Wilkin van de Kamp
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

16 juni 2022 door Wilkin van de Kamp

De Kerk die als Jezus is

Max Lucado begint zijn boek Een hart als Jezus met een uitnodigende vraag: ‘Wat als Jezus één dag lang jouw leven zou leiden? Wat als Hij wakker zou worden in jouw bed, jouw schoenen aan zou trekken, in jouw huis zou wonen en jouw rooster zou volgen? Wat als Jezus gedurende een dag en een nacht jouw leven zou leiden met zijn hart? Jouw hart krijgt een dagje vrij en je leven wordt geleid door het hart van Jezus. Zijn prioriteiten bepalen wat jij doet. Zijn verlangens bepalen welke keuzes jij maakt. Zijn liefde bepaalt jouw gedrag. Wat voor iemand zou je zijn? Zouden mensen het verschil zien? Of nog een stapje verder: zou je nog steeds doen wat je nu doet? God wil dat jouw hart net zo is als dat van Jezus. Hij houdt van je zoals je bent, maar Hij houdt te veel van je om je zo te laten. Hij wil dat jij een hart als Jezus krijgt.’

Het goede nieuws is dat Jezus, op de dag dat wij ons hart aan Hem hebben gegeven, zijn hart in ons geplant heeft. Het is precies gegaan zoals God beloofde: ‘Ik zal zuiver water over jullie uitgieten om jullie te reinigen van alles wat onrein is, van al jullie afgoden. Ik zal jullie een nieuw hart en een nieuwe geest geven, Ik zal je versteende hart uit je lichaam halen en je er een levend hart voor in de plaats geven. Ik zal jullie mijn Geest geven en zorgen dat jullie volgens mijn wetten leven en mijn regels in acht nemen’ (Ezechiël 36:25-27, NBV). Door het wonder van het kruis woont de Geest van Jezus nu in ons hart. Daarom roept Paulus het uit: ‘Christus leeft in mij!’ (Galaten 2:20). Aan de christengemeente in Korinthe schrijft hij enthousiast: ‘Wij veranderen in nieuwe mensen, wij gaan steeds meer lijken op onze hemelse Heer. Daar zorgt de Heilige Geest voor’ (2 Korinthe 3:18, BGT). God wil dat ons hart net zo is als dat van Jezus. Zoals Jezus is, zo mogen wij zijn. Hij helpt ons om uit liefde een heilig leven te leiden, om vol liefde barmhartig te zijn en om met liefde rechtvaardig te zijn. De God die onze ziel gered heeft, verlangt ernaar om ons hart te veranderen. Daarvoor is het belangrijk dat we ‘ons oog gericht houden op Jezus’ (Hebreeën 12:2).

De Geest van Jezus wil ons leren leven op de Jezus-manier: liefhebben zoals Hij liefhad, bidden zoals Hij bad, vergeven zoals Hij vergaf en geven zoals Hij gaf. De leerschool van verandering vindt plaats in een kerk vol onvolmaakte mensen. God plaatst zijn kinderen heel bewust in onvolkomen gemeenschappen, waar Hij ons wil veranderen. Koning Salomo schrijft: ‘Zoals men ijzer scherpt met ijzer, zo scherpt een mens zijn medemens’ (Spreuken 27:17, NBV). Het Hebreeuwse woord voor ijzer mogen we ook vertalen met ruwheid. God plaatst ons in onze ruwe staat in een lokale kerk om ons te slijpen. Hiervoor gebruikt Hij mensen die door hun eigen ruwheid onze ruwheid naar boven halen, zodat we met onze negatieve gevoelens, onze onverwerkte pijn en zondige karaktereigenschappen kunnen afrekenen. We mogen hen leren zien als Gods genadetrainers, die de scherpe kantjes van ons karakter er helpen af te halen. Veel christenen die tegen andere christenen in de kerk zijn opgelopen, vluchten hier juist voor weg. Zij vragen zich af hoe een onrechtvaardige behandeling van christenen hen beter kan maken. Het antwoord is dat zij ons helpen om ons karakter te ontwikkelen. Omgaan met conflicten wordt een door God gegeven kans om onze onderhuidse gevoelens en gedachten boven tafel te krijgen en ons meer en meer te laten vormen naar Gods beeld. Gods genadetrainers dragen meer dan wie ook bij aan de vorming van ons karakter. Omarm hen - ja, je leest het goed - en dank God voor hun aandeel in je leven. Voor God is ons hart belangrijker dan ons succes of onze positie.

God verlangt er naar dat we een kerk zijn die als Jezus is. Een kerk die als Jezus is, is een oefenplaats van Gods liefde. We mogen leren kerk te zijn op de Jezus-manier. Gods liefde wordt zichtbaar door hoe wij met elkaar omgaan. Volgens Johannes is dát ons getuigenis: ‘Niemand heeft God ooit gezien. Maar als we elkaar liefhebben, blijft God in ons en is zijn liefde in ons ten volle werkelijkheid geworden’ (1 Johannes 4:12). Als wij elkaar liefhebben, maken we de onzienlijke God zichtbaar. We willen van elkaar houden, omdat God van ons houdt. Gods liefde is nooit bedreigend, maar aantrekkelijk en aanstekelijk. We zullen nalaten om elkaar te oordelen. Het is niet alleen dat we het verleden van de ander niet kennen. We weten ook niets over wat er in de toekomst met hem of haar zal gebeuren. Mogen we een boek beoordelen, waarvan nog niet alle hoofdstukken geschreven zijn? Mogen we een oordeel over een schilderij uitspreken, als de schilder de kwast nog in handen heeft? Daarom roept God ons op om genadig te zijn voor elkaar. De Petrus die vanavond Jezus bij het vuur verloochent, kan Hem bij het Pinkstervuur van morgen verkondigen. De Simson die vandaag blind en zwak is, kan zijn laatste krachten gebruiken om de zuilen van goddeloosheid onderuit te halen. Een stotterende herder van vandaag kan de Mozes van morgen zijn. Noem Noach geen idioot, misschien heb je nog wel eens een lift van hem nodig! ‘Houd dus op te oordelen en wacht de tijd af dat de Heer komt, omdat Hij het is die aan het licht zal brengen wat in het duister verborgen is en zal onthullen wat de mensen heimelijk beweegt’ (1 Korinthe 4:5, NBV).

In mijn boek Live in love - de open armen theologie van Jezus, beschrijf ik hoe God wil dat we als kerk een huis van liefde zullen zijn. Jezus nodigt ons uit voor een nieuwe omhelzing en een kus van zijn Vader, om te gaan ‘wonen’ in het huis van liefde: Gods Vaderhart. We kunnen pas ons hart en onze armen voor een ander openen, als we zelf in Gods hart en armen zijn thuisgekomen. In het laatste hoofdstuk van mijn boek schrijf ik dat ‘de zuivere Kerk’ niet bestaat. De eenvoudige reden waarom alle zuivere-kerk-bewegingen zijn mislukt is dat ze onmenselijk waren. De eisen waaraan de volmaakt zuivere kerk moest voldoen, werden ook van alle leden van de zuivere kerk geëist. Daar kon niemand aan voldoen. Een dergelijke zuivere kerk bestaat gewoon niet. Doordat de boodschap van wie we zijn in Christus naar de achtergrond verdween, werd de heiligheid van de kerk afhankelijk gemaakt van mensen. Maar de kerk is niet heilig uit zichzelf, de kerk is heilig in Christus. We moeten leren omgaan met de onvolkomenheden van de kerk. God vraagt van ons dat we onze imperfecte kerk omarmen zoals Hij dat doet.

Paulus schrijft aan zijn vriend Timotheüs: ‘Het fundament dat God gelegd heeft, ligt onwrikbaar vast en draagt het opschrift: “De Heer weet wie Hem toebehoren” en “Laat ieder die de naam van de Heer noemt, onrecht uit de weg gaan”’ (2 Timotheüs 2:19, NBV). Calvijn sprak in dit verband van de ecclesia invisibilis: de onzichtbare kerk, waarvan alleen God weet wie haar toebehoren. Daarnaast sprak hij over de corpus permixtum: een gemengd lichaam - de kerk - waar dwaze en wijze maagden samen optrekken, waar
kaf onder het koren is en onkruid en koren samen opgroeien, waar zowel levende als kwijnende en zelfs dode ranken samenkomen. Een kerk voor heiligen en huichelaars. In Jezus’ gelijkenis van de tarwe en het onkruid vroegen dienaren aan de landeigenaar: ‘Wilt u dat wij er het onkruid tussenuit wieden?’ (Mattheüs 13:28, NBV). De landeigenaar antwoordde: ‘Nee, want dan zouden jullie met het onkruid ook het graan lostrekken. Laat beide samen opgroeien tot aan de oogst, dan zal ik, wanneer het oogsttijd is, tegen de maaiers zeggen: “Wied eerst het onkruid, bind het in bundels bij elkaar en verbrand het. Breng dan het graan bijeen in mijn schuur’’’ (Mattheüs 13:29-30, NBV). Jezus wil niet dat we ‘het onkruid’ in onze kerken eruit trekken. Hij roept ons op om geduldig en genadig te zijn. Als we geen ‘onkruid’ kunnen verdragen, dan kan er ook geen kerk zijn. ‘Onkruid uittrekken’ staat gelijk aan de kerk uitroeien.

Als Paulus tot de conclusie komt dat ‘alleen de Heer weet wie Hem toebehoren’ (2 Timotheüs 2:19, NBV), legt hij aan Timotheüs uit dat er eervolle en oneervolle vaten in de gemeente zijn: ‘Doch in een groot huis zijn niet alleen gouden en zilveren vaten, maar ook houten en aarden vaten; en sommige ter ere, maar sommige ter onere. Indien dan iemand zichzelf van deze reinigt, die zal een vat zijn ter ere, geheiligd en bekwaam tot gebruik des Heeren, tot alle goed werk toebereid’ (2 Timotheüs 2:20-21, SV). Paulus beschrijft hier de gemeente als Gods familie, waarin de verschillende vaten de verschillende gelovigen vertegenwoordigen. Sommige vaten zijn meer vuilnisbakken, in tegenstelling tot de gouden en zilveren vaten die worden gebruikt om verfijnde maaltijden mee te serveren. Het is Gods verlangen dat een oneervol vat verandert in een eervol vat: geheiligd, bekwaam en voor elke goede taak gereed. De Amplified Bible vertaalt de woorden van Paulus zo: Therefore, if anyone cleanses himself from these things [which are dishonorable - disobedient, sinful], he will be a vessel for honor, sanctified [set apart for a special purpose and], useful to the Master, prepared for every good work. (Vertaling: ‘Daarom, als iemand zich reinigt van deze dingen [die oneervol, ongehoorzaam en zondig zijn], zal hij een eervol vat zijn, geheiligd [apart gezet voor een speciaal doel], nuttig voor de Meester, voorbereid op elk goed werk.’) Paulus zegt dat het een gegeven feit is dat er altijd oneerbare vaten in de gemeente aanwezig zullen zijn. Het roept bij mij de vraag op hoe we met de oneerbare vaten in de gemeente zullen omgaan.

Ik zie zonde als het symptoom van een wijdverspreide ziekte die wordt omschreven als: ‘voelt zich diep vanbinnen waardeloos, minderwaardig en niet geliefd’. De meeste kerken doen vooral aan symptoombestrijding. We waarschuwen voor de zonde, maar schenken
nauwelijks aandacht aan een ongezond zelfbeeld of de angst voor veroordeling waar mensen onder gebukt gaan en die hen vatbaar maakt voor de zonde. Als kerk mogen we mensen helpen om de diepgewortelde leugens, waardoor ze tot zondigen komen, in hun leven te ontmaskeren. In de kern van elke zonde vinden we altijd een leugen: de leugen dat de wereld ons meer te bieden heeft dan God; de leugen dat God teleurgesteld is in ons als we gezondigd hebben; de leugen dat we geen knip voor de neus waard zijn, ongeschikt en ongeliefd. In alle gevallen gaan we op de verkeerde plaatsen op zoek naar liefde en bevestiging. Laten we als kerk het voortouw nemen en mensen vertellen hoe God naar hen kijkt.

God wil de verloren zonen en dochters die zichzelf kwijtgeraakt zijn ere herstellen. Waar we in Nederland een cultuur van schuld en boete hebben - ‘eens een dief, altijd een dief’ - heeft het koninkrijk van God een cultuur van eer: de Vader eert de Zoon (Johannes 8:54) de Zoon eert de Vader (Johannes 8:49). In de gemeente zouden we mensen niet moeten eren om wat ze doen of vanwege hun positie in de kerk, maar omdat we met Gods ogen naar hen kijken. Petrus schrijft: ‘Houd iedereen in ere’ (1 Petrus 2:17). Mensen eren is mensen hoogachten zoals God dit doet. Wanneer mensen nooit geëerd zijn hebben ze een slecht zelfbeeld ontwikkeld en zijn ze vatbaar geworden voor de zonde. Misschien bedoelt Paulus dat we gemeenteleden die gezondigd hebben, en die we al gauw als minder eervol beschouwen, grotere eer zullen verlenen: ‘De delen die bij ons niet erg in aanzien staan, waarvoor wij ons schamen, omgeven wij met meer zorg, behandelen wij met meer eerbied, dan de andere delen van het lichaam. Die hebben dat niet nodig. God heeft het lichaam zo samengesteld dat Hij de delen die het nodig hebben, grotere eer verleende. Want er moet geen verdeeldheid heersen in het lichaam, de lichaamsdelen moeten zorg hebben voor elkaar’ (1 Korinthe 12:23-25, GN). Iemand kan alleen maar herstellen als hij Gods liefde toelaat en gelooft hoe God naar hem kijkt en met hem omgaat. Als kerk mogen we de jongste zonen en dochters leren hoe God in Christus naar hen kijkt. We mogen hen uitnodigen om hun nieuwe identiteit in Christus te omarmen en hieruit te gaan leven. Om ook zelf de open armen theologie van Jezus in praktijk te brengen.

Een heilige kerk is een veilige kerk. Jezus was heilig, daarom voelden zondaars zich veilig bij Hem. Zij keken in zijn ogen en zagen geen afwijzing of veroordeling. Ze zagen enkel onvoorwaardelijke, volmaakte liefde. Daarom is een kerk pas heilig als de zondaars zich er veilig voelen. In een heilige kerk worden zondaars met open armen welkom geheten. Gods onvoorwaardelijke liefde creëert een veilige omgeving. Waar Gods liefde woont is het veilig thuiskomen. Jezus omringde zich met zondaren, zo ook de kerk. Jezus zocht de zondaren op, zo ook de kerk. Jezus ging met hen aan tafel, zo ook de kerk. Als kerk zijn we een vriend van zondaars en twijfelaars en mogen we ons ja-gezicht laten zien, dat Gods ja-gezicht weerspiegelt. We zullen hen bescherming bieden voordat ze hun zonden belijden, berouw hebben of zich bekeren. Geleid door de Geest van genade en waarheid zullen we hen versterken, bemoedigen en in eer herstellen. Het is niet onze taak om hen te veranderen. Als we dit doen staan we Gods Geest alleen maar in de weg. Alleen God verandert mensen. Laat de Heilige Geest zijn werk doen. Wij mogen het Woord van God in de harten van de mensen zaaien. Wanneer en hoe het opkomt is niet aan ons. Wij mogen de plantjes begieten. De rest laten we aan de Heilige Geest over.

• De Heilige Geest zal hen overtuigen van zonde, gerechtigheid en oordeel: ‘Als de Heilige Geest gekomen is, zal Hij de wereld overtuigen van zonde, van gerechtigheid en van oordeel’ (Johannes 16:8).
• De Heilige Geest geeft hun zekerheid een kind van God te zijn: ‘De Geest van God zelf valt onze geest bij en getuigt dat wij kinderen van God zijn’ (Romeinen 8:16, GN).
• De Heilige Geest leidt hen naar de waarheid: ‘De Geest van de waarheid zal jullie, wanneer Hij komt, de weg wijzen naar de volle waarheid’ (Johannes 16:13, NBV).
• De Heilige Geest verandert hen van binnenuit: ‘Want wij veranderen in nieuwe mensen, wij gaan steeds meer lijken op onze hemelse Heer. Daar zorgt de Heilige Geest voor’ (2 Korinthe 3:18b, BGT).
• De Heilige Geest bewerkt in hen het karakter van Jezus: ‘De vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen wet die daar iets tegen heeft’ (Galaten 5:22-23, NBV).
• De Heilige Geest helpt hen Jezus te volgen: ‘Wanneer de Geest ons leven leidt, laten we dan ook de richting volgen die de Geest ons wijst’ (Galaten 5:25, NBV).
• De Heilige Geest helpt hen op God te vertrouwen: ‘Dan zal jullie vertrouwen op God steeds sterker worden, door de kracht van de Heilige Geest’ (Romeinen 15:13b, BGT).

Paulus zegt: ‘Volg mij na, zoals ik Christus navolg’ (1 Korinthe 11:1, NBV). We zijn allemaal volgelingen van Jezus en willen elkaar helpen om Jezus te volgen. Wij mogen elkaar helpen onze identiteit in Christus te vinden en te versterken, om meer en meer een Kerk als Jezus te worden. 

Bovenstaand boekfragment is afkomstig uit het boek God is liefde punt! Klik hier om het boek te bestellen en lees het CIP-interview met Wilkin van de Kamp: Wilkin van de Kamp over de grootste misvatting van Gods liefde.

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen

Reacties

"Door het wonder van het kruis woont de Geest van Jezus nu in ons hart."

Help me even, waar kan ik dat vinden?