Matthäus Passion
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

15 april 2022 door Marco Visser

Jesaja 53: Wie is de knecht des Heren die lijdt voor ons?

In de weken voor Pasen gingen velen ter kerke om de Matthäus Passion mee te maken. Muziek en tekst beïnvloeden elkaar. Wel kan men struikelen over deze dikke rode draad: de plaatsvervanging. Jezus' lijden is voor jou! Komt de luisteraar daarbij niet erg ongemakkelijk in de kerkbank te zitten?

Matthäus Passion
Nu de coronamaatregelen van de baan zijn, kan het meesterwerk van Johann Sebastian Bach gelukkig weer volop uitgevoerd worden. Prachtig hoe de muziek en de tekst van de Matthäus Passion in elkaar grijpen. Het is dan ook aan te raden het tekstboekje erbij te houden en mee te lezen. Wel zou het kunnen dat menig luisteraar anno 2022 struikelt over deze dikke rode draad die door het geheel heen loopt: de plaatsvervanging. Jezus’ lijden staat niet op zichzelf, maar zijn lijden is voor míj (voor jou!), zoals bijvoorbeeld de sopraan zingt in een van de meest aangrijpende aria’s: ‘Aus Liebe will mein Heiland sterben.’

‘Hij weet van geen zonde, maar het is om het eeuwige vergaan en de straf van het gericht van mijn ziel weg te nemen.’

Komt de luisteraar nu niet erg ongemakkelijk in de kerkbank te zitten? Wie maakt dit nog mee? Onmogelijk toch?

Hij is niet om aan te zien, hij is veracht en verlaten door alle mensen. Een man van smarten, in een onmenselijk lijden, totaal geïsoleerd.

Jesaja 41: knecht
Plaatsvervanging is zonder twijfel een van de grote thema’s in de christelijke theologie: Jezus is gekruisigd en heeft daarmee de straf op onze zonde gedragen. Een tekst die hierbij door de eeuwen heen een grote rol heeft gespeeld, komt uit het boek van de profeet Jesaja. Daar gaat het over een knecht die lijdt en die inderdaad op de plaats van de schuldigen gaat staan. Alleen, wie is deze knecht? Wordt hier Jezus bedoeld? Ik denk het niet. Maar daar is nog wel wat meer over te zeggen.

Het verhaal begint in Jesaja 41. Daar staat ineens deze ‘knecht’ op het toneel. Het is duidelijk wie er bedoeld wordt, het volk Israël. Temidden van de volken, temidden van alle bedreigende machten spreekt JHWH, de God van dit volk, een verlossend woord: ‘Jij bent mijn knecht.’ Israël wordt apart genomen en getroost: ik heb jou gekozen en je geroepen, vrees maar niet, ik houd je vast.

Maar gaandeweg verschuift er iets: in de hoofdstukken die volgen, krijgt de knecht steeds meer het karakter van een individu, waardoor je je inderdaad kunt afvragen of er toch iemand anders bedoeld wordt, maar wie dan? Hele bibliotheken zijn erover vol geschreven. Ik denk dat de raadselachtigheid juist bedoeld is. Dan moeten we het geheim maar gewoon laten staan, zoals je het wit tussen de regels van een gedicht ook niet moet willen invullen.

Jesaja 53: lijden
In Jesaja 52 en 53 (Jesaja 52:13–53:12) komt de knecht tenslotte in het lijden terecht. Er zijn mensen aan het woord, ‘wij’, die de knecht zien en hem beschrijven en zich eigenlijk alleen maar kunnen verbazen. Meteen komt het hoge woord eruit, ze zien hem daar in de spotlight staan als een mens die een en al pijn is. Hij is niet om aan te zien, hij is veracht en verlaten door alle mensen. Een man van smarten, in een onmenselijk lijden, totaal geïsoleerd.

Wij hebben iedere dag ‘mensen van smarten’ voor ogen. Tegen dat alles in durft de profeet de verhoudingen overhoop te halen. De poëzie trotseert de feiten.

Maar dan komt er bij het lezen een omslag in de tekst. Ineens breekt het inzicht door dat hij helemaal niet op zichzelf staat, maar dat hij juist met mensen verbonden is, namelijk met mensen in hun lijden: Het zijn ónze ziekten die hij heeft gedragen, het is onze pijn die hij op z’n schouders heeft gehad, zo roepen de ‘wij’ het uit (Jes. 53:4). Hij is een ‘pars pro toto’: als je naar die ene kijkt, dan zie je hoe het er met allen voorstaat.

Op onze plaats
Even later wordt het nog vreemder. Dan blijkt dat die knecht niet alleen de pijn, maar ook de schuld draagt (Jesaja 53:5). Dat is nog weer iets anders: niet alleen is hij tot in de diepte solidair, hij draagt ook iets, zodat wij het niet meer hoeven dragen:

Wij allen, als schapen dwaalden wij rond [...] en de HEER heeft hém getroffen met de schuld van ons allen (Bron: Jesaja 53:6)

Er is sprake van een ruil: hij gaat op onze plaats staan, zodat wij daar ontslagen worden.

Hoe moet je dat dan nu begrijpen? Misschien is het wel helemaal niet de bedoeling om te begrijpen. De inzet van de tekst is eerder je mee te nemen in de verwondering: ‘Wie heeft ons bericht geloofd?’ zo beginnen de sprekers hun verhaal. Antwoord: niemand! Het is niet te geloven. Het kan niet, het is onmogelijk. En toch is het zo. Verwondering, dat is de toon van het hele stuk en het is hier werkelijk de toon die de muziek maakt.

Dit is van groot belang: het maakt nogal een verschil of je ‘plaatsvervanging’ wil snappen en in een theoretische mal wil stoppen, of dat je je laat meenemen en je laat raken door de kracht van de poëzie. En zou dit het ook kunnen zijn wat er ieder jaar met die bezoeker van de Matthäus Passion gebeurt? Je snapt het niet (of je snapt het juist al te goed, want het is natuurlijk allemaal achttiende-eeuws piëtisme en daar doen wij niet meer aan, enzovoort), maar intussen … raakt het je tóch.

Als Jesaja het lijden van Jezus zou hebben ‘voorspeld’, dan hadden de evangelisten dat toch wel meer opgepakt, zou je denken

Allen
Het wordt nog wonderlijker als je bedenkt wie hier bij Jesaja eigenlijk aan het woord zijn: de naties, de volkeren (Jesaja 52:15), eenvoudig gezegd: iedereen. Stel je voor: Israël betreedt het wereldtoneel met dit verhaal, waarin alles draait om die ene, terwijl het tegelijk zo’n universele betekenis heeft. En de volken mogen het nog zelf zeggen ook.

Het zet alles op z’n kop. Want zij zien niet alleen die knecht, maar ook zichzelf op een nieuwe manier. En hoe: zij die aan het begin van het hele verhaal van de knecht in Jesaja 41 nog zozeer de bedreigende en verdrukkende instanties waren, komen nu tenslotte aan het licht als machteloos en kwetsbaar. Ze zien ineens dat ze er vreselijk naast zaten, maar dat deze ene de schuld op zich genomen en weggedragen heeft.

Zo werkt deze tekst als een vorm van verzet, doordat het de begrippen macht en onmacht door elkaar haalt. Juist ook in deze dagen merken we hoezeer dat vaststaat in onze wereld: de machtige maakt zich groot en waant zich onaantastbaar, kleine mensen worden vertrapt. Wij hebben iedere dag ‘mensen van smarten’ voor ogen. Tegen dat alles in durft de profeet de verhoudingen overhoop te halen. De poëzie trotseert de feiten.

Over wie gaat het?
Nog een keer terug naar de vraag: over wie gaat het hier? Misschien moet het raadsel gewoon blijven staan. De tekst houdt het antwoord in elk geval open. Of misschien moet je zeggen: de tekst houdt de mogelijkheid open om de lijdende knecht in iedere tijd opnieuw te verstaan en opnieuw concreet te maken.

In de Joodse traditie is de tekst heel verschillend gelezen. Uitleggers hebben er de Messias in gezien, maar vaker nog het volk Israël. Henri Friedlaender, een Joodse typograaf en ontwerper uit Duitsland, zat in de Tweede Wereldoorlog ondergedoken in Wassenaar. In die jaren, afgesneden van alles en iedereen, schreef hij het boekje ‘Der Knecht Gottes. Schicksal. Aufgabe. Trost’. Friedlaender overleefde de shoah, het boekje kon in 1947 verschijnen. Het is aangrijpend hoe hij daarin het lijden van de knecht uit Jesaja en van Israël naast en in elkaar legt.

Nieuwe Testament
Maar wordt Jezus hier dan niet bedoeld? Ik denk het niet, schreef ik, maar daar is het laatste woord niet mee gezegd. Het is wel een opmerkelijk feit dat de schrijvers van het Nieuwe Testament maar weinig duidelijk naar Jesaja 53 verwijzen. Als Jesaja het lijden van Jezus zou hebben ‘voorspeld’, dan hadden de evangelisten dat toch wel meer opgepakt, zou je denken. Daar komt bij dat de christelijke kerk zich deze tekst wel heel erg heeft toegeëigend, waarbij de Joodse uitlegtraditie door de eeuwen heen werd buitengesloten én ook de tekst zelf onrecht werd aangedaan. Maar tegelijk, als je het verhaal van Jezus hoort, dan kun je toch ook niet anders dan de knecht uit Jesaja daarin herkennen. Dan zie je de lijnen oplichten, de rode draden van daar naar hier: een mens die lijdt en zich toch niet van anderen afkeert, maar juist in solidariteit verbonden blijft. Tot ieders grote verbazing.

Bovenstaand artikel van Marco Visser verscheen onlangs op de site van de PThU en is met toestemming overgenomen door CIP.nl. Op 9 februari 2022 promoveerde Marco Visser aan de PThU op een onderzoek naar de knecht des Heren in Jesaja: Pars Pro Toto: Analyse van de figuur van het pars pro toto in het werk van F.H. Breukelman en uitwerking aan de hand van de teksten over de knecht van JHWH in Jesaja. Een bijbel-theologisch onderzoek. (Amsterdamse Cahiers, supplement series, 18), Amsterdam 2021.

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen

Reacties

Met enige verbazing heb ik het betoog gelezen. Het begrip knecht des Heren komt meerdere keren in de Bijbel voor. Denk aan bijv. Mozes en David. En al zou je in Jes. 41 kunnen denken aan ook het volk Israël, het is uit Jesaja 53 toch zonneklaar dat Jezus DE Knecht des Heren is. Denk alleen al aan Hand. 8:35 waar Filippus het antwoord geeft op de vraag wie de Knecht des Heren is: “uitgaande van dat Schriftwoord, predikte hij hem Jezus”. Overigens zijn, als het goed is, ook wij als volgelingen van Jezus knechten des Heren die de wil van God doen.