Stichting Steun Messiasbelijdende Joden, directeur Herbert Bulten
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

SAMEN MET SSMJ

 

In Jeruzalem kennen Joodse rabbi's in het geheim Jezus

Van het eten bij bedoeïnen tot een boekhandel waar de Bijbel opengaat: Herbert Bulten was namens Stichting Steun Messiasbelijdende Joden in Israël om projecten te bezoeken. De directeur sprak ook met Elisabeth Levy, die het Caspari Centre leidt. "Als ik in de naastgelegen orthodoxe wijk al twee rabbi's ken, die de Joodse Messias kennen, zijn er meer."

De reden dat we als stichting zijn opgericht zijn de Messiasbelijdende Joden (MBJ), een vergeten groep. Dat is niet alleen een diaconale of ideële motivatie. Ten diepste is de diaconale betrokkenheid een gevolg van dankbaarheid (en plicht) omdat wij als christenen uit de heidenen deel hebben gekregen aan hun geestelijke weldaden (Rom. 15:27). Daarbij is het bestaan van een kleine maar groeiende MBJ-gemeenschap in Israël een prachtig gegeven. De MBJ-gemeenschap is in 20 jaar gegroeid met factor 3 tot 5, afhankelijk hoe men een Jood en dus ook een Messiasbelijdende Jood definieert. Werd er in 2005 gesproken over 5.000-10.000 Messiasbelijdende Joden, anno 2021 is dat tussen de 15.000 en 30.000. Iets om zeer dankbaar voor te zijn. God laat niet los wat Hij begonnen is!  

We konden alle projecten bezoeken. Vrij uniek omdat het aantal projecten dat we ondersteunen is gegroeid van 1 tot ruim 30 projecten anno 2021. Deze ondersteuning is verdeeld over drie soorten; gemeenten/voorgangers, diaconale ondersteuningen en toerusting. Dat is ook in lijn met de ontwikkelingen in Israël zelf. Eerst groeit de gemeente van Christus, dan is er op grotere schaal meer ruimte voor diaconale hulp en vervolgens ontstaat er behoefte voor overkoepelende toerusting van de MBJ-gemeenschap.

Het Caspari Centre is een typisch voorbeeld van het derde soort project (toerusting) wat we als stichting ondersteunen. Elisabeth Levy, directeur van het Caspari Centre, wat zetelt in een prachtig historisch gebouw in hartje Jeruzalem, vertelt hoe ze in coronatijd de uitdagingen aangaan. Een van de vele activiteiten is het uitbrengen van een magazine en boeken. Binnenkort brengt men een boek uit dat ingaat op de groei van de Messiaanse gemeenten. Ook Elisabeth spreekt van 15.000 Messiasbelijdende Joden. Vanwege de gevoeligheid willen echter lang niet alle groepen in het boek genoemd worden. Of ze zijn gewoon niet bekend, denk bijvoorbeeld aan talloze kleine huisgroepen van emigranten uit de (voormalige) Oostbloklanden.

Elisabeth Levy, directeur van het Caspari Centre

Opmerkelijker zijn andere ‘geheime gelovigen.’ Levy kent in ieder geval twee rabbi’s uit de aangrenzende orthodoxe wijk Mea Sjearim die de Joodse Messias kennen. “En als ik er al twee ken dan weet ik zeker dat er meer zijn die Jezus kennen,” benadrukt ze.

"In Jeruzalem heeft men in de winkel een afgesloten ruimte waar bezoekers, die er eigenlijk niet mogen komen, zich kunnen onttrekken aan het oog van anderen"

De altijd gedreven Victor Kalisher kan meepraten over ontmoetingen met de ‘geheime gelovigen. Kalisher is directeur van de Bible Society en we bezoeken hem dit keer thuis in de mosjav Yad Hashmona. Aan de keukentafel bespreken we de projecten die we al jaren ondersteunen. De Bible Society heeft boekwinkels in de grote steden. Mooi en bemoedigend zijn de verhalen. De Schrift gaat er letterlijk en figuurlijk open. In Jeruzalem heeft men in de winkel een afgesloten ruimte waar bezoekers, die er eigenlijk niet mogen komen, zich kunnen onttrekken aan het oog van anderen. Het personeel praat en bidt met hen en waar mogelijk begeleiden ze hen in de soms ingewikkelde zoektocht naar Immanuël.


Victor Kalisher (l), directeur van de Bible Society met Herbert Bulten

"Terwijl de vrouwen zich terugtrokken in de ‘keuken’ werden wij als gasten bediend en aten we allen van hetzelfde grote bord"

Een geheel ander project dat we ondersteunen en waar we vanwege veiligheid geen namen kunnen noemen, richt zich op bedoeïenen. Het team van zowel Joodse als Arabische gelovigen voelt zich geroepen om de vaak gesloten gemeenschappen te dienen door middel van onderwijs, voedselpakketten en allerlei andere hulp. Daar is veel volharding en liefde voor nodig. Naast de mooie kanten zijn er ook veel sociale misstanden. Een echt bedoeïnenman slaat immers zijn meerdere vrouwen! Israël probeert al jarenlang de bedoeïenen te integreren in de samenleving, tot nog toe met weinig succes. De partner die we ondersteunen onderhouden al langere tijd een relatie met de bedoeïenen en langzamerhand openen zich meer deuren om Bijbelse principes te delen en te getuigen. Zonder dubbele agenda gaat men een echte relatie aan. Eerst via de vrouwen en kinderen en later via de mannen. Uniek was dat we als buitenstaanders een bedoeïenfamilie in de woestijn konden bezoeken. Het bleef niet bij een aantal koppen thee. De kudde schapen en geiten werd getoond en we werden steeds meer ingeleid in het leven van de bedoeïenen. Gastvrij als men is werden we ook uitgenodigd voor een goed avondmaal. Terwijl de vrouwen zich terugtrokken in de ‘keuken’ werden wij als gasten bediend en aten we allen van hetzelfde grote bord. Wat overbleef was op een later moment voor de gastheer en zijn vrouwen en kinderen (zie coverfoto).

Geld uit eigen zak gaat regelmatig naar de gemeente en mensen in nood

Benny Moghes is voorganger van de Ethiopische gemeente Gideons Torch (Gideon’s Fakkel) in de havenstad Haifa. De Ethiopische joden hebben regelmatig te maken met discriminatie en dreiging van uitzetting. De gemeente die Moghes dient bestaat uit circa 60 mensen, waarvan de meeste mensen worstelen om de touwtjes aan elkaar te knopen. Dat geldt ook voor Benny en zijn vrouw. Beiden werken fulltime. Werk en gezin vergen de nodige aandacht. Om daarbij een gemeente te leiden is niet makkelijk. Geld uit eigen zak gaat regelmatig naar de gemeente en mensen in nood. Tijd en geld voor een degelijke theologische opleiding is er niet. Maar ook deze gemeente groeit.

Hoewel het geven van tienden een goed gebruik is kan maar een kleine minderheid van de Messiaanse gemeenten hun voorgangers onderhouden. Vaak gaat dat ook nog samen met hulp van buitenlandse donoren. De meeste voorgangers moeten het combineren met een (parttime) baan. De gemeenten komen vaak samen in een gehuurde ruimte op een soms smoezelig industrieterrein. Ook moet je het treffen met een huurbaas die niet te snel is geïntimideerd door mensen die waarschuwen voor deze “gevaarlijke mensen.” Soms moet de gemeente plotseling op zoek naar een andere ruimte of wordt de toch al hoge huur weer verhoogd.

Zomaar een indruk van enkele projecten. Het is prachtig en tegelijk ook weer beschamend om te zien hoe men met de beperkte middelen en tegenwerking doorgaat in het geloof. “Israël heeft Jezus, de Joodse Messias nodig” was een veelgehoorde uitspraak. Daar staan we als stichting van harte achter.

Wilt u deze mooie projecten steunen en Joden helpen de Joodse Messias te vinden? Draag dan bij aan het werk van Stichting Steun Messiasbelijdende Joden.