Willem Ouweneel

God

15 juni 2018 door Willem J. Ouweneel

Hoe nederig ben ik?

Graag wil ik nog even doorborduren op het thema van de vorige week: verootmoediging van christenen naar elkaar toe. ‘Verootmoediging’ komt van ‘ootmoed’, een woord dat duidt op een deemoedige, nederige houding. Jezus zei tegen de mensen: ‘Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart’ (Matt. 11:28).

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Willem J. Ouweneel.

Word ook lid

Een van de vele dingen die we van Jezus kunnen leren, is nederigheid. Petrus zegt: ‘Onderwerp u dus nederig aan Gods hoge gezag, dan zal hij u op de bestemde tijd een eervolle plaats geven’ (1 Petr. 5:6; vgl. Jak. 4:10). Dit is precies wat Jezus gedaan heeft: ‘als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis. Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat’ (Fil. 2:7-9). Op de nederigheid volgde de verhoging, en dat doet God met ons uiteindelijk ook (vgl. Ps. 149:4).

De ootmoed was een centraal begrip in het denken van de grote kloosterhervormer Bernard van Clairvaux († 1153). Zijn eerste boek heette De Gradibus Superbiae et Humilitatis, dat betekent: ‘Over de trappen van de hoogmoed en de ootmoed’. Volgens Bernard kunnen we de overweldigend grote God alleen benaderen via de liefde, maar daarvoor moet je wel eerst de twaalf treden van de ootmoed afdalen. Afdalen langs de trappen van de ootmoed brengt ons vanzelf tot het begrip ‘verootmoediging’. Dat betekent jezelf ‘vernederen’, jezelf ‘klein maken’ voor God. In de Bijbel veronderstelt dat (bijna) altijd zonde. Bij Bernard in elk geval: om nederig te worden en bij God uit te komen, moeten we afdalen van onze natuurlijke hoogmoed. Hoogmoed is zonde, en als je gezondigd hebt, moet je je voor God ‘verootmoedigen’. Daarom leren we van Jezus wel wat ware ootmoed is, maar Hij hoefde zich nooit voor God te ‘verootmoedigen’, want Hij was zonder zonde. Wij echter moeten dat helaas maar al te vaak doen.

De zonde waarin Satan oorspronkelijk gevallen is, was de hoogmoed. Hoogmoed is de oerzonde.

De zonde waarin Satan oorspronkelijk gevallen is, was de hoogmoed (vgl. Jes. 14:12-15; 1 Tim. 3:6). En bij de zondeval van Adam ging het ook om hoogmoed (Gen. 3:5b). Hoogmoed is de oerzonde.

Er zijn vele vormen van hoogmoed, maar de hoogmoed die we vroeger jegens elkáár hadden, was wel bijzonder schokkend. Katholieken keken neer op protestanten (want dat waren afgescheiden sektariërs), en protestanten keken neer op katholieken (want die waren blijven steken in de dwalingen van pausdom en Mariaverering, en nog veel meer).
Gereformeerden keken neer op evangelischen (want dat waren afgescheiden sektariërs – de geschiedenis herhaalt zich!), en evangelischen keken neer op de gereformeerden (want die waren blijven steken in confessionalisme en traditionalisme). In de voorbije jaren hebben we ons gelukkig tegenover elkaar ‘verootmoedigd’, dat wil zeggen: eerst hebben we ons klein gemaakt naar God toe en onze hoogmoed als zonde beleden, en vervolgens hebben we ons klein gemaakt naar elkaar, en ook naar elkáár onze hoogmoed beleden. En God heeft ons in Zijn genade vergeven en gereinigd.

We hebben een hoofdstuk in het Nieuwe Testament waarin deze omgang met elkaar prachtig wordt beschreven: Romeinen 14:1–15:7. De gelovigen in Rome hadden onenigheid over wat je wel en niet mocht eten, en of er speciale dagen waren die je moest onderhouden. Zelf hebben wij weer vele andere geschilpunten: over het pausdom, Maria, de doop, de eucharistie (het avondmaal), de Geestesgaven, de eschatologie, de vrouw in het ambt, de plaats van Israël in Gods wegen, schepping en evolutie, het omgaan met homoseksuelen, enz. Ik ben bang dat geen twee van ons het over al deze punten helemaal eens zijn…

Als je de ander de ruimte gunt om naar zijn eigen geweten te denken en te handelen, heb je vanzelf vrede onder elkaar.

Paulus noemt de ene groep ‘zwakken’ en de andere ‘sterken’. Toch gaat het hem er niet zozeer om wie er nu gelijk heeft, maar vooral hoe je met andersdenkenden omgaat. Hij zegt er dit van: “Als u dus uw broeder of zuster kwetst door wat u eet, handelt u niet langer overeenkomstig de liefde. Laat hen voor wie Christus gestorven is niet verloren gaan door het voedsel dat u eet. Breng het goede dat God u schenkt geen schade toe, want het koninkrijk van God is geen zaak van eten en drinken, maar van gerechtigheid, vrede en vreugde door de heilige Geest. Wie Christus zo dient, doet wat God wil en wordt door de mensen gerespecteerd” (Rom. 14:15-18).

Paulus houdt ervan om schijnbaar kleine dingen in een groots kader te plaatsen, en dat doet hij hier ook. Dat kader is hier het koninkrijk Gods. Dat koninkrijk wordt volgens Paulus beheerst door drie principes: ten eerste ‘gerechtigheid’, dat betekent: recht doen aan de ander, hem zijn opvatting gunnen, ook ben je het helemaal niet met hem eens. Dat kun je alleen als je zelf ootmoedig genoeg bent om die ander in echte liefde zijn ruimte te gunnen (vgl. Fil. 2:3-4). Zoals Paulus elders zegt: ‘… in alle nederigheid en zachtmoedigheid, met geduld, door elkaar in liefde te verdragen, en u te beijveren om de eenheid van de Geest te bewaren door de band van de vrede’ (Ef. 4:2-3).

Daar heb je het tweede principe: ‘vrede’. Als je de ander de ruimte gunt om naar zijn eigen geweten te denken en te handelen, heb je vanzelf vrede onder elkaar, en dan volgt ook vanzelf het derde principe: ‘vreugde’. Vandaag beleven wij die vrede en vreugde in het ontmoeten van elkaar, in het delen van onze gevoelens en overwegingen, en vooral in het samen aanbidden. En graag houden wij elkaar dat bekend woord voor: ‘Er is jou, mens, gezegd wat goed is, je weet wat de HEER van je wil: niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten en nederig de weg te gaan van je God’ (Micha 6:8).

Reacties

Fijn dat je nog een keer hierop doorgaat, Willem. Ik heb er ook nog verder over nagedacht. Want 'in stof en as zijn' is niet hetzelfde als 'zondig zijn'. God zegt Zelf, dat 'Zijn dienaar Job' goed van Hem gesproken heeft. Ik denk, dat 'in stof en as zijn' meer betekent: 'klein zijn'. Dat zegt Job ook: "Ik ben te gering; wat zou ik U antwoorden?"

I have a dream: dat alle gelovigen zich klein zullen voelen en constant zullen beseffen dat zij niets zijn en dat God alles is. En dan zo samen God aanbidden en Jezus grootmaken! De hemel op aarde!
REAGEER
Zo zijn er helaas ook veel broeders en zusters, waaronder ik menigmaal, die vooral bij anderen vele dwalingen zien.
REAGEER
O
GOED punt van dhr. Oudeneel. Het valt me regelmatig op dat veel broeders en zusters niet de nederigheid van hart hebben om zich terecht te laten wijzen op hun vele dwalingen.
REAGEER
Toon meer reacties (1)

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Vakanties
Hier adverteren?
New Faith Network
NFN Originals Films
bekijk alle originals

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher