Ds. A. Kort
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

21 augustus 2018 door Jeffrey Schipper

Ds. A. Kort: "Ik ben als slijk aan de vingers van God"

“Toen ik de begrafenisdienst van een jongeman moest leiden, wilde ik wegvluchten. Ik sloeg de Bijbel open bij Psalm 42. ‘O mijn ziel, wat buigt g' u neder? Waartoe zijt g' in mij ontrust?’ Mijn mensenvrees viel toen helemaal weg,” zegt ds. A. Kort. Dit jaar is de Oud Gereformeerde Gemeente in Nederland-predikant 25 jaar dominee. CIP.nl sprak hem over Gods liefde, verdrietige gebeurtenissen en tien keer preken in één week.

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Jeffrey Schipper.

Word ook lid

“Ik volgde belijdeniscatechisatie bij een predikant die mij aanspoorde om dominee te worden. Daar durfde ik niet tegen in te gaan, omdat ik er toen nog van overtuigd was dat dominees een soort ‘heiligen’ waren. Maar op dat moment snapte ik zijn opmerking echt niet. Ik wist op dat moment nauwelijks wat er in de Bijbel stond. In gehoorzaamheid aan die man ging ik vervolgens een zaterdagopleiding volgen. Als ‘gewone’ timmerman was dat voor mij erg hoog gegrepen. Toen ik vervolgens in Genemuiden werd aangesteld als ouderling, dacht ik: ‘De Heere wil dat ik als ouderling dienstbaar ben in Zijn koninkrijk.’

"Er moet helemaal niets. De liefde wint. Van dode-vorm-godsdienst gaat geen kracht uit."

Toch liet het predikantschap mij niet los en in de loop der jaren heeft de Heere mij tot de kansel geroepen. Tot twee keer toe heeft God midden in de nacht krachtig tot mij gesproken door teksten uit de Schrift. Het deed mij denken aan die keer dat de Heere mij vanuit het voetbalstadion opriep om Hem te volgen. Dat was het keerpunt, waarna een poos later mijn wandel met de Heere is begonnen. Na die nachten kon ik voor het eerst hardop zeggen dat God mij tot dit ambt heeft geroepen.” Kort deed in 1993 intrede in de hervormde gemeente in Garderen. Later stond hij op de kansel in de Oud Gereformeerde Gemeente in Rijssen en sinds 2003 is Kort actief in de Oud Gereformeerde Gemeente in Nederland te Krimpen aan den IJssel.

Onlangs deelde u bijzondere ervaringen waardoor u tot Christus bent gekomen. Ik ken veel mensen die dat niet hebben meegemaakt en Hem desondanks liefhebben. Is een aangrijpende bekeringservaring noodzakelijk om bij Christus te horen?
“Er moet helemaal niets. De liefde wint. Van dode-vorm-godsdienst gaat geen kracht uit. Alles wat moet is gebaseerd op de wet. Maar geloof is gefundeerd in het Evangelie. Als iemand mij vraagt over mijn weg met Christus deel ik mijn geloofservaringen. Maar dat vertel ik niet omdat ik boven christenen zou staan die deze ervaringen niet kennen. Tegelijkertijd ben ik ervan overtuigd dat de Heilige Geest geloofservaringen kan geven als je erom vraagt.” Kort wijst ook op de schaduwzijde van dit soort ervaringen. “Valse mystiek bestaat ook! Ik weet dat mensen ervaringen kunnen krijgen die buiten Gods Woord omgaan en een figuur zien die aan Jezus gelijk is. Bovendien gaat het niet om die geloofservaring op zich, maar dat we vanuit Gods Woord leven en Christus liefhebben.”

