Willem Ouweneel

God

07 september 2018 door Willem Ouweneel

Geef je niets om Bach? Geef hem toch een kans!

Het is een mooie uitvinding dat op allerlei plaatsen in ons land zogenaamde cantatediensten worden gehouden. Dat zijn een soort kruisingen tussen een concert en een kerkdienst.

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Willem J. Ouweneel.

Word ook lid

Centraal staat daarin een ‘cantate’ (meerdelig zangstuk) van Johann Sebastian Bach (1685-1750). In de loop van zijn leven moet Bach wel zo’n 300 van zulke cantates hebben gecomponeerd, waarvan er gelukkig nog een dikke 200 zijn overgebleven. Voor elke zondag van het kerkelijk jaar, en ook voor de christelijke feestdagen, heeft hij één of meer cantates gecomponeerd, die tijdens de kerkdienst ten gehore werden gebracht. De calvinistische eredienst stond alleen het orgel en het gemeentelied toe, maar de lutherse eredienst stond een koor en orkest toe. (Luther was wat vrolijker dan Calvijn…) De langste tijd van zijn beroepsleven was Bach cantor (muziekmeester) van de Thomaskerk in Leipzig, waar hij de beschikking had over een orkest(je) en een koor (vrouwen mochten nog niet meedoen, dus gebruikte Bach jongenssopranen en -alten). Als je weet hoe complex sommige cantates zijn en hoe weinig tijd koor en orkest gewoonlijk hadden om die in te studeren, moet je je wel verbazen over hun prestaties!

Voor elke zondag van het kerkelijk jaar, en ook voor de christelijke feestdagen, heeft hij één of meer cantates gecomponeerd, die tijdens de kerkdienst ten gehore werden gebracht.

Jaren geleden heb ik alle ruim 200 cantates van Bach op Radio 4 mogen behandelen; dat vond ik een groot voorrecht. En aanstaande zondag is er om 19:30 een cantatedienst in de Utrechtse Geertekerk, waarin ik cantate 138 mag behandelen, en ook zelf mag meezingen. (Iedereen vriendelijk uitgenodigd; toegang vrij.)

Als je de cantate wilt beluisteren, kijk dan hier (een uitvoerig uit 1982 van Nikolaus Harnoncourt met het Tölzer Knabenchor en Concentus musicus Wien). Het stuk duurt nog geen achttien minuten.

Cantate 138 draagt de titel Warum betrübst du dich, mein Herz? (‘Waarom ben je bedroefd, mijn hart?) en was gecomponeerd in Leipzig (1723) voor de zestiende zondag na Pinksteren. Het is een zogenoemde koraalcantate, dus gebaseerd op een bestaand koraal (kerklied), in dit geval van een onbekende dichter, maar stammend uit de tijd van de vroege Reformatie (misschien ging het om de vurige Lutheraan Erasmus Alberus). De eerste drie van de veertien coupletten van dit koraal zijn in de cantate opgenomen. Het bijzondere ervan is dat Bach nog maar net in Leipzig werkte. Hij zou nog vele koraalcantates componeren, maar hier is hij om zo te zeggen nog in de experimenteerfase.

Voor elke zondag van het kerkelijk jaar waren er in de lutherse eredienst vaste Schriftlezingen; in dit geval waren dat Galaten 5:25-6:10 en Mattheüs 6:23-34. In deze laatste passage (uit de Bergrede) onderwijst Jezus zijn discipelen dat zij niet moeten piekeren over hun stoffelijke behoeften, omdat zij immers mogen weten dat de hemelse Vader voor hen zorgt. Laten zij liever gericht zijn op het koninkrijk van God, dan komt het met die stoffelijke zaken vanzelf wel in orde.

In het eerste couplet spreekt de ziel zichzelf vermanend toe: waarom bekommer je je zo over het aardse goed?

Bach koos voor deze cantate dit koraal omdat de tekst ervan nauw aansluit bij deze passage uit de Bergrede. In de hele cantate gaat het om deze spanning tussen angstig gepieker enerzijds en vertrouwende overgave anderzijds. Bach brengt die op meesterlijke, en heel originele wijze tot uitdrukking, waarbij in de loop van de cantate de angstige zorgen geleidelijk plaats maken voor rustig Godsvertrouwen.

In het eerste couplet spreekt de ziel zichzelf vermanend toe: waarom bekommer je je zo over het aardse goed? Vertrouw toch liever op God, die alles wat je nodig hebt, geschapen heeft! De koorsopranen zingen de koraalmelodie, en de andere koorstemmen brengen op klaaglijke toon de tobberijen van het hart tot uitdrukking. Wat origineel is, is dat midden in dit koorwerk de alt een recitatief (‘spreekgezang’) laten horen, waarin zij al haar nood en ellende beklaagt. De instrumentalisten en solisten laten de angsten en zorgen horen, terwijl het koor de gelovig vertrouwende gemeente voorstelt. Op dit openingskoor volgt een kort recitatief voor de bas, waarin deze er nog eens een schepje bovenop doet.

In het derde deeltje horen we opnieuw een couplet uit het koraal, dit keer in een onbewerkte vorm, maar nog altijd met een spannende koorzetting. En opnieuw, net als in het eerste deeltje, wordt het couplet onderbroken door een recitatief, eerst door de sopraan, dan door de alt. Ze sluiten aan bij de tekst van de Bergrede en zeggen dat God zorgt voor het vee en de vogels, maar dat zijzelf niet weten waar zij een beetje brood en troost kunnen vinden. Het koor geeft antwoord: het is de liefhebbende Vader die voorziet in alle nood. Daarop volgt een recitatief voor de tenor, waarin deze zich door God getroost weet, die immers in alle noden zal voorzien. Dit is het keerpunt in de cantate: van alle angstig getob en gepieker breekt eindelijk de hoop en het vertrouwen door.

Dit is het keerpunt in de cantate: van alle angstig getob en gepieker breekt eindelijk de hoop en het vertrouwen door.

De cantate bevat maar één aria (een bewerkte solozang), en wel voor de bas, die blijmoedig zijn gelovige vertrouwen jegens God uitspreekt. De 6/8-maat en de vrolijke viool laten de bas bijna dansen! (Bach heeft deze aria later bewerkt tot het Gratias in zijn Mis in G.)
Daarop volgt een kort recitatief voor de alt, die alle zorgen wegstuurt en zegt dat ze nu kan leven alsof ze al in de hemel is.

Het zevende en laatste deeltje geeft eveneens de tekst van een van de coupletten van het koraal, dit keer in 6/8-maat, net als in de aria, waardoor opnieuw bijna een soort dansmuziek ontstaat, die de blijdschap van het Godsvertrouwen onderstreept. De sopranen zingen weer de gewone koraalmelodie, en de andere stemmen komen daar prachtig versierend onderdoor. Ook de orkestpartij is zeer virtuoos, waardoor een juweel van een slotdeeltje is ontstaan. De zo somber begonnen cantate eindigt in een juichstemming!

Misschien geef je niets om Bach. Geef hem toch eens een kans! Er is op YouTube genoeg te vinden.

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Reacties

F
Bach mag! En idd: Zoek eerst het Koninkrijk van God enz.......
REAGEER

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Vakanties
Hier adverteren?
New Faith Network
NFN Originals Films
bekijk alle originals

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher