Willem Ouweneel

God

14 december 2018 door Willem J. Ouweneel

Wat heeft mijn achterkleindochter met de Statenvertaling te maken!?

Een tijdje geleden liep ik met mijn jongste kleindochter van 10 aan de hand en voelde hoe een geluksgevoel mij doorstroomde dat ik me niet herinnerde bij mijn kinderen ooit zo beleefd te hebben.

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Willem J. Ouweneel.

Word ook lid

Mijn vrouw Gerdien heeft dan ook een bordje in de keuken hangen waarop staat: ‘Als ik geweten had dat kleinkinderen zo leuk zijn, had ik ze meteen genomen…’ Ik dacht bij mijzelf: Hoe moet het dan wel niet zijn als wij een achterkleinkind krijgen!? We hadden al een bonusachterkleindochter, en nu hebben we dan ook onze eerste ‘biologische’ achterkleindochter: een dochter van een zoon van een dochter, en ze heet Nina Roza. Daar denk je niet aan als je met z’n tweetjes begint (nu bijna vijftig jaar geleden), maar als je leven en nageslacht mag hebben, gebeurt het op den duur vanzelf.

Voordat onze oudste kleinzoon in het huwelijk trad, heb ik natuurlijk wel eerst grondig gecontroleerd of onze schoonkleindochter van goede huize was (dit is een grapje, hoor…). Nou, dat was helemaal oké, en dat zal ik je bewijzen. De overgrootvader van onze schoonkleindochter was Willem Johannes van Asperen, kleinzoon van de Culemborgse boer Johannes den Hartog (1846-1919). En diens betovergrootvader was de Hagenaar Johannes Adolph Beekman (1743-1825). Diens grootvader was de Hagenaar Mr. Hendrik Beeckman (1651-1694), advocaat van het Hof van Holland. Hij was een zoon van Martinus Hendriksz Beekman (1624-1711), notaris, procureur & solliciteur-militair, en agent van de West-Indische Compagnie. Diens moeder was Maria Baudaert (of Baudartius) (1600-1630), en dat was een dochter van – je raadt het misschien al – de theoloog en predikant Willem Baudaert of Baudartius, geboren in Deinze (Vlaanderen) in 1565 en overleden in Zutphen in 1640. Hij is predikant te Kampen, Lisse en Zutphen geweest; in laatstgenoemde stad hebben ze nog altijd een Baudartius College ter gedachtenis aan hem.

Mijn vrouw Gerdien heeft dan ook een bordje in de keuken hangen waarop staat: ‘Als ik geweten had dat kleinkinderen zo leuk zijn, had ik ze meteen genomen…’

Willem Baudartius is bekend geworden door zijn medewerking aan de Statenvertaling. Laat ik het nu net daar onlangs over gehad hebben! Precies 400 jaar geleden besloot de Synode van Dordrecht tot de vervaardiging van een Nederlandse Bijbelvertaling, waarbij de Bijbel rechtstreeks uit de grondtalen zou worden vertaald. De Synode deed aan de Staten-Generaal het verzoek of deze de nieuwe vertaling zou willen bekostigen. Maar je weet hoe het gaat met de overheidsfinanciën: dat zijn langzaam malende molens. Pas in 1626 kwam de instemming van de Staten-Generaal, waarna het werk met gezwinde spoed ter hand werd genomen. Negen jaar later was het vertaalwerk klaar, en nog weer twee jaar later werd de Bijbel in Leiden gedrukt (1637).

Uiteraard werden de beste mensen voor het vertaalwerk aangezocht, die bovendien recht in de leer moesten zijn – dus dat kon niet anders dan contra-remonstrants zijn. Bovendien werd er scherp op gelet dat de vertalers bekend stonden om hun vrome en heilige levenswandel! Voor het Oude Testament werden dat de synodevoorzitter, Johannes Bogerman, en verder Willem Baudartius en Gerson Bucerus (deze laatste overleed al in 1631, net toen hij bij Ezech. 21 was aangekomen). Ook voor het Nieuwe Testament en de (Griekstalige) deuterocanonieke boeken werden drie vertalers benoemd: Jakobus Rolandus, Herman Faukelius en Petrus Cornelisz (de laatste twee overleden al voordat zij aan het vertaalwerk konden beginnen; in hun plaats werden Festus Hommius en Antonius Walaeus aangewezen). Twee van de zes waren Fries (Bogerman en Hommius) en twee waren Vlaams (Baudartius en Walaeus).

Aan de voorbereiding van de vervaardiging van een nieuwe Bijbelvertaling wijdde de Synode van Dordrecht zeven zittingen: van 19 tot 27 november 1618. De zes vertalers werden benoemd tijdens de dertiende zitting van de Dordtse Synode. Dat was op 26 november 1618 – exact 400 jaar vóór de dag dat onze schoonkleindochter was ‘uitgerekend’, oftewel: de dag dat Baudartius’ verre nazaat geboren had ‘moeten’ worden! Nou ja, dat is niet helemaal uitgekomen…

Ik ben er natuurlijk apetrots op dat mijn kersverse achterkleindochter een nakomeling is van een van de eerbiedwaardige zes mannen die de Statenvertaling hebben vervaardigd!

Op 22 mei 1625 kwamen de zes vertalers in Den Haag bij elkaar. De heren stelden vast dat het niet doenlijk was het gewone preek- en doceerwerk naast het vertalen te blijven doen. De Staten-Generaal besloten daarom kort daarop dat de vertalers op hun kosten in Leiden zouden wonen. De vertalers van het Oude Testament hielden op 13 november 1626 hun eerste bijeenkomst in de woning van Bogerman aan het Pieterskerkhof. Als er stukken werk klaar waren, werden die gedrukt bij Jan Claesz van Dorp in Leiden, en naar de revisoren gestuurd, die het werk moesten controleren.

Het was een hele klus! Op een bepaald moment schreef onze vriend Baudartius aan de dichter-dominee Jakob Revius (een van de revisoren): ‘Ich en hebben mijn leven lanck noyt so geblockt als ick nu in mijne oude daghen doen moet’. Oude dagen!? Baudartius was op dat moment 66 jaar oud. Dat is acht jaar jonger dan ikzelf nu ben! Maar ja, het zijn andere tijden…

In 1632 hadden Bogerman en Baudartius het Oude Testament gereed. Op 9 juli 1633 kwamen zij met de acht revisoren bij elkaar om de lastige stukken allemaal met hen door te nemen. Dat duurde nog eens veertien maanden. Ze gingen grondig te werk! Hetzelfde gebeurde vanaf 16 november 1634 voor het Nieuwe Testament in de woning van Walaeus aan het Leidse Rapenburg. Uiteindelijk duurde het nog tot 17 september 1637 voordat het eerste exemplaar van de gloednieuwe ‘Statenvertaling’ kon worden aangeboden aan de Staten-Generaal. En ziedaar, nog eens ruim 370 jaar later, op 22 mei 2008 (ruim tien jaar geleden), werd de website geopend waarop de gedigitaliseerde versie van de Statenbijbel van 1637 te vinden is. Daarvan hadden de vertalers van toen nooit durven dromen…

Ik ben er natuurlijk apetrots op dat mijn kersverse achterkleindochter een nakomeling is van een van de eerbiedwaardige zes mannen die de Statenvertaling hebben vervaardigd, bijna vierhonderd jaar geleden!

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Reacties

Doet je glimmen, hè, kleinkinderen... :-)
REAGEER
T
Geachte heer Ouweneel,

Gefeliciteerd met Uw achterkleindochter!
REAGEER
Ik zie tot mijn genoegen een Van Asperen genoemd worden. Mijn familiegeschiedenis kent veel van het geloof afgevallen Doopsgezinden - daarom acht ik het mogelijk dat er een kink in de kabel is gekomen bij het doorgeven van het geloof. Maar hopelijk zet Willem dan nog wat recht. Gefeliciteerd met de achterkleindochter!
REAGEER

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
New Faith Network
NFN Originals Films
bekijk alle originals
Vakanties
Hier adverteren?

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher