willem j ouweneel

God

13 april 2018 door Willem J. Ouweneel

Een christendom zonder dogma’s – wat moet je je daar in vredesnaam bij voorstellen?

Af en toe word ik nogal moe van die stoere christenen die zeggen dat ze niets van ‘dogma’s’ moeten hebben. Een christendom zonder dogma’s – wat moet je je daar in vredesnaam bij voorstellen? Je mag van de Bijbel denken wat je wilt? Je mag van Jezus vinden wat je wilt, en jezelf toch een christen noemen, ook al vind je van Hem heel wat anders dan de Bijbel van Hem vindt? Maar ja, de omgekeerde vraag is eveneens gerechtvaardigd: wie maakt uit wat de Bijbel vindt?

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Willem J. Ouweneel.

Word ook lid

Wat is trouwens een ‘dogma’? In het Nieuwe Testament komt het woord alleen voor in de zin van ‘decreet’, niet die van ‘leerstelling’. De vroege Kerk gebruikte de term ‘dogma’ voor goddelijke leerstellingen, geopenbaard in Christus en in de Schrift, naderhand ook: vastgelegd in de kerkelijke traditie. In de strikt kerkhistorische zin van het woord is een dogma een kerkelijk gezaghebbende leeruitspraak, In zekere zin heeft men de vaststelling van de canon wel willen beschouwen als het eerste kerkelijke ‘dogma’. In traditionele zin zijn de dogma’s primair de leeruitspraken van de zeven Oecumenische Concilies, met name de eerste vier ervan (Nicea 325 n.Chr., Constantinopel 381, Efeze 431 en Chalcedon 451).

In de meest fundamentele zin kende de vroege Kerk slechts twee dogma’s: het drie-eenheidsdogma en het dogma van de twee naturen van Christus; al het andere werd als secundair beschouwd. Daarmee is gezegd dat oosters-orthodoxen, rooms-katholieken en protestanten (dus bijna alle christenen op aarde) formeel (helaas niet altijd in de praktijk, want vrijzinnigheid heb je overal) op de gemeenschappelijke ‘bodem’ staan van de vier genoemde Concilies.

In ruimere zin kunnen wij onder ‘dogma’s’ alle kerkelijke leeruitspraken verstaan, ook protestantse. Zo zou men de Dordtse Leerregels, vastgesteld door de Synode van Dordrecht (1618/19), een kerkelijk ‘dogma’ kunnen noemen, zij het beperkt tot gereformeerde kring. Anderen echter betwijfelen of de term ‘dogma’ wel enig bestaansrecht heeft in het protestantisme; de protestantse kerken kennen geen ‘dogma’s’, alleen ‘gellofsbelijdenissen’. Wel gebruiken protestanten traditioneel de term ‘dogmatiek’ in de zin van systematische theologie, maar dan in de zin van de bestudering van het geheel der christelijke leer. Daarmee staat de term in de praktijk een beetje los van de traditionele betekenis van ‘dogma’.

Er zijn minstens twee redenen te noemen om de betekenis van dogma’s te relativeren. Verreweg de meeste orthodoxe theologen zullen vandaag erkennen dat dogma’s, en trouwens ook geloofsbelijdenissen, menselijk-gebrekkige formuleringen zijn van geloofsinhouden die ten diepste het verstand te boven gaan. Het Woord van God is – als ik deze terminologie mag gebruiken – ‘absoluut’, maar geen enkel daaruit door mensen afgeleid leerstuk of dogma en geen enkele geloofsbelijdenis verdient dezelfde kwalificatie. Dogma’s en geloofsbelijdenissen worden niet uit de Schrift ‘gehaald’, strikt genomen zelfs niet eens daaruit ‘afgeleid’, ze worden er hoogstens door ‘geïnspireerd’, ‘opgeroepen’. Daarom behoren christenen niet aan dogma’s en geloofsbelijdenissen gebonden te worden, maar aan de Schrift alleen.

Strikt genomen geloven christenen trouwens niet ‘in’ de Bijbel, maar ‘in’ God c.q. Christus. Primair kennen wij God c.q. Christus echter niet anders dan door de Bijbel. Daarom behoren wij een principieel verschil te maken tussen de Bijbel enerzijds en menselijke geloofsbelijdenissen, dogma’s en theorieën die uit de Bijbel worden afgeleid, anderzijds. Wij geloven inderdaad niet in ‘waarheden’, maar in Hem die de Waarheid is; tegelijk handhaven wij het hemelsbrede verschil tussen de Schrift, het Woord van God – ‘uw Woord is de waarheid’ (Joh. 17:17); ‘het Woord van de waarheid’ (2 Kor. 6:7 enz.) – en menselijke geloofsbelijdenissen en dogma’s, die nooit zonder meer met ‘de’ waarheid mogen worden gelijkgesteld.

Paulus zegt: ‘Want wij kennen ten dele en wij profeteren ten dele, maar wanneer het volmaakte is gekomen, zal wat ten dele is, te niet gedaan worden. (…) Want wij kijken nu door een spiegel, wazig, maar dan van aangezicht tot aangezicht’ (1 Kor. 13:9-12). Het is voor alle theologen, en trouwens voor alle christenen, goed zich hiervan altijd bewust te zijn. Al onze theologische theorieën (van het Griekse theoreô, ‘zien’) zijn slechts ‘zienswijzen’, maar dit is per definitie een wazig zien. Voor het ogenblik kunnen ze erg nuttig zijn. Maar op een dag zullen al onze theorieën plaatsmaken voor het zien ‘van aangezicht tot aangezicht’. Op z’n best hopen we dat onze theologische theorieën benaderingen van de goddelijke waarheid zijn, glimpen van Gods glorie. Eens zullen ze plaatsmaken voor de volle glorie van God.

De dogma’s mogen dan benaderingen zijn, dat betekent niet dat we ze verachtelijk moeten weggooien. Hoe zouden we anders kerkelijke tucht over ‘dwaalleraars’ kunnen uitoefenen (Rom. 16:17; Ef. 4:14; Kol. 2:8; 2 Thess. 3:6; 1 Tim. 1:3,10; 6:3; 2 Tim. 3:5-8; 4:3; Tit. 1:9,13; 2 Petr. 2:1; 2 Joh. :10)? Dit is een kernvraag. De dure christenplicht ons te onttrekken aan dwaalleer betekent dat christenen geacht worden te kunnen onderscheiden tussen waarheid en leugen, tussen bijbelse en anti-bijbelse leer. Inderdaad, ik zou geen kerkelijke gemeenschap kunnen hebben met zogenoemde christenen die de goddelijke drie-eenheid of de leer van Christus of de leer van zijn verzoenend lijden en sterven of zijn lichamelijke opstanding loochenen. Niet omdat die loochening ingaat tegen de geloofsbelijdenissen of de dogmatiek, maar omdat zij naar mijn diepste overtuiging in strijd is met de Schrift.

Als mensen tegen mij zeggen dat ze ‘niets van dogma’s moeten hebben’, dan vraag ik ze: geloof je dat Jezus God en mens in één persoon is? Geloof je dat Hij door zijn dood de zonden verzoend heeft van allen die in Hem geloven? Geloof je dat Hij lichamelijk uit de dood is verrezen? Als ze daar volmondig ja op zeggen, ach, laten ze de ‘dogma’s’ dan maar terzijde schuiven. Maar meestal bedoelen zulke mensen helaas niets anders dan de deur open te zetten voor allerlei vrijzinnigheid. 

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Reacties

Een christendom zonder dogma's kan ik me óók niet voorstellen; een christen zonder dogma's wel!
REAGEER
K
“Primair kennen wij God c.q. Christus echter niet anders dan door de Bijbel.”

Deze stelling is in mijn persoonlijke leven onwaar, ik ken God primair door directe ervaring in combinatie met logisch denken, maw: ik weet zeker dat God bestaat omdat ik mijzelf als Zijn schepping in Zijn schepping ervaar. Dat is dus primair. De Bijbel is “nadere openbaring van God”, dus secundair. Wat dat aangaat ben ik ondanks mijn protestantse inborst toch een beetje Rooms Katholiek, want de RKK kent ook ‘natuurtheologie’ oa uitgewerkt door Thomas van Aquino.

John 1:18 (HSV) Niemand heeft ooit God gezien (JLD: dus óók niet via de Bijbel, de wet, enz.); de eniggeboren Zoon, Die in de schoot van de Vader is, Die heeft Hem ons verklaard (JLD: of naar Zijn wezen bekend gemaakt).

Zie mijn artikel: http://deus-loquitur.nl/god-spreekt-alleen-nog-in-christus/
Toon meer reacties (5)

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
New Faith Network
NFN Originals Films
bekijk alle originals
Vakanties
Hier adverteren?

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher