Willem Ouweneel

Dagelijks leven

11 januari 2019 door Willem J. Ouweneel

Wat wil je: een verdrinking of een paneelzagerij?

Vorige week was het precies 123 jaar na de gedenkwaardige januariweek van 1886. Waarom gedenkwaardig? Misschien denkt de kerkhistorisch onderlegde lezer onmiddellijk aan de beroemde/beruchte ‘paneelzagerij’ van 6 januari. Op die dag zaagden Abraham Kuyper en zijn medestanders een deurpaneel uit om binnen te dringen in de kerkenraadskamer van de Nieuwe Kerk te Amsterdam, waar het archief van de kerk bewaard werd.

Dat kwam doordat het hervormde classicale kerkbestuur tachtig kerkenraadsleden geschorst had omdat die geweigerd hadden attestaties af te geven aan vrijzinnige lidmaten. Kuyper en consorten zagen zichzelf als de rechtmatige voortzetting van de gereformeerde kerkenraad en meenden daarom aanspraak te hebben op de kerkelijke goederen. De ‘paneelzagerij’ werd het startsein voor de zogenoemde Doleantie: een nieuwe afscheidingsbeweging na die van 1834.

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Willem J. Ouweneel.

Word ook lid

Dat is uiteraard allemaal zeer belangwekkend, omdat het de strijd tussen modernisme en rechtzinnigheid betrof, en dat gaat ons allemaal aan. Al vraag ik me af of zo’n gewelddadige aanpak nu de meest geestelijke manier is om zo’n conflict te beslechten…
Toch kan ik het niet helpen dat mijn gedachten eerder uitgaan naar iets wat precies vier dagen eerder was gebeurd: op 2 januari 1886. Dat was de dag waarop Willem Ouweneel verdronk in de Lek!

Ik zie het voor me: toen mijn overgrootmoeder weer zwanger was, moet mijn overgrootvader gezegd hebben: ‘Als het een zoon wordt, noemen we hem Willem.’

Tot het midden van de twintigste eeuw was het nog steeds gebruik om kinderen te vernoemen. In West-Nederland werd bijna zonder uitzondering de oudste zoon naar vaders vader en de tweede zoon naar moeders vader genoemd; de derde zoon werd naar vader zelf genoemd. Kijken we nu naar het gezin van mijn overgrootouders: Evert Ouweneel (zoon van Leendert) en Grietje Hoogenboezem (dochter van Adrianus), dan zien we het volgende. Hun oudste zoon moest volgens de regels Leendert heten, de tweede zoon Adrianus en de derde zoon Evert. Maar in werkelijkheid heetten hun zonen resp. Leendert (geb. 1885), Willem (geb. 1887), Adrianus (geb. 1889) en Evert (geb. 1903). Wat doet die naam ‘Willem’ in dit rijtje!? Dat wilde ik ook erg graag weten, want die Willem is mijn grootvader, naar wie ik vernoemd ben.

Om het raadsel van die ‘tussengeschoven’ Willem op te lossen, moeten we weten dat er één situatie was waarin er wel eens van de vaste vernoemingsregels werd afgeweken. Dat was wanneer een zeer geliefd familielid kort tevoren gestorven was. En zo ging ik op zoek naar een onbekende, pas gestorven Willem. Het bleek om een broertje van mijn overgrootvader Evert te gaan. Diens vader, betovergrootvader Leendert Ouweneel, voer op een beurtschip tussen Streefkerk en Rotterdam. Begin 1886 was hij 55 jaar. Op zijn schip werd hij geassisteerd door minstens twee zonen: Evert (35 jaar) en Willem, die op 16 maart 1864 geboren was en dus begin 1886 bijna 22 jaar oud was. Op 2 januari 1886 beleefde het gezin een ongeluksdag. Willem sloeg overboord en voor de ogen van zijn ontzette vader en broer verdronk hij in de ijskoude Lek. Pas twee maanden later, op 1 maart 1886, spoelde zijn lichaam aan in Lekkerkerk. Evert heeft het lijk aangegeven in Lekkerkerk, en ook in Willems woonplaats Streefkerk.

De overlijdensacte te Lekkerkerk vertelt summier wat er gebeurd is: ‘Op den Eersten der maand Maart des voormiddags ten zeven ure in de rivier de Lek drijvende gevonden het lijk van Willem Ouweneel, schipper, oud twee en twintig jaren, welke sedert den tweeden Januari dezes jaars was vermist, geboren en wonende te Streefkerk, zoon van Leendert Ouweneel, schipper, en Gerrigje van der Graaf, zonder beroep, beiden wonende te Streefkerk...’

En elke keer als overgrootvader naar hem keek, dacht hij nog weer eens aan zijn zo jammerlijk verdronken broertje.

De Nieuwe Rotterdamsche Courant van 4 jan. 1886 vermeldt het volgende: ‘Men meldt ons uit Streefkerk van 2 dezer: De zoon van een onzer geachte beurtschippers, L. Ouweneel, viel heden morgen van het schip, dat varende was, en hoewel hij eenigen tijd zwemmende bleef, moest de vader toch, zonder hulp te kunnen bieden, zijn zoon zien verdrinken. De ongelukkige is dezelfde persoon, die in 1884 bij de aanvaring te IJsselmonde met de stoomboot Maas en IJssel zijn been brak en ernstige kneuzingen bekwam.’ Op 2 maart 1886 schrijft de NRC: ‘Het lijk van den zoon van schipper Ouweneel te Streefkerk, die den 2 Januari jl. is verdronken, werd heden ochtend onder Lekkerkerk opgevischt.’

Deze droevige gebeurtenis moet wel diepe indruk op de familie gemaakt hebben, te meer omdat Willem twee jaar eerder blijkbaar ook al een ernstig ongeval had meegemaakt. Na het herstel van Willem in 1884 plaatste diens vader de volgende advertentie: ‘DANKBETUIGING. Hartelijken dank wordt hierbij betuigd aan: den WelEdZeerGel. Heer Dr. [Johannes Cathrinus] WAGTENDONK te IJsselmonde, voor de uitnemende behandeling; en Mejuffrouw de Wed. P. VERHOOG, mede aldaar woonachtig, voor de liefdevolle opname en verpleging in hare woning, van mijn Zoon WILLEM, (die bij de aanvaring van mijn vaartuig zijn been brak en ernstige kneuzingen bekwam). Zoomede aan den Heer Directeur van den Stoombootdienst Maas en IJssel en verder aan allen die mij in deze hachelijke weken hunne hulp en belangstelling betoonden. Streefkerk, 20 October 1884.’

Een andere advertentie plaatste vader Leendert na de begrafenis van Willem (Streefkerk 6 maart 1886): ‘Voor de vele bewijzen van belangstelling, ondervonden bij het noodlottig overlijden van onzen geliefden zoon WILLEM, in den ouderdom van 22 jaren, betuigen wij onzen oprechten dank. L. OUWENEEL en Echtgenoote.’

Ik zie het voor me: toen mijn overgrootmoeder weer zwanger was, moet mijn overgrootvader gezegd hebben (misschien met een brok in de keel): ‘Als het een zoon wordt, noemen we hem Willem.’ Dat werd het niet – eerst kwam nog mijn oudtante Marie. Maar toen, september 1887, kwam dan toch mijn opa Willem. En elke keer als overgrootvader naar hem keek, dacht hij nog weer eens aan zijn zo jammerlijk verdronken broertje. En ergens probeer ik het nog altijd mee te voelen…

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Vakanties
Hier adverteren?
New Faith Network
NFN Originals Films
bekijk alle originals

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher Spotify