Willem Ouweneel

Het overblijfselcomplex in de christelijke wereld

01-12-2017 door Willem J. Ouweneel

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Jeffrey Schipper. Word ook lid.

In mijn jeugd hoorden we, als het om de toekomst van Israël ging, vaak het woord ‘overblijfsel’. Dat was ontleend aan de Statenvertaling; je vindt het bijvoorbeeld in Jesaja 10:20-22. Je kon het woord trouwens ook gebruiken als het ging om de kerkgeschiedenis. In tijden van groot verval was er altijd wel een ‘overblijfsel naar de verkiezing der genade’ (vgl. Rom. 11:5, toegepast op de kerk).

De Vergaderingen van Gelovigen zijn in het begin van de negentiende eeuw (Nederland: midden van die eeuw) heel sterk ontstaan tegen de achtergrond van de ‘vervaltheorie’ (de kerk is in hopeloos verval) én het streven naar een ‘heilig overblijfsel’ te midden van al dat verval. Tegelijk was er echter een diep besef van de eenheid van alle ware gelovigen, dwars door alle kerkmuren heen; al die ware gelovigen vormen samen de ene Vergadering der Gelovigen (vgl. Ned. Geloofsbel. Art. 27), waarvan de Vergadering van Gelovigen maar een klein stukje vormde.

Die twee idealen – het streven naar een heilig overblijfsel én het streven naar de eenheid van alle gelovigen – konden moeilijk samengaan, en al gauw vielen ze dan ook uit elkaar (dat gebeurde al vóórdat de Vergaderingen überhaupt in Nederland begonnen waren). De ‘Gesloten’ Broeders bleven streven naar het eerste ideaal, de ‘Open’ Broeders streefden naar het tweede ideaal. De geslotenen werden daarbij steeds geslotener, waarbij het besef een ‘getrouw overblijfsel’ te zijn steeds sterker werd.

Later merkte ik dat dit ‘overblijfselcomplex’ in ongeveer alle kerken en stromingen te vinden is. Je had het in de Rooms-Katholieke Kerk bijvoorbeeld rond de figuur van bisschop Marcel Lefebvre († 1991) met zijn Priesterbroederschap Sint Pius X. In de negentiende eeuw ontstond een hele reeks christelijke of pseudochristelijke stromingen die ten opzichte van andere sterk geïsoleerd waren en die allemaal aan het ‘overblijfselcomplex’ leden: de Mormonen, de Jehova-Getuigen, de Zevendedagsadventisten.

Binnen de gereformeerde stroming had je dat ‘overblijfselcomplex’ bij de vroegere gereformeerd-vrijgemaakten, die je aan de hand van de kerkscheuringen in de geschiedenis precies konden voorrekenen dat zij de ware kerk in Nederland vormden (1834 – 1886 – 1892 – 1926 – 1944 – 1967). Het kostte je een hele geschiedenisles, maar dan hád je ook wat. Bij elk van die scheuringen koos de Here steeds één bepaalde zijde, en dat was precies de zijde waar ook de gereformeerd-vrijgemaakten waren terechtgekomen. Vandaag komt dit ‘overblijfselcomplex’ onder de gereformeerd-vrijgemaakten nauwelijks nog voor (vermoed ik); eigenlijk hoofdzakelijk nog bij de van hen afgescheiden groepen, zoals de Gereformeerde Kerken in Nederland (Hersteld). Dat woord ‘hersteld’ wijst steevast in de richting van het ‘overblijfselcomplex’; denk aan de Hersteld Hervormde Kerk, maar ook aan de Gereformeerde Kerken in Hersteld Verband (1926-1946) en de Hersteld Apostolische Zendingskerk. In zulke kerken vind je de ware getrouwen, die vasthouden aan het oude erfgoed (niet sarcastisch bedoeld).

Bij elk van die scheuringen koos de Here steeds één bepaalde zijde, en dat was precies de zijde waar ook de gereformeerd-vrijgemaakten waren terechtgekomen.

Veertig jaar geleden zei ik eens tegen professor Jochem Douma tijdens een bijeenkomst in Amersfoort: ‘Als er een brief gericht zou worden aan de Gemeente Gods die te Amersfoort is, zouden jij en ik de enigen zijn die wisten waar die bezorgd moest worden…’ Er kon bij hem een glimlach af. Vandaag zouden wij het geen van beiden meer met deze uitspraak eens zijn, zij het om precies tegenovergestelde redenen: Douma omdat hij zich inmiddels heeft aangesloten bij een overblijfsel binnen een overblijfsel, en ikzelf omdat ik mij sinds de jaren negentig in de oecumenische ruimte gesteld mag weten.

Ik zie het overblijfselcomplex trouwens ook in de evangelische beweging, vooral in de charismatische hoek. Daar vind je heel wat gemeenten in Nederland die volstrekt op zichzelf staan; de voorgangers ervan zie je nooit in bepaalde oecumenische verbanden en bijeenkomsten. Ik denk niet dat ze het allemaal alléén menen te weten; ik denk eerder dat zij gewoon niemand nodig hebben. Ze kunnen het zelf wel. De isolatie is de kracht van alle gemeenschappen met een overblijfselcomplex (en dat niet in de zin zoals Guillaume Groen van Prinsterer dat bedoelde).

Je ziet dat ook aan de rechterflank van de bevindelijk-gereformeerde gezindte. We kijken er met bewondering en weemoed naar hoe de gemeenten in die hoek zoveel (theologische, kerkelijke, sociale) saamhorigheid kennen en hun jeugd zo goed weten vast te houden. Dat is ook mooi. Maar ze betalen er een hoge prijs voor: de volstrekte isolatie. Buiten de eigen kring is het gevaarlijk, zeggen ze. Als je dat genoeg herhaalt, loopt de jeugd niet gemakkelijk weg. In meer oecumenische kringen loopt de jeugd juist heel gemakkelijk van de ene naar de andere stromingen binnen die kringen. Dat kun je betreuren, maar je kunt het ook als positief zien: zulke kringen is het om het geheel van Gods kerk, en niet zozeer om de eigen denominatie te doen. Dat zijn de christenen die naar de pinksterconferentie van Opwekking komen, of naar de New Wine-conferentie, of naar de VrijZijn-conferenties, enzovoort. Het is ook hier weer de openheid versus de geslotenheid.

Beide houdingen hebben hun voor- en hun nadelen. En dat voel ik in mijn eigen lijf. Misschien komt het wel door mijn kerkelijke achtergrond dat ik die strijd tussen het streven naar een ‘heilig overblijfsel’ in de kerk én het streven naar de eenheid van alle ware christenen nog steeds ervaar. Af en toe zou je, net als een egeltje, dwars door alle tuinen willen struinen op zoek naar wat van je gading is. En af en toe zou je stokstijf willen blijven staan en je heerlijk oprollen. Of als een schildpad je kop intrekken en de (kerkelijke) wereld even de (kerkelijke) wereld laten. Maar ja, dat houd je niet lang vol. Dus steek je voorzichtig je kop maar weer naar buiten en ga je er weer op uit. Want de tuinen zijn wel gevaarlijk, maar o zo mooi…

De christelijke nieuwsbrief die je ook echt leest!

Daily Newsletter
Weekly Newsletter


Discussie over Het overblijfselcomplex in de christelijke wereld
Reacties uitzetten op CIP.nl? Klik hier!