U mag alweer 25 jaar dominee zijn. Wat is het mooiste aan dominee-zijn?
“De Woordverkondiging is het mooiste dat er is. Ik mag de naam des Heeren loven en verheerlijken. De liefde die Christus heeft voor zondaren drijft mij voortdurend. Mijn vader gaf mij twee boeken van Andrew Gray, De roos van Saron en De overste leidsman. Ik was ontdaan van de liefde Gods, waarover ik in deze boeken las. Dit is de waarheid, die God ons leert. Ik heb me zo verwonderd in dit bruiloftslied (Hooglied), een samenspraak tussen de Bruidegom en Zijn bruid.

"Mijn hart begon te zingen van Gods goedertierenheid. Het was net alsof het bruiloftslied hier al te horen was."

Mijn hart werd stil onder al die liefdesbetuigingen. Vooral de heerlijkheid van Christus sprak mij aan. Hij maakte Zich aan de bruid bekend toen Hij zei: ‘Ik ben een roos van Saron, een Lelie der dalen’ (Hoogl. 2:1) De bruid zegt van Hem dat Hij haar Liefste is. Christus zegt op Zijn beurt dat zij Hem is als ‘een lelie onder de doornen’ (vs. 2). Dus dat betekent dat de kerk ook schoon is. Zij is van Hem gewassen en vernieuwd. Daardoor lijkt ze op Jezus. Ze is volmaakt in Hem. De overdenkingen van Hem waren zeer zoet.

Het bracht mij tot een hoogst mogelijke verblijding in God door Christus. Mijn hart werd bij het lezen van die preek overweldigd door Zijn liefde. Zijn liefde was als een banier boven mij. Mijn hart begon te zingen van Gods goedertierenheid. Het was net alsof het bruiloftslied hier al te horen was. Mijn hart zonk weg van verwondering voor al die heerlijkheid. En dit mag ik dan ook nog eens verkondigen! Als dominee mag ik anderen uitnodigen om aan die bruiloft deel te nemen, in de hoop dat mensen zich bekeren tot God en geloven in Christus.”

Hoe intensief is het domineesbestaan?
“Meerdere malen preekte ik tien keer in één week. Het mag duidelijk zijn dat dit niet goed is. In de loop der jaren heb ik dan ook geleerd om ‘nee’ te zeggen. Dat kan ook niet anders, want het lichaam protesteert wanneer ik dat niet doe. Ik preek minstens twee a drie keer per week. In Krimpen aan den IJssel hebben we vaak wekelijks drie kerkdiensten, twee op zondag en één op woensdagavond.

Een preek mag geen gemoedelijk praatje zijn en dus wil ik zoveel en zo goed mogelijk de grondtekst bestuderen. Ik merk dat Gods Geest die kennis wil gebruiken om Bijbelteksten tot leven te wekken die ik mag doorgeven. Ik herinner mij dat ik van God Psalm 110 ontving. Ik vond het een moeilijk gedeelte. ‘Zal ik er wel of niet over preken?’ Deze tekst liet mij niet los. Op een gegeven moment werd ik vroeg wakker, zo rond een uur of 3. Even later kwam de zon op en schreef Gods Geest op basis van Psalm 110 de preek uit in mijn gedachten. In die zin ben ik dus altijd met de prediking bezig.

Op bid- en dankdag preek ik altijd drie keer. Tijdens de voorbereiding van mijn preken vraag ik dan mijn vrouw of zij de telefoon op wil nemen en mij zo min mogelijk wil storen, omdat ik de stilte dan goed kan gebruiken. En als het mij dan nog niet lukt om te focussen, ga ik de tuin in."

"Toen ik dit kind lachend en in goede gezondheid ontmoette in het ziekenhuis, was ik enorm blij. Alsof het mijn eigen kind was!"

Hoe ervaart u Gods leiding tijdens pastorale bezoeken?
“Ik moet denken aan een ziekenhuisbezoek. Tijdens een ontmoeting met één van onze gemeenteleden viel mijn oog op een andere patiënt. De vrouw had naast haar een boekje van de Engelse dominee Joseph Charles Philpot liggen. Voordat ik weg ging, kon ik het niet laten om haar een vraag te stellen. ‘Zeg, kent u het Leven waar ds. Philpot over schrijft?’ Vervolgens vertelde zij haar levensverhaal en hoorde ik hoe de Heere haar had opgezocht. Onze harten smolten op dat moment ineen. Ik heb geen idee uit welke kerk ze kwam, maar we spraken duidelijk elkaars taal. De tale Kanaäns. En dat terwijl ik haar nooit eerder had ontmoet. Heel bijzonder!”

Als predikant heeft u ook veel te maken met pijn en verdriet. Hoe gaat u daarmee om?
“Tijdens mijn periode in Rijssen heb ik in één jaar tijds vijf jonge mensen naar het graf moeten brengen. Als predikant heb ik daar enorm veel verdriet over gehad. Het is écht verschrikkelijk om na een ernstig auto-ongeluk naar een sterfhuis te moeten gaan. ‘Als ik er al zoveel verdriet over heb, hoe erg moet het dan voor die ouders zijn?’, vroeg ik mij af. Ik heb ouders bij wijze van spreken over de vloer zien kruipen van verdriet.

Toen ik hier in Krimpen aan den IJssel als predikant werd bevestigd, heb ik de Heere biddend gevraagd dat ik in deze gemeente geen kinderen meer zou hoeven te begraven. Tot nu toe heeft Hij dit gebed nog steeds verhoord. Onlangs moest een kind uit onze gemeente met spoed naar het ziekenhuis omdat ze bijna was verdronken. Uiteindelijk heeft ze het overleefd. Toen ik dit kind lachend en in goede gezondheid ontmoette in het ziekenhuis, was ik enorm blij. Alsof het mijn eigen kind was!”

Wat heeft u geleerd in de afgelopen 25 jaar?
“’Zonder Mij kunt gij niets doen,’ zegt de Heere Jezus. Ik herinner mij een preek waar ik erg ontevreden over was. Teleurgesteld liep ik de preekstoel af. Mopperend stapte ik de auto in. Op de terugweg bestrafte de Heere mij hierover. Hij liet mij zien dat wat Hij goedkeurt, ik niet hoef af te keuren. Later belde een kerkganger mij op om te zeggen dat hij geestelijk was opgebouwd door mijn preek. En zo liet de Heere zien dat het uiteindelijk Zijn zaak is en niet die van mij. Ik ben als slijk aan Gods vingers en tóch wil Hij mij gebruiken.

Zonder hulp van Boven kan ik dit werk niet doen. Ik heb een jongen moeten begraven die ik vier maanden daarvoor in het huwelijk bevestigde. Ik weet nog goed hoe ik daar binnen kwam. De hele kerk zal vol met jongeren. Ik durfde nauwelijks de kansel op te gaan. Het liefst sloeg ik op de vlucht. God gaf mij de kracht. Ik sloeg de Bijbel open bij Psalm 42. ‘O mijn ziel, wat buigt g' u neder? Waartoe zijt g' in mij ontrust?’ Mijn mensenvrees viel toen helemaal weg. Dat zijn onvergetelijke momenten die Gods hulp onderstrepen.”

Lees ook deel 1 van dit interview: "De Heere sprak tot mij in een voetbalstadion".

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Reacties

H
Ik wordt verdrietig van de uitspraak :ik ben slijk in Gods Handen. U bent ook een prachtige zoon van God!gekocht en duur betaald door Zijn Zoon Jezus Christus en dus een nieuwe schepping...alle schuld is weggedaan...Galaten 5:1.....Gods Zegen en Zijn Vrede voor u.
A
In Johannes 17 lees ik dat het de bedoeling is dat wij één zijn met Jezus Christus en met de Vader. Indrukwekkend! Wat een genade! Ik voel helemaal met Henny-Loppé mee.
Toon meer antwoorden (2)
Toon meer reacties (9)

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Krijg volledige toegang tot CIP.nl. Bekijk onze abonnementen.