse ideeën!
Toon meer antwoorden (4)
Toon meer reacties (9)

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Vakanties
Hier adverteren?
New Faith Network
NFN Originals Films
bekijk alle originals

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher Spotify