Willem Ouweneel

God

02 januari 2018 door Willem J. Ouweneel

Is het bijbels om het jaar op 1 januari te laten beginnen?

Iedereen die het Weihnachtsoratorium van J. S. Bach een beetje kent, weet dat dat werk uit zes cantates bestaat. De eerste drie zijn bestemd voor de eerste tot en met de derde kerstdag, en de vierde cantate is voor nieuwjaarsdag. (De vijfde cantate is voor de zondag na Nieuwjaar, en de zesde voor Driekoningen.) Wat is er voor christelijks aan ‘nieuwjaarsdag’? Reken maar uit: 1 januari is precies de achtste dag na 25 december. Als Christus op 25 december geboren is (wat trouwens nogal onwaarschijnlijk lijkt), dan werd Hij besneden op de achtste dag (de 25e meegeteld; wij zouden daarom zeggen: de zevende dag), dat is op 1 januari. Dat is het Feest van de Besnijdenis (én de Naamgeving) van Christus. Dat is wel heel wat anders dan wat de antieke Romeinen ervan maakten. Voor hen was 1 januari de dag van de god Janus (vandaar de naam januari), de god van het nieuwe begin en het einde, van poorten, door- en overgangen. Hij is de god met de twee gezichten, dat wil zeggen: de god die terugkijkt én vooruitkijkt – wat met nieuwjaar natuurlijk heel toepasselijk is.

CIP+ logo

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Jeffrey Schipper.

Word ook lid

Al lang vóór de geboorte van Christus hadden de Romeinen van die eerste januari de eerste dag van het nieuwe jaar gemaakt. Maar een tijdlang hield men daarnaast nog vast aan de oude kalender, die met 1 maart begon. Zelfs vandaag kennen wij nog de sporen van die oudere kalender, want wij noemen de negende maand nog altijd ‘september’, wat eigenlijk ‘zevende [maand]’ betekent. (Oktober betekent achtste, november negende en december tiende maand, ook al zijn het vandaag de tiende t/m de twaalfde maand.) Het verklaart ook waarom februari meestal slechts 28 dagen heeft: aan het eind van het jaar waren er nog maar 28 dagen overgebleven om het jaar van 365 dagen vol te maken.

In de kerkgeschiedenis heeft men nog wel eens geprobeerd van die 1e januari af te komen en de 1e maart in ere te herstellen. Ook liet men het jaar wel eens beginnen op 25 december ter ere van Jezus’ geboorte, of op 25 maart, het feest van de geboorteaankondiging (uiteraard precies negen maanden vóór Kerst), of op Pasen (wat onhandig is, omdat de Paasdatum elk jaar wisselt). In Engeland begon het wettelijke jaar nog tot 1751 op 25 maart!

Al lang vóór de geboorte van Christus hadden de Romeinen van die eerste januari de eerste dag van het nieuwe jaar gemaakt.

Het heeft allemaal niet mogen baten: 1 januari is thans allerwege de eerste dag van het nieuwe jaar. Er schijnt nog een streek in Wales te zijn waar nieuwjaar nog steeds op 13 januari gevierd wordt, omdat dat de 1e januari op de oude Juliaanse kalender is; die loopt twaalf dagen achter bij de thans algemeen gebruikte Gregoriaanse kalender. Dat is ook waarom de Russen Kerstmis vieren op 6 januari, wat in onze streken Driekoningen is. De Russen hanteren in het gewone leven wel de Gregoriaanse kalender (zij het pas sinds 1918), maar in de kerk nog de oude Juliaanse kalender (6 januari is twaalf dagen na 25 december).

In Nederland en de rest van Europa is de Gregoriaanse kalender al in oktober 1582 ingevoerd. Dat was nodig om de jaarkalender beter aan te passen aan de seizoenen. Maar op het Oost-Nederlandse platteland (en misschien ook wel elders onder de boeren) bleef tot in de negentiende eeuw de oude kalender doorwerken. Zo sprak men van de ‘olde mei’, die niet op de huidige 1e mei, maar op de huidige 13e mei begon. De boer sprak nog lang tot zijn vee: ‘Hop, olde koo, margen is ’t meie’ (‘Hup ouwe koe, morgen is het mei’), en liet het vee rond 13 mei los uit de stal en dreef het in de weide. Met de ‘olde mei’ moet de rogge zo langzamerhand in de aren komen, zeiden de boeren. Een oude boer zei: ‘Mi’j heugt nog, da’j op den olden mei de kräaien nog konnen zeen kuieren in de rogge en dat ze toch nog good wodden en zwaor van zaod’ (‘Ik herinner me nog dat je op de oude mei de kraaien nog kon zien kuieren in de rogge en dat die toch nog goed werd en zwaar van zaad’). (Deze wijsheden ontleen ik aan het weergaloze boek Oud-Achterhoeksch boerenleven van H.W. Heuvel.)

Heel anders zijn de kalenders die niet primair van het zonnejaar, maar van het maanjaar uitgaan. Dan begint elke maand (het woord is afgeleid van ‘maan’!) met de nieuwe maan. Zo is het ook geregeld in de bijbelse kalender, waarvan trouwens twee varianten bestaan: het godsdienstige jaar begint in de lentemaand, en het burgerlijke jaar begint zes maanden later; vandaar dat in Leviticus 23 de eerste dag van de ‘zevende’ maand tegenwoordig als het joods Nieuwjaar (Rosj haSjanah) gevierd wordt. Van nieuwe maan tot nieuwe maan is ongeveer 29,5 dag. Na twaalf maanden komt je zo elf dagen tekort om aan het getal 365 (de lengte van het zonnejaar) te komen. Daarom lassen de rabbijnen elke drie jaar een extra, dus dertiende maand in.

Kortom, ik bedoel maar. Je kunt op 31 december net zo goed op tijd naar bed gaan, want dat dát nu de laatste dag van het nieuwe jaar zou zijn, is eigenlijk volstrekt willekeurig. En dan hebben we het nog niet eens over de Kelten (hun nieuwjaar was ‘Halloween’), de Kopten (die vieren nieuwjaar op 11 of 12 sept.), de Chinezen (tussen 20 jan. en 20 febr.), de Cambodjanen (13 or 14 april), de hindoes (14 of 15 april), de sikhs (14 maart), enzovoort. Het lijkt me voor de overheid een prachtig argument om het levensgevaarlijke vuurwerk in de Oudejaarsnacht aan banden te leggen: Vrienden, er vált helemaal niets weg te schieten… Forget it, en ga lekker slapen.

CIP+ logo

Christenen die meer diepgang willen kiezen voor CIP+

Je las net een gratis CIP+ artikel. Meld je aan en start je gratis maand.

Start je gratis maand

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Vakanties
Hier adverteren?
New Faith Network
NFN Originals Films
bekijk alle originals

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher