Willem Ouweneel

Nieuws

01 november 2018 door Willem J. Ouweneel

De Balfour-verklaring: het startsein van de staat Israël

Vandaag is het precies 101 jaar geleden dat de beroemde (of beruchte) Balfour-verklaring werd opgesteld met betrekking tot Palestina (2 nov. 1917, dus nog tijdens de Eerste Wereldoorlog).

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Willem J. Ouweneel.

Word ook lid

Ze heet zo omdat ze werd geschreven door de toenmalige Britse minister van Buitenlandse Zaken, Arthur James Balfour († 1930), op instigatie van de toenmalige eerste minister, David Lloyd George († 1945). Ze was gericht aan Lionel Walter Rothschild († 1937), een van de joodse leiders in Groot-Brittannië. Ze kwam tot stand na aanhoudend lobbyen door Rothschild en vooral Chaim Weizmann († 1952), die naderhand de eerste president van de staat Israël zou worden. De verklaring luidt (in vertaling) als volgt:
‘Zijne Majesteits Regering staat welwillend tegenover de vestiging in Palestina van een nationaal tehuis voor het joodse volk, en zal haar beste krachten aanwenden de verwezenlijking van dit doel te bevorderen, waarbij het duidelijk moet zijn dat niets zal worden ondernomen dat de burgerlijke en godsdienstige rechten van niet-joodse gemeenschappen in Palestina zou kunnen aantasten, of de rechten en de politieke status die Joden genieten in enig ander land.’

De Britse motieven waren niet primair van altruïstische of religieuze, maar van politieke aard. Beide strijdende partijen in de Eerste Wereldoorlog bevatten grote joodse gemeenschappen, waardoor de zionistische beweging zich in de strijd neutraal had moeten opstellen. De Britten en Fransen zagen het grote potentieel van deze joodse gemeenschappen, niet alleen in Europa, maar ook in het Midden-Oosten, en wensten maar al te zeer die op hun hand te krijgen. Daarom bood de Britse regering hun uitzicht op een eigen ‘nationaal tehuis’ in het aloude beloofde land.

Heel veel van de problemen in het Midden-Oosten, met name in Israël en zijn directe omgeving, wortelen in onheldere afspraken die al tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn gemaakt.

De Balfour-verklaring werd weliswaar opgesteld terwijl de Turken nog de baas waren in Palestina (het Ottomaanse rijk had daar vierhonderd jaar geheerst), maar men vermoedde dat dat niet lang meer zou duren. Twee weken later, op 17 november 1917, begon de Britse strijd ter verovering van Jeruzalem, en op 11 december trok de gelovige generaal Edmund Allenby via de Jaffapoort de stad binnen. Voor het eerst na eeuwen heersten er weer christenen over Jeruzalem!

De Balfour-verklaring spreekt (opzettelijk, mag men aannemen) niet van een joodse ‘staat’, maar gebruikt de vage uitdrukking ‘nationaal tehuis’ – die overigens naderhand wel door de joodse leiders in de zin van ‘staat’ werd geïnterpreteerd. Ook benadrukten de Britten dat de uitdrukking ‘in Palestina’ niet betekende dat dit beoogde ‘nationale tehuis’ heel Palestina zou omvatten. Het tweede deel van de verklaring was eveneens politiek erg belangrijk om aan de anti-zionisten tegemoet te komen: op geen enkele wijze zouden de rechten van de niet-joodse (lees: Arabische) bewoners van Palestina mogen worden geschonden. Dat kon ook moeilijk anders aangezien deze Arabische bewoners op dat moment het aantal joodse bewoners verre overtroffen. En uit politieke overwegingen wilden de Britten de Arabieren evenzeer te vriend houden als de Joden.

De Balfour-verklaring heeft een enorme uitwerking gehad. Van 1923 tot 1948 was Palestina Brits Mandaatgebied (dat ‘mandaat’ kwam van de Volkerenbond, opgericht in 1919 en voorloper van de Verenigde Naties). Hierin speelde de Balfour-verklaring een belangrijke rol, omdat de Britten wel begrepen dat zij dit mandaatgebied niet eindeloos onder hun beheer zouden kunnen houden. Zij zouden zich concreet moeten inzetten voor de realisering van dat ‘nationale tehuis’ voor het joodse volk mét eerbiediging van de Palestijns-Arabische rechten en aspiraties. Om deze reden hebben de Britten vaak het verwijt gekregen dat zij de oorzaak waren van het Israëlisch-Palestijnse conflict.

Om het eens zo te zeggen: de tweestatenoplossing is onmogelijk, maar alle alternatieven zijn zo mogelijk nog ‘onmogelijker’.

Dit verwijt werd nog versterkt door de zogenoemde McMahon–Husseincorrespondentie. Hussein bin-Ali was tijdens de Eerste Wereldoorlog de ‘sharif’ (leider) van Mekka en Sir Henry McMahon was de Britse ‘hoge commissaris’ in Egypte in die tijd. In tien brieven werden afspraken gemaakt met het oog op de tijd na de Eerste Wereldoorlog en de val van het Ottomaanse rijk, afspraken waarin de wensen van de Arabieren verregaand geëerbiedigd werden. Maar na de oorlog verweten de Arabieren de Britten dat de gemaakte afspraken in strijd waren met de Balfour-verklaring én met de geheime Sykes–Picot-overeenkomst van 1916, waarin de Britten en Fransen het Midden-Oosten onder zich verdeeld hadden. Kortom, de Britten leken er een knoeiboel van gemaakt te hebben. Heel veel van de problemen in het Midden-Oosten, met name in Israël en zijn directe omgeving, wortelen in onheldere afspraken die al tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn gemaakt.

Veel Britten zijn zich daarvan heel goed bewust. In 2017, een eeuw na de totstandkoming van de Balfour-verklaring, is er in Groot-Brittannië veel discussie over geweest. Sommigen eisten zelfs dat de Balfour-verklaring officieel zou worden ingetrokken! Ten slotte verklaarde de Britse regering dat de verklaring had moeten oproepen tot bescherming van de politieke rechten van de Palestijnse Arabieren, en sprak zij uit – wat volgens haar de Balfour-verklaring had moeten doen – te streven naar een tweestatenoplossing: ‘… een uitonderhandelde regeling die leidt tot een zeker en veilig Israël levend naast een levensvatbare en soevereine Palestijnse staat, gebaseerd op de 1967-grenzen met overeengekomen landruilingen, Jeruzalem als de gemeenschappelijke hoofdstad van beide staten en een rechtvaardige, eerlijke en realistische regeling voor vluchtelingen.’

Van zo’n voorstel komt natuurlijk nooit iets terecht: (a) een ‘veilig’ Israël naast een met wapens volgepompte Palestijnse staat is onmogelijk; (b) het tweestatenplan kan nooit tot stand komen omdat de Palestijnen de staat Israël nooit zullen of willen erkennen (vooral om religieuze redenen); en (c) een gemeenschappelijke hoofdstad Jeruzalem is wel het meest onrealistische onderdeel; beide partijen claimen de stad (vooral de ommuurde oude stad plus het tempelplein), vooral ook weer om religieuze redenen. Maar ja, wat had de Britse regering anders moeten zeggen? Om het eens zo te zeggen: de tweestatenoplossing is onmogelijk, maar alle alternatieven zijn zo mogelijk nog ‘onmogelijker’. Dán moet je je maar inzetten voor het onmogelijke…

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Reacties

J
Als de Palestijnen de wapens neerleggen is er morgen vrede. Als Israël de wapens neerlegt zal het morgen niet meer bestaan.
R
Sloganeske onzin. Ten eerste hebben Palestijnen geen wapens zoals Israel die wel heeft. Israel krijgt 3 miljard dollar wapenhulp per jaar. Ten tweede is het wel te begrijpen dat Arabieren die 67% van de toenmalige bevolking uitmaakten maar 44% van het land kregen terwijl Joden die 33% uitmaakten 56% van het land kregen. Ten derde is het niet waar dat Palestijnen altijd de daders zijn en Israel alleen maar het zielige slachtoffer. Het omgekeerde kan ook het geval zijn, zoals elke Palestijn inclusief elke Palestijnse christen je kan vertellen.
Toon meer antwoorden (6)
Toon meer reacties (5)

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Vakanties
Hier adverteren?

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher