dove christenen
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

11 januari 2022 door Geert-Jan Noorman, Stichting Friedensstimme

Timoer: dove evangelist onder de doven van Oezbekistan

Op 11 augustus 1996 werd ik samen met mijn moeder gedoopt en zo werden wij leden van de kleine baptistengemeente in Karsji, in het zuiden van Oezbekistan. Broeder Abel Andretsjenko was toentertijd verantwoordelijk voor die gemeente. Voor mij was dit alles een heel grote verandering.

Voor mijn bekering tot God was voetbal mijn leven. Ik was niet maar een klein beetje een goede keeper. Ik speelde zelfs in het jeugdteam van Oezbekistan. Het team waarin ik speelde, kwam uit in de allerhoogste divisie en het werd gesponsord door de beroemde Moebarek Gas Fabrieken. Men zei mij dat ik talent had en het ongetwijfeld ver zou brengen in de sportwereld. Na mijn bekering werd ik nog lange tijd ‘achtervolgd’ door mijn voormalige trainer die mij smeekte om terug te komen naar het team. Maar ik had mijn besluit genomen: mijn leven zou verbonden zijn met dat van de Heere, mijn Heiland. Mijn moeder steunde mij in dat besluit. Maar mijn vader bespotte ons en riep dat ik mijn talenten vergooide. Ik neem hem dat niet kwalijk. Alleen de Heere Zelf kan ons doen smaken hoe goed Hij is…

Mijn naam is Timoer, ik ben 42 jaar oud en ik ben doof. Ik ben doof geboren. Mijn moeder stelde alles in het werk om mij te genezen. Ze bracht mij naar de waarzeggers, ook liet zij islamitische tovervrouwen allerlei experimenten op mij uitvoeren. Ook zelf probeerde zij van alles en nog wat. Veel ervan ging langs mij heen. Maar toen Nina Valentinovna mijn moeder en mij uitnodigde om ‘naar de samenkomst’ te komen, dacht ik eerst dat het wel weer een truc van moeder zou zijn. Maar ik ging toch mee. Ik herinner mij deze eerste keer in de kerk nog heel goed. Mijn moeder hield de hele samenkomst niet op met huilen. Ik vond het vooral heel moeilijk om alles te begrijpen. Maar vanaf dat moment gingen mijn moeder en ik trouw elke zondag naar de samenkomsten. Wij lazen ook de Bijbel samen. Ik begreep natuurlijk niet alles, maar na verloop van tijd begon ik te zien dat ik mijn zonden moest belijden en berouw moest tonen. Ik had vergeving nodig! Mijn moeder schreef voor mij een eenvoudig ‘zondaarsgebed’ op een stuk papier en ik leerde dat uit mijn hoofd. En ook wees zij mij op het Onze Vader in de Bijbel. Ook dat leerde ik van buiten.

Ik werd doof geboren, opdat de werken van God in mij zichtbaar zouden worden. Het is Gods wil dat ik doof ben. Zo kon God mij sturen naar de dove schapen.

Toen werd het 27 november 1995, de dag dat ik geboren werd! (Ik was toen 17 jaar oud). Er waren broeders en zusters uit Samarkand te gast in de gemeente en we hadden een zeer gezegende samenkomst. Mijn hart sloeg zo snel, ik was zo opgewonden. De voorganger vroeg: ‘Wil er iemand boete doen en zijn zonden voor God belijden?’ ‘Ja, dat wil ik.’ Ik ging naar voren, knielde neer en bad: ‘Heere, vergeef mijn zonden.’ Ook bad ik het Onze Vader. En toen ik ‘amen’ zei, dacht ik, dat ieder in de gemeente het kloppen van mijn hart kon horen. Het was buitengewoon. Ik ervoer de aanwezigheid van God door mijn hele wezen.

Dit is inmiddels vele jaren geleden. Sinds die dagen is alles in mijn leven veranderd. Ik mag nu de Heere dienen als evangelist onder de doven. En ik mag dove christenen ondersteunen in hun wandel met Christus. Mensen vragen vaak aan mij, waarom ik doof ben. Die vraag heb ik mijzelf in mijn jonge jaren ook vaak gesteld. Woedend was ik vaak: ‘Waarom kan ik niet zijn zoals alle andere jongens?’ Maar toen ik gelovig werd, kreeg alles in mijn leven betekenis; alle puzzelstukjes vielen op hun plek. Toen Jezus onder de mensen woonde, kwam hij een jonge man tegen en de mensen vroegen Hem: ‘Rabbi, wie heeft er gezondigd, deze, of zijn ouders, dat hij blind zou geboren worden?’ Maar Jezus antwoordde hen: ‘Noch deze heeft gezondigd, noch zijn ouders, maar dit is geschied, opdat de werken Gods in hem zouden geopenbaard worden.’ Ik werd doof geboren, opdat de werken van God in mij zichtbaar zouden worden. Het is Gods wil dat ik doof ben. Zo kon God mij sturen naar de dove schapen.

Er was eens een mens die niet kon begrijpen, waarom de Heere Jezus Christus mens moest worden en naar de zondige wereld moest afdalen. Op een dag liep hij over straat en zag hij een troep wilde ganzen die gevangen waren in een sneeuwstorm. Ze waren in paniek en wisten niet waarheen ze konden vluchten. De man probeerde hen te lokken, maar dat lukte niet. Ze krijsten, schreeuwden en in paniek vlogen ze alle kanten op. Toen bedacht hij een plan. Hij haalde een van zijn eigen ganzen en zette die neer bij de verloren troep. Zijn eigen gans liep natuurlijk gelijk terug naar zijn veilige thuis. En de troep wilde ganzen volgde. Het was zo eenvoudig. En deze man begreep tegelijk ook, waarom de Heere Jezus uit een aardse moeder geboren moest worden. Om verloren mensen voor te gaan naar het Huis van de Vader! God werd mens om mensen de weg terug te wijzen naar het Vaderhuis. En deze man knielde neer in de sneeuw en bad om vergeving voor zijn zonden.

Wie kan aan de doven het goede nieuws brengen? Niemand kan dat beter dan iemand die zelf ook doof is. Ik ben dankbaar dat de Heere mij gebruiken wil.

Nu, zo is het ook met mijn bediening. Wie kan aan de doven het goede nieuws brengen? Niemand kan dat beter dan iemand die zelf ook doof is. Ik ben dankbaar dat de Heere mij gebruiken wil onder de Oezbeken. Maar soms word ik ook uitgenodigd om naar Moldavië te komen, of naar Oekraïne of Rusland. Dat zijn dan lange reizen die ik het liefst met de trein onderneem. Ik heb geen gezin, geen vrouw en kinderen. En dat spijt mij enerzijds. Maar aan de andere kant geeft mij dat de mogelijkheid om deze lange reizen te maken. Ik hoef niet op een bepaalde tijd terug te zijn om er voor mijn gezin te zijn. Ook in Oezbekistan kan ik echt de tijd nemen om aandacht te geven aan de doven in de gemeenten. Velen van hen hebben te maken met grote weerstand vanuit hun familie en ook van de islamitische gemeenschap. Een dove in Oezbekistan telt in de maatschappij niet mee. Maar als hij of zij tot bekering komt, dan ineens wordt hij heel belangrijk. Dan wordt hij een schande voor de familie en die schande kan niet bestaan. Dan wordt hij bedreigd, uitgestoten en vaak ook mishandeld. Dan is het belangrijk dat er geestelijk gerijpte, dove broeders zijn, die zich ontfermen en die persoon erdoor helpen. Die zijn er gelukkig. En het is ook heerlijk dat velen in de gemeenten inmiddels de gebarentaal geleerd hebben. Vooral ook jonge mensen hebben die moeite genomen. Dat maakt dat bekeerde jongeren die doof zijn, heel snel hun plaats in de gemeenten kunnen vinden.

Een bijzonder moment was voor mij toen ik de gelegenheid had om in de stad Tiraspol, een stad in Moldavië, mijn grootouders te bezoeken. Zij zijn zeer eenvoudige, ongeletterde mensen. Zelfs de gebarentaal beheersen zij heel matig. Hoe kon ik hen van de verlossing in Christus vertellen? Ik heb gebeden en ik geloof dat de Heere mij leidde. Wij gebruikten de maaltijd en na het afruimen stond de gootsteen vol met smerig serviesgoed. Ik nam een glas, goot er water over en gaf dat aan mijn grootvader. Hij weigerde het aan te nemen. Hij wilde niet drinken uit een glas dat niet goed schoon was. Toen waste ik het glas en bood het opnieuw aan mijn opa aan. Deze keer nam hij het aan. Ik legde hem uit:

- Grootvader, uw hart is net zo smerig als dit glas. U hebt vele zonden gedaan. Vloeken, drinken, roken, stelen….
- ‘Wat moet ik doen?’ vroeg hij.
- U moet gewassen worden.
- ‘Maar hoe dan?’
- Door tot de Heere God te bidden: ‘Heere, vergeeft u toch alstublieft mijn zonden.’

Mijn grootvader en ik knielden samen neer, in het kleine keukentje. En de Heere deed een wonder in zijn hart. Nadat we opgestaan waren, getuigde hij dat zijn hart in vuur en vlam stond en van de vreugde die hij ervoer. Hoe wonderbaar is de Heere, onze God! Niet lang daarna overleed hij. Zijn geredde ziel mag nu bij de Heere zijn. Mijn grootmoeder is nog niet tot bekering gekomen. Ik bid voor haar.

Bovenstaand artikel is geschreven door Geert-Jan Noorman, directeur van Stichting Friedensstimme. Het verhaal verscheen eerder in Friedensstimme Contact.

Lees hier meer over het werk van Stichting Friedensstimme

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen