Willem Ouweneel

God

26 januari 2018 door Willem J. Ouweneel

Gereformeerde slavenhouders aan de Kaap

Wat een discussie recentelijk weer over Jan Pieterszoon Coen! Al die J.P. Coenscholen, en zelfs de Coentunnel, die van naam zouden moeten veranderen vanwege de wandaden die Coen in Nederlandsch Oost-Indië zou hebben verricht. Niet onbegrijpelijk trouwens: om het loutere gewin ging hij letterlijk over lijken.

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Jeffrey Schipper.

Word ook lid

Daarmee komt het gesprek ook altijd weer op de Vereenigde Oost-Indische Compagnie (VOC): opgericht in 1602, een machtige, internationale handelsonderneming die met open aandelen op de vrije markt opereerde (de eerste en grootste van die soort in zijn tijd). En vooral: de VOC had quasi-gouvernementele bevoegden, waaronder het recht tot oorlogvoering, rechtspraak en doodvonnissen, handelsverdragen, eigen valuta en vooral: stichting van koloniën. Een echte staat binnen de staat! Geleid door de ‘Heeren Zeventien’. Al begin 17e eeuw bezat de VOC heel wat overzeese gebiedsdelen. In 1617 werd Coen de vierde gouverneur-generaal over al die gebiedsdelen; dat betekende vooral: over Oost-Indië.

die nieuwbakken slaven moesten zo gauw mogelijk in het geloof worden opgevoed en worden gedoopt in de kerk.

Vrouwlief en ik zijn net weer terug van ‘de Kaap’ (in Zuid-Afrika) en ik heb me tijdens de griep opnieuw verdiept in de wonderlijke geschiedenis van die Kaap de Goede Hoop. De Hollandse schepen, die af en aan voeren tussen de Nederlanden en Oost-Indië hadden dringend behoefte aan een halteplaats; de Kaap leek daarvoor bijzonder geschikt. In 1652 stichtte een VOC-expeditie onder leiding van Jan van Riebeeck een handels- en bevoorradingspost aan de Kaap. Al gauw zagen hij én de VOC-werknemers wat een ideale plek voor een kolonie de Kaap was: na hun verplichte diensttijd van vijf jaar deden velen van hen aanvraag om ‘burger’ van de zich steeds uitbreidende nederzetting te mogen worden. Ze kregen dan een stuk land toegewezen, waar zij een boerderij stichtten met door de VOC geleende werktuigen en zaden. Zo ontstond binnen enkele decennia een grote gemeenschap van ‘vrijburgers’. Meestal waren dit Nederlandse, vaak ook Duitse en soms Scandinavische ex-werknemers. Let wel: al deze mensen hadden formeel niets te maken met de Nederlandse overheid – alleen met de VOC.

Vanaf 1688 kwamen daar ook nog eens honderden Franse en Waalse hugenoten bij, die na de opheffing van het Edict van Nantes (1685) naar de Noordelijke Nederlanden waren gevlucht. Hier werden zij met zachte drang doorgeschoven naar de nieuwe kolonie aan de Kaap, die hun geweldige mogelijkheden bood. Dat was ook zo: Franse wijnboeren maakten van de Kaap uiteindelijk onder andere een van de belangrijkste wijngebieden ter wereld. Al spoedig mengden al die immigranten zich met elkaar, wat gemakkelijk ging doordat in samenleving, school en kerk alleen het Nederlands werd toegestaan. (Dat wil zeggen: iedereen sprak zijn eigen dialect; bedoeld is: het Statenbijbel-Nederlands dat in de kerk gepreekt werd! Voor de meesten sowieso een vreemde taal…).

Maar nu komt het merkwaardige. Jan van Riebeeck, die het geweldige potentieel van de kolonie direct inzag, schreef aan de Heren XVII dat alleen een groot aantal slaven de kolonie werkelijk tot bloei zou kunnen brengen. Die gedachte kwam niet zo onverwachts, want de internationale slavenhandel - vanaf zowel Aziatische als Afrikaanse kusten – was toen al in volle gang, niet in de laatste plaats door toedoen van de VOC zelf. Het was dus onvermijdelijk dat de Kaap ook een centrum van de slavenhandel zou worden. De Heren XVII waren eerst niet zo scheutig met hun toestemming – ze hielden de slaven liever voor Batavia – maar toen ze daar eindelijk mee kwamen, ging het hard: eind 18e eeuw was de bevolking van de Kaap gegroeid tot ca. 26.000 ex-Europeanen en tegen de 30.000 slaven en slavinnen, voor een groot deel van Afrikaanse afkomst, maar ook van Aziatische (bijv. Maleise en Bengaalse) afkomst.

et is als de kwajongens die roepen: ‘Iedereen doet het, dus wij ook!’ Maar het blijft erg stout (én raadselachtig)…

Mijn vraag is deze: hoe konden al die brave, gereformeerde Hollanders – de Nederduits Gereformeerde Kerk was de enig toegestane kerk aan de Kaap – zo gemakkelijk over het kopen en verkopen van slaven praten? Dat was bepaald niet omdat zij die slaven niet als ‘mensen’ zagen. Integendeel, die nieuwbakken slaven moesten zo gauw mogelijk in het geloof worden opgevoed en worden gedoopt in de kerk. Als de slavinnen baby’s kregen – en dat gebeurde aan de lopende band, met daartussen veel halfbloedbaby’s… – dan werden die eveneens gedoopt. Sommige slaveneigenaars misgingen zich aan de slaven, maar daar trad de VOC streng tegen op. Sommige slavinnen werden in de vrijheid gesteld om te helpen voorzien in het geweldige tekort aan potentiële echtgenotes in de kleine kolonie. Allemaal geen probleem. Blanke boeren en bevrijde slavinnen trouwden keurig in de kerk; apartheid was er nog niet. Hun kinderen werden ook geheel in de blanke gemeenschap opgenomen. (De latere zogenoemde ‘kleurlingen’-gemeenschap ontstond vooral uit onwettige halfbloedkinderen, die buiten de blanke gemeenschap vielen.)

Over apartheid gesproken: het is frappant te bedenken dat al die latere apartheidsvoorstanders – voor zover ze althans voorouders onder die Kaapgemeenschap van tussen 1650 en 1700 hadden! – ook wel een of meer Afrikaanse of Aziatische voormoeders hadden (afgezien van enkele Hottentotten).

Waarom zagen die Hollandse gereformeerden geen been in die slavenhandel? Was dit het reusachtige blanke superioriteitsgevoel ten opzichte van welk ander ras dan ook (zwart, bruin, geel)? Was dit een misplaatst idee van goddelijke roeping (macht van het meerdere over het mindere)? Laten we trouwens bedenken dat de zwarte slavernij geen Europese uitvinding was: Afrikaanse volken maakten allang elkáár tot slaven (zoals nu weer in Libië gebeurt), Grieken, Romeinen en Arabieren praktiseerden de slavernij: in duizend jaar tijd (ca. 850-ca. 1850) hebben Arabische moslims zo’n 3 miljoen Afrikaanse (en als ze konden Europese) slaven verhandeld.

De Portugezen waren de eerste Europeanen die aan deze handel deelnamen. Is dit alles een excuus voor de VOC? Nee, natuurlijk niet. Maar het helpt ons wel de dingen te zien in het perspectief van die tijd. Het is als de kwajongens die roepen: ‘Iedereen doet het, dus wij ook!’ Maar het blijft erg stout (én raadselachtig)…

Reacties

h
Waarom zagen die Hollandse gereformeerden geen been in die slavenhandel?

Wij hebben toch ook deel gehad aan die slavenhandel? ook gereformeerden toch?
REAGEER

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Vakanties
Hier adverteren?
New Faith Network
NFN Originals Films
bekijk alle originals

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher