Willem Ouweneel

Wat is een groter wonder: Kerst of Pasen?

22-12-2017 door Willem J. Ouweneel

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Jeffrey Schipper. Word ook lid.

Ooit zou ik op Paasmorgen preken in een gemeente waar een oudste bij de opening van de dienst zei dat dit – Pasen – de belangrijkste feestdag van het jaar was. Ik flapte eruit: ‘Nee, dat is Pinksteren’ – en bracht de man daarmee openlijk in verlegenheid. Schande over mij. Maar ik vind dat ik wel gelijk had: met Kerst, Goede Vrijdag en Pasen denken we eraan wat God in Christus voor ons deed, met Pinksteren denken we eraan wat God in Christus in ons deed en doet. Alle vorige feesten werken toe naar dit hoogtepunt.

Als het zo bekijkt, zou je denken dat Kerstmis dan wel ongeveer het minst belangrijkste feest van allemaal is. Menige prediker, vrees ik, zal dat de komende dagen ook wel weer benadrukken: Kerstmis is mooi, mensen, maar het gáát natuurlijk om Goede Vrijdag en Pasen! (Pinksteren wordt er meestal niet bij genoemd.)

Daar komt dan ook nog eens bij dat menige protestant denkt dat de katholieken er helemaal niets van snappen. Je hebt natuurlijk Pinksterchristenen (Pentecostals), je hebt ook echte Paaschristenen (Grieks- en Russisch-orthodoxen: ‘Christus is waarlijk opgestaan!’), je hebt ook echte Goede Vrijdag-christenen (traditionele protestanten; denk aan Luther met zijn theologia crucis, ‘theologie van het kruis’), en… je hebt Kerstchristenen. Dat zijn natuurlijk de rooms-katholieken. Het hele jaar door zie je ze nauwelijks in de kerk, maar in de Kerstnacht zitten de katholieke kerken stampvol. De protestanten halen er hun neus voor op.

En toch… denk nu eens even mee: wat is een groter wonder: Kerst of Pasen? Oftewel, wat is een groter wonder: God die mens wordt, of een dode die levend wordt? Natuurlijk, je kunt die dingen niet goed vergelijken. En natuurlijk zullen er wel heel wat rooms-katholieken (én protestanten) zijn voor wie Kerstmis allereerst de romantiek van een kindje in een arme kribbe betekent, met knielende herders en zingende engelen eromheen. Als de katholieken echter een mis bijwonen waarin nog het Credo te horen is (de aloude Geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel), dan zullen ze het toch weer vernemen:
Et in unum Dominum Iesum Christum, Filium Dei Unigenitum
Et ex Patre natum ante omnia saecula,
Deum de Deo, lumen de lumine, Deum verum de Deo vero.
(‘En [ik geloof] in één Heer, Jezus Christus, eniggeboren Zoon van God, vóór alle eeuwen geboren uit de Vader, God uit God, licht uit licht, ware God uit de ware God’).

Het hele jaar door zie je ze nauwelijks in de kerk, maar in de Kerstnacht zitten de katholieke kerken stampvol. De protestanten halen er hun neus voor op.

Je vindt dat niet zo direct in de Bijbel, dat de Zoon vóór alle eeuwen uit de Vader geboren is, maar het is toch een verdienstelijke poging om te verklaren waarom de eerste persoon in de Godheid ‘Vader’, en de twee persoon ‘Zoon’ heet. Jezus Christus is ‘Zoon van God’ omdat Hij van alle eeuwigheid de Zoon geboren uit de Vader is. Én Hij is ‘Zoon van God’ omdat Hij door de Heilige Geest verwekt is uit de maagd Maria (Luk. 1:35). Tweemaal ‘geboren’: eenmaal van alle eeuwigheid af, en eenmaal ‘in de volheid van de tijd’ (Gal. 4:4). Christus is Zoon van God van eeuwigheid, én vanaf (en vanwege) zijn verwekking uit Maria, én door dodenopstanding (Rom. 1:4, ‘verklaard [bestemd om] Zoon van God te zijn’).

Een van de diepzinnigste formuleringen om het wonder van Kerst uit te drukken is dit: ‘Het Woord is vlees geworden’ (Joh. 1:14). De Logos, die van eeuwigheid bij God, én die (zelf) ‘God’ was (vs. 1-3), heeft niet alleen ‘bloed en vlees aangenomen’ (Hebr. 2:14), maar is vlees geworden. Zijn mens-zijn hoort vanaf Kerst evenzeer tot zijn wezen als zijn God-zijn. Hij was van eeuwigheid God, Hij blijft tot in eeuwigheid God, en bovendien: vanaf Kerst is Hij waarachtig mens en Hij blijft tot in eeuwigheid mens. Terwijl Hij aan de rechterhand van de Vader is, geldt nog steeds van Hem: ‘In Hem woont [tegenwoordige tijd!] de hele volheid van de Godheid lichamelijk [d.i. in het verheerlijkt lichaam dat Christus nog steeds bezit]’ (Kol. 2:9). En straks komt Hij terug als de ‘Zoon des mensen’, zoals vele schriftplaatsen zeggen. Dat is het wonder van Kerst: God werd mens om voor eeuwig mens te blijven, en tegelijk voor eeuwig God te blijven.

In de oude Kerk kwam de dwaalleer voor dat sommigen Jezus niet beleden als ‘in het vlees gekomen’ (1 Joh. 4:2; 2 Joh. vs. 7). Dat waren mensen die wel Jezus’ godheid beleden, maar niet konden geloven dat Hij waarachtig mens van vlees en bloed was geworden. Vandaar vinden we de omgekeerde dwaling: mensen die Jezus wel belijden als mens van vlees en bloed, maar niet aanvaarden dat er een eeuwige Zoon van God was, die in de volheid van de tijd mens geworden is. Niemand van ons is ‘in het vlees gekomen’, want wij waren ‘vlees’ vanaf het eerste moment van ons bestaan. Maar de eeuwige Zoon van God was van eeuwigheid zonder vlees, en is ‘met Kerst’ (om zo te zeggen) vlees geworden. Dat fascineert mij oneindig meer dan een lieve baby in een voederbak – hoe waar het ook is dat er in de Kerstnacht een baby in een Bethlehemse kribbe kwam te liggen.

‘Hulpeloos Kind, heilig Kind, dat zo trouw zondaars mint’, zingen we met Kerst. Dat is waar. Als baby was Hij inderdaad ‘hulpeloos’, in alles volkomen afhankelijk van de zorg van zijn moeder. En tegelijk was Hij ook op dat moment de Zoon ‘die alle dingen draagt door het woord van zijn kracht’ (Hebr. 1:3), en dus zelfs zijn eigen moeder de kracht moest geven Hem te dragen. Ondoorgrondelijk mysterie. Zoals Hij later aan het kruis hing, ‘hulpeloos’, ‘onmachtig’ om van het kruis te komen – terwijl Hij tegelijk de spijkers en het hout de kracht moest geven om Hem te dragen. Aanbiddelijk groots.

De christelijke nieuwsbrief die je ook echt leest!

Daily Newsletter
Weekly Newsletter


Discussie over Wat is een groter wonder: Kerst of Pasen?
Reacties uitzetten op CIP.nl? Klik hier!