Matthijs Vlaardingerbroek
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

16 januari 2019 door Matthijs Vlaardingerbroek

De dag dat God tegen mijn raam tikte en vroeg: “Kom je buiten spelen?”

Met een boek op mijn schoot zit ik in mijn lederen stoel in mijn geloofskamer. Bij de muur tegenover het raam brandt de open haard. Boven de haard hangt een schilderij van de Synode van Dordrecht. Op het schilderij zie je hoe de contraremonstranten rondom de remonstranten zitten en hoe voorzitter, Johannes Bogerman, zich trillend van verontwaardiging tot de remonstranten wendt en de legendarische woorden spreekt: “Gij wordt weggezonden, gaat heen.”

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Jeffrey Schipper.

Word ook lid

Deze kamer is mijn geloofskamer en staat vol met mijn theologische boeken en geloofsovertuigingen. Naast mij liggen de Bijbel, de geloofsbelijdenis van Nicea, de Drie Formulieren van Enigheid en mijn eigen Evangelische geloofsbelijdenis. Het is misschien een samenraapsel van overtuigingen voor andersdenkenden, maar voor mij is dit de Bijbelse waarheid.

Deze kamer voelt goed. Wat is het heerlijk om je onder te dompelen in de Bijbelse waarheid en te weten dat je deze kamer nooit meer hoeft te verlaten. Dat kan ook niet. Mijn geloofskamer heeft geen deur.

Deze kamer voelt goed. Wat is het heerlijk om je onder te dompelen in de Bijbelse waarheid en te weten dat je deze kamer nooit meer hoeft te verlaten.

Hier breng ik mijn dagen door met het lezen van Bijbelse boeken, het luisteren naar Bijbelse preken en mij laten opbouwen door de Bijbelse waarheid. Als ik me verveel, vul ik voor mijn vermaak mijn formulier van geloofsovertuiging voor de zoveelste keer in. Ik race door de antwoorden en vink ze allemaal met ‘ja’ aan. Ik weet wat ik geloof. Ik mag zeker zijn in mijn geloofsovertuiging. Het licht van de Bijbelse waarheid verlicht mijn leven. Het is goed. Het is heel goed.

Zo zit ik na de lunch in mijn stoel te mijmeren als ik mij bewust word van een zachtjes tikken op het raam. Ik leg mijn theologische boek even opzij en als ik mij omdraai, zie ik God enthousiast staan te zwaaien. Hij staat buiten voor het raam en roept iets naar mij, maar ik kan Hem niet goed verstaan.

Ik sta op en loop naar het raam. “Ik kan U niet verstaan.” Lachend knikt Hij met zijn hoofd en roept iets harder: “Kom je buiten spelen?” Ik draai me om en kijk naar het vuur. “Dit kan niet”, denk ik. “Buiten spelen met God? Wat beeld ik mij zelf niet in?” Maar als ik mij omdraai, staat God daar nog steeds. “Kom je buiten spelen?”

Glimlachend kijkt Hij mij aan. Ik schud mijn hoofd. Wat moet je daar nou op antwoorden? “Nee, sorry! Ik ben een preek aan het luisteren. Misschien een andere keer.” Snel draai ik me om en met een rood hoofd vlucht ik terug mijn stoel in. “Wat was dat nou voor antwoord? Daar kun je God toch niet mee afpoeieren.” Maar als ik mij na een aantal minuten stilletjes omdraai, is God verdwenen.

Ik leg mijn boek weg en zet een preek aan. Maar ik kan mij niet meer concentreren. Onrust giert door mijn lijf. Wat is er net gebeurd? God die met mij wilde buiten spelen? Wat een fantasieën.

Maar wat is dat? Daar is het getik weer. Snel draai ik me om. Het is God. Lachend staat Hij voor het raam te zwaaien. “Kom je buiten spelen?” Ik weet niet waar ik de moed vandaan haal, maar ik ben het zat. Ik ga Hem de waarheid vertellen.

“Nee, U begrijpt het niet. Dit is de kamer van de Bijbelse waarheid.” God lijkt even na te denken en dan antwoordt Hij met een nog grotere glimlach: “Ik ben de Waarheid.”

“Ik kan niet naar buiten komen spelen. Er is geen deur in deze kamer,” roep ik door het glas.

God is even stil en dan wordt Zijn glimlach breder. “Ik ben de Deur.”

“Nee, U begrijpt het niet. Dit is de kamer van de Bijbelse waarheid.”

God lijkt even na te denken en dan antwoordt Hij met een nog grotere glimlach: “Ik ben de Waarheid.”

“Nee, U luistert niet. Dit is de enige waarheid. Er is geen waarheid buiten deze kamer.”
”Waarom sta Ik dan buiten jouw kamer?”

Ik loop weg van het raam en staar naar het schilderij. Ik ben boos, bang en verward. “Mijn kamer?!” Ik ren naar het raam en schreeuw tegen God: “Dit is niet mijn kamer. Dit is Uw kamer. U zou niet daar buiten moeten zijn. U zou hier binnen moeten zijn. Als U echt God bent, zou U zich binnen de Bijbelse waarheid moeten bevinden.”

Gods gezicht wordt zachter. “Mijn kind, Ik ben groter dan de Bijbelse waarheid. Daar laat Ik mij niet door opsluiten.”

Heiligschennis! De woede raast door mij heen. “U spreekt heiligschennis!” De woorden boven het schilderij komen in mij naar boven en ik gil het uit tegen God: “Gij wordt weggezonden. Gaat heen!”

Langzaam draait God zich om en verdwijnt uit beeld. Ik sta te trillen op mijn benen. Wat overkomt mij? Bevend laat ik mij in mijn stoel vallen, waar ik minutenlang ineengedoken blijf zitten. “Ik heb de goede strijd gestreden. Ik heb de loop geëindigd, ik heb het geloof behouden.” Deze gedachten maken mij rustiger. Ik herhaal ze als een mantra. Keer op keer. Langzaam word ik stil. “Ik heb de goede strijd gestreden. Ik heb de loop...”

Dan word ik mij bewust van getik op het raam. ‘Nee, hè...” Ik kijk niet en blijf ineen gedoken zitten. Misschien gaat Hij wel weg. Maar nee, het getik houdt aan.

Hoe kan ik met God meegaan en de geloofsbelijdenis van Nicea, de Drie Formulieren van Enigheid en de Evangelische geloofsbelijdenis achter mij laten? Hoe kan God dit van mij vragen?

Voorzichtig kom ik uit mijn stoel en loop naar het raam. Daar staat God. Verdrietig kijkt Hij mij aan. “Mijn kind...” fluistert Hij en verbazingwekkend kan ik zijn woorden deze keer zo zuiver en duidelijk horen, dat het lijkt alsof Hij naast me staat en ze in mijn oren fluistert. “Mijn kind, luister! Dit is de derde en laatste keer dat Ik het je vraag. Als je nu voor een derde keer ‘nee’ zegt, zal je al een oude man zijn, voordat je Mij dit weer hoort vragen. Denk dus goed na voor je Mij een antwoord geeft. Ik wil graag een nieuw avontuur met je aangaan. Blijf je de komende jaren in deze kamer zitten of ga je met Mij buiten spelen?”

Ik draai mij weg van God. De ernst van de situatie en van de vraag dringt tot mij door. Wat wil God van mij? Moet ik de kamer van mijn geloofswaarheid verlaten? Hoe kan ik deze kamer verlaten? Deze kamer is mijn geloof. Vraagt God van mij dat ik mijn geloof verlaat? Hoe kan ik met God meegaan en de geloofsbelijdenis van Nicea, de Drie Formulieren van Enigheid en de Evangelische geloofsbelijdenis achter mij laten? Hoe kan God dit van mij vragen? Wat blijft er dan over?

Er woedt een strijd in mij. Er is een stem die zegt: “Ik hoef dit niet te doen. Ik kan gewoon in mijn stoel blijven zitten. Dan ben ik behouden. Dan weet ik dat ik naar de hemel ga, dat ik een goede christen ben. Dan ben ik veilig. Als ik in mijn stoel blijf zitten, kan ik tot mijn dood toe een Bijbelse gelovige blijven. En... ik heb de belofte dat God het me nog een keer komt vragen als ik een oude man ben.”

Tegelijkertijd is daar die andere stem. Ongrijpbaar, die als een wind door mij heen waait en roept: ”Wil je dat echt? Je mag met God gaan buiten spelen. God wil met jou een avontuur aangaan. Dat sla je toch niet af.”

“Man, je moet kiezen tussen je God en je geloof over God. Dat is toch geen keuze...”

“Maar dan raak ik alles kwijt. Al mijn geloofszekerheid. Alles wat ik de afgelopen decennia qua kennis en overtuiging heb opgebouwd.”

“Waarom zou God dit van je vragen, als Hij jouw geloofsovertuiging en geloofszekerheid zo belangrijk vindt. Man, je moet kiezen tussen je God en je geloof over God. Dat is toch geen keuze...”

“Ik ben bang...”

Ik draai mij naar God en fluister: “Ik ben bang...”

Er verschijnen tranen in Zijn ogen. “Dat weet Ik, mijn kind. Ik blijf bij je. Ik laat je nooit in de steek. Ga je met Mij mee?”

Stilletjes knik ik ‘ja’.

“Kruip maar door het deurtje naar buiten.”

Verbaasd draai ik me om en zie een heel klein deurtje naast de open haard. Maar die is toch veel te klein. Daar pas ik niet door heen. Als ik het deurtje open doe, blijkt het warempel net te passen. Ik wring mij er doorheen. Ik kijk nog een keertje rond in mijn geliefde, vertrouwde geloofskamer en doe de deur dan zachtjes achter me dicht.

--- dit verhaal wordt vervolgd ---

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Matthijs over evangelisch Nederland
- Dreigen evangelische gemeentes een hele generatie jongeren kwijt te raken?
- Waarom christelijke jongeren de evangelische beweging verlaten
- Is dit nu tongentaal of verzin ik deze klanken gewoon zelf?
- Helaas, er komt geen opwekking
- Verdwijnen volwassen christenen stilletjes door de achterdeur van de evangelische gemeentes?
Meer over Matthijs over evangelisch Nederland »

Reacties

Mooi verhaal, Matthijs. Een zeer herkenbaar kamertje. Het is er zo lekker warm en behaaglijk...
Dit verhaal is een vervolg van mijn artikel over (evangelische) christenen die in een geloofscrisis lijken terecht te komen. Hoe ontstaat en verloopt zo'n crisis? Dat probeer ik in deze twee verhalen te omschrijven. Het is dus een gelijkenis - een symbolische weergave van zo'n proces. Wordt volgende week vervolgd.
heel mooi. Dankjewel hiervoor.
Toon meer antwoorden (2)
Toon meer reacties (4)

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Error: could not load events