Willem Ouweneel

God

03 mei 2018 door Willem J. Ouweneel

Willem Ouweneel legt uit waarom herdenken zo waardevol is

Vandaag is het opnieuw Nationale Dodenherdenking, op verscheidene plaatsen in ons land (Scheveningen, de Grebbeberg enz.), maar de bekendste is die op de Dam in Amsterdam, waarbij ook de koning en de koningin aanwezig zijn. Oorspronkelijk ging het daarbij alleen om de Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, maar sinds 1961 herdenken we op deze dag ook Nederlandse slachtoffers van oorlogsinspanningen en vredesoperaties van ná de Tweede Wereldoorlog (denk aan Nederlands-Indië, Libanon, Bosnië, Afghanistan enz.).

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Willem J. Ouweneel.

Word ook lid

‘Herdenken’ betekent terugdenken aan, maar dan op een plechtige manier. Daarom gebeurt herdenken vooral op bepaalde hoogtijdagen, zoals op 4 mei, op de vooravond van de Bevrijdingsdag. In de Bijbel is dit ‘herdenken’ van grote betekenis. Bij de instelling van het Avondmaal brak Jezus het brood en sprak: ‘Dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt; doet dit tot mijn gedachtenis’ (Luk. 22:19; vgl. 1 Kor. 11:24v.), oftewel: ‘… om Mij te gedenken, ter herinnering aan Mij’, of ook: ‘… om mijn lijden en sterven te herdenken’ (vgl. 1 Kor. 11:26: door de Avondmaalsviering verkondigen wij de dood van de Heer totdat Hij komt).

‘Herdenken’ betekent terugdenken aan, maar dan op een plechtige manier.

In de Bijbel gaat het erom dat sommige dingen nooit vergeten mogen worden, oftewel altijd in herinnering moeten blijven, hetzij om positieve of om negatieve redenen. Het Hebreeuwse werkwoord voor ‘herdenken’ of ‘gedenken’ is z-kh-r, een stam die we terugvinden in de naam Zacharia, die in de Bijbel door minstens vier personen gedragen werd (2 Kon. 15:8-11; 2 Kron. 24:20; Zach. 1:7; Luk. 1:5). De naam betekent: ‘De Here gedenkt’ of ‘herinnert zich’. Dat kan een troost voor de drager van die naam zijn (‘De Here denkt aan mij, vergeet mij niet’), maar als het een profeet betreft, kan de boodschap ook zijn: denk erom, de Here vergeet geen enkele zonde (negatief), of juist: wees getroost, de Here vergeet zijn beloften niet (positief).

Vele hoogtijdagen in Israël waren eigenlijk ‘gedenkdagen’ of ‘-tijden’: met Pesach (Pasen) denkt men terug aan de uittocht uit Egypte, tijdens Sjavoe‘ot (Pinksteren) aan de wetgeving op de Sinaï, tijdens Soekkot (het Loofhuttenfeest) aan de woestijnreis, tijdens Chanoekkah aan de herinwijding van de tweede tempel (na de ontwijding ervan door koning Antiochus IV) en tijdens Poerim aan de verlossing onder koningin Esther. (Met de christelijke feestdagen [maar dat zijn menselijke uitvindingen] is het niet anders: met Kerst herdenken we de geboorte van Christus, op Goede Vrijdag zijn kruisdood, met Pasen zijn opstanding, op Hemelvaartsdag zijn hemelvaart en met Pinksteren de uitstorting van de Heilige Geest.)

Van vier joodse hoogtijdagen wordt in het bijzonder gezegd dat het ‘gedenkdagen’, dagen van herdenking zijn:
(a) De dag van het Pascha: ‘Deze dag [Pesach] moet voor u een gedenk[dag] [Hebr. zikkaron, van z-kh-r] worden’ (Ex. 12:14).
(b) Het daarop volgende zevendaagse feest van de Ongezuurde Broden (Matsot): ‘U mag er niets wat gezuurd is bij eten. Zeven dagen moet u er ongezuurd [brood] bij eten, brood van de ellende – want met haast bent u uit het land Egypte vertrokken – om de dag te gedenken [z-kh-r] dat u uit het land Egypte trok, alle dagen van uw leven’ (Deut. 16:3).
(c) Het Pinksterfeest (Sjavoe‘ot): ‘u moet gedenken [z-kh-r] dat u een slaaf geweest bent in Egypte en deze verordeningen in acht nemen en houden’ (Deut. 16:12).
(d) Het joods Nieuwjaar (Rosj haSjanah) (op de godsdienstige kalender is het trouwens niet de eerste dag van de eerste, maar van de zevende maand): ‘In de zevende maand, op de eerste [dag] van de maand, moet u een rustdag houden, een gedenkdag [Hebr. zikron] [aangekondigd] door [bazuin]geschal [d.i. geschal van de sjofar], een heilige samenkomst” (Lev. 23:24).

Het herdenken wordt vergemakkelijkt als er ‘gedenktekens’ zijn, zoals het monument op de Dam en vele andere oorlogsmonumenten.

Het herdenken wordt vergemakkelijkt als er ‘gedenktekens’ zijn, zoals het monument op de Dam en vele andere oorlogsmonumenten. Dat woord monument komt van het Latijnse werkwoord monere, ‘waarschuwen, aanraden’. Als je het zo weergeeft, denk je vooral terug aan negatieve gebeurtenissen, waarvan je hoopt dat ze zich nooit zullen herhalen: nooit meer slavernij in Egypte, nooit meer een woestijnreis, nooit meer een Antiochus, nooit meer een Haman. (Al kun je natuurlijk ook aan vreugdevolle gebeurtenissen terugdenken: de wetgeving op de Sinaï, de opstanding van Christus, de uitstorting van de Heilige Geest.)

Israël kende ook zo’n gedenkteken of monument. Na de doortocht door de Jordaan liet Jozua twaalf stenen op elkaar stapelen om deze vreugdevolle gebeurtenis in herinnering te houden en zei: ‘deze stenen zullen voor de Israëlieten tot een gedenkteken [zikkaron] zijn tot in eeuwigheid’ (Joz. 4:7). Elke keer als ze die hoop stenen zouden zien, zouden we weer terugdenken aan hun triomfantelijke intocht in het Heilige Land.

Hoogmoedige mensen kunnen ook een monument voor zichzelf oprichten, zoals Saul deed (1 Sam. 15:12), en Absalom deed hetzelfde (2 Sam. 18:18). Hoed je voor mensen die standbeelden voor zichzelf oprichten! Normaliter betreffen monumenten dan ook dode mensen, die we graag in ere houden. Soms zijn het grafmonumenten met Latijnse teksten zoals: memento mori, ‘Gedenk te sterven’, of het is de overledene zelf die ons als het ware aanspreekt: hodie mihi, cras tibi, ‘Vandaag [is de dood] voor mij, morgen voor jou.’ Denk erom, vergeet het niet!

Een van de mooiste dingen in dit verband is te zien wat in de eeuwigheid niet meer ‘herdacht’ en wat juist wél ‘herdacht’ zal worden. Bij de aankondiging van het nieuwe verbond zegt de Here: ‘Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en aan hun zonde niet meer denken [of: hun zonde niet meer gedenken, Hebr. z-kh-r]’ (Jer. 31:34; vgl. Hebr. 8:12; zie ook Jes. 64:9). Wat wél eeuwig ‘herdacht’ zal worden, vinden we in de Psalmen:
(a) de naam van de Messias (Ps. 45:18);
(b) het verbond met zijn volk (Ps. 105:8; 111:5);
(c) de rechtvaardige (de vrome, degene die trouw is aan Gods verbond) (112:6).

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Reacties

A
Alleen de naam dodenherdenking suggereert dat we de doden herdenken. Doden herdenken en blijven herdenken is bepaald niet iets wat God stimuleert vlgs mij.



Ik denk overigens dat het voor velen, los van de naam, eigenlijk vooral een herdenking is van wat het heeft gekost om vrij te zijn. En dat is goed.



“De geschiedenis leert ons dat de mens niks van de geschiedenis leert.”
REAGEER
Een heel mooi en gedegen artikel van Ouweneel. Dank! Hopelijk is het vanavond weer een waardige herdenking.
REAGEER

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
New Faith Network
NFN Originals Films
bekijk alle originals
Vakanties
Hier adverteren?

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher